Nieuws

Wie is een Jood

Redactie 12 december 2017, 00:00
Wie is een Jood

Joden die Joden beschuldigen van Joodse complotten en hun eigen Joods-zijn superieur verklaren. De politieke sfeer in Israël is grimmiger dan ooit. En dat in een staat die is opgericht om Joden eindelijk een plek te geven waar hun loyaliteit en identiteit niet ter discussie zou staan.

‘De waarheid is vreemder dan fictie, maar dat is omdat fictie zich moet houden aan wat mogelijk is, de waarheid hoeft dat niet.’ Dat schreef Mark Twain in 1897 en sindsdien heeft de waarheid een hoop vreemde dingen gedaan. Zo was er bijvoorbeeld de zoon van de premier van de Joodse staat die in september een met antisemitische beeldtaal overladen cartoon op internet plaatste waarin de (Joodse!) vijanden van zijn vader onder meer als ‘de Eeuwige Jood’ werden afgebeeld. Daarmee oogstte hij de goedkeuring van neonazi’s en Ku Klux Klan-leiders. Raar maar waar. (Netanyahu’s reactie: een oorverdovende stilte. Ook raar.) Joden die Joden beschuldigen van Joodse complotten tegen weer andere Joden, teneinde zichzelf (en hun eigen Joodsheid) superieur te verklaren. Dat vat wel zo’n beetje samen hoe de politieke sfeer in Israël er op dit moment uitziet.

Israël volgt de mondiale trend: de polarisatie is heftig en het discours ruw. Wat opvalt is dat daarbij juist het Joods-zijn over en weer ter discussie wordt gesteld. Rechts profileert zich graag als de hoeder van het jodendom en zelfs van het voortbestaan van Israël. Links van ‘onjoodsheid beschuldigen is aan de orde van de dag. Het antwoord van links: zich in elke media-uiting krampachtig ‘zionistisch’ noemen en het over de
Joodse waarden hebben die rechts weer uit het oog verloren zou zijn. Liefde voor Het Land moet in ieder geval continu benadrukt worden, als tegenhanger van het frame dat links niet zionistisch is, niet Joods en het (door God beloofde) land weggeeft aan de vijand, of erger nog, in feite zijn handtekening zet onder het einde van de Joodse staat.

Een keppeltje als bewijs
Premier Netanyahu stond aan de wieg van dit ‘ontjoodsen’. Twintig jaar geleden had hij al zijn eigen kut-Marokkanen-moment toen hij terwijl de microfoon nog open stond, tegen de Sefardische rabbijn Kadouri zei ‘dat linkse mensen zijn vergeten wat het is om Joden te zijn.’

Inmiddels heeft deze troop algemene navolging gekregen, verrassend genoeg ook van linkerzijde. De nieuwe leider van Avoda, Avi Gabbay, zei vorige week zélf dat hij dacht dat ‘links vergeten is wat het is om Joods te zijn’. Volgens de één een treurige knieval naar een steeds rechtser wordend electoraat, volgens anderen een terechte poging de maatschappelijke rol die het jodendom zou kunnen spelen weer te claimen voor de eigen goede zaak. Het blijft in ieder geval opmerkelijk dat politici nu te pas en te onpas moeten benadrukken dat ze ‘Joods’ zijn (alsof dat nog niet duidelijk was) en keppels op zak dragen om dat punt kracht bij te zetten, zoals Gabbay, maar ook Yair Lapid doen. Dat links als door een wesp gestoken reageerde op de opmerking van Gabbay, bewijst volgens commentator Anshel Pfeffer niet dat links vergeten is dat ze Joods zijn, maar wel dat ze de strijd hebben opgegeven om te definiëren wát dat dan precies betekent. Het leeuwendeel van de Israëlische maatschappij heeft de hegemonie over Joodse waarden immers al lang geleden overgedragen aan de ultraorthodoxen en de religieus-zionistische kolonisten.

Het witwassen
van de moord op Rabin Enfin, als het over jodendom en de vraag: ‘wie is Joods?’ gaat, is antisemitisme nooit ver weg. Zelfs niet als het over Joden onder elkaar gaat. Eind augustus bijvoorbeeld, noemde Naftali Bennet (Habayit Hayehudi) de krant Haaretz ‘autoantisemitisch’. Een academisch klinkende term voor de aloude Joodse zel”aat. Op zijn Facebookpagina zette hij er netjes de Wikipediadefinitie erbij om het geheel van enige autoriteit te voorzien. ‘Autoantisemitisme is het sociaalpsychologische fenomeen waarbij een Jood minachting en vijandigheid ontwikkelt ten opzichte van de Joodse traditie en gebruiken en tegen de Joden die volgens die traditie leven’. Joods ben je dus alleen als je dat volgens de regels van Habayit Hayehudi (die natuurlijk conservatief, maar vooral nationalistisch zijn) doet. Elke kritiek daarop kan afgedaan worden als symptomen van een psychische aandoening. Dat kan met recht psychologische oorlogsvoering genoemd worden.

De traditie antisemitisme te betrekken in een discussie tussen Joden over de Joodse staat en over wat jodendom is of zou moeten zijn, stamt uit ongeveer dezelfde tijd als Netanyahu’s ‘vergeten- opmerking’. Jitschak Rabins onderhandelingen en akkoord met de Palestijnen in de vroege jaren ’90, verzekerden hem van de eer afgeschilderd te worden als nazi. Netanyahu probeert al decennialang de beschuldigingen te weerleggen dat hij, als hij de opruiing tegen Rabin al niet goedkeurde, hij deze toch zeker niet hard genoeg afkeurde. Zoals bij de demonstratie op Kikar Zion, na de goedkeuring van de Oslo II-akkoorden door de Knesset. Anderen, waaronder Likoednik David Levy, liepen weg toen de menigte ‘dood aan Rabin’ begon te roepen. Netanyahu bleef. Dat zijn zoon zich met zijn antisemitische cartoon nu in het non plus ultra heeft begeven van iets wat je ook ‘autoantisemitisme’ zou kunnen noemen, is in dat licht misschien minder buitenissig dan men op het eerste gezicht zou denken.

De prijs die Rabin betaalde
De kloof tussen links en rechts lijkt alleen maar groter te worden. Een en ander kwam nogal illustratief samen rondom de herdenking van de moord op Rabin, een kleine maand geleden. De voor het evenement bedachte slogan ‘eenheid’ kon niet schrijnender zijn voor deze jaarlijks terugkerende parade van frustratie, woede en verongelijkte uitingen tussen links en rechts. Het is de afgelopen 22 jaar niet anders geweest. Volgens links heeft rechts nooit de hand in eigen boezem gestoken, geen verantwoordelijkheid genomen voor een klimaat waarin een jongeman (gesteund door diverse rabbijnen, die een dinrodef, een Joodse ‘fatwa’ uitspraken) kwam tot een politieke moord. Een van de organiserende organen had verzuimd op de aankondigingen te vermelden dat het om een moord ging, wat ze op beschuldigingen van het ‘witwassen’ van de moord kwam te staan, een ander (Knessetlid Yehuda Glick) zei, in een ogenschijnlijke poging tot evenwichtigheid dat ‘ernstige fouten van beide kampen’ tot de moord op Rabin hadden geleid. Alsof het een gezamenlijk project was om Rabin als nazi en Jodenverrader af te schilderen. Of had hij gewoon maar niet naar Oslo moeten gaan? Het dieptepunt evenwel, kwam dit jaar van cultuurminister Miri Regev (‘ik heb niks tegen culturele instellingen en kunstenaars. Het lijkt me geweldig als John Lennon in Tel Aviv zou komen optreden’). Juist rondom de herdenkingsdatum deed zij de uitspraak dat ‘Soedanezen een kanker in onze samenleving zijn’. Daarop aangesproken in een interview zei ze: ‘toen Rabin zei dat de nederzettingen kanker waren, gebeurde er anders niks’. ‘Niks?’ vraagt interviewer Hanoch Daum (die op de Westelijke Jordaanoever woont), ‘hij heeft er wel een prijs voor betaald’. Regev antwoordt: ‘Oh ja? Hij werd anders niet door de media afgeslacht’.

Een klap in het gezicht
Het geruzie in eigen land heeft ook zijn weerslag op wat er in het buitenland gebeurt. Conservatieve en liberale Joden uit de hele wereld zijn óók ongelukkig met het ultraorthodoxe mandaat in Israël, dat onder meer bepaalt wie Joods is en dat gioeriem van de meeste buitenlandse rabbijnen niet erkent. In juni draaide de regering Netanyahu, onder druk van de ultraorthodoxe partijen, de overeenkomst over de Westelijke Tempelmuur terug. Een overeenkomst waaraan jarenlang gewerkt was door vertegenwoordigers van verschillende denominaties. Er zou een grote ruimte komen waar mannen en vrouwen gemengd kunnen bidden, de toegang daartoe zou onderdeel uitmaken van het centrale complex en het geheel zou gerund worden door een bestuur waarin ook leden van de Reformbeweging en Women of the Wall vertegenwoordigd zouden zijn. Eindelijk zou de Kotel daadwerkelijk voor álle Joden zijn. Niet-orthodoxe Joden over de hele wereld ervoeren het terugdraaien van de overeenkomst als een klap in het gezicht. Sommige Joden zijn meer gelijk dan anderen, leek de boodschap te zijn.

‘De staat Israël werd opgetuigd om Joden een plek op aarde te geven waar ze niet in de gaten gehouden zouden worden, hun identiteit niet onder een microscoop gelegd zou worden en hun loyaliteit niet de ganse dag ter discussie zou staan’ schreef Uri Misgav in Haaretz, over de obsessie over wie er wel of niet Joods is. ‘Maar er is vandaag de dag geen plek op aarde waar Joden zo worden lastiggevallen over hun Joodsheid als in Israël.’

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *