Nieuws

Feministen ja, zionisten nee

Met een simpele, moedige daad toonde Dalit Hospers aan hoe a!eurend de vrouwenbeweging staat tegenover mensen die anders denken over het Israëlisch-Palestijns conflict. De bestrijding van antisemitisme is er een ondergeschoven kindje.

Esther Voet 18 maart 2022, 08:00
Feministen ja, zionisten nee

Zaterdag 5 maart: de Women’s March vraagt op de Dam in Amsterdam aandacht voor Internationale Vrouwendag. Naast de beroemde regenboogvlag vooral Palestijnse. Aan de rand van de demonstratie staat een vrouw alleen. Ze heet Dalit Hospers. Ze houdt een bord omhoog met een tekst die vertaald luidt: “Joodse zionistische feministen zijn er ook nog. Acht van de tien Joden zijn voor Israël. Schuif ons niet terzijde. Benadruk niet wat ons verdeelt, maar wat ons verbindt. Gelijkheid voor alle vrouwen.”

Hospers is deze dag een vreemde eend in de bijt. Ze weet maar al te goed dat ze zich in het hol van de leeuw begeeft, want al langer is duidelijk dat in de internationale vrouwenbeweging – en in lhbt-kringen – zionisme gelijk lijkt te staan aan fascisme. Niet alleen in het buitenland, maar ook in Nederland. We brengen even in herinnering de anti-Israëldemonstratie van mei 2021, waarin banners werden meegedragen met de leus ‘Queers for Palestine’.

De reacties op Hospers’ bord bevestigen dat fenomeen, maar haar verhaal begint al langer geleden: “Ik ben een progressieve Jodin en liep in 2020 mee met de Black Lives Matter-protesten. Zo kwam ik in contact met Oy Vey, een progressieve Joodse groepering. Omdat ik zelf actief ben in feministische kringen, voelde de club fijn voor mij, ik voelde me thuis bij hun inclusieve uitgangspunten.” Hospers werd lid van Oy Vey Acts, de activistische tak van de groepering. Voor een demonstratie tegen de bestorming van het Capitool vroeg Oy Vey haar namens de organisatie te spreken. In haar speech wilde Hospers aandacht vragen voor de antisemitische tendensen onder QAnon-aanhangers. Zij wilde tegelijkertijd laten zien hoe aan de linkerkant van het politieke spectrum het Israëlisch-Palestijnse conflict wordt gebruikt om antisemitisme aan te wakkeren.

Eenrichtingsverkeer
Dat laatste wilde Oy Vey liever niet, dat zou maar verkeerd vallen bij links-radicale groeperingen. “Dat was niet de enige keer dat de organisatie mij teleurstelde,” vertelt Hospers. “Links-activistische groeperingen willen namelijk de IHRA-definitie van antisemitisme niet accepteren, en wat Oy Vey Acts daarvan vindt, blijft onduidelijk. Het lijkt bij de groepering sterk op eenrichtingsverkeer: wij moeten solidair zijn met iedereen, maar durven zelf die eis bij andere partijen niet op tafel te leggen. De organisatie probeert tot het uiterste in dialoog te blijven en gaat op geen enkel punt de confrontatie aan. Op een discussieavond in De Balie bleef Bij1-raadslid Jazie Veldhuyzen zeggen dat Israël geen democratie is. Niemand van de aanwezige Oy Vey’ers sprak hem tegen.”

Hospers besloot uiteindelijk de club vaarwel te zeggen. “Er zijn zoveel misvattingen over de term zionisme. En dat stelt Oy Vey niet aan de kaak. De activisten durven niet met hun standpunt naar buiten te komen, omdat ze bang zijn door die groepen buitengesloten te worden. ‘Het zionisme is de boosdoener’ wordt van de podia gebruld, maar ik hoor van Oy Vey geen heldere tegenstem.”

Een anti-Israëlprotest in Amsterdam, mei 2021 foto: Sonny Spek

Vaderland
In augustus, nog voor haar afscheid van Oy Vey Acts, ging Hospers online de discussie aan met Naomie Pieter. Zij is de partner van journaliste Clarice Gargard, onder meer bekend van columns in NRC. Pieter zit in de top van de BLM-beweging en in het bestuur van Women’s March. Hospers: “Ik vroeg haar wat BLM te maken heeft met het Israëlisch-Palestijns conflict. Als je die link al wilt leggen, waarom meld je dan niet al die andere conflicten in de wereld, plekken waar vrouwen zwaar worden onderdrukt?”

Er ontspon zich een tekstuele woordenwisseling, die Pieter beëindigde: “Lol, ik weet niet tegen wie je het denkt te hebben? Maar ik ben jou geen antwoord verschuldigd. I gave you one, blijkbaar ben je daar niet tevreden mee, kan. But keep it stepping tho … Mijn positie is heel duidelijk. Ik ben solidair met de strijd van de Palestijnen. Wil je strijden voor je vaderland, prima, maar niet onder mijn post. Fijne ochtend verder.” Daarop antwoordde Hospers, geboren en getogen in Nederland: “Blijkbaar voel je je zo verheven boven de rest dat je vrij bent van kritiek? Ook de aanname die je maakt dat het mijn vaderland is, gek.” Het was duidelijk hoe de vlag erbij hing en hoe de Nederlandse afdeling van Women’s march, WMNL, over de kwestie dacht. De dialoog werd niet aangegaan, Naomie Pieter verwijderde de discussie en blokkeerde Hospers.

Dalit Hospers is illustratrice. Zij reageerde op een advertentie waarin om een poster werd gevraagd voor de betoging van 5 maart. Op basis van haar werk werd zij uitgekozen. Maar niet iedereen bij WMNL was op de hoogte van Hospers’ standpunt. De organisatoren waren enthousiast over haar. Hospers vroeg de organisatie of het niet verstandig zou zijn op te roepen geen nationale vlaggen mee te dragen in de demonstratie. Zo zou iedereen zich die dag veilig kunnen voelen. In eerste instantie had het bestuur daar wel oren naar. Later liet WMNL het idee toch varen, want men was ‘te druk’ om de communicatie nog rond te breien. En toen kwam zaterdag 5 maart, met – uiteraard – Palestijnse vlaggen op de Dam.

Verstoten
Hospers stond in haar eentje op het plein, aan de rand, met haar bord. Ze werd opgemerkt door UPNL, een nieuwswebsite. In een kort gesprekje met de journalist vertelde Hospers waarom zij daar met haar bord stond: “Om ook een Joods geluid te laten horen.” Het filmpje ging onder radicaallinkse kringen viraal. ‘De Women’s March werkt samen met zionisten!’ klonk het, want had die vrouw niet de poster voor de demonstratie gemaakt? WMNL voelde zich in de hoek gedrukt. Op 8 maart ontving Hospers een mailtje: “Zoals je hebt meegekregen is er nogal wat te doen omtrent jouw inzet voor Women’s March. We zijn blij met de mooie illustratie die je voor ons hebt gemaakt. Onze visies op de staat Israël liggen echter zo ver van elkaar vandaan dat ze onverenigbaar zijn. Wij zullen daar dan ook expliciet afstand van nemen middels een statement op onze Instagram en website.”

Hospers antwoordde: “Gek dat jullie trachten te weten wat mijn standpunt is omtrent de politiek daar, terwijl ik me niet kan heugen dat we daar ooit een gesprek over hebben gehad, waarin ik mijn visie heb uitgelegd. Ook begrijp ik niet waarom die mening überhaupt van toepassing is en waarom iemand wel of niet zou mogen samenwerken met de Women’s March, of waarom Women’s March zich zou moeten uitspreken over deze situatie. Fact of the matter is dat er allerlei verschillende vrouwen zijn met een eigen mening die hun steentje willen bijdragen aan de vrouwenbeweging. De enige die nu verstoten worden, zijn Joodse. Zet dat maar in een statement.”

Werk van Hospers voor Women’s March

Dat gebeurde natuurlijk niet. Er verscheen een verklaring van de organisatie op haar internetkanalen over ‘de beweringen die rondgaan’. Onder de kop Bezettingspolitiek en apartheid staat het volgende: “Women’s March Nederland is een organisatie die draait op vrijwilligers, waar iedereen zich voor kan aanmelden. Wij waren niet op de hoogte van het gedachtegoed van onze meest recente vormgeefster. Womens’s March Nederland deelt haar standpunten niet en heeft de relatie stopgezet. Wij veroordelen de bezetting van Palestina en nemen expliciet afstand van de politiek van de staat Israël en het apartheidsregime. Wij zijn solidair met alle vrouwen, tans- [sic] en nonbinaire personen die in Palestina en Israël wonen, ongeacht religie, geaardheid of afkomst. Wij staan voor rechtvaardigheid, een waardig bestaan voor iedereen.” Tja, behalve dan voor mensen als Dalit Hospers, zoveel is duidelijk.

Eerder gebeurde iets soortgelijks tijdens de Amerikaanse Women’s March. Joodse vrouwen met een lhbt-vlag en een davidster werden geweigerd. Het was het einde van de Amerikaanse beweging zoals we die kenden. Dit jaar trokken de demonstraties voor Internationale Vrouwendag daar maar weinig aandacht.

De communicatie tussen WMNL en Dalit is in bezit van het NIW

Oy Vey: geen reactie
Het NIW vroeg Oy Vey om een reactie op de uitlatingen van Dalit over de opstelling van deze groepering. Nadat voorvrouw Lievnath Faber had toegezegd te reageren, ontving de redactie op woensdagochtend een e-mail waarin zij schreef daar toch van af te zien.

Wel vond Faber het belangrijk te melden dat Dalit Hospers slechts zijdelings betrokken is geweest bij Oy Vey Acts, een onderdeel van Oy Vey en dat zij niet aan Oy Vey zelf verbonden is geweest: “Oy Vey is de culturele Joodse hub in Amsterdam, Oy Vey Acts is de sociale rechtvaardigheidstak hiervan.”

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *