Nieuws

Schijnheilig tweelingbroertje

Redactie 06 november 2015, 00:00
Elma Drayer is schrijfster en columniste, onder andere in de Volkskrant. FOTO: JAAP VAN DER ZWAN

Elma Drayer is schrijfster en columniste, onder andere in de Volkskrant. FOTO: JAAP VAN DER ZWAN

Nogal eens krijg ik kwaaie lezers over me heen – zeker in dit tijdsgewricht. Anders dan voorheen hoeft er per slot geen papier meer uit de la getrokken, noch pen gezocht, postzegel geplakt en gang naar de brievenbus gemaakt. Een toetsenbord en puike internetverbinding volstaan. Inmiddels kan ik zo’n beetje voorspellen welke onderwerpen virtuele verontwaardiging genereren.

Door: Elma Drayer

Wijd ik een stukje aan doorgeslagen dierenliefde, verwende bakfietsmoeders of hoofddoekjes – het is strijk en zet een paar dagen bal. Niet erg, natuurlijk. Sterker: het is precies de bedoeling.

Eén thema sorteert nog meer effect. Als ik schrijf over hedendaags antisemitisme weet ik zeker dat er bij menigeen een rood waas voor de ogen trekt. Preciezer: als ik schrijf over het hedendaagse antisemitisme dat zich ophoudt achter het keurige schaamlapje dat antizionisme heet. Bijvoorbeeld als ik het heb over de hartstocht waarmee elke faux pas van Israël onder het vergrootglas wordt gelegd – terwijl het, zacht gezegd, niet de enige natie is die zich bij tijd en wijle lelijk misdraagt. Of over het gemak waarmee het land ‘een onherstelbare vergissing’ wordt genoemd. Of als ik de denkluiheid hekel waarmee Israëlische politici in dezelfde misdaadcategorie belanden als de nazi’s. Of als ik me druk maak over de vanzelfsprekendheid waarmee activisten het terrorisme van gene zijde negeren – met als dieptepunt de jaarlijkse soap rond de Kristallnachtherdenking.

Hé, zulke malle opvattingen, die heeft een normaal mens niet

Roer ik deze dingen aan, ik kan de reacties dromen. Eerst klinkt het dat ik zelf van Joodse komaf moet zijn. Want hé, zulke malle opvattingen, die heeft een normaal mens niet. Is dat argument afgeketst op de feiten, dan komt er een ander verwijt: ik ben een filosemiet – u weet wel, het schijnheilige tweelingbroertje van de antisemiet. Diep in zijn hart heeft hij eigenlijk net zo’n hekel aan Joden, maar hij verpakt het in zoetgevooisde woorden. De filosemiet is een antisemiet die er niet rond voor uitkomt. Interessant, evenzogoed. Neem je het openlijk op voor de bedreigde inwoners van Tibet, niemand komt op het idee je filoboeddhist te noemen. Verklaar je je solidair met de Koerden, niemand scheld je uit voor filokoerd. Maar vind je dat de inwoners van Israël best mogen vechten voor hun voortbestaan, dan ben je een filosemiet? Ik weet niet welke logica erachter schuilt, ik weet wel dat die mij ontgaat.

Nog interessanter is dat de gebruikers aldus onbewust een term revitaliseren van nogal onfrisse herkomst. In de essaybundel Philosemitism in History (2011) beschrijft de Britse historicus Lars Fischer hoe het begrip rond 1880 werd gemunt in het Duitse keizerrijk. Politici die zichzelf trots antisemiet noemden, scholden hun tegenstanders uit voor filosemiet. Fischer: ‘De duidelijke implicatie was dat iedereen die zich keerde tegen antisemitisme wel onder één hoedje moest spelen met “de Joden”.’ In antisemitische ogen kon er nu eenmaal geen neutral ground bestaan: je was ofwel vijand, ofwel vriend van deze verachtelijke mensensoort. Wie weigerde zich kwaadaardig uit te laten over Joden kon simpelweg niet deugen.

Dat uitgerekend dit pejoratief nu weer in de mond ligt bestorven, zegt iets over het tijdperk waarin wij leven. Het zegt misschien wel meer dan de monitors antisemitische incidenten van het CIDI.
Het weekblad dat u in handen houdt schrijft al 150 jaar over deze en verwante verschijnselen. Ga daar vooral mee door. Ik doe het ook.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *