Achtergrond

De strijdbare jaren zestig

De jaren zestig zijn voor Israël een decennium in twee delen. De eerste helft staat in het teken van groei, de tweede wordt gekenmerkt door strijd en een verbluffende overwinning die het Midden-Oosten voorgoed zal veranderen.

Bart Schut 18 april 2022, 08:00
De strijdbare jaren zestig

In zeven afleveringen beschouwt het NIW de weg die Israël aflegde in zeven woelige decennia, van de pioniersstaat in de jaren vijftig tot de wereldmacht van nu. De serie werd mogelijk gemaakt door Maror. Dit artikel verscheen eerder in NIW 34 5780/2020.

Het is een bos bloemen die uiteindelijk het lot van Ricardo Klement bezegelt. De Mossadagenten die de Duitse immigrant in Buenos Aires in de gaten houden, vermoeden dat hij niemand minder is dan Adolf Eichmann, de architect van de systematische vernietiging van het Joodse volk in Europa. Op 21 maart 1960 krijgen zij de zekerheid die zij nodig hebben om in actie te komen. De Mossad weet dat Eichmann op die datum in 1935 getrouwd was, de bloemen voor zijn zilveren bruiloft laten geen ruimte meer voor twijfel.

De operatie verandert: van observatie naar arrestatie. De Israëli’s weten dat zij niet kunnen rekenen op de corrupte en nazigezinde Argentijnse autoriteiten, dus wordt besloten ‘Klement’ te ontvoeren. Op 11 mei spreekt Mossadagent Peter Malkin de Duitser aan als deze uit de bus stapt die hem van zijn werk naar huis brengt. Eichmann ruikt onraad, maar Malkin en twee andere agenten overmeesteren hem, dragen hem naar een gereedstaande auto en rijden hem, gelegen op de vloer onder een deken, naar een geheime schuilplaats. Daar houden zij hem negen dagen vast, terwijl de Argentijnse politie jacht op hen maakt. Op 20 mei verdooft een Mossadarts de oorlogsmisdadiger en verkleed als luchtvaartsteward wordt Adolf Eichmann aan boord van een El Al-toestel gesmokkeld. Twee dagen later is hij in Israël. Het land staat aan de vooravond van het belangrijkste strafproces uit zijn geschiedenis.

De jaren zestig beginnen voor de nog jonge Joodse staat met hoop en vooruitgang. De soberheid van het decennium ervoor is voorbij, het is tijd voor optimisme en groei. Op 14 maart 1960 heeft premier David Ben Goerion in het Waldorf-Astoriahotel in New York een ontmoeting met Konrad Adenauer, kanselier van de Duitse Bondsrepubliek, die met zijn herstelbetalingen zoveel bijdraagt aan de opkrabbelende Israëlische economie.

Een voorbeeld van die groei is Autocars Co. Ltd., die begin jaren zestig niet alleen de Sussita, een familieauto, maar zelfs een heuse sportwagen, de Sabra, op de markt brengt. Een ander is het Soreq Nucleair Onderzoekscentrum, even ten zuiden van Risjon Letsion. Geavanceerde technologie brengt spionage met zich mee. Op 15 juni 1960 wordt de vooraanstaande wetenschapper en Buchenwaldoverlevende Kurt Sitte in zijn huis in Haifa gearresteerd. Sitte is het hoofd van de afdeling natuurkunde van het Technion-onderzoeksinstituut en blijkt staatsgeheimen verraden te hebben aan zijn geboorteland Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie.

De Sussita, een Israëlische gezinsauto uit de jaren zestig

Een nieuw technologisch hoogtepunt is de lancering van Israëls eerste raket. De Shavit-2 (‘komeet’) vliegt tot een hoogte van 80 kilometer en heeft meteorologische apparatuur aan boord. Een groot bevolkingsonderzoek leert dat de Joodse staat 2,2 miljoen inwoners heeft, ruwweg een verdubbeling sinds zijn stichting in 1948.

Tragedie slaat toe aan het begin van 1961: de Pisces, een schip met Marokkaanse Joden op weg naar Israël, vergaat voor de Spaanse kust. Veertig passagiers en bijna de gehele bemanning verdrinken.

1961 staat vooral in het teken van het proces tegen Adolf Eichmann dat op 11 april van start gaat. De Duitser leeft intussen in een politiefort net buiten Haifa. De wet moet aangepast worden om Eichmanns Duitse verdediging in Israël te laten pleiten, niemand gelooft dat er een lokale advocaat voor hem gevonden kan worden. Vijftien aanklachten hoort Eichmann aan het begin van het proces, onder andere oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en lidmaatschap van een criminele organisatie. Hij zit in een kooi van kogelvrij glas, voor zijn eigen bescherming. 112 getuigen verklaren tegen hem, velen van hen Holocaustoverlevenden.

Het bewijs is overweldigend, maar Eichmann toont geen berouw en beroept zich op Befehl ist Befehl en zijn eed van trouw aan Adolf Hitler. De SS’er lijkt volledig overtuigd van zijn eigen onschuld. Het helpt hem niet: op 12 december wordt hij schuldig bevonden aan de belangrijkste aanklachten en drie dagen later ter dood veroordeeld. Zes maanden later beslist ook het Hooggerechtshof in hoger beroep dat Eichmann schuldig is en de doodstraf verdient. Als ook president Ben Tsvi zijn gratieverzoek afwijst, beseft de oorlogsmisdadiger dat het einde nabij is. Op 1 juni 1962, een paar minuten na middernacht, wordt voormalig SS-Obersturmbannführer Otto Adolf Eichmann opgehangen in de gevangenis van Ramla. Binnen enkele uren is zijn lichaam gecremeerd en zijn as uitgestrooid in de Middellandse Zee – buiten de territoriale wateren van de staat Israël.

Adolf Eichmann tijdens het luchten voorafgaand aan zijn proces

1961 staat in het teken van het proces tegen Eichmann, die een jaar eerder ontmaskerd werd

In hetzelfde jaar wordt op de rand van de Negev en de woestijn van Judea de stad Arad gesticht, 25 kilometer ten zuidwesten van de Dode Zee. De bekendste inwoner is vanaf 1986 Amos Oz, die wordt aangetrokken door de droge lucht; zijn zoon heeft astma. Arad telt tegenwoordig zo’n 25 duizend inwoners. Stedenbouw is nodig om de niet-aflatende stroom immigranten te huisvesten. Eind 1981 geeft de Marokkaanse koning Hassan de grote Joodse gemeenschap in zijn land toestemming naar Israël te emigreren. In drie jaar tijd vestigen zich meer dan 80 duizend Marokkaanse Joden in Israël.

Op 23 april 1963 sterft Jitschak Ben Tsvi, vanaf 1952 Israëls tweede en tot op heden langstzittende president. Ben Tsvi was decennialang een van de leiders van het socialistisch zionisme. Hij zou de hand hebben gehad in de moord op de Nederlands-Joodse schrijver Jacob Israël de Haan in 1924, nadat deze van fel zionist orthodox antizionist was geworden. Op 21 mei benoemt de Knesset Zalman Shazar, net als Ben Tsvi socialist en voormalig minister, tot de derde president van Israël.

Jitschak Ben Tsvi, de tweede president van Israël Foto: GPO

Een nog grotere politieke schok is het onverwachte aftreden van premier David Ben Goerion op 16 juni. Tot op vandaag blijft het onduidelijk waarom de man die de Joodse staat vanaf de onafhankelijkheid in 1948 heeft geleid, op dat moment zijn post verlaat. Komt het door het slepende conflict met de Amerikaanse president John F. Kennedy – aan wie Ben Goerion een grondige hekel heeft – over Israëlische plannen atoomwapens te ontwikkelen? Is het omdat de 77-jarige premier en minister van Defensie zijn intellectuele faculteiten voelt afnemen? Of omdat – zoals recent gesuggereerd – hij simpelweg genoeg heeft van het dagelijkse reilen en zeilen van het premierschap en hoopt op de achtergrond een belangrijke rol te blijven spelen? Hoe dan ook, Ben Goerion treedt af en schuift zijn minister van Financiën Levi Eshkol naar voren als opvolger, die op 26 juni door de Knesset tot premier wordt gekozen.

1963: Levi Esjkol (l) volgt David Ben Goerion op als premier foto: GPO

1964 begint met het bezoek van paus Paulus VI aan de Joodse staat. Hij is de eerste rooms-katholieke kerkvorst die dit doet, maar erg geliefd maakt de kersverse paus zich er niet mee. Van zijn drie dagen in het voormalige Palestina, brengt Paulus slechts elf uur in Israël door. Hij weigert West-Jeruzalem te bezoeken, stuurt een dankbrief naar Tel Aviv in plaats van naar de hoofdstad Jeruzalem, en weigert Shazar als president te betitelen.

Wel een succes is het Aziatische voetbalkampioenschap, waarvan Israël de eindronde mag organiseren. De Israëlische ploeg verslaat achtereenvolgens Hongkong (1-0 in Ramat Gan), India (2-0 in Tel Aviv) en Zuid-Korea (2-1, ook in Ramat Gan) en mag zich Aziatisch kampioen noemen. Wel is het toernooi zwaar gedevalueerd doordat de Arabische landen al in de voorronde het kampioenschap boycotten.

Het nationale voetbalelftal met de beker van het Aziatische kampioenschap in 1964

De Hamovil Haärtzi wordt geopend, de ‘nationale waterdrager’. Het is een systeem dat water vanuit het Meer van Tiberias naar de droge bevolkingscentra in het de centrale kuststrook en het zuiden van het land brengt. Rivieren, kanalen en reservoirs in het hele land zijn erop aangesloten. In totaal kan elke dag tot 1,7 miljoen kubieke ton water door het systeem vloeien, waardoor de grote steden het hele jaar door van vers water zijn verzekerd. Al binnen enkele maanden is het systeem doelwit van een onsuccesvolle aanslag door PLO-terroristen. Die organisatie is op 2 juni 1964 opgericht met als doel ‘de bevrijding van Palestina door middel van gewapende strijd’. Het zal geen loos dreigement blijken.

Datzelfde jaar worden de stoffelijke resten van de revisionistisch-zionistische leider Zeëv Jabotinski van New York naar Jeruzalem overgebracht en op de Herzlberg begraven. 1964 eindigt met artistiek Israelisch succes. De zwarte komedie Sallah Shabati krijgt in Hollywood een Golden Globe van de buitenlandse filmpers en wordt genomineerd voor een Oscar voor beste buitenlandse film. Sallah, met in de titelrol Chaim Topol als een soort mizrachi-Tevje die naar Israël migreert, legt het uiteindelijk af tegen de grote Italiaanse namen Vittoria de Sica, Sophia Loren en Marcello Mastroianni en hun Ieri, oggi, domani.

Israël dendert door, van het ene succes naar het andere. 1965 begint met de opening van zijn eerste wolkenkrabber: de Shalom Meir-toren in Tel Aviv. Met 142 meter is het de hoogste toren in het Midden-Oosten. Jeruzalem kan niet achterblijven en opent het Israël Museum, een van de meest indrukwekkende musea ter wereld, zeker op het gebied van archeologie en Joodse kunst door de eeuwen heen. Het ligt op een heuvel in de wijk Ramat Gan, naast die twee andere grote instituties van de Joodse staat: het Hooggerechtshof en de Knesset, die een jaar later wordt geopend.

Affi che van de bioscoophit Sallah Shabati

Op 15 mei 1965 komen er schokkende beelden naar buiten uit Damascus. Eli Cohen, een van de moedigste mannen die het Joodse volk ooit heeft voortgebracht, hangt aan een galg op het Marjehplein in de Syrische hoofdstad. Cohen heeft jarenlang onder een valse identiteit gespioneerd voor Israël en is daarbij tot in de hoogste Syrische regeringskringen doorgedrongen. Bij zijn laatste bezoek aan Israël, eind 1964, spreekt hij de angst uit ontmaskerd te worden, maar de inlichtingenbazen overtuigen hem ervan nog eenmaal naar Damascus terug te keren.

Meesterspion Eli Cohen werd in Damascus ontmaskerd en opgehangen ten overstaan van tienduizend kijklustigen

Het zal zijn laatste zijn. In januari wordt Cohen op heterdaad betrapt terwijl hij met zijn radio geheimen naar de Mossad zendt. Hij wordt ondervraagd, gemarteld en komt voor een militair tribunaal. Het recht op een verdediging wordt hem ontzegd, evenals dat op hoger beroep. De uitspraak staat vast, net als het vonnis. Op de dag van zijn executie schrijft de meesterspion een brief aan zijn vrouw Nadia: “Ik smeek je niet je tijd te verdoen met huilen om iets wat al is gebeurd.” Eli Cohen wordt voor het oog van tienduizend Syrische toeschouwers opgehangen. Zijn lichaam is tot op de dag van vandaag niet aan zijn familie teruggegeven.

Als David Ben Goerion heeft gedacht dat zijn opvolger Levi Eshkol hem officieus zal laten meeregeren, komt hij bedrogen uit. Een jaar na zijn officiële vertrek uit de politiek komt het tot een breuk tussen de oude en de nieuwe premier. Ben Goerion is woedend en splitst zich af van Eshkols regerende Mapai, met in zijn kielzog grote namen als Moshe Dayan, Teddy Kollek en Sjimon Peres. Rafi heet de nieuwe partij, een acroniem voor Israëlische Arbeiderslijst. Maar de oude meester overschat zijn populariteit bij de kiezer: Eshkol en zijn sociaaldemocratische loyalisten winnen met gemak de verkiezingen in november.

Verkiezingsaffiche van Ben Goerions Rafipartij

Israëls eerste televisie-uitzending heeft plaats op 24 maart 1966. De socialistische regering, die tv als ondermijnend en gedegenereerd beschouwt, heeft deze technologische ontwikkeling niet kunnen tegenhouden, al zijn de uitzendingen niet gericht op het vermaak van volwassenen, maar op onderwijs voor kinderen. Pas in 1968 mag ook de gewone programmering van de publieke omroep de ether in. Nog meer succes: in oktober ontvangt Sjmoeël Joseef ‘Sjai’ Agnon de Nobelprijs voor de Literatuur. Het is Israëls eerste, in alle categorieen. Het gaat zo goed met de Joodse staat dat het krijgsrecht, waaronder Arabische Israëli’s al sinds 1948 leven, wordt opgeheven. De Arabieren hebben voortaan alle rechten die Joden ook hebben en dat zijn er meer dan in welke Arabische staat ook.

Aan auteur Sjai Agnon wordt in 1966 de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend

Succes wekt afgunst, en Israëls buurlanden bekijken de Joodse staat met groeiende woede en frustratie. Egypte droomt van revanche voor de verloren Sinaïoorlog van 1956 en nergens in de Arabische wereld is men de krenkende nederlagen van 1948 vergeten. Eind 1966 komt het tot schermutselingen aan de grenzen met Jordanië en Syrië. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voor de vlam definitief in de pan slaat. Op 13 november steken Israëlische commando’s de bestandslijn met Jordanië over voor een vergeldingsactie nadat PLO-fedajien drie Israëlische politiemannen hebben gedood. Bij de operatie komen achttien Jordaanse soldaten en een Israëli om het leven.

Israël dendert door, van het ene succes naar het andere

Het grootste gevaar voor Israël vormt Egypte met zijn enorme leger en bevolking. De Arabisch-nationalistische president Gamal Abdel Nasser bespeelt het antisemitisme en de wraakgevoelens onder zijn bevolking en die van andere Arabische staten meesterlijk. Al in 1960 komt het bijna tot een nieuwe oorlog in de Sinaï na een vals gerucht dat Israël troepen aan de Syrische grens zou hebben samengetrokken voor een invasie. Op 7 april 1967 komt het boven de Golan tot een grootscheeps luchtgevecht tussen Israëlische en Syrische vliegtuigen. De wereld houdt zijn adem in.

In mei begint Nasser zijn escalatie. Op de 15e stuurt de Egyptische president zijn leger de gedemilitariseerde Sinaï in, stuurt de VN-vredestroepen naar huis en neemt Sharm el-Sheikh in. Hoewel Jeruzalem altijd heeft gewaarschuwd dat dit een casus belli is, sluit Nasser de Straat van Tiran, Israëls toegang tot de Rode Zee, af. De maat is vol voor de Israëli’s. Op 1 juni wordt een breed oorlogskabinet geformeerd dat drie dagen later besluit tot een verrassingsaanval om te voorkomen dat Egypte de Joodse staat zal binnenvallen.

1966: het Knessetgebouw wordt geopend Foto: Flash90

In de ochtend van 5 juni 1967 is het zover. Israëlische bommenwerpers vliegen onder de radar van de Egyptenaren over de Sinaï en treffen de volledig verraste Egyptische luchtmacht met alles wat zij hebben. Het succes is verbluffend: na een dag bestaat Nassers trotse luchtvloot niet meer. Dan trekt de Israëlische landmacht de Sinaï in. Ondanks een numeriek Egyptisch overwicht in troepen en materieel staan de Israëli’s al op 8 juni aan het Suezkanaal. De Gazastrook en de hele Sinaï zijn veroverd, inclusief Sharm el-Sheikh – de Straat van Tiran is weer open.

Ondanks Israëlische waarschuwingen zich niet in de strijd te mengen, besluit koning Hoessein van Jordanië – na valse berichten over Egyptische successen – Nassers kant te kiezen en beveelt zijn leger in Jeruzalem het vuur op de IDF te openen. De Israëli’s slaan onmiddellijk terug en organiseren al op 5 juni een tegenaanval waarbij zij het oostelijke deel van de stad omsingelen. Hoewel oorspronkelijk niet gepland, besluit minister van Defensie Moshe Dayan van de gelegenheid gebruik te maken en Jeruzalem te herenigen. Op 7 juni dringen Israëlische parachutisten de Oude Stad binnen. De Jordaanse verdediging stort ineen, in de middag staan de verbaasde para’s opeens voor de Klaagmuur. Weinigen van hen hebben die ooit met eigen ogen aanschouwd.

De iconische foto van parachutisten bij de Klaagmuur Foto: GPO

Diezelfde dag nog verovert de IDF de gehele Westelijke Jordaanoever en verplaatst het strijdtoneel zich naar het noorden. Daar is het beeld hetzelfde. Nadat de Israëlische luchtmacht zijn Syrische tegenhanger grotendeels op de grond heeft verwoest, hebben IDF-tankformaties vrij spel. Op 10 juni wordt de schaal van de verbazingwekkende Israëlische overwinning duidelijk: de Gazastrook, de Sinaï, Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Golan zijn in Joodse handen. Hoe was dit mogelijk, vragen de Arabieren zich vertwijfeld af.

Bill Downs, analist van de Amerikaanse tv-zender ABC, vat het misschien wel het best samen: “Achter deze overwinning zit Israëls universele militaire training, wilskrachtige regering en competente commandanten. Maar bovenal een toegewijde bevolking.” Vrouwen spelen een belangrijke rol bij die toewijding. Hoewel zij niet aan de gevechten zelf deelnemen, zorgt de inzet van vrouwelijke IDF-soldaten ervoor dat hun generaals genoeg mankracht vrij kunnen maken om een oorlog op drie fronten uit te vechten… en te winnen.

Een dermate eenzijdige overwinning brengt geen vrede op termijn; het zal slechts zes jaar duren voordat Israël en de Arabieren de volgende ronde uitvechten in hun strijd. Op 28 juni 1967 annexeert Israël Oost-Jeruzalem, een paar maanden later antwoordt de Arabische Liga met zijn ‘Drie nee’s’: geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël, geen onderhandelingen met Israël. Wie niet groots kan winnen, probeert het op een andere, kleinere schaal. Al snel blijkt dat de Zesdaagse Oorlog de Israëli’s niet de gehoopte veiligheid brengt. Op 4 september 1968 ontploft een bom op het busstation van Tel Aviv: een dode en 72 gewonden. Het is een voorbode van decennialange terreur tegen het Joodse volk in binnen- en buitenland.

Het El Altoestel dat op 23 juli 1969 gekaapt werd door Palestijnse terroristen Foto: Christian Volpati

Vliegtuigkapingen zijn de geliefde modus operandi van George Habash, leider van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een onderdeel van de PLO. Op 23 juli kapen zijn commando’s El Al-vlucht 426 op weg van Rome naar Tel Aviv. Het is de eerste keer dat terroristen een Israëlisch toestel weten te overmeesteren. En de laatste. Na veertig dagen worden alle gijzelaars vrijgelaten. Als een jaar later duidelijk is dat El Al-vluchten te goed beveiligd worden, verleggen de PFLP-terroristen hun acties naar andere maatschappijen. Op 29 augustus 1969 kapen zij TWA-vlucht 840 van Los Angeles naar Tel Aviv. Twee Israëlische passagiers zitten tot december gevangen in Damascus, waar het toestel is geland.

Premier Levi Eshkol sterft op 26 februari van dat jaar onverwachts aan een hartaanval. De man die Israël naar de overwinning voerde in de Zesdaagse Oorlog heeft bijna zes jaar geregeerd. Jigal Allon, held uit de Onafhankelijkheidsoorlog, neemt tijdelijk het premierschap over. Maar het is David Ben Goerions voormalige minister van Buitenlandse Zaken Golda Meïr (geboren als Golda Mabovitch) die uit haar pensioen terugkeert om Eshkol op te volgen. Aan het einde van 1969 haalt zij bij de verkiezingen het grootste aantal zetels voor één partij uit de Israëlische geschiedenis. Zo begint de Joodse staat de jaren zeventig met een nieuw fenomeen: zijn eerste vrouwelijke regeringsleider.

Leven en dood in de jaren zestig
Gestorven:
Daniel Auster (1893-1963) – De eerste Joodse burgemeester van Jeruzalem, nog tijdens de Britse overheersing, van 1937 tot 1938 en van 1944 tot 1948. Na de onafhankelijkheid burgemeester van West-Jeruzalem.

Martin Buber (1878 – 1965) – In Wenen geboren filosoof. Bekend van zijn ‘filosofie van de dialoog’, een vorm van existentialisme. Zeventien keer genomineerd voor de Nobelprijs (tien maal voor literatuur, zeven maal vrede).

Mosjee Sjaret (geboren als Mosjee Sjertok, 1894 – 1965) – Opvolger én voorganger van David Ben Goerion als (tweede) premier van Israël van 1954 tot 1955. Daarna nog een jaar minister van Buitenlandse Zaken.

Geboren:
Yair Lapid
(5 november 1963) – Als leider van het centrumlinkse Yesh Atid op dit moment oppositieleider in de Knesset. Voormalig minister van Financiën (2013-2014) en journalist.

Ronny Rosenthal (11 oktober 1963) en Eli Ohana (1 februari 1964) – Profvoetballers. Rosenthal speelde bij Club Brugge, Standard Luik, Liverpool, Tottenham Hotspur en 60 keer in het Israëlische nationale elftal. Ohana heeft 50 interlands op zijn naam en is eigenaar van Beitar Jeruzalem.

Yael Arad (1 mei 1967) – Judoka en de eerste Israëlische medaillewinnaar bij de Olympische Spelen (zilver in de klasse tot 61 kilo in Barcelona, 1992)

Lior Ashkenazi (28 december 1968) en Ayelet Zurer (28 juni 1969) – Acteurs. Ashkenazi speelt een van de hoofdrollen in het fantastische Foxtrot (2017) en Zurer is de prachtige Elisheva in het eerste seizoen van Shtisel.

Ayelet Zurer

Noa (23 juni 1969) – Artiestennaam van Achinoam Nini. De internationaal befaamde zangeres was de eerste Israëli die in het Vaticaan optrad. Werkte samen met grote namen als Paul Simon, Joni Mitchell en Leonard Cohen.

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *