Opinie

Glad ijs

Nausicaa Marbe 08 januari 2022, 10:00
Glad ijs

Wat horen we eigenlijk wanneer een cabaretier een grap maakt? Gaan we ervan uit dat die grap overeenkomt met een ongezouten mening van de verteller en letterlijk genomen moet worden? Of staan we nog open voor satire, parodie en persiflage, voor de verwijzingen en dubbele bodems van de ironie, die tonen dat iemand iets anders bedoelt dan wat hij zegt?

In zijn oudejaarsconference maakte Peter Pannekoek een grap waarin Auschwitz voorkwam. Ik kijk zelden naar cabaret. Maar toen ik zag dat viruswaanzinnigen, antivaxers en Forumophitsers op de sociale media woest reageerden omdat Pannekoek hen belachelijk maakte, werd ik nieuwsgierig. Wat bleek? Die conference viel mee. Dat kon ook niet anders, want met de absurde werkelijkheid van de pandemie en de woekergroei aan krankzinnige complottheorieën schrijft zo’n uurtje satire zichzelf. Omdat de bespotte doelgroep nogal vlijtig collages met Jodensterren en concentratiekampfoto’s knutselt, begaf Pannekoek zich op het gladde ijs van de Holocaustgrap.

Hypocrisie
Ai. Het regende klachten op Twitter. De premier en het OM werden aangesproken en het CIDI werd opgeroepen om aangifte te doen. In de discussie afwezige politici werden voor hypocriet uitgemaakt, terwijl braakemoticons uitgestort werden over ‘links’… want alleen links zou zulke humor waarderen. Arme ironie. De aanleiding voor Pannekoek was immers de berg Holocaustvergelijkingen van het extreemrechtse Forum voor Democratie.

Wat zei de cabaretier precies? Hij hekelde de Holocaustvergelijkingen als schandalig en ongehoord, merkte met gespeelde verontwaardiging – een knipoog naar de hypocrisie in de samenleving omtrent antisemitisme – op dat er geen historisch besef meer is … en zei er nadrukkelijk dommig achteraan dat in de oorlog de festivals van Bergen-Belsen en Auschwitz wél doorgingen. Met overnachting. Daarna veranderde hij meteen van toon en vertelde hij stemmig over de ganzen van Auschwitz die brood kregen om lawaai te maken, opdat de geluiden uit de gaskamers niet te horen zouden zijn.

Ik kende dat verhaal niet. Het sneed door merg en been: dit kleine historische detail bracht de onvoorstelbare gruwel van de gaskamers dichtbij en snoerde de monden van de lachebekken. Door zo’n aangrijpend verhaal op de festivalgrap te laten volgen, liet Pannekoek zien dat hij niks bagatelliseert. Hij riep de gruwelijke werkelijkheid op en sloeg daarmee de ranzige Holocaustassociaties van viruswaanzinnigen stuk. Zijn ironie over de ‘festivals met overnachting’ was een persiflage op de absurde en oneerbiedige Holocaustvergelijkingen, een parodie op het misbruik van genocide door mensen die klagen dat ze door de coronamaatregelen hun muziekfestival missen. Zijn grap ging niet over concentratiekampen, maar toonde de schaamteloosheid van makers van zulke vergelijkingen. Dit was hun ironische demasqué. Een koekje van hun eigen rottige deeg.

Lange tenen
Zorgelijk dat deze vorm van ironie nauwelijks meer begrepen wordt. Harde, confronterende humor lijkt uit den boze. Dat heeft een geschiedenis. De lange tenen van extremistische moslims die islamgrappen met doodsbedreigingen en executies (Van Gogh) pareerden, veranderden de satirische cultuur. De extremisten lazen alleen kwaadaardigheid in humor, alle registers van de ironie ontgingen hun. Islamgrappen bleven vervolgens uit, alsof de woeste letterlijklezers gelijk hadden. Zo ontstaat een klimaat waarin satire verdacht raakt.

Tegenwoordig zijn er ontelbare groepen die moord en brand schreeuwen zodra ze doelwit zijn van ironie. De cancel culture van woke radicalen versterkt die trend. Dat ironie het democratische middel bij uitstek is, dat spot vroeg of laat iedereen treft en belachelijk maakt, wil er bij velen niet meer in. Hoe bozer en verontwaardigder de aanklagers, des te minder zijn ze bereid een grap in zijn context te begrijpen en zijn bijtende lagen te ontleden, de kwinkslagen te accepteren, in te zien dat niets is wat het lijkt bij satire en parodie. Zo nekt het moralistische letterlijklezen de vrijheid en de rijkdom van de ironie.

Er worden veel slechte ‘grappen’ gemaakt over Joden (en andere minderheden), zonder ironie, maar wel met de hatelijke intentie om te discrimineren en te dehumaniseren. Peter Pannekoek bleef ver van die vuiligheid. Hij hield de ranzige Holocaustmisbruikers een spiegel voor en maakte daarna een reverence voor de door hen bezoedelde geschiedenis. Hulde.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *