Binnenland

Over trauma en veerkracht

Redactie 30 januari 2017, 00:00

Jacques Barth_Bart schut_2Jacques Barth leidt de komende jaren een groot internationaal onderzoek naar niet alleen de psychologische, maar vooral de medische gevolgen van de Shoa op overlevenden, hun kinderen én kleinkinderen. “We zijn op een ontdekkingsreis.”

Zijn cv leest als dat van een renaissancemens, een moderne homo universalis: cardioloog, hoogleraar in Californië en Leiden, onderzoeker voor NASA, waar hij met John Glenn en Wubbo Ockels werkte. En nu stort de bijna 69-jarige Jacques Barth zich op een ambitieus, baanbrekend nieuw project: het onderzoeken van de medische – en niet alleen de psychosociale – gevolgen van de Holocaust. Niet slechts op de overlevenden zelf, nee, er zijn sterke aanwijzingen dat ook de lichamelijke gezondheid van de tweede en derde generatie lijdt onder de gevolgen van ondervoeding en trauma.
De medische klachten van Holocaustslachtoffers en hun nakomelingen beslaan een breed gebied: hoge bloeddruk, een te hoge hartfrequentie, ook en vooral tijdens de nacht (wanneer deze zou moeten dalen), waardoor het lichaam niet tot rust komt. Barth: “Ook bij de tweede generatie zie je dat bloeddruk en hartfrequentie hoog blijven. Nu wordt zelden de link gelegd tussen psychologische klachten en hartproblemen. Hetzelfde geldt voor maag- en darmklachten, die heel specifiek voorkomen bij Joden en zeker bij Joden van de tweede generatie. Ook bepaalde soorten kanker komen veel frequenter voor dan je zou mogen verwachten: bijvoorbeeld borstkanker bij vrouwen en maag-darmkanker bij mannen. Nog los van alle psychosociale problemen: het gevoel van eenzaamheid is drie keer zo hoog bij de tweede generatie als bij hun leeftijdgenoten van niet-Joodse afkomst.”
Barths onderzoek ‘Trauma en veerkracht’ gaat de problemen in kaart brengen bij steeds zestig proefpersonen uit drie generaties: Nederlandse overlevenden van de Shoa, hun kinderen en hun kleinkinderen. “Deze populatie is een coherente groep die je goed kunt bestuderen,” legt Barth uit. “Je weet wat er met hen is gebeurd, dus laten we gewoon eens inventariseren: welke problemen zijn er?” Die 180 proefpersonen zijn overigens geen maximum. “Het is ongelofelijk hoeveel belangstelling er is vanuit de tweede generatie en zelfs vanuit de derde. Drie generaties maal zestig deelnemers is voor epigenetisch onderzoek aan de ruime kant, maar het zullen er waarschijnlijk veel meer worden. Iedereen is welkom. We zitten nu nog in een pilotfase, 1 april gaan we echt van start.” Dit gebeurt met de aanleg van een audiovisuele database op basis van interviews, de metingen van hartfrequenties, bloedonderzoek, het afnemen van wangslijmvlies, enzovoort.

Indrukwekkend
En hoe! De lijst van instituten die meewerken aan Barths project is indrukwekkend: het Max Planck Institut für Neurobiologie in München, het Mount Sinai Hospital in New York, de prestigieuze Amerikaanse universiteiten Northwestern in Chicago en USC in Los Angeles, de Universiteit van Tel Aviv en het Center for Holocaust Survivors and the Second Generation in Jeruzalem, de lijst gaat maar door. In Nederland dragen de universiteiten in Leiden en Maastricht bij, evenals de Stichting ’45 in Oegstgeest, ARQ Psychotrauma en het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocausten Genocidestudies) in Amsterdam. Met zoveel talent en kennis aan zijn zijde toont Barth zich hoopvol: “Waarom zou je geen medicatie kunnen ontwikkelen die het ongedaan maakt dat een epigenetische ‘schakelknop’ [zie kader: ‘Wat is epigenetica?’] aan of uit wordt gezet? Er zijn geen ouders die het leuk vinden ziektes aan hun kinderen door te geven, zeker als dit in feite had kunnen worden voorkomen. Ik denk dat die mogelijkheid bestaat, niet voor niets is de farmaceutische industrie zeer geïnteresseerd.”
Toch houden Nederlandse bestuurders – ook de Joodse, zegt Barth – de hand op de knip en lijkt de financiering vooral vanuit de VS en Israël te zullen komen. Een blamage voor Nederland, vindt hij. “Men heeft hier vaak wel mooie intenties en de opperbazen zijn heel aardig, maar je krijgt vooral adviezen die niet praktisch zijn. ‘Ga maar bij de NWO [Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, red.] een aanvraag doen.’ Maar ja, dan ben je drie jaar verder,” legt de hoogleraar uit. “Ik heb haast, de mensen gaan dood. De eerste generatie natuurlijk, maar zelfs de tweede. In 2006 zag ik een foto van mijn klas van het Maimonides, daar stonden er dertig op. Die deden het allemaal fantastisch: vijf miljonairs, vijf artsen, noem maar op, super! Maar een aantal medeleerlingen stond er niet op, die hebben eerder zelfmoord gepleegd of zijn ernstig aan de drugs geraakt. Zij zijn rond de 65 en dan komt die oorlog weer naar boven. Het is toch te gek dat dat steeds weer gebeurt? Dan praat je met zo’n ambtenaar en krijg je te horen: ‘Ach, dat is allemaal zo lang geleden. Daar moet je niet meer over zeuren.’”

‘Ons werd gewoon gezegd: Voor Joden is al meer dan genoeg gedaan’

De rol die de Nederlandse overheid speelde na de oorlog en nog speelt bij de behandeling van Holocaustslachtoffers en hun nakomelingen is een belangrijke bij de motivatie van Jacques Barth om zijn onderzoek door te zetten. Zijn uit Galicië (toen nog gelegen in Oostenrijk-Hongarije) afkomstige vader was na de oorlog stateloos, zijn moeder raakte dat eveneens. Enkel omdat zij hem trouwde, hoewel zij ‘nog nooit buiten Amsterdam en Zandvoort was geweest’, vertelt de wetenschapper. “Breek me de bek niet open over de behandeling van de Joden na de oorlog. Dat gebrek aan empathie – laat ik het voorzichtig zeggen – speelt nu nog steeds een rol. Dat heeft ermee te maken dat Joden niet meer in de belangstelling staan, men lijkt ons vergeten. We zijn samen met het NIOD gaan praten over een startsubsidie bij het ministerie van VWS. Zodat we ten minste een administratieve kracht konden aannemen om het project op te starten. Daar werd ons gewoon gezegd: ‘Voor Joden is al meer dan genoeg gedaan.’”

Ervaring
Steeds put Jacques Barth uit zijn decennia ervaring als arts en onderzoeker: “Een lichaam streeft altijd naar balans, in dit geval tussen trauma en veerkracht. Dat in balans houden is een belasting voor je lichaam, je wordt vroegtijdig ouder. Dat merk je aanvankelijk niet omdat je lichaam nog altijd in balans is, maar uiteindelijk krijg je wel vervroegde slijtage. Als je 65 of 75 bent en je niet meer in staat bent die balans te handhaven, zak je echt door het ijs.”
Het is onomstotelijk vastgesteld dat tweedegeneratieslachtoffers van de Holocaust een lagere levensverwachting hebben. Maar er is nog geen eenduidige verklaring waaraan dat ligt. Barth ziet de oorzaak in niet verwerkt trauma en vervroegde slijtage van verschillende systemen in het lichaam: “Als je kijkt naar drie generaties op een rij zie je dat de eerste het eigenlijk het beste doet. Zij hebben immers overleefd, hebben bewezen sterk te zijn. De tweede generatie heeft moeite, offert zijn leven op voor de eerste, en de derde generatie heeft te weinig aandacht gekregen bij de opvoeding. Eetproblemen zijn een typisch verschijnsel daarvan, ik sprak een groep van zes derdegeneratiekinderen – vijf van hen hadden anorexia nervosa. Uit Israëlische studies blijkt dat kinderen van de tweede generatie eerder gewond raken in gevechtssituaties. Misschien omdat zij iets willen bewijzen naar hun ouders toe? Zij leven minder lang.”

De tweede generatie heeft moeite, offert zijn leven op voor de eerste, en de derde generatie heeft te weinig aandacht gekregen bij de opvoeding

De cardioloog raakte gefascineerd door de vraag hoe het komt dat niet de eerste, maar met name de tweede en ook de derde generatie veel last hebben van hart- en vaatziekten. “Dat kan toch eigenlijk niet? De eerste generatie leeft lang, die heeft zichzelf al geselecteerd als overlever, maar dan zie je dat kinderen van Shoa-slachtoffers minder lang leven en met meer problemen dan de ouders. Het viel mij op toen ik groepen rondleidde in het Simon Wiesenthal Center in Los Angeles dat hun kinderen vaak zieker en vaker ziek waren. Zo’n man van tachtig vertelde schitterende verhalen over wat hij allemaal had meegemaakt en dan kwam zijn dochter hem ophalen en die liep op krukken.”

Jonge Holocaustoverlevenden in 1945

Jonge Holocaustoverlevenden in 1945

Politie en militairen
Bij het afnemen van de interviews voor ‘Trauma en Veerkracht’ wordt gewerkt met een aangepast protocol van de Shoa Foundation in Los Angeles, waarbij mensen over zichzelf mogen vertellen en een aantal vragen wordt gesteld. “Vanaf 1 april gaan we echt het lab in. Dan start het invullen van de resultaten van de vragenlijsten en met de analyse van afgenomen bloed. Dat lijkt allemaal niet erg stressvol voor de deelnemers, maar dat is het best, met name als je moet vertellen over je problemen. Wij hielden vijf huiskamerbijeenkomsten, waarbij wij alleen maar zeiden: ‘Vertel maar wie je bent en waarom je hier zit.’ De helft begon meteen te huilen. Anderen kwamen binnen en zeiden ‘ik kan niet praten’, en dat waren juist degenen die – nadat zij anderen hadden horen spreken – helemaal loskwamen.”

‘Wij zeiden: Vertel maar wie je bent en waarom je hier zit. De helft begon meteen te huilen’

Barths onderzoek heeft in potentie ook belangrijke consequenties voor andere groepen. Het ligt voor de hand dat de duizenden vluchtelingen die vanuit oorlogsgebieden naar ons land komen ruwweg met dezelfde medische en psychosociale klachten te kampen zullen krijgen als Holocaustoverlevenden en hun nakomelingen. Maar ook politie en militairen, twee groepen waarbinnen posttraumatische stress een groot probleem vormt, kunnen profiteren. “Tien procent van de politie zit thuis, tien! Dat is bij andere beroepsgroepen drie of vier. En bij militairen is het misschien nog wel erger, daar wordt erg geheimzinnig over gedaan. Een integrale aanpak van psychosociale én medische problemen kan ook hen helpen, maar die is er nu gewoon niet.”
“Het is helemaal niet mijn bedoeling controversieel te klinken,” zegt Barth verontschuldigend, “ik wil juist zo veel mogelijk mensen overtuigen mee te doen. En met name wil ik bestuurders oproepen om zich duidelijk te realiseren dat wij een probleem hebben en dat dit niet vanzelf weggaat. Ze kunnen nu laten zien dat ze hun beste beentje voor willen zetten.” Die – Joodse – bestuurders kunnen overigens niet alleen helpen door financiering te bewerkstelligen. Nee, zij kunnen zélf ook meedoen aan het onderzoek. Uiteindelijk kijken de medische en psychologische problemen niet naar wat voor werk een lid van de tweede of zelfs derde generatie doet. Bij ‘Trauma en Veerkracht’ zit uiteindelijk zelfs de hoogleraar, de wetenschapper, de arts in hetzelfde schuitje als zijn onderzoeksobjecten. En deze wil eindigen met een positieve noot: “Er ís hulp mogelijk.” Prof. Jacques Barths oproep is duidelijk: help hem die hulp mogelijk te maken en profiteer daar vooral ook zelf van.

Meer informatie: www.treegenes.nl, aanmelden: esijes@treegenes.nl

 

Epigenetica: DNA in interactie met methylgroepen en histonen die genen aan- en uitzetten

Epigenetica: DNA in interactie met methylgroepen en histonen die genen aan- en uitzetten

Wat is epigenetica?
Uw DNA bepaalt uw erfelijke trekken: heeft u blauwe of bruine ogen, hoe lang bent u, hoe intelligent? Maar ook uw gezondheid wordt voor een groot deel bepaald door de volgorde van uw DNA. Deze zogenaamde sequentie kan alleen veranderen door mutaties. DNA-mutaties zijn verantwoordelijk voor erfelijke ziekten. In elke cel van uw lichaam is het DNA hetzelfde, maar om een cel te vertellen wat hij moet doen of worden (een hersencel of een huidcel bijvoorbeeld) moet het DNA erbinnen worden verteld wat het moet doen. Dit gebeurt door zogenaamde methylgroepen en histonen. Zij zorgen ervoor dat het DNA in de cellen van uw lichaam weet hoe het zich moet gedragen. Dat proces noemen wij epigenetica en – anders dan bij het DNA zelf dat zoals gezegd alleen door mutaties verandert – is epigenetica onderhevig aan invloeden van buiten het lichaam. Extreme honger of traumatische ervaringen kunnen de werking van de methylgroepen en histonen beïnvloeden. Zelfs, zo is de afgelopen decennia aangetoond, van generatie op generatie. Dus waar bijvoorbeeld oorlogservaringen het DNA zelf niet veranderen, doen zij dat wel met de informatie die het DNA vertelt hoe het moet werken.
Een voorbeeld: in een oorlogssituatie lijdt een slachtoffer aan extreme kou. Het kan zijn dat het lichaam een bepaald gen activeert dat ervoor zorgt dat de hartslag ’s nachts hoog blijft. Dit om tijdens de koude nachten warm te blijven. Maar als dit geactiveerde gen wordt ‘doorgegeven’ aan de kinderen van deze overlevende, kan dat ertoe lijden dat zij ’s nachts een verhoogde hartslag hebben terwijl dat in hún omstandigheden helemaal niet nodig is. Sterker nog, het lichaam krijgt hierdoor niet de rust die het tijdens de slaap nodig heeft, waardoor het genetische overlevingsmechanisme van de ouder een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid van zijn of haar kind.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *