Dagboek

De toevallige twee toeters op Jom Jeroesjalajim.

Opperrabbijn Jacobs schrijft op verzoek van het Joods Cultureel Kwartier dagelijks in zijn dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. In deze coronatijden worden extra uitdagingen gesteld aan zijn taak. Het NIW en CIP publiceren deze stukken dagelijks.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 10 mei 2021, 17:04
De toevallige twee toeters op Jom Jeroesjalajim.

De Ba’al Sjem Tov, de oprichter van het Chassidisme, heeft benadrukt dat op iedere plaats waar een mens zich bevindt, ook als dat ‘toevallig’ lijkt, heeft hij een opdracht te vervullen. Meestal zijn we er onszelf niet van bewust, soms merken we het meteen en heel soms wordt dat pas jaren en jaren later zichtbaar. In de Sidra Korach, die we over enige weken in sjoel lezen, vraagt Korach aan Moshe of een huis dat vol staat met Thora-rollen nog wel een mezoeza moet hebben. Zijn (onterechte) redenering is dat de teksten die in de mezoeza staan uit de Thora komen en als het hele huis vol staat met Thorateksten, dan zouden toch twee korte teksten uit diezelfde Thora niet meer nodig zijn. Maar Korach had ongelijk, ook een huis vol Thora-rollen moet wel een mezoeza hebben, omdat de Thora dat nu eenmaal gebiedt. De diepere filosofische gedachte hierachter is dat een mens die boordevol Thora-kennis zit vergeleken wordt met een Thora. Zijn kennis is enorm, hij heeft als het ware de hele Thora in zich, qua daad en qua wetenschap. Is dat voldoende? Neen, leert ons de mezoeza. Zelfs als je vol Thora-kennis zit, je bent een groot Joods geleerde, toch moet er aan de deurposten ook een mezoeza zijn.  De menselijke deurposten zijn de communicatiemiddelen, het contact tussen binnen en buiten. Met andere woorden: het is mooi als je over een enorme Thora-kennis beschikt, maar als het buiten niet zichtbaar is, er ontbreekt een uitstraling, is het niet goed.

Ik moest hieraan denken toen ik een vriend van mij bezocht en ik aan zijn deurpost geen mezoeza kon vinden. De reden? Hij was bevreesd voor antisemitisme en had daarom de mezoeza aan de binnenkant van zijn deurpost geplaatst. Vaker en vaker zie ik dit: angst om te tonen wie je bent, terwijl juist de mezoeza aangeeft dat we wel moeten tonen wie we zijn en vooral waarvoor we staan. En dus ben ik tegen de baseball cap als vervanging voor mijn Joods ogende zwarte hoed. Enige dagen geleden werd ik gevraagd om mee te werken aan een reclameposter voor een goed doel. Mijn foto dus zichtbaar en herkenbaar in het publieke domein. Men wist mij te overtuigen dat het een goede zaak diende als ik, met nog anderen, zou meewerken. Ik had al het ja-woord gegeven toen mij plotseling bijna de vrees bekroop van het extra risico dat ik ging oplopen, speciaal nu er spanningen zijn op de Tempelberg in Jeruzalem en er bij de voetbalster Zehavi een overval had plaatsgevonden. ‘Bijna de vrees bekroop’, want ik heb een gouden regel en die luidt: geef nooit toe aan chantage! Ik laat me dus niet chanteren door niets en niemand en dus ook zeker niet door vrees. En dan kom ik terug bij de mezoeza: een Jood, een mens en zeker een rabbijn moet licht, hoop en warmte uitstralen

Toeval bestaat dus niet en het was dus ook zeker niet toevallig dat ik die vriend “toevallig “bezocht, die ontbrekende mezoeza zag en van mijn vriend iets hoorde over de invloed van het “toeval”. Mijn vader zl. woonde bij hem in de buurt. Iedere vrijdagmiddag kwam mijn vader met zijn auto voor zijn huis, toeterde en mijn vriend kwam naar buiten om mee te rijden naar sjoel voor de vrijdagavonddienst voor de ingang van de sjabbat. Daarna reden ze samen nog een paar honderd meter verder, toeterde mijn vader nogmaals om nog een sjoelbezoeker mee te nemen. Dit ritueel vond jarenlang plaats, tot mijn vader te oud werd om te rijden. Een Joodse vrouw, die tussen de twee ‘toeters’ in woonde, benaderde mijn vriend met de vraag waarom mijn vader niet meer langskwam op vrijdagmiddag. Zij deed verder niets aan haar Jodendom, maar die twee toeters deden haar herinneren aan de twee sirenes die in Jeruzalem de sjabbat aankondigden. Zij voelde zich op dat moment weer in Jeruzalem waar ze ooit enige maanden had gewoond. Die twee toeters waren haar verbond met het Jodendom, met Israël en met Jeroesjalajim. Eergisteren heb ik dit gehoord, over mijn lieve vader en aan de vooravond van Jom Jeroesjalajim! Toevallig?

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *