Binnenland

Dure Namenwand

Redactie 31 januari 2014, 00:00

Ruben Vis'' 2012Gastcolumn: Ruben Vis

Afgelopen zondag stond ik in het Wertheimpark. Van de 107.000 gedeporteerde Nederlandse Joden keerden er 5400 terug. Burgemeester Eberhard van der Laan memoreerde het in zijn toespraak bij het Nooit meer Auschwitz-monument. De voorzitter van het Auschwitz Comité vertelde dat er goed nieuws is. Voor de vermoorde Joden gaat er een Holocaust-namenmonument komen. Een aansprekende gedachte, maar er bestaat weerstand tegen het plan en die weerstand deel ik. 

Het Wertheimpark is niet meer dan een plantsoentje. Niet groter dan een voetbalveld en de enige openbare groene enclave in de verder volstrekt versteende binnenstad van Amsterdam. Je moet het weten te vinden. Onlangs zag ik vanaf een bankje in het park hoe een echtpaar met toeristengids in de hand het groen binnenliep om stil te staan bij het Nooit meer Auschwitz-monument. Zo’n namenwand in het plantsoentje zal het Auschwitz-monument in de schaduw stellen. De hemel, die alles heeft gezien, weerspiegelt zich in de gebroken glasplaten. Zal de ellenlange wand de boodschap van Jan Wolkers niet ontkrachten? Voor vijftig euro kan je één naam op de wand adopteren. Vijf miljoen euro gaat die namenwand dus kosten. Voor dat bedrag neergezet door Daniel Libeskind, de architect die het Joodse Museum in Berlijn bouwde. Dat zou in eerste instantie een bescheiden aanbouw worden van het 18e-eeuwse gebouw waarin het Berlijns Museum was gevestigd. Het ontwerp van Libeskind stelt de oudbouw nu op megalomane wijze volledig in de schaduw. Vijf miljoen euro. Is het niet een beetje veel, een beetje veel te veel? Om mij heen bleek al gauw dat ik niet alleen stond in mijn twijfel. ‘Voor dode Joden is altijd geld’, mopperde een mede-tweedegeneratiegenoot. ‘Liever vijf miljoen voor de Joodse dagscholen, dat is levend jodendom’. Het Wertheimpark is ook sociologisch een onbegrijpelijke keuze. Het park vormt de poort naar de Plantagebuurt. Domicilie van de Joodse gegoede burgerij. Het grootste gedeelte van Joods Amsterdam was in 1940 niet rijk of welvarend. Het merendeel was arm en was in de Jodenjacht het meest weerloos. Deze Joden hadden geen contacten, konden niets ‘organiseren’, beschikten niet over ‘vitamine R’. Ze woonden in de Jodenhoek, de buurt rond het Waterlooplein, met uitlopers naar de Transvaalbuurt, Oost, Watergraafsmeer. Vijf miljoen euro. Denkend over dat enorme bedrag liep ik terug van het Wertheimplantsoentje. Mensen eenmalig vijftig euro vragen om hun vermoorde familieleden te gedenken is – hopelijk, want dan heb je er maar weinig verloren – in wezen peanuts. Maar er zijn er helaas ook heel velen waar waarschijnlijk geen familieleden voor in de buidel tasten; omdat ze er simpelweg niet zijn. Laat een namenwand ons nooit wijsmaken dat het een remplacement kan zijn voor de graven die hen niet zijn gegund. Nog los van het idee dat we zelf voor een monument moeten betalen. Bewounes! Vijf miljoen euro. Kan het niet goedkoper? En zoek liever de verbinding met het alledaagse. Laat niemand vergeten dat die 107.000 werden gesepareerd en weggevoerd onder de ogen van hun buurtgenoten. Dit gedenkteken zou daar moeten staan waar de Joden hebben gewoond, geleefd en uit het hart van de samenleving zijn weggerukt. Kan het gedenkteken niet worden opgericht op een plek waar het gewone leven doorgaat? In plaats van in een stukje Amsterdam dat verder nauwelijks mensen trekt. Op mijn weg terug van het Wertheimpark pakte ik de metro. Peinzend over wat dan wel de juiste aanpak zou zijn voor het mens voor mens en naam voor naam herinneren, stond ik op het perron te wachten tot mijn metro zou arriveren. Oog in oog met die ellenlange muur aan de andere kant van de metrorails. Het openbaar vervoer: per tram, bus en trein werden de Joden afgevoerd. Waren er metro’s geweest dan zouden ze zeker zijn ingezet. Het Waterlooplein, waar de eerste razzia werd gehouden. Metrohalte Waterlooplein, direct verbonden met de wijze van deportatie. Nu een plek waar dagelijks duizenden ogenschijnlijk doelloos voor zich uit staren. Kijkend naar een wand vol namen. Met in hun hand een smartphone. Alleen nog een slimme applicatie waarmee de reiziger steeds een andere van de 102.000 namen op zijn phone op kan roepen. En de kosten? 102.000 namen op een bestaande muur schilderen en een voor de reiziger snel te bereiken digitale app van de namenwand; dat kan samen geen 5 miljoen euro kosten. Met 1, 2 of 3 procent ervan, ben je klaar. Vorige week zaterdag (…!) startte de inzamelingsactie voor de namenwand. Het benodigde bedrag is toen u dit nummer van het NIW opensloeg vast al bereikt. Ruben Vis is secretaris van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) 

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *