Nieuws

Regent

Redactie 15 maart 2018, 00:00
Regent

In principe ben ik tegen een gekozen burgemeester, maar ik begin toch te twijfelen. Want nu zit onze hoofdstad met interim-burgemeester Van Aartsen.

Waar politici, ook die van zijn eigen VVD, duidelijk stelling nemen tegen antisemitisme, denk aan de vernielingen van de ruiten van restaurant HaCarmel, durft oudgediende Van Aartsen het woord niet eens in de mond te nemen. Waar partijgenoten en politici van andere signatuur hun solidariteit toonden door direct na de eerste vernieling bij het restaurant te gaan eten, schitterde de burgervader door afwezigheid. Ook weigerde hij na de eerste aanval te zorgen voor camerabewaking. Pas na de derde keer dempte hij de put. En die camerabewaking is er in principe maar voor vier weken, alsof antisemieten niet tot vijf kunnen tellen. Tegelijkertijd uitte hij zich wel onbegrijpelijk positief over het salafisme.

Eerder had ik het genoegen de oud-politicus beter te leren kennen. Met Jaap Fransman en Ron van der Wieken (in hun hoedanigheid van toenmalig voorzitter en vicevoorzitter van het CJO) en andere vertegenwoordigers van de gemeenschap werden wij in de zomer van 2014 ontvangen op het Haagse stadhuis nadat de eerste demonstratie gedurende de Gazaoorlog een feit was. Daar was sprake van antisemitisme, bijvoorbeeld borden met een davidster en een hakenkruis met een = ertussen. Van Aartsen had het allemaal gedoogd. Ook de route die demonstranten maakten, was ongelukkig gekozen: langs de synagoge en de Joodse begraafplaats. Daar was niet over nagedacht. Anderhalf uur lang wrong de Haagse eerste burger zich in alle bochten om uit te leggen dat hij de situatie toch echt wel in de hand had en dat de Joodse gemeenschap er op moest vertrouwen dat hij antisemitisme in zijn stad niet tolereerde. Op mijn opmerking: “Meneer Van Aartsen, de tijd zal het leren,” reageerde hij woedend. Maar dat wantrouwen bleek toch enige grond te hebben. Nog geen twee weken later werd op de Haagse Hoefkade ‘dood aan de Joden’ en ‘khaybar, khaybar ya yahud’ geschreeuwd. En alle mooie woorden ten spijt, werd er niet ingegrepen. De burgemeester reageerde pas veel en veel later op de terechte verontwaardiging. Hij was op vakantie en begreep niet waar alle commotie vandaan kwam.

Van die situatie toen blijkt Van Aartsen nog altijd niets te hebben geleerd. Hij was een regent, hij is een regent en zal dat altijd wel blijven. Amsterdam, de Amsterdamse Joden in het bijzonder, verdienen beter.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *