Binnenland

Herdenkingsdebat

Redactie 19 juni 2012, 00:00
Herdenkingsdebat

Foto: Frank Kromer

Tijdens het debat Weer herrie om de 4 mei herdenking in de Rode Hoed trok het Nationaal Comité 4 en 5 mei voor de eerste keer publiekelijk het boetekleed aan: „Het spijt ons.”   

Auteur: Frank Kromer

Nog voor de aanvang van de bijeenkomst is het debat al ’s middags begonnen met een duidelijke boodschap van organisator Dennis Pekel van TOF in de media: bestuursvoorzitter Leemhuis-Stout moet opstappen vanwege onverantwoordelijk bestuur. En dus is dinsdagavond de spanning goed voelbaar in debatcentrum de Rode Hoed waar een kleine honderd aanwezigen waren. Directeur Ton van Brussel vindt het daarom nodig de deelnemers van te voren bijeen te roepen om ervoor te zorgen dat het debat ordelijk zal verlopen.  

David Barnouw van het NIOD bijt het spits af met een pleidooi om weer terug te keren naar de basis van het herdenken. „In Nederland heeft het slachtofferschap een steeds grotere positie gekregen; dat is geen goede ontwikkeling. Het is geen zwart of wit meer, maar grijs. We moeten daarom terug naar de oorspronkelijke herdenking: alleen de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.”

Pas als de journalisten Ewout Sanders en Hans Knoop hun positie innemen op het podium, klinken de eerste geluiden vanuit de zaal. Vooral Sanders moet het ontgelden. Vanuit de zaal wordt zelfs de vraag gesteld of hij een Jodenhater is.

Foute acties 

 Sanders mengde zich in de 4 mei-discussie met zijn opiniestuk Maak dodenherdenking geen Jodenherdenking. Alhoewel hij afstand neemt van de provocerende kop, spreekt hij zijn ‘walging’ uit over de initiatieven van TOF en FJN in Vorden. „Het is een hautaine manier om mensen aan te spreken die een vrije keus hebben om langs graven van Duitse soldaten te lopen.” Ook ergert hij zich aan de polarisatie van het debat, met name door toedoen van ‘splintergroepen’ zoals Federatie Joods Nederland’ (FJN).

Hans Knoop bevindt zich aan de andere kant van het spectrum en gaat hard in tegen Sanders: „Het is niet voor het eerst dat wij beticht worden van het monopoliseren van leed. Het is echter u die monopoliseert. We moeten tegen de veralgemenisering van de Dodenherdenking strijden. Er is niks kwalijks aan de initiatieven, zowel bij de rechtsgang als het vliegtuigje.” Gidi Markuszower – sprekend namens FJN – laat duidelijk weten dat hij de beweging niet als splintergroep ziet: „Door de foute keuzes van het Comité heeft Federatie Joods Nederland veel steunbetuigingen gehad. We hebben nu zelfs meer aanhangers dan het CIDI.”

Hoewel het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei niet wenste deel te nemen aan het debat, zat plaatsvervangend directeur Jan van Kooten wel in de zaal. Hij koos er uitein- delijk toch voor om uitleg te geven over de keuze voor het gedicht: „Het was naïef van ons om niet in te zien dat de laatste zin van het gedicht andere emoties zou kunnen oproepen. Het was een foute inschatting van het Comité. Sorry, het spijt ons. We hebben niemand willen kwetsen en ook zeker niet de herdenking willen verbreden,” vertelt Van Kooten. Het is bij het te perse gaan van dit NIW nog onduidelijk in hoeverre het bestuur zal reageren op deze spontane actie van de plaatsvervangend directeur.

Opstappen  

Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, vertelt de zaal dat hij het Nationaal Comité nog tot op het laatste moment heeft gewaarschuwd: „Ik wist dat het gedicht voor veel mensen als een koude douche zou komen. Zeker als er geen uitleg bij zou zijn. Maar ze wilden niet luisteren.” Met het excuus van Van Kooten lijken de felste criticasters van het Comité echter geen genoegen te nemen: „In het comité zitten allemaal intelligente mensen. Maar zij wisten dat ze fout zaten en toch gingen ze door. Zij zijn dan ook totaal niet in contact met hun doelgroep. Er is maar een oplossing, en dat is opstappen,” zo verkondigt Markuszower. Iemand die zich irriteert aan de felheid van het publieke debat is oud-wethouder Rob Oudkerk. Hij is – zoals hij zelf zegt – slachtoffer en dader, verwijzend naar zijn moeder en grootvader David Cohen, voorzitter van de Joodsche Raad tijdens de Tweede Wereldoorlog: „Ik vind het zo triest dat Joden zo hard tegen elkaar tekeergaan. Cynisme is de wortel van het kwaad.”

Als het debat op zijn einde loopt, zijn de gemoederen bedaard. Na afloop vertelt organisator Dennis Pekel dat hij meer acties gaat ondernemen, mocht het Comité geen conclusies trekken: „Ik heb de tekst uit Vorden nog en Leemhuis-Stout rijmt op fout.”

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *