Binnenland

Herijking 

Redactie 17 oktober 2014, 00:00
Leemhuis, Koning Willem Alexander en Koninging Maxima  tijdens de Nationale Dodenherdenking herdenking op de Dam©Nationaal Comité 4 en 5 mei/ Ilvy Njiokiktjien

 Koning Willem Alexander en Koningin Maxima tijdens de Dodenherdenking op de Dam©Nationaal Comité 4 en 5 mei/ Ilvy Njiokiktjien

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei presenteerde haar concept-toekomstvisie over de invulling van de herdenking en feestelijkheden. De reacties lopen uiteen. 

Niet alleen moet de Tweede Wereldoorlog nadrukkelijk centraal staan tijdens de Dodenherdenking en op Bevrijdingsdag, ook moeten we op 4 mei alleen de slachtoffers herdenken en niet de daders. Dat zijn de twee belangrijkste conclusies uit de nieuwe concept- toekomstvisie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Door verschillende Joodse organisaties werd uitgekeken naar het nieuwe concept, zeker gezien de verschillende controverses – Geffen, Vorden en het gedicht over de SS-soldaat op de Dam – rondom Dodenherdenking. „Elke vijf jaar vindt er vanuit het comité een herijking plaats over de invulling van 4 en 5 mei. De manier waarop wij herdenken is geen statisch gegeven. In het voorjaar hebben we verschillende verkenningsbijeenkomsten gehouden om te kijken of hetgeen we doen nog aansluiting vindt bij de samenleving,” aldus een woordvoerder van het Nationaal Comité, die aangeeft dat er op korte termijn gesprekken gaan volgen met verschillende organisaties, waaronder het Auschwitz Comité en Centraal Joods Overleg, over het concept. Voor de zomer van 2015 moet de nieuwe toekomstvisie aangeboden worden aan het kabinet.

Niet klaar
De concept-toekomstvisie kan gezien worden als een reactie van het Nationaal Comité op de terugkerende discussies rondom 4 en 5 mei. De strekking is een duidelijk compromis, zo valt te lezen in het concept: „Het memorandum en de teksten die in de Nieuwe Kerk en op de Dam gelezen worden, dienen glashelder te zijn. Wij willen dat diegenen die als groep vervolgd werden, Joden, Roma en Sinti, genoemd worden. Wij blijven de inzet van militairen en verzetsstrijders benoemen, vergeten burgerslachtoffers niet, waar ook in het toenmalige koninkrijk, de mensen van de koopvaardij die het leven lieten.” Hanneke Gelderblom van het Cairo-overleg vindt het concept een stap in de goede richting, maar, zo voegt ze daaraan toe: „We zijn nog lang niet klaar.” Eerder schreef het overleg een brief naar het Nationaal Comité met daarin verschillende verbeterpunten voor de herdenking op 4 mei en met een voorstel voor een nieuw memorandum. „Ze hebben naar een aantal punten geluisterd, zoals het centraal stellen van de slachtoffers. Toch vind ik dat de scheiding tussen daders en slachtoffers duidelijker moet,” zegt Gelderblom. „Wij willen ook dat bij de kranslegging de namen uitdrukkelijk worden genoemd, dat het Joden, Roma en Sinti waren die vermoord zijn. De eerste krans die wordt gelegd moet expliciet voor die groep zijn.” Een ander belangrijk punt voor het Cairo-overleg is dat er geen duidelijke landelijke richtlijn is voor herdenken. „Tot nu toe heeft het Nationaal Comité geweigerd een landelijke lijn uit te zetten. Wij vinden dat die er moet komen. Wij hebben de indruk dat zij de verantwoording afschuiven op plaatselijke comités. Ze duiken daarmee weg voor hun eigen verantwoordelijkheid. Kijk naar de situatie met gemeenten zoals Geffen en Vorden. De mensen daar bedoelen het goed hoor, ze hebben niet door wat ze teweegbrengen met het herdenken van Duitse daders. Ik vind dat het Nationaal Comité verantwoordelijk is voor het uitzetten van een duidelijke landelijke richtlijn.”
Jaap Fransman, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, is tevreden met het concept. „Het is natuurlijk altijd afwachten hoe het zich verder ontwikkelt, maar het voornemen om de Tweede Wereldoorlog centraal te stellen en alleen de slachtoffers te herdenken is een goede zaak. We wilden duidelijkheid in het beleid en nu deze zaken expliciet genoemd worden en er speciale aandacht is voor de Holocaust, lijkt dat te gebeuren,” aldus Fransman.
Een interessante wending, zo noemt Marjan Schwegman, directeur van het NIOD, het nieuwe concept. „Het is een positieve ontwikkeling. De Tweede Wereldoorlog is in de recente geschiedenis de enige oorlog op Nederlandse bodem. Door er meer nadruk op te leggen, kun je het fenomeen oorlog voorstelbaarder maken voor de jeugd. Oorlog is een actueel probleem. Het is dus een kans om onze kennis op een nieuwe manier in te zetten,” aldus Schwegman die aangaf dat het NIOD een aantal discussiebijeenkomsten van het Nationaal Comité heeft bijgewoond.

Vertrek
Twee weken voor het verschijnen van het concept, op 15 september, maakte het Nationaal Comité bekend dat Nine Nooter na 25 jaar – waarvan 18 jaar als directeur – per 1 september is vertrokken. „Zij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het Comité en aan de gedachtewisseling over herinneren, herdenken en vieren in de samenleving,” aldus het Comité op de eigen website. Directeur Nooter verklaarde zich twee jaar geleden in de media een groot voorstander van het voordragen op de Dam van het gedicht over een SS’er. Uiteindelijk werd het gedicht onder grote druk van onder andere maatschappelijke instellingen – en naar verluidt de Amsterdamse burgemeester Van der Laan – ingetrokken. Bestaat er een verband tussen het vrij plotselinge vertrek van Nooter en het verschijnen van een toekomstvisie waarin expliciet staat dat daders niet worden herdacht op 4 mei? „Er bestaat absoluut geen link tussen beide gebeurtenissen, ”aldus de woordvoerder van het Comité. „Met ingang van 1 januari 2015 start zij met een nieuwe uitdaging voor de Rijksoverheid.” Het directeurschap van het Comité wordt waargenomen door Jan van Kooten, die de afgelopen jaren al samen met Nooter leiding gaf aan het bureau.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *