Rabbijn Evers en de bundel riet
Dagboek

Rabbijn Evers en de bundel riet

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 28 september 2022, 08:00
Rabbijn Evers en de bundel riet
Opperrabbijn Jacobs blaast de sjofar bij het Etty Hillesumhuis in Middelburg

Rosj Hasjana zit er weer op. Ik heb heel wat afgeblazen, uiteraard op Rosj Hasjana zelf en in de maand voorafgaande aan Rosj Hasjana. Op de foto ziet u mij staan blazen bij de opening van het Etty Hillesumhuis in Middelburg, vorige week zondag. De daaropvolgende maandag blies ik tijdens de postume uitreiking van de Yad Vashem aan kardinaal De Jong. Beide plechtigheden waren een combinatie van vreugde en verdriet. Geweldig dat eindelijk de heldendaden van kardinaal de Jong de verdiende erkenning kregen. En goed dat er in het geboortehuis van Etty Hillesum een educatief centrum is gekomen dat eer doet aan de geschriften van Etty.  

Na afloop van Middelburg reed ik terug met Leo, mijn rabbinaal archeoloog, die zijn vrije dag had opgeofferd om mij te rijden. Een archeoloog heeft per definitie oog voor het verleden en dus was het hem opgevallen dat de vreugde tijdens de opening overheerste. Begrijpelijk, want velen hebben met grote inzet en jarenlang fondsen geworven en daarmee een indrukwekkende prestatie geleverd. Maar, zo liet Leo mij weten, doordat ik in mijn toespraak de aandacht richtte op de oorzaak, de vervolging van en de moord op de Nederlandse Joden, werd de bijeenkomst wat die behoorde te zijn: een combinatie van dankbaarheid en afschuw. Toen aan het eind van mijn woorden de klanken van de sjofar door Middelburg galmden, heerste er een doodse stilte, alsof het heden even aan de kant was gezet om het verleden te laten overheersen.

Hoe kunnen we zo’n verleden voorkomen? Is het überhaupt mogelijk?  Of is het een historische wetmatigheid dat oorlogen eeuwig zijn en mensen elkaar per definitie moeten vervolgen en vernietigen? Ik herinner mij dat tijdens een van de biologielessen werd gesproken over lemmingen die collectief besloten zich te suïcideren en achter elkaar aanlopend de zee in liepen en verdronken. Toen al, ik was denk ik nog geen 17 jaar, vroeg ik mezelf al af of dit gedrag typisch dierlijk is of dat de mens … Inmiddels weet ik dat de mens zich tot het meest weerzinwekkende dierlijke (menselijke?) gedrag kan verlagen. Kijk naar de talloze brandhaarden in Afrika, Oekraïne, enz. Ik heb het maar even afgedaan met ‘enz.’ omdat mijn dagboek, wil het gelezen worden, niet te lang mag worden.

Maar het is gemakkelijk oog te hebben voor de brede cirkel die ons van verre, qua tijd en/of qua locatie, omringt en waarop wij geen invloed kunnen uitoefenen. Lastiger wordt het om het kleine cirkeltje van onze eigen directe omgeving te willen zien. 

Rabbijn Shimon Evers heeft het op Rosj Hasjana in zijn toespraak in de sjoel van Amersfoort op indrukwekkende wijze verwoord. Een hoogbejaarde vader die zijn einde voelde naderen riep zijn kinderen bijeen en toonde ze een samengebonden bundel riet. Vervolgens verzocht hij ieder kind te proberen de bundel met hun blote handen in tweeën te breken. Geen van de kinderen lukte het. Na alle mislukte pogingen nam vader de bundel riet terug en een voor een haalde hij de rietstengels uit de bundel en brak ze ieder afzonderlijk zonder enige moeite in tweeën. De les was duidelijk voor zijn kinderen. Maar zeker ook voor ons als Joodse gemeente. Als we onszelf als Joodse gemeente gebundeld weten, zijn we sterk, maar als ieder uitsluitend voor zichzelf leeft, zijn we breekbaar. Te vaak zien we in onze eigen gemeenschap ruzies en vetes die vaak over niets gaan.

In de periode tussen Rosj Hasjana en Jom Kipoer, waarin we ons nu bevinden, moeten we de intermenselijke relatie onder de loep nemen en tot het besef komen dat we elkaar nodig hebben in het belang van het geheel, maar zeker ook in het belang van ieder afzonderlijk, want als eenling zijn we kwetsbaar. We gaan deze periode van Feestdagen afsluiten met Simchat Thora, Vreugde der Wet. Tijdens een groot feest in sjoel vanwege Simchat Thora ging een van de gemeenteleden naar de rabbijn om z’n beklag te doen over het gedrag van de andere sjoelbezoekers die in zijn optiek te wild waren. Rebbe, zo sprak hij in het Jiddisch, Man tritt auf mir, er wordt over me heen gelopen. Waarop de rebbe antwoordde: dan moet je je niet zo verspreiden. 

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Plaats opmerking