Achtergrond

De gespleten jaren tachtig

De Joodse staat begon het nieuwe decennium zelfverzekerd en met hoop op een blijvende vrede na de Camp Davidakkoorden. Maar de oorlog in Libanon en een voor Israël nieuw type strijd, de intifada, maakten van de jaren tachtig vooral de tijd waarin de wereldopinie omsloeg.

Bart Schut 02 mei 2022, 09:00
De gespleten jaren tachtig

In zeven afleveringen beschouwt het NIW de weg die Israël aflegde in zeven woelige decennia, van de pioniersstaat in de jaren vijftig tot de wereldmacht van nu. De serie werd mogelijk gemaakt door Maror. Dit artikel verscheen eerder in NIW 41 5780/2020.

Het is in 1980 nog wat wennen voor de Israëli’s, maar het is echt vrede met Egypte. De Camp Davidakkoorden zijn getekend, premier Menachem Begin en president Anwar Sadat hebben hun Nobelprijzen opgehaald en in de eerste maanden van de jaren tachtig worden formele diplomatieke betrekkingen aangeknoopt. Egypte stuurt een ambassadeur naar Tel Aviv, Israël stuurt een ambassadeur naar Caïro. Sadats voorganger Gamal Abdel Nasser ligt te tollen in zijn graf en de Egyptische Moslimbroederschap met al haar terroristische vertakkingen zint op wraak.

Een nieuw decennium, een nieuwe munt, lijkt het devies in Jeruzalem. De lira, de Israëlische pond, wordt op 24 februari 1980 vervangen door een nieuw betaalmiddel. De sjekel, genoemd naar een munt uit de oudheid, wordt gedeeld in honderd agorot. De munt is bijzonder inclusief met Hebreeuwse, Latijnse en Arabische letters. Op de bankbiljetten van 1, 5, 10, 50 en 100 sjekel zijn respectievelijk Moses Montefiore, Chaim Weizmann, Theodor Herzl, David Ben Goerion en Zeëv Jabotinski afgebeeld, met op de keerzijde vijf poorten van Jeruzalem. Als al na een paar jaar inflatie en zelfs hyperinflatie toeslaan, worden biljetten van 500 (Edmond James de Rothschild), 1000 (Maimonides), 5000 (Levi Eshkol) en 10.000 (Golda Meïr) sjekel gedrukt.

De nieuwe sjekel is bijzonder inclusief met Hebreeuwse, Latijnse en Arabische letters

De Joodse staat is zelfverzekerder dan ooit: op 30 juli neemt de Knesset de Jeruzalemwet aan. Het eerste artikel van de korte ‘basiswet’, vergelijkbaar met de grondwet in andere landen, luidt: “Jeruzalem, volledig en verenigd, is de hoofdstad van Israël.” De facto betekent het de annexatie van Oost-Jeruzalem, al wordt dat woord nergens gebruikt. De rest van de wereld wijst de Jeruzalemwet van de hand. De Veiligheidsraad van de VN neemt met 14 stemmen vóór en één onthouding (de VS) een resolutie aan die de beslissing ongeldig verklaart, maar de tijden dat de Joden zich in hun eigen staat door buitenlanders – letterlijk – de wet laten voorschrijven, zijn voorbij. Dat blijkt opnieuw als Israël een jaar later ook de Golan-hoogvlakte annexeert.

Palestijnse terroristen hebben lak aan het Israëlische zelfvertrouwen en optimisme aan het begin van de jaren tachtig en zetten hun bloedige tradities voort. Vijf leden van het door Irak gesteunde Arabische Bevrijdingsfront vallen vanuit Libanon de kinderopvang van de kibboets Misgav Am aan, in het uiterste noorden van Israël. De terroristen vermoorden de secretaresse en een peuter en gijzelen verschillende baby’s. Een eerste bevrijdingspoging door de Golani Brigade mislukt, maar als de commando’s van Sajaret Matkal – dezelfde eenheid die in 1976 de succesvolle reddingsoperatie in Entebbe uitvoerde – ten tonele verschijnen, is de klus snel geklaard. Alle Palestijnse terroristen worden gedood en de kinderen ongedeerd bevrijd.

Israël slaat terug. Menachem Begin heeft de operatie Toorn van God, de jacht op de verantwoordelijken van het bloedbad tijdens de Olympische Spelen in München in 1972, nieuw leven ingeblazen. Die door Golda Meïr begonnen vergeldingsactie was na een ‘vergismoord’ in Noorwegen stilgelegd. De Mossad krijgt Mohammad Daoud Oudeh, het meesterbrein achter ‘München’, te pakken in Wenen. Maar Oudeh overleeft de vijf kogels waarmee de agent hem doorzeeft en leeft in Damascus van zijn Palestijnse terreurpensioen tot zijn dood in 2010.

De Israëlische luchtmacht heeft meer succes. Als Jeruzalem erachter komt dat de Iraakse dictator Saddam Hoessein in de nucleaire centrale in Osirak aan een kernwapenprogramma werkt, vliegen acht met bommen beladen Israëlische F-16’s over Jordanië en Saoedi-Arabië naar de kerncentrale bij Bagdad. De piloten spreken over de radio Arabisch met elkaar, met een Saoedisch accent zelfs, en blijven daardoor onopgemerkt. Binnen twee minuten is de centrale met de grond gelijk gemaakt, alle Israëlische piloten keren ongedeerd terug. De wereld schreeuwt opnieuw moord en brand, maar Saddams programma is onherstelbaar geraakt. Als de internationale gemeenschap er langzaam maar zeker achter komt wie Saddam echt is, verstomt de kritiek. Na het enorme succes van ‘Operatie Opera’ is het niet verwonderlijk dat premier Menachem Begin op 30 juni de verkiezingen wint, al doen de socialisten het onder Shimon Peres ook goed. Begins Likoed weet met behulp van de religieuze partijen Peres buiten de regering te houden.

Als de kruitdampen zijn opgetrokken, ligt Sadat dodelijk gewond tussen de slachtoffers

Israël, het Midden-Oosten en de wereld worden opgeschrikt als op 6 oktober Egyptische soldaten tijdens een parade uit hun truck springen en het vuur openen op de tribune vol politici, hoge militairen en diplomaten. Als de kruitdampen zijn opgetrokken, ligt president Anwar Sadat dodelijk gewond tussen de slachtoffers. De Egyptische Islamitische Jihad, een terroristische afsplitsing van de Moslimbroederschap en voorloper van Al Qaida, heeft Sadat nooit vergeven dat hij vrede met de gehate Joden sloot. Israël houdt de adem in, maar is opgelucht als Sadats opvolger Hosni Moebarak de vredeskoers van zijn illustere voorganger voortzet. De tijden van strijd tussen de Egyptische en Joodse staat lijken definitief voorbij.

Moshe Dayan

Een icoon van die strijd sterft slechts tien dagen na Sadat: op 16 oktober overlijdt Moshe Dayan onverwachts aan een hartaanval, hij is slechts 66 geworden. De gelauwerde oorlogsheld, stafchef, minister van Defensie én van Buitenlandse Zaken was niet bij iedereen even populair. Briljant, charismatisch, maar ook wispelturig en cynisch, was hij de ultieme seculiere sabra. Toen hij na de verovering van Oost-Jeruzalem op de Tempelberg een groep rabbijnen zag, riep hij uit: “Wat is dit, het Vaticaan?” Dayan was een schuinsmarcheerder en een vrek, volgens sommigen zelfs een dief. Toen medegeneraal en archeoloog Yigael Yadin werd gevraagd naar de diefstal van belangrijke artefacten bij zijn opgravingen, antwoordde hij: “Ik ga niet zeggen wie het gedaan heeft, maar als ik hem te pakken krijg, steek ik hem zijn andere oog uit.” Toch zal Moshe Dayan terecht altijd herinnerd worden als de man die Jeruzalem voorgoed herenigde.

De romance tussen Israël en het Eurovisie Songfestival duurt ook in de jaren tachtig voort, zij het met iets minder succes dan in het decennium ervoor, toen tweemaal op rij werd gewonnen. In 1982 behaalt Avi Toledano met zijn Hora een verdienstelijke tweede plaats achter het mierzoete Ein bißchen Frieden van de Duitse Nicole. Een jaar later komt de internationaal nog onbekende Ofra Haza slechts zes punten tekort voor winst met haar Chai.

Een IDF-soldaat deelt fruit uit aan Libanese kinderen in Sidon, 30 juni 1982 foto: GPO

In april 1982 leidt de ontruiming van de Israëlische nederzetting Yamit in het noorden van de Sinaï tot grote onrust in Israël. Een deel van de bewoners verzet zich en moet met zachte hand door het leger verwijderd worden. Toch is de ontruiming van groot belang: teruggave van de Sinaï is een voorwaarde voor vreedzame betrekkingen met Egypte. Het principe van land voor vrede is geboren en de overgrote meerderheid van het Israëlische volk steunt het. Tegelijkertijd laat de Joodse staat zien zich niet overal met zoveel gemak te zullen terugtrekken: op de Westelijke Jordaanoever wordt de Universiteit van Ariël gesticht. Nu volgen meer dan 15 duizend Israëlische studenten daar een opleiding.

Israël heeft in elk decennium van zijn bestaan een oorlog gevoerd – of moeten voeren – en de jaren tachtig zijn hierop geen uitzondering. Na herhaalde Palestijnse aanvallen vanuit Zuid-Libanon valt de IDF het noordelijke buurland binnen. Het doel: de PLO uit Libanon verdrijven, de christelijke milities in dat land bijstaan in de burgeroorlog die er al sinds 1975 woedt, en de Syrische invloed in die oorlog verkleinen. De invasie van Libanon, door Israël ‘Operatie Vrede voor Galilea’ gedoopt, begint op 6 juni 1982. Zoals te verwachten valt, snijdt de IDF door het land als een warm mes door boter. De PLO is misschien effectief tegen ongewapende burgers, tegen de gloednieuwe Merkavatanks op de grond en F16’s en Cobra-gevechtshelikopters in de lucht is geen kruid gewassen. Ook geen Syrisch, al verrast het leger van dictator Hafez al-Assad de Israëlische 90e divisie in de Bekaavallei, met een van de bloedigste slagen in de geschiedenis van de IDF tot gevolg.

Israëlische tankeenheden trekken zich terug uit Libanon, 1985

Het principe van land voor vrede is geboren en het Israëlische volk steunt het

Al op 11 juni bereikt de IDF Beiroet en snijdt de hoofdmacht van de PLO af in de Libanese hoofdstad. Drie dagen later is de omsingeling voltooid en zitten de terroristen als ratten in de val. In augustus en september verlaten 14 duizend PLO’ers Libanon. De missie is geslaagd, maar de ergste verliezen moeten nog komen. Op 16 september richten christelijke militieleden een onvoorstelbaar bloedbad aan – de schattingen lopen van honderden tot duizenden slachtoffers – aan in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Beiroet. Hoewel er geen IDF-soldaten bij betrokken zijn, richt veel van de woede zich op Israël. Had de IDF de massamoord moeten voorkomen? De kampen lagen in door het Israëlische leger bezet gebied en de moordenaars zijn bondgenoten. In Israël zien velen dat zo, voor het eerst wordt in de Joodse staat massaal gedemonstreerd tegen oorlog. Een onderzoekscommissie concludeert dat Ariel Sharon persoonlijk verantwoordelijkheid draagt voor het bloedbad. Sharon treedt af als minister van Defensie, maar blijft aan als minister zonder portefeuille.

De PLO mag verslagen zijn, maar Israël heeft er een nieuwe, minstens zo dodelijke vijand bij: Hezbollah, de sjiitisch-Libanese ‘Partij van God’. Op 11 november rijdt een jong lid van deze terreurbeweging zijn met explosieven volgepakte Peugeot het IDF-hoofdkwartier in Tyrus in. 75 Israëlische soldaten en inlichtingenagenten komen om. Bijna exact een jaar later, op 4 november 1983, vindt een vrijwel identieke aanslag plaats op een andere Israëlische basis in Tyrus. Ditmaal vinden 28 Israëli’s (en 40 Libanezen) de dood. In 1985 trekt Israël trekt zich terug tot een bufferzone in het uiterste zuiden van Libanon. De IDF verlaat dat gebied uiteindelijk pas in 2000.

1983 is een jaar van politieke veranderingen. Chaim Herzog wordt door de Knesset gekozen als opvolger van Yitzhak Navon en zesde president van Israël. Belangrijker is dat Menachem Begin, bijna veertig jaar het gezicht van rechts Israël, er in oktober de brui aangeeft. Hij heeft alles bereikt: het premierschap, vrede met Egypte. Toch wordt hij sinds de dood van zijn vrouw Aliza, een jaar eerder, geplaagd door depressie. Hij draagt het stokje over aan Yitzhak Shamir.

De inmiddels meer dan vier miljoen Israëli’s helpen een jaar later Shimon Peres aan een linkse overwinning op Likoed bij de verkiezingen. De rest van het politieke landschap is zo versplinterd dat de kemphanen Peres en Shamir tot elkaar veroordeeld zijn. Peres zal de eerste twee jaar van de vierjarige regeringsperiode het premierschap op zich nemen, waarna Shamir hem zal aflossen voor de laatste twee. Klinkt bekend? Benjamin Netanyahu en Benny Gantz hebben nu praktisch dezelfde afspraak.

Zelfs in Israël is niet alles politiek. De film MeAhorei HaSoragiem, internationaal uitgebracht als Beyond the walls wordt in 1984 genomineerd voor de Oscar voor beste buitenlandse film, een enorm succes voor de Israëlische filmindustrie. Minder cultureel verantwoord is de in binnenen buitenland populaire serie comedy’s Eskimo Limon met veel bloot en platte grappen. Sport is ook cultuur, maar daarin wil de Joodse staat maar niet uitblinken. De Olympische Spelen van 1980 worden door Israël geboycot, maar in 1984 in Los Angeles worden – ondanks de afwezigheid van bijna het gehele Oostblok – weer geen medailles behaald. Ook vier jaar later in Seoel komen de Israëlische atleten thuis met de hatelijke nulscore: geen goud, zilver of brons.

Beyond the Walls, filmposter

Als de burgeroorlog in Ethiopië een hongersnood van Bijbelse proporties veroorzaakt, is de Israëlische reactie navenant: in de laatste weken van 1984 en de eerste van 1985 haalt de IDF achtduizend Ethiopische Joden weg uit het land. Terwijl in de VS en West-Europa jongeren denken dat zij ‘de wereld zijn’ door naar popconcerten te gaan en te vragen of Ethiopiërs wel ‘weten of het Kerstmis is’, brengen hun Israëlische leeftijdsgenoten tijdens Operatie Moses bijna de gehele Beta Israël in veiligheid. Althans, relatieve veiligheid, want in 1985 laait de Palestijnse terreur weer op. Overal. Op de luchthaven van Wenen openen Aboe Nidals terroristen het vuur bij de balie van El Al: 18 Israëli’s sterven. Het Palestijnse Bevrijdingsfront kaapt het cruiseschip de Achille Lauro. Als ontdekt wordt dat de aan zijn rolstoel gekluisterde Amerikaan Leon Klinghoffer Joods is, schieten de terroristen hem dood en gooien zij zijn lichaam overboord.

Een bankencrisis in 1983 heeft de Israëlische economie zwaar getroffen, dus komt de regering twee jaar later met een economisch stabilisatiepact. Om de hyperinflatie te bestrijden, wordt de nieuwe sjekel ingevoerd, die duizendmaal zoveel waard is als de oude. Maimonides siert het nieuwe 1 sjekelbiljet; de filosoof verliest drie nullen, verder blijft zijn biljet exact hetzelfde.

Niet alles is kommer en kwel in 1985, al moeten de Israëli’s een paar decennia wachten om dat te beseffen. Het blijkt achteraf een erg mooi jaar voor de liefhebbers van vrouwelijk schoon. Binnen enkele weken worden de twee beroemdste Israëlische schoonheden van dit moment geboren: Hollywoodsuperster Gal Gadot (30 april) en topmodel Bar Refaeli (5 juni). Mazzel tov!

Op 11 februari 1986 wordt de Joods-Russische mensenrechtenactivist Nathan Sharansky vrijgelaten door de Sovjetautoriteiten, na negen jaar in gevangenissen en Siberische werkkampen te hebben doorgebracht. Hij wordt geruild tegen vier in het Westen gearresteerde communistische spionnen. Sharansky reist onmiddellijk na zijn vrijlating naar Israël, waar hij als held wordt ontvangen. Hij zal het in de Joodse staat schoppen tot Knessetlid, minister en voorzitter van de Jewish Agency.

Nathan Sharansky wordt op de luchthaven Ben-Goerion opgewacht door zijn vrouw Avital en Ariel Sharon

Van vervolging naar vrijheid: Mordechai Vanunu bewandelt de omgekeerde weg. Als de kernwetenschapper in 1986 besluit de Britse pers te vertellen over het geheime Israëlische kernwapenprogramma, lokt de Mossad hem naar Italië. Daar wordt Vanunu overmeesterd, verdoofd en naar Israël gevlogen. Een jaar later staat hij voor de rechter wegens landverraad en spionage. Achter gesloten deuren is de rechtbank onverbiddelijk. Op 28 maart 1988 wordt Vanunu veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf. Hij zal ze alle achttien uitzitten, waarvan meer dan de helft in eenzame opsluiting. Het kwaad is dan allang geschied, de Sunday Times publiceert dat Israël over meer dan honderd kernwapens beschikt.

Vanunu’s proces is niet het meest spraakmakende van die jaren, die twijfelachtige eer is voorbehouden aan een fabrieksarbeider uit Seven Hills, Ohio. John Demjanjuk wordt al in 1977 ervan beschuldigd ‘Ivan de Verschrikkelijke’ te zijn, de kampbeul in Treblinka. Hij wordt in 1986 uitgeleverd aan Israël om daar terecht te staan. De Israëlische aanklager wil van de zaak een herhaling van het Eichmannproces maken om nationaal en internationaal de aandacht voor de Shoa niet te laten verslappen. Het Demjanjukproces wordt het eerste in de Israëlische geschiedenis dat live op televisie wordt uitgezonden. Toch is er meer reden voor twijfel aan zijn schuld dan het geval was bij Adolf Eichmann. Daarbij gaat het vooral om Demjanjuks identiteit. Hij houdt bij hoog en laag vol niet Ivan de Verschrikkelijke uit Treblinka te zijn. De Nederlandse hoogleraar Willem Albert Wagenaar wijst tijdens de zitting op de onbetrouwbaarheid van ooggetuigenverklaringen na zoveel jaar, maar het bewijs van die getuigen in de rechtszaal lijkt overweldigend. Op 18 april 1988 wordt Demjanjuk ‘zonder aarzeling en met volledige overtuiging’ schuldig bevonden en een week later ter dood veroordeeld. In zijn cel wacht de in Oekraïne geboren oorlogsmisdadiger zijn hoger beroep af, waar hij kan horen hoe buiten zijn galg gebouwd wordt.

John Demjanjuk op weg naar de rechtbank in Jeruzalem

De laatste drie jaar van de jaren tachtig in Israël staan in het teken van een nieuw soort strijd, die niet gemakkelijk met tanks en helikopters gewonnen kan worden. De intifada (‘de opstand’ of ‘opschudding’ in het Arabisch) begint met een ongeluk. De vlam slaat in de pan als op 9 december 1987 in de Gazastrook een Israëlisch militair voertuig in botsing komt met een auto vol Palestijnse burgers, van wie er vier om het leven komen. In het nabijgelegen vluchtelingenkamp gooien Palestijnse jongeren stenen naar IDF-soldaten. Die actie verspreidt zich razendsnel over de hele Gazastrook en slaat over op de Westelijke Jordaanoever. Israël antwoordt met traangas en rubberkogels, maar ook met scherpe munitie.

Foto: Flash90

Het misschien wel belangrijkste incident van de intifada wordt op film vastgelegd en heeft een enorme invloed op de beeldvorming van het Israëlisch-Palestijnse conflict in de internationale gemeenschap. Een Amerikaanse cameraploeg filmt hoe Israëlische soldaten de armen van twee gearresteerde Palestijnse jongeren breken. De straffen voor de militairen staan in schril contrast met het harde Israëlische optreden tegen de relschoppers: maximaal 21 dagen cel. Achteraf bezien is het een klein incident in een zee van wederzijds geweld, maar als er een moment is aan te wijzen waarop de publieke opinie in met name West-Europa omslaat, is het die 25e februari 1988. In totaal komen in de meer dan vijf jaar dat de Eerste Intifada duurt 277 Israëli’s en bijna tweeduizend Palestijnen om het leven (een vijfde van dat laatste getal gedood door andere Palestijnen).

Videobeeld van IDF-soldaten die de armen van Palestijnse gevangenen breken

Paradoxaal genoeg kiest Jasser Arafat juist deze periode uit om Israëls bestaansrecht te erkennen. Geen ‘van de rivier tot de zee’ meer, laat de PLO-leider in december 1988 weten. Verbaal zweert hij elke vorm van terrorisme af. Maar de PLO en zijn terroristische afsplitsingen met hun bijna identieke namen zijn niet langer Israëls enige Palestijnse vijand. Er is een nieuwe terreurbeweging bijgekomen die vooral onder de militante jongeren die de intifada dragen snel aan invloed wint: Hamas, de paramilitaire vleugel van de Palestijnse Moslimbroederschap. Op 14 mei 1989 arresteren de Israëlische autoriteiten sjeik Ahmed Yassin, de geestelijk leider van Hamas. Hij wordt tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

De terrorist overleeft, dus technisch is het geen zelfmoordaanslag

Israëli’s die denken dat daarmee de kop van de slang is afgehakt, komen bedrogen uit. Op 6 juli 1989 grijpt een Palestijnse passagier het stuur van bus 405 tussen Tel Aviv en Jeruzalem en rijdt de bus een ravijn in. Zestien burgers komen om het leven. De terrorist, een lid van Hamas-bondgenoot Palestijnse Islamitische Jihad, overleeft, waardoor technisch niet gesproken kan worden van een zelfmoordaanslag. In het decennium dat zes maanden later begint, kan dat helaas maar al te vaak wel.

Leven en dood in de jaren tachtig

Gestorven:
Hannah Rovina (1982-1980) – De grande dame van het Hebreeuwse theater emigreerde in 1928 samen met andere leden van het vooraanstaande Habima-theater van Wit-Rusland naar Palestina. In 1957 ontving zij de Israëlprijs.
Yigal Allon (1918-1980) – Bevelhebber van de Palmach, de elite-eenheid van de Hagana tijdens Israëls onafhankelijkheidsoorlog. Later Knessetlid, minister en (enkele weken lang) premier.
Yitzhak Zuckerman (1915-1981) – Een van de leiders van de Gettoopstand in Warschau in 1943 en later getuige tijdens het proces tegen Adolf Eichmann.
Yigaël Yadin (1917-1984) – Stafchef van de IDF, vicepremier en leidinggevend archeoloog bij opgravingen in de grotten van Qumran en de woestijn van Judea, in Masada en in Megiddo.
Abba Kovner (1918-1987) – Verzetsstrijder tegen de nazi’s en een van de grootste dichters van de Joodse staat (Israëlprijs 1970).

Geboren:
Linor Abargil (17 februari 1980) – Miss World 1998. Slechts weken voor haar uitverkiezing werd zij verkracht en neergestoken in Milaan. Sindsdien werkt Abargil als activiste tegen seksueel geweld.
Yossi Benayoun (5 mei 1980) – Profvoetballer bij onder meer Racing Santander, West Ham United, Liverpool, Chelsea en Arsenal. Met 102 wedstrijden voor de nationale ploeg is de ‘Diamant van Dimona’ de Israëlische speler met de meeste interlands op zijn naam.
Natalie Portman (9 juni 1981) – De als Neta-Lee Hershlag geboren actrice is een superster sinds zij op twaalfjarige leeftijd in Léon schitterde. Portman won een Oscar voor haar rol in Black swan en nominaties voor Closer en Jackie.

Natalie Portman

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *