Activiste tegen wil en dank
Achtergrond

Activiste tegen wil en dank

Het waren de rellen in het aartsconservatieve Bet Sjemesj die Shoshanna Keats deden besluiten op de barricaden te gaan voor vrouwenrechten en de emancipatie van vrouwen in de meest orthodoxe gemeenschappen in Israël: “Het gaat om macht, om het afbakenen van territorium.”

Rivka Hellendall 22 mei 2022, 21:05
Activiste tegen wil en dank

Dit artikel verscheen eerder in NIW 5 – 5781 / 2020

Haar grootste ambitie was minister van Milieuzaken worden, maar het leven besliste anders. Shoshanna Keats-Jaskoll zag hoe vrouwen in haar stad Bet Sjemesj steeds meer door ultraorthodoxe charediem werden onderdrukt en ze besloot daartegen ten strijde te trekken. Het NIW sprak haar in Jeruzalem. Keats – kleurige sjaal om het hoofd, lange spijkerrok en lange mouwen – is geboren en getogen in Lakewood, New Jersey, maar woont al ruim vijftien jaar in Israël. Ze woont met haar man en vijf kinderen in Ramat Bet Sjemesj, zo’n dertig kilometer ten westen van Jeruzalem, al sinds jaar en dag een favoriete woonplaats van Engelstalige immigranten: de zogeheten anglos. Naast haar baan bij een marketingbureau zet zij zich vol vuur in voor haar organisatie Chochmat Nashim, waarmee zij de positie van religieuze vrouwen in Israël wil verbeteren. “Ik was helemaal niet bezig met vrouwenrechten en feminisme toen ik op alia ging. Ik was tweeëntwintig en net afgestudeerd. Mijn ouders vroegen mij wat ik van plan was in Israël te gaan doen en ik antwoordde dat ik minister van Milieuzaken wilde worden [het huidige ministerie van Milieubescherming, red.].”

Lachend: “Ik was hier nog maar een paar weken toen ik mijn man ontmoette. Vijf kinderen en een tijdelijke tussenstop van een paar jaar in de VS later, is er van dat ministerschap nooit iets gekomen. Wat ik inmiddels wel ben, is een product van mijn eigen milieu als religieuze vrouw in een steeds religieus-extremistischer wordend Israël. Tien jaar geleden verhuisde ik met mijn gezin naar Bet Sjemesj, een stad die steeds meer onder druk staat van religieus extremisme. Als ik er toentertijd voor had gekozen lekker rustig in het noorden te gaan wonen, was ik waarschijnlijk nooit in aanraking gekomen met de donkere kanten van dat orthodoxe extremisme. Dit is een stad waarin gezichten van vrouwen niet in charedipublicaties worden afgedrukt, omwille van de tsnioet, de fatsoensnormen. Een stad waarin het normaal is geworden dat mannen jonge meisjes vragen achter in de openbare bus plaats te nemen, zodat de heren ze niet hoeven aan te raken, of zelfs maar te zien. Ik heb van heel dichtbij meegemaakt hoe moeilijk het voor vrouwen kan zijn via het rabbinaat te scheiden. Een aantal jaren geleden heb ik mijn eigen tante bij talloze vergaderingen met het rabbinaat emotioneel bijgestaan. Zij was toen een agoena, een vrouw van wie de scheidingsakte door de man wordt geweigerd. Dat was vreselijk om te zien: ze heeft bij het hof gehuild, gebeden en gesmeekt om te worden vrijgelaten door de man die haar en haar kinderen in de steek had gelaten. Wat ze terugkreeg, waren smoesjes over ‘kwijtgeraakte’ documenten, gebroken beloften, en een schokkend gebrek aan empathie.”

Wat ze terugkreeg waren smoesjes, gebroken beloften en een schokkend gebrek aan empathie

Illegaal
Keats beschouwt dat als haar persoonlijke keerpunt, het moment waarop zij besloot zich in de strijd voor vrouwenrechten te werpen: “Nadat ik de misère van mijn tante had aangezien, kon ik me niet langer stilhouden. Ik begon een blog te schrijven over vrouwen als mijn tante. Agoenot dus, vrouwen die gevangen zitten in hun huwelijk. Hoe meer ik schreef, hoe meer onrecht op mijn pad kwam: over die weggepoetste vrouwen in religieuze kranten, over hoe kleine meisjes in mijn eigen stad worden bespuugd als ze zich niet exact volgens de extreme interpretatie van tsnioet kleden.”

Zo was er de zaak Na’ama Margolese, een Israëlisch meisje dat in 2011 door charediem werd bespuugd. Haar verhaal werd een internationale rel. Keats: “En zij bleek beslist geen uitzondering: meisjes en vrouwen worden dagelijks lastiggevallen in hun eigen buurten. Ramat Bet Sjemesj B is een gemengde ultra- en modern-orthodoxe nieuwbouwwijk. Er hangen posters waarin vrouwen worden gemaand zich aan de fatsoensnormen te houden. Die posters zijn volstrekt illegaal, maar tot nu toe heeft de gemeente niets ondernomen om ze te verbieden en de onrust die ze veroorzaken, de kop in te drukken. Ik was nooit van plan een voorvechtster voor vrouwenrechten in Israël te worden, maar door mijn kennis en achtergrond kan ik eenvoudigweg niet meer mijn mond houden. Ik ben een accidental activist.

Territorium
Als een van de weinige religieuze vrouwen spreekt Shoshanna Keats is zich fel uit tegen het religieuze establishment, en daarmee roept ze heftige reacties op. “Natuurlijk krijg ik verwijten. Hoe durf ik de vuile was buiten te hangen? Anderen zijn onverschillig. Neem bijvoorbeeld het gedoe om die posters. Ik krijg vaak de reactie: ‘Ach, laat ze toch, het zijn maar posters.’ Maar zo simpel is het helaas niet. Die posters zijn een symbool van macht, van het markeren van wat je ziet als jouw territorium. Door overal dat soort boodschappen op te hangen, zaai je ook op niet-religieuze plekken angst. In Ramat Bet Sjemesj B bijvoorbeeld bepaalt een zogeheten comité van zuiverheid wat in het openbaar precies gepubliceerd mag worden aan nieuws en reclame. Kranten en ondernemingen die zich hiertegen verzetten, worden door het comité en zijn achterban bedreigd en raken lezers kwijt.”

“Het is zo ver gekomen dat poliklinieken, die uiteraard voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn, geen foto’s van vrouwen meer durven af te drukken of op te hangen. Dit soort censuur heeft dramatische gevolgen voor de gezondheid van religieuze vrouwen. Er worden brochures over het controleren op borstkanker afgedrukt waarin geen sprake is van vrouwen, of zelfs van de woorden ‘borst’ of ‘kanker’. Hoe kun je op zo’n manier in hemelsnaam aandacht vragen voor een levensbedreigende ziekte? Het is bekend dat charedivrouwen gemiddeld veel vaker aan borstkanker overlijden, omdat hun eigen lichaam taboe is geworden. Praten over intieme zaken is gestigmatiseerd, waardoor vrouwen te laat hulp zoeken.”

Ruth Colian is voormalig lijsttrekker en oprichtster van Oe-Bizchoetan, de eerste Israëlische politieke partij die opkomt voor de belangen van charedivrouwen. Samen met haar voert Keats onder de vlag van Chochmat Nashim campagne om vrouwen te laten testen op borst- en baarmoederhalskanker. “We zetten posters, flyers en billboards in, die vrouwen in hun eigen woorden aansporen naar de dokter te gaan. Onze hotline heeft inmiddels honderden vrouwen te woord gestaan. De gezondheid van Joodse vrouwen is geen kwestie van ‘fatsoen’ of radicaal feminisme. Het is een kwestie van levens redden.”

Vromer geworden
Hoopt Shoshanna dat vrouwen in deze gemeenschappen zelf stappen zetten? Wat zouden zij zelf kunnen doen? “Veel van mijn tegenstanders zetten mij en mijn organisatie weg als radicaal, anticharedi, of ‘neporthodox’. Laat ik hier heel duidelijk over zijn: ik ben zelf uit volle overtuiging religieus. Ik ben zelfs vromer geworden dan mijn ouders in mijn tienertijd, hoe radicaal is dat? Juist omdat ik lid ben van de grotere religieuze gemeenschap, zie ik het als mijn plicht me uit te spreken tegen de huidige schadelijke ontwikkelingen die werkelijk niets met jodendom of de halacha te maken hebben.

De mensen die zeggen dat tegen een probleem als dat van de agoenot niet te vechten is, hebben ongelijk. Er kan zoveel worden gedaan, ook als je niet eens in de buurt komt van halacha. Echtscheidingszaken kunnen veel eerder door het Israëlische rabbinaat worden gehoord. De staat zou de afpersing die helaas vaak voorkomt bij het geven van een get expliciet moeten verbieden. Maar we zitten nu in een situatie waarin vrouwen gewoonweg niet gehoord worden. Onze behoeften komen op het tweede plan, die worden pas overwogen nadat rekening is gehouden met de trots van de man. Er wordt niet gevraagd naar de mening van vrouwen in politieke beslissingen die ons het meeste aangaan.

De gevolgen hiervan zijn desastreus, voor vrouwen en mannen. De extremistische gemeenschappen kapen mijn religie. Tot ik naar het ontspannen noorden verhuis, ben ik hier om me in te zetten tegen deze ontwikkelingen. Dit is niet mijn halacha en dit is niet mijn jodendom. Iedereen die zich achter mijn doelen kan scharen, nodig ik uit de echte waarden van het orthodoxe jodendom te waarborgen en te verdedigen.

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking