Opinie

Burgemeester in oorlogstijd

Frits Barend 24 april 2021, 09:55
Burgemeester in oorlogstijd

Het is wellicht een troost voor Abdelkader Benali dat hij als auteur niet alleen staat in zijn naar eigen zeggen humoristisch bedoelde opvatting over Joden. Na het recente overlijden van journalist Igor Cornelissen overviel mij een déjà vu. Vijftien jaar lang, van 1971 tot eind 1986, waren we collega’s bij het opinieweekblad Vrij Nederland. Mede omdat Cornelissen als afkickende trotskist weinig affiniteit toonde met de ideeën over aanvallend voetbal van Johan Cruijff of combines in wielerklassiekers waarmee Henk van Dorp en ik de pagina’s van het linkse weekblad wekelijks vulden, hadden we niet veel contact. Tot die gedenkwaardige woensdag in 1981, waarover John Jansen van Galen 35 jaar later in zijn boek over VN het volgende optekende: “Vrij Nederland heeft, schrijft Martin van Amerongen in een brief aan de redactie, de veertigste verjaardag van de Februaristaking, waarbij op 25 februari 1941 de Amsterdamse bevolking in verzet kwam tegen de Jodenvervolging, op ‘ongewone’ wijze gevierd: op die dag breekt een conflict uit omdat een redacteur zich aan antisemitisme zou bezondigen. Bij VN nota bene, de voormalige verzetskrant.”

Spoedoverleg
Die dag, veertig jaar geleden, had de betreffende redacteur zich na de wekelijkse redactievergadering in stamcafé De Engelbewaarder beklaagd over drie Joodse redacteuren die de dienst uitmaakten op de redactie en door haar letterlijk de ‘Joodse lobby’ werden genoemd. Die lobby zou bestaan uit Igor Cornelissen, Martin van Amerongen en ondergetekende. “Iemand die zegt dat de joden (bij VN) de macht hebben, dat kan toch niet? Dan laat een VN-redacteur zich volkomen antisemitisch uit, in een door dronkenschap opgeroepen alledaags antisemitisme,” stelde oud-redacteur Gerard Mulder.

Tot die bewuste woensdag wisten wij drieën nauwelijks van elkaars Joodse achtergrond en we hadden gelachen om die ‘lobby’ als de associatie met de Protocollen van Zion en andere uitwassen van antisemitisme niet zo voor de hand had gelegen. Van Amerongen kon zijn emoties nauwelijks bedwingen toen hij me kort daarop uitnodigde voor spoedoverleg bij hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse thuis. Ferdinandusse zegde ons drieën in dat gesprek toe in de volgende redactievergadering aan te sturen op passende maatregelen.

Maar wat gebeurde? Een meerderheid van de redactie had andere belangen dan een unanieme veroordeling en weigerde zich te distantiëren van de verdachtmaking tegen de drie Joodse collegae. De redactie van het voorheen zo progressieve weekblad ontpopte zich als een wespennest van belangengroepjes.

Boegbeeld Van Amerongen, die in al zijn poriën Vrij Nederland uitademde, kon de treife sfeer op de redactie niet langer verdragen en nam als eerste lid van de ‘Joodse lobby’ in 1984 afscheid. Na twintig jaar trouwe dienst verliet hij via een achterdeur de burelen. Inmiddels hadden redacteuren die solidair waren met ons driemanschap met een zekere regelmaat anonieme brieven ontvangen. Een van hen was Cornelissen die in 1998 constateerde dat “veel meer redactieleden anonieme, licht dreigende briefjes hadden ontvangen met een seksuele ondertoon. Allemaal bevatten ze een soort waarschuwing: ik weet iets van je. Historisch onderzoek leerde dat ik de eerste was die ooit zo’n zending had gekregen.”

Onthulling
Redacteur Frits Abrahams (niet-Joods), die ook anonieme brieven had ontvangen, onthulde in 1986 in de redactievergadering dat de afzender niemand minder was dan hoofdredacteur Ferdinandusse, waarmee hij de sfeer van onderling wantrouwen niet beter had kunnen blootleggen. Een meerderheid van de redactie van het ooit alles onthullende weekblad wilde die onthulling echter onder de pet houden, waarna Abrahams diezelfde dag ontslag nam. Enige dagen later vertrokken ook Van Dorp en ik bij VN.

Het is me nog altijd een raadsel hoe Cornelissen het tot zijn pensioengerechtigde leeftijd in 1997 heeft volgehouden bij het blad. In Raamgracht 4, zijn relaas over zijn VN-carrière, beschreef hij zijn gevoel met de alleszeggende zin: “Ik voelde me soms als een burgemeester in oorlogstijd”. Zoals veel kinderen met een Joodse ouder toonde hij op latere leeftijd steeds meer interesse in zijn Joodse wortels. Moge zijn ziel opgenomen worden in de bundel van het eeuwige leven.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *