De melodieën van ‘meneer Brom’
Dagboek

De melodieën van ‘meneer Brom’

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 17 augustus 2023, 15:28
De melodieën van ‘meneer Brom’

Het was in Amersfoort een bijzondere Brom-Sjabbat. Even een korte uitleg van dat begrip. Toen wij naar Nederland kwamen en in dienst traden bij de Joodse Gemeente Amersfoort, was de heer Mottel Brom de voorzitter en de vrijwillige chazan. Brom was in het dagelijks leven de directeur van Middeloo, een instituut dat opleidde tot muziektherapeut. Toentertijd was Middeloo een begrip in de wereld van de psychiatrie en klinische psychologie. Meneer Brom, zoals hij genoemd werd, was een combinatie van therapeut, directeur, voorzanger, psycholoog, vader en echtgenoot, voorzitter van de Joodse gemeente, gabbe (koster) in de synagoge en last but not least was hij componist.

Hoewel ik hem in de beginjaren best af en toe lastig vond, omdat hij mij voor mijn gevoel als zijn leerling beschouwde en me dus ook zo behandelde, had hij achteraf bezien meestal gelijk en heeft hij mij dus, aan het begin van mijn carrière, gecoacht en daardoor mede gevormd. Zijn drie kinderen waren inmiddels het ouderlijk huis ontvlogen, getrouwd en wonen nu in Israël en de USA. En afgelopen sjabbat was het Brom-Sjabbat in Amersfoort. Danny en Michel (beiden inmiddels al na de pensioengerechtigde leeftijd) waren met gedeeltelijke maar grote aanhang in Amersfoort en lieten ons genieten van hun prachtige voordavvenen, voorgaan in de dienst. Veel van de Amersfoortse sjoelmelodieën zijn composities van meneer Brom en gelden inmiddels als typisch Amersfoorts. Toen mijn schoonzoon rabbijn Stiefel pas in Almere kwam, waar hij de rabbijn is, en Amersfoortse melodieën gebruikte in de dienst op sjabbat, werd hem verzocht niet de Chabadmelodieën te gebruiken, maar de Nederlandse. Hij had de Brommelodieën braaf geleerd, niet wetend dat die uniek Amersfoorts waren en verder in Nederland onbekend. Prachtig, zo voelde ik het, dat in onze bijna 300-jarige sjoel de oude Brom blijft leven en hopelijk bij de viering van 300 jaar sjoel Amersfoort in 2027 zijn zelf gecomponeerde muziek zal klinken als onderdeel van de viering/herdenking.

Gisteren was een vrij rustige dag. Eerst een interview per videoverbinding met de universiteit over de vraag of de Joodse gemeenschap geloofsgenoten die afvallig worden als het ware uit de gemeenschap gooit. Uiteraard kwam Spinoza ter sprake, maar gelukkig wist de academisch gevormde interviewer dat Spinoza niet door het toenmalige rabbinaat in de ban werd gedaan, maar door het bestuur. Het wetenschappelijke onderzoek/interview werd door de overheid bekostigd en moest in kaart brengen bij welke godsdienstige groepen kwesties als verbanning, bloedwraak en soortgelijke onacceptabele praktijken bestaan en hoe de overheid hiertegen kan optreden. Bij ons Joden valt dit allemaal nogal mee, hetgeen de onderzoeker feitelijk al wist omdat hij zelf ook Joods is. En toen hij had begrepen dat ik Joods was (hiervoor hoefde hij waarachtig geen hoogleraar te zijn) gingen we natuurlijk meteen aan de misjpologie en laten we nu inderdaad misjpooche-gewijs elkaar in de vorige generaties regelmatig tegengekomen zijn.

Gelukkig wist de interviewer dat Spinoza niet door het rabbinaat in de ban werd gedaan, maar door het bestuur

Maar er was nog iets wat me onrustig maakte. Mijn verhaal over de (zogenaamde) Iraanse vluchtelinge uit mijn vorige dagboek. Ik vertrouw haar niet, voor geen cent, en dat betekent dus voor mijn gevoel dat zij een potentieel gevaar zou kunnen zijn, een soort lopende tijdbom. Dat ze wacht op het juiste tijdstip…    Maar iets anders, geheel onverwacht, gaf die zenuwachtigheid een extra dimensie. 

Als de Tora over onreine beesten spreekt, dan noemt de tekst die beesten niet ‘onrein’, een negatieve benaming, maar worden ze ‘niet-koosjer’ genoemd, een netter taalgebruik. Toen ik schreef in mijn vorige dagboek over de ‘naïeve vrijwilliger met een maatschappelijke achtergrond’, voelde die vrijwilliger zich beschaamd. Dat deed mij pijn, temeer omdat die beschaming volkomen onterecht was en zeker niet mijn bedoeling.

Hoe geef ik een gebeurtenis weer in mijn dagboek? Als het iets positiefs betreft, dan noem ik naam en toenaam, man en paard, nadat ik daarvoor eerst eventueel toestemming heb gevraagd. Maar als het een uiterst gevoelige kwestie betreft, verander ik naam, geslacht, leeftijd, geboorteland en situatie. Maar pas op: hoewel alles gewijzigd is, bijna alles wat veranderbaar is, geboorteplaats en geboorteland en het soms noodzakelijk was om twee aparte gebeurtenissen door mekaar te mengen opdat niemand herkend kan worden, dan toch nog: de boodschap, de les of de waarschuwing blijft ongewijzigd! En dus was de opgewonden boze mijnheer/mevrouw/neutraal onterecht geïrriteerd, temeer daar het land van herkomst van de vluchteling(e) ook was aangepast. De boodschap bleef echter ongewijzigd: we moeten alertheid betrachten en waken voor naïviteit. Want tussen het koren zit helaas af en toe het kaf. Aan ons is het om dat kaf van ons koren te scheiden.        

En als ik mezelf een spiegel voorhoud: toch voorzichtiger zijn met wat ik schrijf opdat ik niemand beschadig, ook niet onbedoeld en zeker niet in de nieuwe Joodse maand eloel, de maand van bezinning en voorbereiding op de Hoge Feestdagen.                                                                                                

Plaats opmerking