Dagboek

Uittocht

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 14 april 2022, 08:00
Uittocht

Een column brengt geen nieuws, niet de geschiedenis van toen en niet van morgen, maar zweeft tussen heden, verleden en toekomst. En dat is nu precies Pesach. De uittocht uit Egypte is een bundeling van nu, toen en morgen. Lessen voor nu, geleerd van het verleden, en gekoppeld aan de toekomst. En dus probeer ik de uittocht uit Oekraïne te vergelijken met de uittocht uit Egypte.

Ik zat in de bus met Katya en haar kinderen, afkomstig uit Marioepol. Zij hadden na een uitputtende, dagenlange tocht Vinnytsja bereikt. Ik kende haar en haar man Dimitri van eerdere bezoeken aan Marioepol, waarheen zij in 2014 vanuit Donetsk waren gevlucht. De vluchtelingen van toen zijn de vluchtelingen van nu. Onzekerheid, raketinslagen, voortdurende vrees voor de separatisten. En toch was het lee” aar, die acht jaar in Marioepol. Tot de oorlog uitbrak. Alles wat ze weer een beetje hadden opgebouwd, was aan puin geschoten. Dimitri moest achterblijven.

We bereikten de grens tussen Oekraïne en Moldavië. Hoewel de douanier in Moldavië uitsluitend Russisch sprak, wist hij wel in vloeiend Engels te vragen hoeveel euro’s ik bij me had. Die had ik gelukkig niet, zodat die ook niet door de beschermer van de wet (en van zijn eigen portemonnee) geconfisqueerd konden worden. Maar het belangrijkste: we beleefden de uittocht uit Oekraïne, het Egypte van nu.

Maar bij de uittocht uit Egypte verlieten de Joden de slavernij met ezels die beladen waren met zakken goud en zilver. Wat een contrast met de vuilniszakken en kleine koffertjes van nu. En toen werden bejaarden, kleine kinderen, papa’s en mama’s bevrijd: niemand bleef achter. Nu kijk ik naar die jonge moeder met haar twee kinderen. Zullen zij nog ooit hun vader zien? Zal de moeder haar verdere leven weduwe zijn? Mogen we deze ‘bevrijding’ wel vergelijken met de uittocht uit Egypte, vroeg ik me af. Ik nam zwijgend afscheid van Katya en haar kinderen, want een gemeenschappelijke taal spraken we niet. Katya, haar kinderen en de andere Joodse vluchtelingen vertrokken met een bus naar de hoofdstad van Moldavië, tussenstop op weg naar het Joodse thuis.

Ik weet dat dit jaar in Israël de nieuwkomers uit Oekraïne aan het eind van de seideravond ontroerd zullen zingen: “Lesjana habaä Biroesjalajim – het komende jaar in Jeruzalem”. Maar, hoor ik u vragen, ze zijn er toch al? Klopt, maar zolang er nog één Jood in ballingschap vertoeft, bijvoorbeeld de man van Katya, blijft de bede van kracht, zelfs in Israël

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *