Achtergrond

De Joodse stam van Zuid-Afrika

De geschiedenis van de Joden in Zuid-Afrika is kort maar uiterst succesvol. Nu pakken er dreigende wolken samen boven de kehilot van dat andere ‘Beloofde Land’.

Bart Schut 24 september 2021, 12:58
De Joodse stam van Zuid-Afrika

Dit artikel verscheen eerder in NIW 44, 5780/2019

Apartheidsstaat’. De tegenstanders van Israël nemen het woord grif en gretig in de mond bij hun pogingen de Joodse staat te demoniseren. De vergelijking is bespottelijk, verwerpelijk – historisch, politiek en moreel – en volgens de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance zelfs antisemitisch, maar dat weerhoudt Israëls vijanden er niet van haar ad nauseam te gebruiken. Je zou bijna vergeten dat apartheid ooit echt een politiek systeem was, dat er echt een land was dat racisme tot aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw als staatsbestel hanteerde. In dat land leefde toen, en leeft nu nog, een belangrijke Joodse minderheid, een groep die zich nu – 25 jaar na de val van het apartheidssysteem – afvraagt of er nog wel een toekomst voor haar is in Zuid-Afrika, dat andere Beloofde Land.

De geschiedenis van de Zuid-Afrikaanse Joden is jong in vergelijking met veel andere kehilot in de diaspora. Als we even afzien van de bewering dat het Lembavolk in Zimbabwe en noordelijk Zuid-Afrika afstamt van Joodse voorvaderen (zie pagina 24), kwamen de eerste Joden op zijn vroegst mee met de Nederlanders die volgden in de voetsporen van Jan van Riebeeck, stichter van de Kaapkolonie in 1652. Tot ca. 1800 migreerden slechts weinig Joden vanuit Europa naar wat nu Zuid-Afrika is. In de negentiende eeuw begon hun aantal en hun invloed te groeien, al was dat vooral in het inmiddels door de Britten overgenomen kustgebied van de Kaapkolonie. Slechts weinig Joden volgden de Nederlandstalige ‘Boeren’ bij hun trek naar het binnenland.

De Joodse invloed was vooral economisch, met politiek bemoeiden zij zich weinig, ook omdat verschillende wettelijke regelingen hen zoveel mogelijk buiten het bestuur van de kolonie probeerden te houden. Een opvallende en belangrijke uitzondering was Saul Solomon. Geboren in 1817 op St. Helena – het eiland in de Atlantische Oceaan dat vooral berucht is vanwege het ballingschap van Napoleon – stortte Solomon zich vol overgave op de politiek van de Kaapkolonie. Vanaf de opening van het Kaapse parlement in 1854 tot zijn pensionering in 1883 was Solomon afgevaardigde voor Kaapstad. Hij verzette zich tegen de militaire expansiedrift van de Britten, die zou leiden tot de Zoeloe-oorlog (1879) en de Boerenoorlogen. Zo invloedrijk was Solomon, dat hij als leider van de Liberale Partij gevraagd werd premier te worden – wat hij weigerde – en de bijnaam ‘de Kaapse Disraeli’ kreeg, naar de eerste Joodse premier van het Verenigd Koninkrijk. Zijn standpunten waren liberaal en progressief, zeker voor de negentiende eeuw, waarmee hij een voortrekker werd voor latere Zuid-Afrikaanse Joden.

Jan van Riebeecks aankomst aan de Kaap in 1652, vereeuwigd door de negentiendeeeuwse
schilder Charles Davidson Bell

Bittereinders
Joden speelden een bescheiden rol tijdens de (Tweede) Boerenoorlog (1899-1902). Aan Britse zijde streden zo’n 3000 soldaten van Joodse afkomst, aan de kant van de Boeren ongeveer een tiende van dat aantal. Aan Boerenzijde vochten enkelen door ook nadat hun zaak verloren was, de zogenaamde Bittereinders, anderen werden gevangen genomen en kwamen in Britse concentratiekampen terecht – een onheilspellende vooruitblik op wat hun geloofsgenoten enkele decennia later in Europa te wachten zou staan.

De ontdekking van enorme hoeveelheden goud en diamanten in het Zuid-Afrikaanse achterland leidde tot een explosieve groei van de Joodse bevolking. Tussen 1886 en het begin van de Eerste Wereldoorlog vertienvoudigde zij naar zo’n 40.000 – velen van hen waren afkomstig uit Litouwen. Tot in de kleinste dorpjes ontstonden kehilot, wat nu nog te zien is aan de haast ontelbare, kleine (voormalige) synagogen in het hele land. Zuid-Afrika werd formeel onafhankelijk in 1909, in de praktijk maakte de republiek zich in 1934 volledig los van het Verenigd Koninkrijk. Ondanks sterke anti-Britse elementen onder de ‘Boeren’-meerderheid vocht de jonge staat aan de zijde van de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dat was zeker niet onomstreden. In de jaren dertig was sympathie voor nazi-Duitsland wijdverbreid. Fascistische organisaties als de Gryshemde en de Ossewabrandwag waren in navolging van hun nationaalsocialistische Duitse voorbeelden openlijk antisemitisch. Meer dan zesduizend Duitse Joden vluchtten naar Zuid-Afrika, maar de regering maakte in 1937 een einde aan deze stroom. Na de oorlog maakten de pro-Duitse Boeren een opmerkelijke draai; de vanaf 1948 regerende Nasionale Party zwoer haar antisemitisme af. Zuid-Afrika stemde in 1947 voor het VN-verdelingsplan voor Palestina dat de stichting van de staat Israël mogelijk maakte. In 1953 was premier D.F. Malan de eerste regeringsleider die een – officieus – bezoek bracht aan de jonge Joodse staat.

Gedenkbord op het huis van Ruth First en Joe Slovo in
Camden Town, Londen

Kwetsbaar
De na de oorlog snel groeiende Joodse gemeenschap in Zuid-Afrika zat in een lastige positie toen in 1948 apartheid het officiële politieke systeem van de republiek werd. Aan de ene kant genoten zij als ‘blanken’ de voorrechten die apartheid hen bood, maar tegelijkertijd voelden veel Joden zich daar bijzonder ongemakkelijk bij. Velen waren voor de nazi’s gevlucht, anderen hadden de Holocaust overleefd, en ook de grote groep Litouwse Joden herinnerde zich maar al te goed de effecten van rassenpolitiek. Logischerwijze identificeerden zij zich met de onderdrukte zwarten, en de meeste Joden beseften hoe kwetsbaar hun situatie was in een land waar slechts een paar jaar eerder nazisympathieën schering en inslag waren onder de blanke bevolking in het algemeen en onder de nieuwe politieke machthebbers in het bijzonder. Daarnaast viel het pro-Israëlbeleid van de regering in de smaak bij de over het algemeen fel-zionistische kehilla.

Met name na de Jom Kipoeroorlog (1973) onderhielden Zuid-Afrika en Israël innige banden. De overeenkomsten lagen voor de hand: beide landen waren omringd door een zee van vijandige naties en konden in hun isolement het zich niet veroorloven al te kieskeurig te zijn in hun vriendschappen. Er was nog een niet onbelangrijke parallel. Zowel de blanken in Zuid-Afrika als de Joden in Israël leefden in wat zij beschouwden als het beloofde land. Beide volken hadden dat land met bloed veroverd en verdedigd, beide hadden een opmerkelijk economisch succes verworven en beide hadden religieuze gronden waarop zij de overtuiging stoelden dat het land voor eeuwig van hen was. De Boeren in Zuid-Afrika waren door de bank genomen diepgelovig en hadden sterk het gevoel door God uitverkoren te zijn om het ‘aardse paradijs’ waar zij zich hadden gevestigd te bewonen, te beheersen en te verdedigen.

Waar de meeste Zuid-Afrikaanse Joden voor een politiek neutrale houding kozen, gold dat zeker niet voor allen. Sommigen bestreden de apartheid binnen het bestaande politieke systeem, zoals Helen Suzman. Zij was van 1953 tot 1989 de progressieve parlementsluis in de apartheidspels – niet toevallig namens het kiesdistrict Houghton, een welvarende buitenwijk van Johannesburg waar veel Joden woonden. Anderen kozen voor de gewapende strijd. Het echtpaar Ruth First en Joe Slovo waren leiders van de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij en het ANC. Slovo was een commandant van Umkhonto we Sizwe (de speer van de natie), de militaire vleugel van het Afrikaans Nationaal Congres. Nadat zowel Slovo als First gearresteerd waren en enige tijd in de gevangenis hadden door gebracht, leefden zij vanaf het begin van de jaren zestig in ballingschap in Londen, vanwaar zij hun strijd voortzetten. First werd in 1982 gedood in Mozambique met een door de Zuid-Afrikaanse politie verstuurde bombrief. Slovo schopte het na de val van het apartheidsbewind tot minister van Onderwijs. Opvallend detail: alle drie activisten waren Baltische Joden – Suzman en Slovo hadden hun wortels in Litouwen, First in Letland.

Toch waren er ook felle vertegenwoordigers van apartheid te vinden binnen de Joodse gemeenschap. Een voorbeeld was Percy Yutar, ook al van Litouwse afkomst, de eerste Joodse procureur-generaal van Zuid-Afrika en de aanklager die een levenslange gevangenisstraf tegen Nelson Mandela eiste. In 1980 sprak de overkoepelende organisatie van Zuid-Afrikaanse Joden zich formeel uit tegen apartheid, vijf jaar later gevolgd door het voltallige rabbinaat. De geschiedenis overziend kun je zeggen dat de Joden van Zuid-Afrika in grote meerderheid tegen het apartheidssysteem waren, maar zich er om begrijpelijke redenen zo weinig mogelijk mee bemoeiden.

Zondebok
Die houding lijkt hen niet in dank te worden afgenomen door de zwarte machthebbers van het post-apartheidstijdperk. De Zuid-Afrikaanse kehilla staat onder voortdurend groeiende druk. Dit heeft veel te maken met de algemene afkeer tegen blanken die leeft onder de zwarte bevolking en handig bespeeld wordt door politici van het regerende ANC. Dat de Joden nooit de keuze hadden wel of niet als blank te worden beschouwd, is een nuance die door de arme, vaak ongeletterde bevolking niet begrepen en door hun politieke leiders bewust genegeerd wordt. Die zien in de Joden een zondebok met de gewenste huidskleur en een sterke economische positie. Armoede is onder de zwarte bevolking slechts toegenomen sinds het ANC aan de macht is en populistische politici van die almachtige partij hebben er een handje van de schuld daarvan in de schoenen van de blanken – en dus ook de Joden – te schuiven.

Joodse immigranten komen aan in Kaapstad, begin twintigste eeuw

Het Israëlisch-Palestijnse conflict fungeert daarbij als katalysator. Het ANC en de PLO hebben traditioneel sterke banden en veel zwarte Zuid-Afrikanen identificeren zich met de Palestijnen. Hoe weinig hout de vergelijking historisch ook snijdt, door de innige banden tussen het oude Zuid-Afrika en Israël zien velen de Joodse staat nog steeds als de vijand. En zoals in zoveel landen wordt dit de lokale Joden aangerekend. Het was geen toeval dat in 2001 juist in de Zuid-Afrikaanse kustplaats Durban de pro-Palestijnse BDS-beweging in het leven werd geroepen.

In de jaren zeventig telde Zuid-Afrika nog 120.000 Joden. De afgelopen jaren schermde de Joodse gemeenschap met het getal 70.000, maar onderzoekers vermoeden dat dit tot 50.000 geslonken is. Dit zou betekenen dat de kehilla sinds de afschaffing van de apartheid ruwweg gehalveerd is tot minder dan 0,1 procent van de bevolking van bijna 60 miljoen. Deels is dit te verklaren door groeiend antisemitisme, maar er is meer aan de hand. De Joden worden als het ware meegevoerd met de golf van vertrekkende blanken, de white flight (blanke vlucht). Hierbij zijn economische onzekerheid en onveiligheid de belangrijke drijfveren. Nogmaals, Zuid-Afrika was nooit eerder zo arm, zo onveilig en zo corrupt.

Neem Johannesburg, een van de gevaarlijkste steden in zuidelijk Afrika. Vroeger vormde de Joodse gemeenschap een belangrijk onderdeel van het hart van de miljoenenstad, zo belangrijk zelfs dat de stad naast haar traditionele bijnaam Joburg Jewburg werd genoemd. Nu zijn er geen Joden meer te zien in het straatbeeld downtown. De fameuze Grote Synagoge aan Wolmaranstreet is in een half vervallen kerk veranderd, nadat een nieuwe werd gebouwd in de noordelijke welvarende buitenwijk Houghton, het oude kiesdistrict van Helen Sulzman. De synagogen zijn de Joodse bevolking gevolgd naar de veiligere buitenwijken – in de sjoels van het centrum, veelal gebouwd aan het begin van de vorige eeuw, huizen nu rommelige winkels, autodealers, zelfs bars.

Draconische maatregelen
De Joden maken zich – net als hun blanke mede-Zuidafrikanen – zorgen om de toekomst van hun kinderen en vertrekken massaal. Opvallend genoeg doen zij dat verhoudingsgewijs minder naar Israël dan de leden van andere kehillot in de diaspora. Ja, een van de rijkste gemeenten van Israël is gebouwd door Zuid-Afrikaanse Joden. Savyon, even ten zuidwesten van Tel Aviv, lijkt een stukje oud Zuid-Afrika met riante villa’s met grote tuinen en zwembaden. Maar veel Zuid-Afrikaanse Joden vertrekken liever naar landen als Australië, de VS en Canada. Het leven daar sluit met zijn grote open ruimtes en Angelsaksische cultuur meer aan bij dat van de blanke Zuid-Afrikanen, dat van veel Joden incluis.

Toch mag de rol van antisemitisme niet worden onderschat. Een recente rel illustreert dat: Kaapstad worstelt al jaren met een schrikbarend watertekort. Politieke benoemingen met de daarbij behorende corruptie en mismanagement leidden er eind 2017 toe dat de crisis tot een uitbarsting kwam – de stad kon haar burgers nauwelijks nog stromend water garanderen en zag zich gedwongen het gebruik ernstig te beperken. Dankzij draconische maatregelen en sterke regenval werd een ramp afgewend, maar niet voordat ANC-politici de blanke premier van de Westkaap (de provincie waar Kaapstad in ligt) Helen Zille ervan hadden beschuldigd de crisis bewust uitgelokt te hebben om zo ontziltingscontracten aan ‘de Joodse maffia’ te kunnen toekennen.

Economische onzekerheid (het Zuid-Afrikaanse werkloosheidpercentage ligt op 27, onder jongeren zelfs op 55), onveiligheid en een vijandig politiek en raciaal klimaat: die zaken leidden ertoe dat het aantal Joden dat Zuid-Afrika achter zich laat, groeit. Tegelijkertijd daalt ook het aantal blanke Zuid-Afrikanen snel, om dezelfde redenen. Het is de ironie van het noodlot dat afstammelingen van Duitse Joden hun land verlaten om dezelfde redenen als de nazaten van blanke nazi-aanhangers. Maar in ieder geval hebben zij die alia maken ditmaal een nieuw ‘beloofd’ land om een toekomst voor hun kinderen in op te bouwen.

Tijdlijn Joods Zuid-Afrika

1488 De Portugees Bartolomeu Dias is de eerste Europeaan die de Kaap de Goede Hoop rondt, in 1497 gevolgd door Vasco da Gama. Beide ontdekkingsreizigers worden bij hun ondernemingen geholpen door Portugees-Joodse cartografen.

1652 Jan van Riebeeck sticht namens de VOC de eerste Europese kolonie in ZuidAfrika, mogelijk vergezeld door niet-praktiserende Joden.

1841 De eerste Joodse gemeenschap van Zuid-Afrika wordt in Kaapstad gesticht.

19e eeuw Joden worden door de Britse autoriteiten uitgesloten van verschillende ambten (leger, presidentschap, parlement). Kleine groepen Joden vestigen zich in de onafhankelijke Boerenrepublieken in het binnenland.

1899-1902 (Tweede) Boerenoorlog tussen het Britse Rijk en de Zuid-Afrikaanse Republiek (Transvaal) en Oranje Vrijstaat. Joden vechten aan beide zijden, vooral aan de Britse.

1914 De goudkoorts, die in 1886 begon, zorgt voor een vertienvoudiging van de Joodse bevolking. Immigranten komen vooral uit Litouwen.

1937 Zuid-Afrika neemt maatregelen om de immigratie van Joden vanuit (vooral) Oost-Europa te beperken.

1948 Ondanks Duitse sympathieën in de oorlogsjaren toont de nu regerende Nationale Partij zich niet anti-Joods. In 1953 is premier D.F. Malan het eerste buitenlandse regeringshoofd dat Israël bezoekt.

Jaren zeventig De meeste Afrikaanse staten verbreken alle relaties met Israël, maar de diplomatieke, economische en militaire banden met Zuid-Afrika zijn warm en hecht.

1980 De Joodse gemeenschap spreekt zich openlijk en in overgrote meerderheid uit tegen de apartheid. Veel Joden worden activist, anderen emigreren.

1994 Eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht. Formeel einde van de apartheid.

2001 De beweging Boycot, Desinvestering en Sancties (BDS) wordt opgericht tijdens een conferentie in Durban.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *