Doortastende reizigster
Achtergrond

Doortastende reizigster

Filmmaakster Heddy Honigmann overleed zaterdag op 70-jarige leeftijd na een lange strijd met ms en kanker. De in Lima geboren Honigmann groeide op in Nederland en werd een van de belangrijkste filmmakers van ons land. Op 15 oktober 2021 publiceerde het NIW een interview met deze bijzondere vrouw.

Achsa Vissel 22 mei 2022, 10:15
Doortastende reizigster

‘O echt? Liever niet,’ reageert filmmaakster Heddy Honigmann op het idee over haar Joodse achtergrond te praten. Jammer, want hoewel Honigmann (Lima, 1951) er niet terughoudend over is, spreekt ze weinig over haar jodendom. Ze heeft het liever over haar werk. Ondanks haar haperende gezondheid – bovenop de multiple sclerose die haar al jaren plaagt lijdt zij aan kanker – gaat de stroom producties gewoon door. Afgelopen juni werd 100 up gepresenteerd, een film vol energieke honderdplussers. Nu volgt No hay camino (Er is geen weg), het best te omschrijven als een gefilmd zelfportret. Nadat Honigmann in tientallen films anderen in beeld heeft gebracht, richt zij de camera op zichzelf. Het bericht dat ze ongeneeslijk ziek is en misschien nog twee jaar te leven heeft, maakte veel los. Ze reisde af naar Peru, waar zij haar geboortehuis bezocht. In Nederland liet zij zich uitgebreid interviewen door mensen die in haar leven van belang zijn geweest, onder wie actrice Johanna ter Steege en schrijfster Kristien Hemmerechts. De titel komt uit een werk van de Spaanse dichter Antonio Machado (1875–1939): ‘Caminante, no hay camino, se hace camino al andar’ (Reiziger, er is geen weg, je maakt de weg terwijl je loopt). Volgens Honigmann niet alleen toepasselijk op het ontstaansproces van de film, maar ook op het leven zelf.

Het idee voor No hay camino kwam van vaste producent Pieter van Huystee. “Hij stelde voor dat ik hoofdpersoon en regisseuse tegelijk zou zijn. Ik wist dat het een keer in mijn carrière moest gebeuren, maar het leek mij eng. Dat viel achteraf mee. Zelfs al kon ik me niet achter de camera verschuilen. Het klinkt raar, maar ik besefte vooraf niet dat het een film over mezelf werd. Er was geen duidelijk plan, behalve dat ik op reis zou gaan om die gesprekken te voeren, nu het nog kon. Bij de eerste montage zag ik het pas: dit is een portret van mij. Achteraf gezien goed, anders was ik misschien terughoudender geweest, voorzichtiger.” Met haar zoon Stefan van de Staak achter de camera, ontstond een associatief beeld van Honigmann, haar ideeën, films, vrienden en familiegeschiedenis.

Heddy Honigmann in haar autobiografische film No hay camino

Levende legende In de documentairewereld geldt Honigmann als een legende, bekend om haar bezielde, dicht op de huid gefilmde werk. Na films als Metaal en melancholie (1993), waarin ze taxichauffeurs in Lima aan het woord liet, brak ze in 1996 internationaal door met O amor natural. Daarin vroeg ze oudere inwoners van Brazilië te reageren op de erotische gedichten van landgenoot Carlos Drummond de Andrade. De openhartige antwoorden leidden tot een verrassend document, waarin de hoofdpersonen zowel hun reactie op de gedichten als hun eigen ervaringen over het voetlicht brachten. Bewust koos ze niet voor jonge mensen. “Ik was bang dat ze giechelig zouden worden, het niet serieus zouden nemen. Oudere mensen hebben meer levenservaring, meer seksuele ontwikkeling. Zij kunnen hier iets wezenlijks over vertellen.”

‘Bij de eerste montage zag ik het pas: dit is een portret van mij’

De verhalen in de film maken haar na 25 jaar nog steeds enthousiast. “Een bejaarde vrouw vertelt bijvoorbeeld dat het binnenshuis nogal eens te druk was om de liefde te bedrijven, dan doken haar man en zij de tuin in. Fantastisch vond ik dat.” Alles bij elkaar was het een gedurfde keuze in een tijd waarin weinig over seks werd gesproken. Al lijkt het erop, een voorliefde voor oudere hoofdpersonen heeft ze niet. “Ik zoek fascinerende mensen, personen die een andere route hebben genomen in het leven.” Research voor een nieuwe film kost vaak maanden, voor Metaal en melancholie sprak ze met 120 taxichauffeurs. “Tegenwoordig kan ik een groot deel van dat werk aan anderen overlaten.”

Littekens
Honigmanns weerzin over haar Joodse wortels te praten wordt begrijpelijk voor wie No hay camino ziet. Haar jeugd is gekleurd door een vader die met littekens uit de Tweede Wereldoorlog kwam. Tekenaar Victor Honigmann, bedenker van stripheld Supercholo, bleek een getraumatiseerde Holocaustoverlever. Hij doorstond concentratiekamp Mauthausen, diende in Rusland in het Rode Leger en kwam in 1954 in Peru terecht. Daar trouwde hij met Heddy’s moeder, een actrice die haar beroep voor dit huwelijk opgaf. Hij was erg streng voor zijn twee dochters. Hij dwong de kinderen bijvoorbeeld aanwezig te zijn toen hij de terminaal zieke hond van de familie eigenhandig uit zijn lijden verloste. “Hij was enorm autoritair en hield mij onder de duim. Hij moest precies weten waar ik uithing, zag overal gevaar.”

Van de mooie kanten van het jodendom kreeg ze weinig mee. “Vanaf de peuterklas gingen mijn zus en ik niet naar de Joodse, maar de Franse school. Om ons ‘te beschermen’, een rare redenering die ik nooit zal begrijpen. Van de Joodse gemeenschap in Lima maakten wij geen deel uit. Het voordeel was dat ik goed Frans leerde, zodat ik later in Parijs gemakkelijk mijn weg kon vinden.” Pas laat in haar puberteit besefte Honigmann senior met schrik dat zijn dochters door zijn onderwijsbeleid waarschijnlijk geen Joodse partner zouden krijgen. “Daar kwam hij laat achter,” grinnikt Heddy. En hij kreeg gelijk: zij trouwde met de Nederlander Frans van der Staak (overleden in 2001), met wie ze zoon Vincent kreeg. Nu leeft zij met de Nederlandse Henk en zijn zoon Japie.

Vrede
Ondanks hun afstand tot de Joodse wereld maakten vader, moeder en zus Honingmann alia in 1966 en bleven elf jaar in Israël wonen. Heddy was het huis al uit en wilde niet mee. “Mijn vader had in het Rode Leger gevochten en was bang dat de militaire junta van Juan Velasco, die de macht had overgenomen in Peru, communistische sympathieën had. Hij had het communisme gezien in Rusland en wilde absoluut niet in Peru blijven. Religieuze aantrekkingskracht was er niet, hij voelde zich zelfs niet Joods.” Zus Jeannette kwam via haar werk per toeval in Nederland terecht. De nabijheid is prettig, maar in No hay camino blijken de zusjes heel verschillend naar het verleden te kijken. De vijf jaar jongere zus verdedigt haar vader, een gesprek over moeilijke tijden wordt het niet.

Heddy Honigmann wist echter vrede met het verleden te sluiten. “Toen ik in Is dit een mens van Primo Levi over zijn kampervaringen las, begreep ik het leed van mijn vader. Kort voor zijn dood in 1995 kon ik hem vergeven. Ik begreep dat hij zelf geen zin meer zag in het leven. Ik, zijn kind, was de zin van zijn leven geworden en hij was doodsbang mij te verliezen. Lijden mocht ik niet, vandaar die te beschermende, controlerende, agressieve opvoeding. Ik was vaak bang op mijn kop te krijgen, bang dat ik niet getroost zou worden als ik dat nodig had.” Ook Victor Honigmann was gedreven in zijn creativiteit. “Zelfs in het kamp tekende hij nog. Maar de kunst van het verhalen vertellen heb ik geërfd van mijn lievelingsoma Stefanie, bij wie ik vroeger met alles terecht kon.”

Afgemat
Van alles wat zij maakte, is Honigmann het meest tevreden over Metaal en melancholie. “Toen ik met het plan kwam, dachten velen dat het saai en vervelend zou worden, een beetje kletsen met taxichauffeurs. Maar ik wist direct dat het er maar van afhing wat voor mens je voor de camera krijgt.” Ook Het ondergrondse orkest, over talentvolle musici die spelen in de Parijse metro, is een favoriet. “Als een film me bij het terugzien nog steeds boeit, weet ik dat ik het goed heb gedaan,” lacht ze. Tijdens het gesprek klinkt Heddy soms afgemat. “Door de MS ben ik snel moe. Behalve als ik aan het werk ben, dan ben ik gefocust en valt alles weg.” Ze laat weinig los over de gediagnosticeerde kanker en haar beperkte levensverwachting. Een van haar laatste uitspraken in No hay camino zegt genoeg: “Hoe minder ik spreek over de dood, hoe langer ik denk dat ik blijf leven.”

Heddy Honigmann werd geboren in Lima (Peru) op 1 oktober 1951. Zij studeerde cinematografie in Parijs en Rome. In 1978 verhuisde zij met echtgenoot Frans van de Staak naar Nederland. Vanaf dat jaar produceerde zij naast de speelfilms Hersenschimmen (1988) en Tot ziens (1995) zo’n vijftig documentaires. Haar werk werd veelvuldig bekroond, onder meer met twee Gouden Kalveren. Het Humanistisch Verbond eerde de cineaste in 2006 met de Van Praagprijs voor de ‘indringende, vaak ontHaar film was een gedurfde keuze in een tijd waarin weinig over seks werd gesproken roerende en inspirerende wijze’ waarop zij mensen in kwetsbare omstandigheden in beeld brengt. Bekende producties van Honigmann zijn L’Israeli del beduini (1979), Metaal en melancholie (1993), O amor natural (1996), Het ondergrondse orkest (1997), Crazy (1999), Forever (2006) en 100 up (2020).

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking