Buitenland

Een moskee te ver?

Redactie 11 oktober 2011, 00:00

In de nacht van zondag op maandag staken onbekende vandalen in het Arabisch-Israëlische stadje Tuba-Zangariya (opper-Galilea) het interieur van een moskee in brand en bespoten de muren met graffiti – Hebreeuwse teksten als ‘Wraak’, ‘Price tag’ en ‘Palmer’. Alles ging verloren, behalve het gebouw zelf: de tapijten, de boeken, de Korans. Het was een domme daad, en het moment was ook nog eens heel slecht gekozen, niet alleen omdat het in de periode tussen Rosj Hasjana en Jom Kipoer viel, maar ook in een fase dat de afstand tussen Palestijnen en Israëli’s door de Palestijnse VN-bid zichtbaar groter is dan lange tijd het geval is geweest. Ook de locatie was problematisch, hoewel niet zonder precedent: het stadje ligt niet op de West Bank, maar in Israël zelf, in opper- Galilea, waar Arabieren en Joden doorgaans aardig met elkaar overweg kunnen.
‘Price tag’ is al jaren een bekend sleutelwoord dat opduikt bij agressie van kolonisten jegens Palestijnse of Arabisch-Israëlische eigendommen, een verwijzing naar de ‘prijs’ die moet worden betaald voor Palestijnse of Arabische agressie en ook een reactie op iedere maatregel die wordt gericht tegen de aanwezigheid van kolonisten en nederzettingen op Palestijns gebied. ‘Palmer’ verwijst naar de dood van de kolonist Asher Palmer en zijn één jaar oude zoontje; op 23 september verongelukten ze bij Kiryat Arba nadat Palestijnen stenen naar hun auto hadden gegooid.

Verontwaardiging
Bij de Arabische inwoners – vooral bedoeïenen – was er zowel schrik als verontwaardiging. „Dit moeten Joodse extremisten zijn,” zei een van de inwoners van het dorp. „Ondanks onze interne verschillen zou geen enkele [Joodse] inwoner de moskee schade durven berokkenen.”
De Israëlische regering nam onmiddellijk afstand van de aanslag. Netanyahu sprak over ‘een daad tegen de waarden van de staat Israël, die het belang van vrijheid van godsdienst hoog aanslaat’. De politiecommandant van het Noordelijk District Roni Attia beschreef de gebeurtenis als ‘een ernstig price-tag-incident’ en president Peres als ‘illegaal’, ‘immoreel’ en ‘haaks op Joodse waarden’, ‘sabotage van de betrekkingen tussen ons en onze buren en tussen de verschillende godsdiensten in Israël’. Ook de oppositie veroordeelde de aanval; de Israëlische politici waren, bij wijze van uitzondering, eensgezind. De sefardische opperrabbijn Shlomo Amar bracht samen met president Shimon Peres en de ashkenazische opperrabbijn Yona Metzger een solidariteitsbezoek aan het stadje – collateral pr-damage control – hoewel Amar het niet voor onmogelijk hield dat ‘iemand’ de partijen tegen elkaar wilde opstoken. Ook de minister van Openbare Veiligheid Yitzhak Aharonovitch bezocht Tuba-Zangariya – weer een bewijs dat iedereen dit vuurspuwen in een kruitopslagplaats echt bloedserieus nam. De politie heeft de controles rond moskeeën verscherpt, om duidelijk te maken dat de overheid dit incident ernstig neemt. Hoogste politiechef Danino heeft een onderzoeksteam ingesteld om price-tag-incidenten te bestrijden.
Israël zit niet te wachten op dit soort incidenten. Sinds de VN-bid van 23 september beseft iedereen dat gewone onderhandelingen tussen de partijen bijna zinloos zijn – de zaak zit muurvast. Als hoop en frustraties op elkaar botsen, zoals dat ook in de maanden na de vastgelopen vredesbesprekingen in Camp David in 2000 het geval was, is er niet veel nodig voor een explosie. Na de beruchte wandeling van Sharon naar de Tempelberg barstte de tweede intifada los.

Slaags
Niemand was er verbaasd over dat in de loop van de maandag driehonderd Israëlisch-Arabieren slaags raakten met lokale veiligheidstroepen. Ze wilden optrekken naar het naburige Joodse stadje Rosj Pina om daar de doorgaande weg te blokkeren; toen de politie hen tegenhield gooiden ze met stenen en staken autobanden in brand. De politie reageerde met het afvuren van traangasgranaten. „Waarom mogen Joden wel kruispunten blokkeren en vuurt en dan niemand op hen?” vroeg een van de demonstranten zich af.
In de loop van de dag werden er in deze zaak al arrestaties verricht, maar de politie stelde een nieuwsstop in en wilde niets vertellen over het aantal verdachten noch om wie het ging. Of dit incident de lont in het kruitvat is of een incident in de klassieke zin, namelijk een zonder veel gevolgen, moet worden afgewacht, maar Israëlische Arabieren beginnen zich wel af te vragen in hoeverre coëxistentie met hun Joodse buren realistisch is. Tuba-Zangariya wordt omringd door vijftig Joodse dorpen en zelf geleid door een Joodse burgemeester, Zvika Fogel. Die maakt zich zorgen: „Dit zet de extremisten in vuur en vlam,” zei hij, „en je weet niet waar dit toe kan leiden. Wie wil onze gemeenschap in een draaikolk laten meesleuren?”

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *