15 oktober-5 november 1948 – Joab
Achtergrond

15 oktober-5 november 1948 – Joab

In oktober 1948 wil de IDF niets liever dan het op instorten staande Egyptische leger te lijf. Daarvoor wordt Operatie Joab voorbereid. Maar eerst moet er een goede aanleiding voor de aanval gevonden worden.

Bart Schut 15 mei 2024, 10:00
15 oktober-5 november 1948 – Joab
Israëlische soldaten bestormen Beër Sjeva, 21 oktober 1948. Foto: Hugo Mendelson/GPO

Het is drie uur ’s middags, 15 oktober 1948. Een konvooi van het Israëlische leger gaat op weg naar de Negevwoestijn, waar een groot aantal kibboetsen is omsingeld door het Egyptische leger. Volgens de wapenstilstand die al sinds 18 juli van kracht is, mogen de Israëli’s die afgesneden nederzettingen bevoorraden. Toch komen de hulpkonvooien steevast onder vuur van Egyptische artillerie. Maar het konvooi op 15 oktober wordt lange tijd ongemoeid gelaten. Dit tot grote ergernis van de Israëlische militaire planners en commandanten.

Dat zit zo. De IDF rekent erop dat ook dit hulpkonvooi beschoten zal worden. De beschietingen in de afgelopen maanden waren nooit een reden om de wapenstilstand te verbreken. Nu is dat anders. Israël heeft besloten het Egyptische leger uit de Negev en het liefst uit het gehele voormalige Britse Mandaatgebied Palestina te verdrijven. Alleen op die manier gelooft de regering – dan nog in Tel Aviv gevestigd – dat het door de VN aan de Joodse staat toegewezen grondgebied in het zuiden ook daadwerkelijk in handen te krijgen.

Maar Ben-Goerion, zijn adviseurs en generaals willen niet voor het internationale publiek de agressor lijken, de partij die de wapenstilstand verbreekt. Joodse extremisten van de terreurbeweging Lehi hebben een maand eerder graaf Folke Bernadotte, de Zweedse VN-onderhandelaar en architect van het staakt-het-vuren vermoord, dus de Israëli’s lijken al de oorlogszuchtige partij. Tegelijkertijd weet de IDF-leiding dat het Egyptische leger rijp is voor de slachtbank. Dus moet er een goede reden, of toch in ieder geval een min of meer geloofwaardige aanleiding gevonden worden die een hervatting van de strijd rechtvaardigt. Bijvoorbeeld de aanval op een hulpkonvooi. Maar die vermaledijde Egyptenaren kiezen er juist vandaag voor hun kanonnen te laten zwijgen. 

Schrijnend gebrek

De keuze van de IDF voor een offensief tegen de Egyptenaren is logisch. De Egyptische vinger die langs de kust vanaf El Arisj in de Sinaï via de Gazastrook tot aan Asjdod Israël in steekt, is een permanente bedreiging. Hoewel de Egyptische aanval in juni is gestuit, staat het Arabische leger op nog geen twintig kilometer van Tel Aviv. Dat is een gevaar dat de Israëli’s zich niet kunnen veroorloven. Tegelijkertijd zijn de Egyptenaren oostelijk via Hebron tot Betlehem doorgedrongen en bedreigen zij dus ook nog steeds Jeruzalem. Bovendien houden zij zoals gezegd een reusachtige Joodse enclave in de noordelijke Negev omsingeld.

De IDF moet niet alleen tegen zijn vijanden vechten, maar ook tegen de klok

In die dreiging op drie fronten ligt ook de zwakte van het Egyptische leger. Er zijn – ondanks aanvulling met Saoedi’s, Soedanezen, Palestijnen en Moslimbroeders – simpelweg niet genoeg soldaten om zo’n breed front overal te verdedigen. Bovendien zijn de aanvoerlinies vanuit Egypte te lang, waardoor er een schrijnend gebrek aan munitie is voor de soldaten en hun artillerie. Op hulp van het befaamde Jordaanse Legioen hoeft niet gerekend te worden. Koning Abdullah heeft zijn doelen bereikt: bezetting van Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. De Jordaanse vorst lacht in zijn vuistje over de ramp die zijn Egyptische ambtsgenoot Faroek boven het hoofd hangt.

Net voordat het Israëlische hulpkonvooi zijn bestemming bereikt, besluit een Egyptische officier voor de vorm er toch maar een paar granaten op af te vuren. Tot grote opluchting van de Israëlische generaals: “We hadden ons excuus,” zou de pas 26-jarige Yitzhak Rabin, lid van de staf van de zuidelijke IDF-commandant Yigal Allon, later zeggen. Om de aanval belangrijker te laten lijken dan die in werkelijkheid is, blazen de Israëli’s zelf maar een vrachtwagen met munitie op. Zo lijkt de vurig gewenste casus belli tenminste nog wat. 

Niet zachtzinnig

De IDF gaat langs het hele zuidelijke front in de aanval en slaagt erin op verschillende plaatsen de Egyptische aanvoer- en communicatielijnen door te snijden. Israëlische vliegtuigen beheersen het luchtruim, al is de Egyptische luchtmacht even groot. De Israëli’s hebben nu eenmaal veel betere piloten in de lucht en mecaniciens op de grond. Daar doen de Egyptenaren het op sommige plaatsen beter, maar overal zijn de Israëli’s beter georganiseerd, beter uitgerust en beter gemotiveerd. Aan de Middellandse Zeekust moeten de Egyptenaren Isdud, nu Asjdod, prijsgeven en hun iets zuidelijker gelegen hoofdkwartier in Magdal, tegenwoordig een deel van Asjkelon, ontruimen. Op 5 november bereikt de Israëlische voorhoede de kibboets Jad Mordechai, waar de bewoners zich in mei zo heldhaftig tegen de Egyptische invasiemacht verzet hebben. 

De Negevbrigade van de IDF, eind 1948. Foto: Archief van de Palmach

De Arabische bevolking vlucht de Gazastrook in. De weinige Arabieren die in hun huizen durven te blijven, worden vaak zonder pardon door Israëlische soldaten verdreven. Datzelfde geldt voor de bewoners van een groot aantal dorpen in het noorden van de Negev, die anno 2023 niet meer bestaan. Zij worden door de IDF onder de voet gelopen als ook daar het Egyptische verzet ineenstort. Daarbij gaat het niet zachtzinnig toe: de Israëli’s vinden dat zij zich geen dorpen met vijandige bevolking in de rug kunnen permitteren. Op verschillende plaatsen blokkeren eenheden van vier Israëlische brigades de verbindingsweg tussen de kust en Hebron, waarmee zij de belegerde Negevenclave ontzetten en tegelijkertijd het Egyptische leger in twee volledig van elkaar geïsoleerde groepen verdelen: een aan de kust van Gaza, de ander ten zuiden van Jeruzalem in Samaria. 

‘Onze jongens zijn nog geen echte soldaten’

Dan zien we een fenomeen dat zich in elke Arabisch-Israëlische oorlog herhaalt: de IDF moet niet alleen tegen zijn vijanden op het slagveld vechten, maar ook tegen de klok. Steeds wanneer Israëli’s Arabieren verslaan, tikt de internationale gemeenschap op zijn horloge. Israël mag wel winnen, maar nooit te veel. Dat zal later in 1967 gebeuren, en opnieuw in 1973. Op dit moment zien we hetzelfde: geen enkel ander leger ter wereld moet niet alleen winnen, maar ook nog eens snel. Voordat het geduld van de internationale publieke opinie opraakt. De Israëli’s beseffen ook in 1948 dat zij slechts dagen de tijd hebben om hun doelen te bereiken. 

Commando-eenheid

Dus besluit Yigal Allon het erop te wagen. Terwijl de roep om een wapenstilstand – nooit hoorbaar als de IDF dreigt te verliezen – binnen de VN en elders groeit, stuurt Allon een colonne dwars door de woestijn en de snel ineenstortende Egyptische linies, helemaal naar Beër Sjeva. Een riskante onderneming, want als de IDF-troepen op serieus verzet stuiten, zal het niet gemakkelijk zijn hen van voedsel, water en vooral munitie te voorzien. Maar de meeste Egyptische soldaten hebben er genoeg van en bieden nauwelijks verzet. Op 21 oktober bestormen de Israëli’s Beër Sjeva en zij veroveren de stad bijna zonder verliezen. Als ook een slechts drie man sterke commando-eenheid – voorloper van de inmiddels befaamde Shayetet 13 van de Israëlische marine – het vlaggenschip van de Egyptische vloot tot zinken brengt, is het verzet gebroken. Dat de naar de koning zelf vernoemde Amir Farouk op de bodem van de Middellandse Zee ligt, getuigt van een nauwelijks te negeren symboliek.

Toch is Operatie Joab, genoemd naar de legerbevelhebber van koning David en naar een door de Egyptenaren gedode, populaire officier van de Palmach, geen volledig succes. Een poging Betlehem te veroveren en door te stoten naar Hebron, stuit op heftig Egyptisch verzet. Als de Egyptenaren uiteindelijk de aftocht blazen, worden hun posities niet ingenomen door de IDF, maar door troepen van het Jordaanse Legioen. Betlehem en Hebron zullen tot 1967 uit Israëlische handen blijven, want in 1948 heeft Ben-Goerion geen trek in nieuwe confrontaties met het gedisciplineerde, door Britse officieren geleide legioen. Daarvoor is de IDF nog niet sterk genoeg, constateert Israëls eerste minister-president: “Het is duidelijk dat we nog geen echte soldaten hebben. Onze jongens zijn voortreffelijk en zij zijn goede zionisten, maar nog geen soldaten.”

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Max 1000 tekens. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *