Achtergrond

Travestie in de Stopera

In Juditha Triumphans, dat deze week in première ging, wordt het Bijbelse verhaal over de heldin Judith nauwkeurig naverteld. Behalve dat legerleider Holofernes opeens een vrouw is. In nazi-uniform. En dat in de Stopera, in het hart van de oude Jodenbuurt.

Jaron Beekes 02 februari 2019, 00:00
Travestie in de Stopera

Vorige week schreef ik een column over het apocriefe Bijbelverhaal van Judith en hoe dat kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd. In het kort: de kuise Joodse weduwe begeeft zich tijdens het Assyrische beleg van haar stad achter de vijandelijke linies, waar zij legerleider Holofernes verleidt, dronken voert en onthoofdt. Ik noemde in die column ook de opvoering van Juditha Triumphans van Antonio Vivaldi, die deze week in première ging bij de Nationale Opera in Amsterdam, ‘de Stopera’. Vivaldi schreef het oratorium om de overwinning van de Venetiaanse stadsstaat op de Turken, in 1716, te vieren. ‘Leuk’, dacht ik nietsvermoedend, ‘ik houd van barokmuziek, ik houd van Bijbelverhalen, ik ben dol op een spektakelstukje op zijn tijd. Wat kan er misgaan?’

Een heleboel, blijkt al snel. Zodra het doek opgaat, zien we mensen in jarenveertigkledij, koffers in de hand, schichtig om zich heen kijken. Dan weet je al: hier is de Tweede Wereldoorlog weer eens met de haren bijgesleept. Dat was niet afgesproken. Op de website, op de affiches die overal in de stad hangen, zelfs in de trailer die de voorstelling aankondigt werd met geen woord, gebaar of zwarte laars gerept over ’40-’45 (inmiddels staat een filmpje met beelden uit de voorstelling op de site). Maar al in de openingsscène wordt een Joods meisje door een nazi verkracht, partizanen zonder pardon gefusilleerd en een hele stad met geweld gedeporteerd. En dan moet je nog tweeënhalf uur.

Daarin komen alle Holocaustclichés voorbij: het kromgebogen bebaarde mannetje met zwarte hoed, het kind met teddybeer dat staat voor de vermoorde onschuld, zelfs roofkunst speelt een belangrijke rol. Het enige wat niet clichématig aandoet is dat alle mannelijke hoofdrollen door vrouwen worden gespeeld, verkleed als mannen. In nazipakken.

Het geeft de term travestie een heel nieuwe lading: vrouwen die als Wehrmacht-officieren hoogdravende teksten zingen als “Laten we de onoverwonnen Holofernes beurtzangen aanheffen, laten we welluidend zijn eer bezingen”, maar dan in het Latijn. Het krijgt iets kolderieks, en dat kan toch onmogelijk de bedoeling zijn geweest. Als op het dramatische moment suprême, de onthoofding van Holofernes, een lachsalvo door de driekwartvolle zaal gaat, moet regisseur Floris Visser toch ook beseffen dat hij iets verkeerd heeft gedaan.

Vivaldi mag het oratorium oorspronkelijk voor een meisjesweeshuis hebben geschreven, maar als je toch met het stuk aan de haal gaat, pas dan ook die achttiende eeuwse bezetting aan. Dit leidt alleen maar tot verwarring. Wat wil men hiermee zeggen? Vrouwen zijn niet alleen slachtoff er maar ook dader? Genderidentiteit is fluïde? Het blijft onduidelijk. Het is een artistieke keuze. De verkeerde als je het mij vraagt, maar soit. Storender is het allerminst subtiele gebruik van nazisymboliek.

Kaalslag
Natuurlijk brengt een Tweede-Wereldoorlogsetting het verhaal dichter bij de kijker van nu dan Venetië anno 1716 of Judea dat zwicht onder Nebukadnezar. Maar om van Judith Holocaustkitsch te maken omwille van de shock value, dat getuigt van misplaatst eff ectbejag. Op deze manier reduceert de Nationale Opera de Holocaust tot een stijlmiddel om het publiek een eenduidige boodschap (‘geweld is heel erg hoor, mensen’) door de strot te duwen. Een boodschap die ook zonder nazi-uniformen wel was overgekomen.

En dat nota bene in de Stopera, gebouwd op de smeulende resten van de Amsterdamse Jodenbuurt, waar de Jodenvervolging een kaalslag als nergens anders heeft veroorzaakt. Het is van een onbegrijpelijke onnadenkendheid. Ik hoop dat operaregisseurs (en als we het er toch over hebben, organisatoren van vluchtelingenevenementen, Kristallnacht- en Februaristakingherdenkingen, enzovoort) de Shoa eens laten voor wat die is: de grootste ramp in de geschiedenis van de mensheid. Niet een kapstok waaraan je willekeurig welk ander leed kunt ophangen. Om de leus van de Februaristaking te parafraseren: Blijf met je rotpoten van onze rot-Shoa af.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *