De Poolse goelag van Schotland
Achtergrond

De Poolse goelag van Schotland

Het verhaal van de Poolse concentratiekampen in Schotland tijdens de Tweede Wereldoorlog is grotendeels voorbijgegaan aan de geschiedschrijvers. Evenals het feit dat zich onder de gevangenen opvallend veel Joden bevonden.

Bart Schut 14 augustus 2022, 13:00
De Poolse goelag van Schotland

Dit artikel verscheen eerder in NIW 19 5781 / 2021

Het kamp bestond uit een aantal barakken, omringd door prikkeldraad met wachttorens die werden bemand door zwaarbewapende soldaten. Onder de omwonenden van het kamp deden verhalen de ronde over mishandelingen, martelingen en hongersnood. De gevangenen? De gebruikelijke vervolgden die door het regime als ongewenst waren bestempeld: communisten, homoseksuelen, deserteurs, criminelen. En opvallend veel Joden. Op 29 oktober 1940 had een van die Joodse gevangenen, Edward Jakubowsky, genoeg van de slechte omstandigheden en de dagelijkse vernederingen door de bewakers. Als antwoord op zijn protesten werd de gedetineerde zonder pardon doodgeschoten.

Het is een verhaal dat u waarschijnlijk als bekend in de oren zal klinken, totdat u hoort waar het zich afspeelde. Het kamp waar Jakubowsky werd gedood lag niet in Duitsland, Polen of Tsjecho slowakije, maar in misschien wel de laatste plek die men zou verwachten: het afgelegen Kingledoors in het zuiden van Schotland. In 2016 onthulde de journalist en historicus Simon Webb in zijn studie British concentration camps. A short history 1900-1975 het bestaan van een stelsel van Poolse interneringskampen in Schotland. Dat stuk geschiedenis was verdwenen uit het Britse collectieve geheugen en het zal u niet verbazen dat de Poolse autoriteiten het bestaan ervan niet bepaald van de daken schreeuwen, zeker gezien hun recente pogingen de eigen rol in de Shoa onder het tapijt te vegen.

In de paniek na de val van Frankrijk en uit angst voor een Duitse invasie van de Britse eilanden nam het Lagerhuis in de zomer van 1940 de Allied Forces Act aan, een wet die bepaalde dat geallieerde troepen op de Britse eilanden die een verdedigende rol op zich namen, hun eigen jurisdictie erop na mochten houden. Dit gold voor gevluchte Tsjechische, Poolse, Nederlandse, Belgische en Noorse eenheden. Meer dan 30 duizend Poolse soldaten bevonden zich op dat moment op Brits grond gebied en zij kregen de rol toebedeeld Schotland te verdedigen in geval van een Duitse invasie vanuit Noorwegen. De wet bepaalde dat Poolse militairen niet onder het Britse recht vielen.

Onfatsoenlijke moraal
Generaal Władysław Sikorski, de Poolse regeringsleider in ballingschap en opperbevelhebber van alle Poolse eenheden in Groot-Brittannië zag een kans zich te ontdoen van in zijn ogen ongewenste elementen. Hierbij dacht Sikorski vooral aan communisten – niet helemaal verwonderlijk, de Sovjet-Unie had het op een akkoordje met naziDuitsland gegooid, de oostelijke helft van Polen bezet en daar verschrikkelijke oorlogsmisdaden begaan – maar ook aan dronkaards, deserteurs, gewone criminelen en homoseksuelen. Maar het Poolse leger was voor de Tweede Wereldoorlog ook een bolwerk van katholiek antisemitisme en het lijkt geen toeval dat zoveel gevangenen in Webbs boek Joden zijn.

Władysław Sikorski in 1942

Op 18 juli 1940 liet Sikorski geen onduidelijkheid over zijn bedoelingen bestaan toen hij verklaarde: “Zij die [tegen ons] samenzweren worden naar concentratiekampen gestuurd.” Het eerste kamp verrees bij Rothesay op het prachtige eiland Bute aan de Schotse westkust. Het was vooral bedoeld voor politieke tegenstanders en de omstandigheden waren er zo slecht nog niet. Maar al snel werd er voor ‘personen met een onfatsoenlijke moraal’ een kamp gebouwd bij het nabijgelegen Tighnabruaich, een van de mooiste dorpjes in West-Schotland. Meer kampen volgden: Auchterarder, bekend van het onder golfers populaire Gleneagles Hotel, Inverkeithing, net buiten Edinburgh, en Kingledoors, waar Edward Jakubowsky werd doodgeschoten.

In bijna alle incidenten die in en kort na de oorlogsjaren van de kampen bekend werden, speelden Joden een rol, wat een indicatie lijkt voor het antisemitisme onder de Poolse militaire autoriteiten. Zo was er de zaak van Isaac Deutscher, journalist en schrijver van een biografie van Jozef Stalin. In 1940 reisde hij naar Schotland om zich als vrijwilliger te melden bij het vrije Poolse leger, maar bij aankomst werd hij onmiddellijk gearresteerd en in Rothesay geïnterneerd. Als Jood en communist viel hij in ten minste twee categorieën van Sikorski’s ‘moreel onfatsoenlijke personen’. In 1941 stelde een Joods lid van het Lagerhuis vragen aan de regering over de arrestatie van de broers Benjamin en Jack Ajzenberg, opgepakt in Londen en naar een Schots concentratiekamp gedeporteerd.

Joodse communist
Volgens de Allied Forces-wet hadden de Britse autoriteiten geen zeggenschap over de kampen en dus kwam het zelden tot onderzoeken. Ook niet toen via omwonenden steeds meer verhalen over de erbarmelijke omstandigheden, fysiek geweld en zelfs moord Londen bereikten. De Britse regering wilde de Poolse bondgenoten niet voor het hoofd stoten en eerlijk is eerlijk, zij had zelf net 30 duizend Duitse Joden geïnterneerd uit de verbijsterend misplaatste angst dat zij Hitlers kant zouden kunnen kiezen als het tot een invasie kwam. Pas toen in juni 1945, na de Duitse capitulatie dus, Radio Moskou de zaak van de geïnterneerde Joodse communist Jan Jagodzinski aan het licht bracht, kwam er meer aandacht voor de Poolse ‘goelag’ in het hoge noorden.

Om te laten zien dat er weinig aan de hand was, nodigden de Poolse autoriteiten de Britse pers uit voor een bezoek aan een van de meer toonbare kampen – een techniek die de Duitsers al in de jaren dertig toepasten om de internationale pers een rad voor ogen te draaien. De eerste gevangene die de journalisten te woord stond, was een zekere Josef Dobosiewicz. U vermoedt het al: een Jood. Deze vertelde hoe zijn medegevangenen in hun barak aan de muur geketend zaten en er een week eerder eentje ‘op de vlucht’ was doodgeschoten. Zelfs een jaar na het einde van de oorlog bestonden de kampen nog. Op 16 april 1946 stelde een Schots Lagerhuislid vragen aan de Britse minister van Oorlog over twee soldaten, David Glicenstein en Shimon Getreuthendler, die door een Poolse krijgsraad op Brits grondgebied tot een celstraf waren veroordeeld. Naar de etnische en religieuze achtergrond van dit tweetal kunt u wel raden.

Het Poolse leger was voor de oorlog een broeinest van katholiek antisemitisme

Nu, 75 jaar later, past dit verhaal geenszins in het narratief van de Poolse regering over haar land als uitsluitend slachtoffer en niet als mededader van nazimisdaden. Historici en journalisten die in Polen onderzoek willen doen naar collaboratie tijdens de Shoa worden juridisch vervolgd. Uiteraard geldt dat niet voor Simon Webb, de Britse schrijver die het doopceel van deze affaire lichtte. Wel reageerde de Poolse ambassadeur in Londen fel op Webbs onderzoek. Volgens Witold Sobków besmeurt Webb de nagedachtenis van de Poolse soldaten die sneuvelden in de strijd tegen de nazi’s, onder andere door de ‘emotioneel beladen’ term concentratiekampen te gebruiken. Dat Polen al in de jaren dertig zelf dit soort kampen had opgezet om politieke tegenstanders op te sluiten – bijvoorbeeld in Bereza Kartuska, nu Biaroza – en dat Wladyslaw Sikorski zelf geen enkele moeite had met die term, hield de diplomaat angstvallig voor zich.

Op weg naar de hemel
Yad Vashem heeft aan twee Schotten de titel Rechtvaardige onder de Volkeren toegekend voor hun hulp aan Joodse vervolgden tijdens de Shoa. Een van hen is een Schotse soldaat, Tommy Noble, die als krijgsgevangene in Duitsland een ontvluchte Jodin uit concentratiekamp Stutthof hun eigen kamp in smokkelde. Samen met andere Britse militairen hield hij haar maandenlang verborgen, tot de bevrijding. De andere Schotse rechtvaardige is Jane Haining. Als missionaris in Boedapest weigerde zij in de oorlog terug te keren naar haar geboorteland. Op 25 april 1944 werd zij gearresteerd door de Gestapo, op verdenking van hulp aan Joden. Zij werd tot dwangarbeid veroordeeld en naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij gevangenennummer 79467 kreeg toebedeeld. Op of omstreeks 17 juli van dat jaar stierf de 47-jarige Haining als gevolg van de verschrikkelijke omstandigheden in het kamp. Haar laatste bericht was een briefkaart aan vrienden, waarin zij vroeg voedsel op te sturen. De kaart eindigde met de woorden: “Er valt weinig te berichten hier op weg naar de hemel.”

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking