De zelfverzekerde jaren negentig
Achtergrond

De zelfverzekerde jaren negentig

In het eerste decennium waarin Israël geen grote oorlog hoefde te voeren, sluit het land met zijn buren een vrede gebaseerd op kracht. Maar terreur blijft zijn tol eisen en de Joodse staat leert dat terroristen ook uit eigen kring kunnen komen.

Bart Schut 16 mei 2022, 10:00
De zelfverzekerde jaren negentig
P.M. YITZHAK RABIN SHAKING HANDS WITH PLO CHAIRMANYASSER ARAFAT (R) ON WHITE HOUSE LAWN AS U.S. PRES. BILL CLINTON LOOKS ON. ìçéöú éã äéñèåøéú áéï øàù äîîùìä éöç÷ øáéï ìéå"ø äøùåú äôìùúéðéú éàñø òøàôú òì îéãùàú äáéú äìáï áååùéðâèåï áòéãåãå ùì ðùéà àøä"á áéì ÷ìéðèåï.

Vogelvlucht In zeven afleveringen beschouwt het NIW de weg die Israël aflegde in zeven woelige decennia, van de pioniersstaat in de jaren vijftig tot de wereldmacht van nu. De serie werd mogelijk gemaakt door Maror. Dit artikel verscheen eerder in NIW 4 – 5781/2020

De jaren negentig beginnen politiek – ook voor Israël – twee maanden voor het formele begin van het decennium. Op 9 november 1989 valt de Berlijnse Muur en komt er een einde aan de Koude Oorlog. De consequenties voor Israël zijn enorm. In één klap zijn de traditionele Arabische vijanden hun belangrijkste steunpilaar en wapenleverancier kwijt. De Verenigde Staten, na een aarzelend begin een oerbetrouwbare bondgenoot van de Joodse staat, krijgt praktisch vrij spel in de machtspolitiek van het Midden-Oosten. Buitenlandse dreiging voor Israël is zo goed als verdwenen. Maar belangrijker is de opening van de grenzen van de (al snel voormalige) Sovjet-Unie. Honderdduizenden Sovjet-Joden grijpen begin jaren negentig de kans aan alia te maken. De Amerikanen staan Israël niet alleen militair met raad en daad terzijde: het decennium is nog geen vier maanden oud als het Huis van Afgevaardigden in Washington een lening van 400 miljoen dollar (nu zo’n 800 miljoen euro) goedkeurt voor de bouw van huizen voor al die Oost-Europese oliem.

De intensiteit van de Palestijnse opstand is sinds het begin van de intifada in 1987 wat afgenomen. Maar op 8 oktober slaat de vlam in de pan in Jeruzalem. Een extreem-religieuze Joodse groep die de Tempel wil herbouwen, provoceert islamitische gelovigen. Of beter gezegd: zij laten zich provoceren, want het Israëlische hooggerechtshof heeft de bouwwerkzaamheden op de Tempelberg verboden. Als Palestijnen Joodse gelovigen bij de Klaagmuur met stenen bekogelen, grijpt de Israëlische politie in. Het resultaat: 19 gewonde politieagenten en 20 dode Palestijnen. Het geweld komt van beide zijden tijdens de intifada: op 20 mei heeft een oneervol uit de IDF ontslagen ex-militair, Ami Popper, in Risjon Letsion zeven Palestijnse burgers in koelen bloede vermoord. De geweldsspiraal tussen Israëli’s en Arabieren slaat over naar New York als op 5 november een Egyptische Amerikaan de ultranationalist, terrorist, rabbijn, oprichter van de Jewish Defense League en oud-Knessetlid Meir Kahane doodschiet.

Honderdduizenden Sovjet-Joden grijpen begin jaren negentig de kans aan alia te maken

De moord op Kahane wordt overschaduwd door het wereldnieuws. De Iraakse dictator Saddam Hoessein is Koeweit binnengevallen en een door de Amerikanen geleide coalitie staat op het punt het oliestaatje te bevrijden. Op 17 januari 1991 verandert Operatie Desert Shield van naam om Desert Storm te worden. Diezelfde dag beantwoordt Saddam Hoessein het luchtoffensief van de geallieerden met raketaanvallen op Israël, in de hoop de Joodse staat tot een militaire reactie te bewegen en zo de steun van de Arabische wereld voor zich te winnen. Israël staat klaar om terug te slaan, de F-16’s hangen al in de lucht. Maar onder grote druk van president George Bush ziet premier Yitzhak Shamir af van vergelding – Saddam Hoesseins plan mislukt.

Patriotraketten onderscheppen Iraakse Scuds boven Tel Aviv (1991) Foto: GPO

Om de tientallen Scudraketten te onderscheppen, belooft Bush luchtdoelbatterijen naar Israël te sturen. Ook een Nederlandse Patriot-eenheid vertrekt naar het Heilige Land. En hoewel die Patriots weinig effectief zijn tegen de Scuds, helpen zij het moreel van de Israëlische burgers hoog te houden. De Scuds zelf zijn ook niet bepaald doeltreffend: Jeruzalem meldt 96 doden als gevolg van de bombardementen, maar slechts twee Israëli’s komen door direct vuur om het leven, de overigen overleden als gevolg van hartaanvallen. Belangrijk is dat Saddam Hoessein zijn dreigement biologische of chemische wapens in te zetten, niet uitvoert.

Dat Israël afziet van vergelding moet niet als een teken van zwakte worden beschouwd, eerder als het tegendeel. Het levert Jeruzalem veel Amerikaans krediet op, dit in tegenstelling tot de Palestijnse leider Yasser Arafat, die de kant van Saddam Hoessein kiest. Die kracht, dat zelfvertrouwen zal Israël vaker demonstreren in dit decennium. Bijvoorbeeld datzelfde jaar nog, als op 24 en 25 mei tijdens een geheime operatie, Solomon genoemd, de Israëlische luchtmacht met behulp van El Al binnen 36 uur meer dan 14 duizend Ethiopische Joden evacueert. Eén toestel, een Boeing 747 van El Al houdt nog steeds het wereldrecord van de vlucht met de meeste passagiers aan boord: 1088 volgens Guinness World Records. Dat zijn er 1086 bij het opstijgen in Ethiopië, want twee zwangere vrouwen bevallen tijdens de reis.

Met Operatie Solomon haalde Israël 14 duizend Joden uit Ethiopië (1991)

Nog meer reden tot zelfvertrouwen: Israël krijgt aan het einde van het jaar zelfs de VN op de knieën. Op 16 december stemmen de lidstaten over resolutie 4686. De tekst van die resolutie luidt: “De Algemene Vergadering besluit de bepalingen in haar resolutie 3379 van 10 november 1975 in te trekken.” Het is de eerste keer dat de Verenigde Naties een resolutie intrekken. Niet zo gek, want 3379 bevat de beruchte bepaling die zionisme gelijkstelt aan racisme. De tijd is er rijp voor, zonder het communistische blok hebben de islamitische landen niet voldoende stemmen om de racistische resolutie 3379 staande te houden. De druk voor de koerswijzing komt van de Amerikanen – wisselgeld voor Israëls terughoudendheid tijdens de Golfoorlog?

Premier Begin kust de hand van Elizabeth Taylor (1983) foto: GPO

1992 begint met de dood van een oerkracht uit de Israëlische politiek. Op 9 maart sterft Menachem Begin, de man die bijna een halve eeuw het rechterdeel van de Joodse staat (en daarvoor Palestina) beheerste. Als leider van de zionistische Irgoen koos hij zonder scrupules voor de strijd, maar als leider van Heroet – en de Joodse staat – sloot hij vrede met de Egyptische erfvijand. Begin kreeg er de Nobelprijs voor de Vrede voor; hij zou niet de laatste oud-‘terrorist’ zijn die die eer ten deel zou vallen. Menachem Begin was de zesde premier van Israël, van 1977 tot 1983. Op 2 maart krijgt hij een hartaanval in zijn appartement in Tel Aviv en een week later sterft hij in het Ichilov-ziekenhuis. Koppig tot in de dood wil Begin niet begraven worden op de Herzlberg, maar op de Olijfberg waar zijn geliefde vrouw Aliza ligt.

Koppig tot in de dood wil Begin niet begraven worden op de Herzlberg

De terreur tegen Joden in binnen- en buitenland gaat verder. Op 17 maart blaast een zelfmoordterrorist van Hezbollah, in opdracht van de Iraanse ayatollahs, de Israëlische ambassade in Buenos Aires op. 29 personen, onder wie 25 Argentijnen, komen om het leven. Twee jaar later gaat Hezbollah nog verder. Op 18 juli 1994 blaast de terreurbeweging het gebouw van de Joodse gemeenschap in de Argentijnse hoofdstad op: 85 doden. De pogingen van de Argentijnse regering de Iraanse betrokkenheid bij de moordpartijen onder het tapijt te vegen, leidt tot een politiek schandaal en de moord op de Joods-Argentijnse openbare aanklager Alberto Nisman. Israël is eerst geschokt en daarna in diepe rouw na de moord op de 15-jarige scholiere Helena Rapp (24 mei 1992) door een lid van de Islamitische Jihad. De Joodse staat vergeet niet: tweeënhalf jaar later liquideert de Mossad Fathi Shakaki, leider van de terreurbeweging, op Malta.

Positief nieuws komt er uit de sport. Na veertig jaar behaalt Israël zijn eerste succes bij de Olympische Spelen. In Barcelona haalt judoka Yael Arad op 30 juli zilver in de categorie tot 61 kilo. Een dag later win Oren Smadja brons bij de mannen onder 71 kilo. Het blijft in de jaren negentig met een loep zoeken naar meer olympisch succes: slechts één mager bronsje is vier jaar later de oogst in Atlanta (Gal Fridman bij het windsurfen). Bij de Winterspelen doen Israëli’s het – begrijpelijk – nog slechter: pas in 1994 doet de eerste Israëlische wintersporter mee, maar de in Oekraïne geboren kunstschaatser Michael Shmerkin komt in Lillehammer niet verder dan een zestiende plaats. Ook vier jaar later komt de Israëlische delegatie – inmiddels drie man sterk – met lege handen thuis, ditmaal uit Nagano.

Het belangrijkste ‘Israëlische’ nieuws uit de tweede helft van 1992 komt uit Amsterdam als El Al-vlucht 1862, een Boeing 747-vrachttoestel, na een mechanisch defect neerstort op een flat in de Bijlmer. 43 personen komen om bij de ramp, onder wie de drie bemanningsleden.

De Joodse staat is volwassen geworden en alweer aan zijn zevende president toe. De Knesset kiest op 24 maart 1993 voor oorlogsheld Ezer Weizman. Die volwassenheid blijkt ook uit het vonnis van het hooggerechtshof op 29 juli: de terdoodveroordeling van John Demjanjuk wordt vernietigd nadat is gebleken dat hij niet ‘Ivan de Verschrikkelijke’ uit het vernietigingskamp Treblinka kan zijn. Hoewel er belangrijke aanwijzingen zijn dat Demjanjuk wel degelijk kampbewaker – in Sobibor – was (waarvoor hij later in Duitsland veroordeeld zal worden), besluit de Joodse staat hem daarvoor niet te vervolgen en vrij te laten.

Een zelfverzekerde, volwassen staat durft vrede te sluiten met zijn ergste vijanden. Dat doet de socialistische premier Yitzhak Rabin, die een jaar eerder gekozen werd: op 13 september worden formeel de Osloakkoorden getekend in het Witte Huis in Washington. De Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook krijgen gedeeltelijk zelfbestuur. Als president Bill Clinton Rabin en PLO-leider Arafat oproept elkaar de hand te reiken, doen de twee dat letterlijk: het zal de misschien wel beroemdste handdruk uit de geschiedenis worden. “Vandaag zeggen wij met luide en duidelijke stem: genoeg bloed en tranen, genoeg,” zegt Rabin bij de ceremonie. Maar veel Israëli’s vragen zich af wat zij terugkrijgen voor hun concessies. Al snel blijkt immers dat ‘Oslo’ allesbehalve het einde van de Palestijnse terreur betekent. BBC-correspondent John Simpson, aanwezig in het Witte Huis, voorspelt: “Arafat legt ongetwijfeld zijn leven in de waagschaal met deze overeenkomst.” Simpson zal verschrikkelijk gelijk én ongelijk krijgen. 1993 wordt afgesloten met nog een diplomatiek hoogtepunt: op 30 december knopen het Vaticaan en de Joodse staat – ruim 45 jaar na zijn stichting – diplomatieke betrekkingen aan.

President Mubarak (midden) grapt met (vlnr) Yasser Arafat, koning Hoessein, Yitzhak Rabin en Shimon Peres in het Witte Huis (1995)

Zoals gezegd, niet alle terreur komt van Arabische zijde. Op 25 februari loopt Baruch Goldstein, aanhanger van de vermoorde extremist Meir Kahane, de Ibrahimi-moskee bij de Grot van de Aartsvaders in Hebron binnen, en opent het vuur op de biddende gelovigen. Goldstein doodt 29 Palestijnen en verwondt er nog eens 125, onder wie verschillende kinderen. Een van de aanwezigen gooit een brandblusser naar de moordenaar en daarna stort de massa zich op hem en slaat hem dood. Bij de rellen die een reactie zijn op het bloedbad komen nog eens ten minste twintig Palestijnen en negen Israëli’s om.

Israëlische artillerie neemt Hezbollahposities onder vuur tijdens Operatie Druiven der Gramschap (1996)

Toch komt het leeuwendeel van de terreur van Arabische zijde. 6 april: zelfmoordaanslag in Afula. 13 april: zelfmoordaanslag in Hadera. 19 oktober: zelfmoordaanslag in Dizengoff Street in Tel Aviv. De lijst gaat maar door en het zal nog erger worden, terwijl Israël zich in overeenstemming met de Oslo-akkoorden uit Gaza-Stad en Jericho terugtrekt. Gaan onverminderde terreur en vredesbesprekingen samen? Het lijkt er wel op. Op 8 augustus wordt de eerste grensovergang tussen Israël en Jordanië geopend en in oktober sluiten de twee landen formeel vrede. Op 10 december ontvangen Yitzhak Rabin, Shimon Peres en Yasser Arafat de Nobelprijs voor de Vrede voor hun ‘Oslo-inspanningen’, maar de weerzin groeit onder extremisten aan beide zijden.

Desondanks lijkt de trein op weg naar vrede tussen de Israëlische regering en de PLO ook in 1995 niet te stoppen. Op 28 september worden feestelijk de Oslo II-akkoorden getekend – opnieuw in het Witte Huis en ditmaal in bijzijn van de Egyptische president Hosni Mubarak en de Jordaanse koning Hoessein. Israël belooft zich terug te trekken uit de belangrijkste Palestijnse steden op de Westoever: Ramallah, Tulkarem, Betlehem, Jenin, Nabloes en nog eens 450 dorpen, die onder gezag van de Palestijnse Autoriteit komen. Ondanks een nieuwe serie zelfmoordaanslagen – vooral bussen vol burgers zijn een geliefd doelwit van de jihadi’s – lijkt niets een onafhankelijke Palestijnse staat in de weg te staan, zolang premier Rabin aan het roer blijft.

Eén kogel kan de wereld veranderen. Dat moet ook Yigal Amir gedacht hebben als hij de avond van 4 november op weg gaat naar een demonstratie voor het vredesproces. Maar de extreemrechtse Amir gaat niet om er zijn steun aan Rabin te betuigen, in zijn zak draagt hij een semiautomatisch pistool. In de afgelopen weken en maanden hebben rechtse politici Rabin met Hitler vergeleken.

Extremistische rabbijnen hebben op religieuze gronden opgeroepen de premier te doden ‘om Joodse levens te redden’. Rabins vredeskoers zien zij als ketterij, de terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever als landverraad. De premier weigert de dreigementen serieus te nemen – Joden vermoorden immers geen Joden – en draagt geen kogelwerend vest in het openbaar. Het is alsof Amir dit weet, de extremist vuurt twee kogels af en raakt Rabin in de buik en de borst. Om twee minuten over elf sterft premier Yitzhak Rabin in het Ichilov-ziekenhuis in Tel Aviv.

De overgrote meerderheid van de inmiddels vijf en een half miljoen Israëli’s is in diepe rouw gedompeld, maar het politieke leven gaat altijd door. Na een korte periode ad interim legt Shimon Peres op 22 november de eed af en wordt Israëls achtste premier. Zijn korte eerste regeerperiode wordt gekenmerkt door een bloedige serie zelfmoordaanslagen op bussen in Jeruzalem – tweemaal binnen een week op dezelfde buslijn 18 (in totaal 45 dodelijke slachtoffers) – en het Dizengoff-winkelcentrum in Tel Aviv (twintig doden). De Mossad slaat terug en liquideert de bommenmaker van Hamas, Yahya Ayyash – ironisch genoeg met een explosief in zijn mobiele telefoon.

“Vandaag zeggen wij: genoeg bloed en tranen, genoeg,” zegt Rabin

De jaren negentig zijn Israëls eerste decennium zonder (grote) oorlog, maar in april 1996 beveelt Peres de IDF de operatie Druiven der Gramschap uit te voeren, een strafexpeditie tegen Hezbollah in Zuid-Libanon. Twee weken lang bestoken de Israëli’s de terroristen vanaf de grond en vanuit de lucht. Hoewel Hezbollah flinke verliezen worden toegebracht, verandert de operatie weinig aan de situatie in Libanon. Misschien dat de kiezers het daarom tijd vinden voor verandering. De overwinning van de nieuwe politieke ster aan het Israëlische firmament, Likoedleider Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu (onthoud die naam, u zult hem in deze serie vaker tegenkomen) is zo verrassend, dat het land op 29 mei ‘naar bed ging met Peres, maar wakker werd met Netanyahu’, zoals commentatoren melden. Op 18 juni vormt Bibi een conservatieve coalitie met de ultraorthodoxe partijen.

Koning Hoessein bezoekt familie van de slachtoffers van het Island of Peace-bloedbad in 1997 Foto: GPO

Ook Netanyahu’s havikenregering brengt geen veiligheid. Op 4 februari 1997 komen twee helikopters die manschappen vervoeren, in de lucht met elkaar in botsing, 77 IDF-soldaten komen bij het ongeluk om het leven. Geen ongeluk is de aanslag op het ‘Vredeseiland’ tussen de Jordaan en de rivier de Yarmouk, waar een Jordaanse grenssoldaat het vuur opent op Israëlische schoolmeisjes, van wie er zeven omkomen. Toch is er iets veranderd. Waar de moordenaar van Israëlische kinderen voorheen in Jordanië als held werd vereerd, wordt deze nu tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld. En koning Hoessein brengt zowaar een troostrijk bezoek aan de families van de slachtoffers in Israël. Niet dat dit de golf van Arabische terreur tot staan kan brengen: Tel Aviv en Jeruzalem worden ook in 1997 getroffen door bloedige zelfmoordaanslagen.

Niet alles is kommer en kwel. De zelfverzekerde staat met zijn bloeiende economie kan het breed laten hangen. Dat blijkt vooral in de architectuur, als Tel Aviv een heuse skyline begint te ontwikkelen. Op 1 april 1998 opent het Azrielicentrum zijn deuren: drie wolkenkrabbers aan de Ayalon-snelweg. De drie torens – een vierkante, een ronde en een driehoekige – zijn alle meer dan 150 meter hoog. De ronde is met zijn 189 meter het hoogste gebouw van Israël. Niet alleen de grootte van Tel Avivs gebouwen, ook de prijs is geëxplodeerd. Het Azrielicentrum kost evenveel als de lening van het Amerikaanse congres voor het onderbrengen van Russische immigranten in 1990.

Dana International in het Eurovisie Songfestival in Birmingham (1998)

Het is alweer even geleden, Israëlisch succes bij het Eurovisie Songfestival, maar op 9 mei krijgt de Joodse staat eindelijk de zo vurig verlangde opvolger van de winnaars in 1979, Milk and Honey. En wat voor visitekaartje geeft Israël af als moderne staat? De eerste transseksuele winnaar van het ESF! Dana International blaast de concurrentie omver met haar Diva en bevestigt daarmee de reputatie van het festival als lhbt-festijn. Nog een overwinning: Linor Abargil wordt op 22 november op de Seychellen gekroond tot de eerste Israëlische Miss World. Maar aan de titel zit een inktzwarte rand: zeven weken voor de verkiezing wordt de 18-jarige Abargil in Milaan onder bedreiging met een mes verkracht door reisagent Uri Shlomo Nur. Tot wanhoop van het slachtoffer weigert de Italiaanse justitie iets te doen, maar Nur wordt een paar maanden later op familiebezoek in Israël gearresteerd en tot zestien jaar cel veroordeeld. Abargil ontwikkelt zich na haar modellencarrière tot activiste tegen seksueel geweld, zoals is te zien in de documentaire Brave Miss World.

Nog een missverkiezing, nog een bewijs van Israël als zelfbewuste en geëmancipeerde staat. Op 9 maart 1999 wordt Rana Raslan gekroond tot Miss Israël. Raslan kan het zelf nauwelijks geloven, zij is de eerste – en tot op de dag vandaag enige – Arabische die deze eer te beurt valt.

Rana Raslan (midden) hoort dat zij Miss Israël is geworden (1999) Foto GPO

Als je het Songfestival wint, mag je het organiseren. Jeruzalem doet dat op 29 mei in het Binjenei HaOema, het internationale congrescentrum. Hoogtepunt van het festival is niet winnares Charlotte Nilsson – slechts een enkeling zal zich haar liedje Take me to your heaven voor de geest kunnen halen – maar het moment waarop alle deelnemers samen Halleluja zingen.

De jaren negentig eindigen voor Israël met een nieuwe politieke omwenteling. Oorlogsheld en sociaaldemocratische oud-minister Ehud Barak wint op 17 mei 1999 verrassend ruim van zittend premier Netanyahu. Barak heeft de kiezer overtuigd met zijn belofte Yitzhak Rabins vredeskoers voort te zetten en de IDF uit Zuid-Libanon terug te trekken, maar vervolgens haalt de kersverse premier zich de woede van een deel van zijn eigen aanhang op de hals door een coalitie te vormen met het ultraorthodoxe Shas. Hoe dan ook, Benjamin Netanyahu heeft een vernederende nederlaag geïncasseerd en insiders speculeren over een vroegtijdig einde van zijn politieke carrière. Terecht?

Aanhangers van Ehud Barak vieren zijn verkiezingsoverwinning in 1999

Leven en dood in de jaren negentig

Overleden:
Amos Guttman (1954-1993) – In Transsylvanië geboren regisseur van de eerste Israëlische speelfilm met een lhbt-gerelateerd onderwerp. De homoseksuele Guttman overleed op 38-jarige leeftijd aan de gevolgen van aids, het onderwerp van zijn laatste film Amazing grace (1992).

Shlomo Goren

Shlomo Goren (1917-1994) – Asjkenazische opperrabbijn van Israël van 1973 tot 1983. Als eerste opperrabbijn van de IDF werd hij vooral beroemd door op 7 juni 1967, onmiddellijk na de verovering van Oost-Jeruzalem, het eerste Joodse gebed bij de Klaagmuur sinds 1948 te leiden.

Haim Bar-Lev (1924-1994), Mordechai Gur (1930- 1995), Uzi Narkiss (1925-1997) – Drie belangrijke Israëlische generaals. Bar-Lev leidde de IDF tegen de Egyptenaren tijdens de Jom Kipoeroorlog, Gur was bevelhebber van de brigade die Jeruzalems oude stad veroverde tijdens de Zesdaagse Oorlog en Narkiss was daarbij Gurs commandant.

Chaim Herzog (1918-1997) – De in Ierland geboren en getogen Herzog, zoon van de opperrabbijn van dat land, werd in 1983 Israëls zesde president, een ambt dat hij twee termijnen lang (tot 1993) bekleedde. Daarvoor was hij sociaaldemocratisch Knessetlid, VN-ambassadeur, succesvol advocaat en IDF-generaal.

Bethsabée de Rothschild (1914-1999) – Deze achterkleindochter van James Mayer de Rotschild, stichter van de Franse tak van de bankiersfamilie, was wars van rijkdom. Zij landde met de Vrije Franse Troepen in Normandië in 1944 en ondersteunde na haar alia de wereldberoemde, naar haar vernoemde Batsheva Dance Company in Tel Aviv.

Netta Barzilai

Geboren:
Netta Barzilai
(22 januari 1993) – Zangeres en Israëls vierde winnaar van het Eurovisie Songfestival. Op 12 mei 2018 in Lissabon behaalde haar liedje Toy voor een publiek van 186 miljoen televisiekijkers 529 punten, 93 meer dan nummer 2 Cyprus, met name dankzij de stemmen van het publiek.

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking