Binnenland

Waardeloos Boekje

Redactie 24 mei 2011, 00:00

Deze week werd de Joodse gemeenschap van Rotterdam opgeschrikt door een opzienbarend boekje Een hart en een haven, 14 mei van niemand minder dan Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. De hoogleraar is als biograaf van Willem Frederik Hermans niet geheel onomstreden. Omstreden is ook de inhoud van dit essay-achtig werkje over het bombardement van Rotterdam, dat ter gelegenheid van de herdenking op 14 mei gratis wordt verspreid onder Rotterdammers in een oplage van 22.000 stuks. Op het eerste gezicht lijkt het uitdelen van een gratis, geschiedkundig boekje een nobel initiatief. Het wordt dan ook gefinancierd door de Rotterdamse Rotary en president-Rotarian en notabele uit de Rotterdamse Joodse Gemeenschap Simon Cohen, was een van supporters van het project. Totdat de inhoud diverse andere Joodse Rotterdammers onder ogen kwam. Sans gêne koppelt Otterspeer in de warrige, bijna niet te volgen tekst het bombardement van Rotterdam aan de huidige Midden-Oostenpolitiek en geeft de staat Israël er stevig van langs. Een quote die begint met een omschrijving van Yad Vashem en dan: „Voor zover geïnspireerd door het zionisme heeft de staat Israël zich het monopolie op de herdenking van de Shoa toegeëigend en heeft het die herdenking in dienst geplaatst van een politiek die een land zonder volk ter beschikking stelt van een volk zonder land, dat wil zeggen die een direct verband legt tussen de Shoa en het recht op heel Palestina, inclusief wat wij nu de West Bank noemen. Zo leidde de herinnering van een grote tragedie tot de schepping van een andere tragedie, zo betreedt men in Yad Vashem niet alleen een plek van herinnering maar tegelijk een plek van politiek. Wat de Joden insluit, sluit de Palestijnen uit.” Aansluitend citeert Otterspeer de Israëlische schrijver Yehuda Elkana, die volgens de hoogleraar de heldere conclusie trok dat Europa mocht herdenken, maar Israël moest, ten behoeve van zijn toekomst, leren te vergeten. Wat de Groot-Israëlgedachte van doen zou kunnen hebben met het bombardement op Rotterdam blijft volledig onduidelijk. Het boekje, uitgegeven door de Stichting Herdenking 14 mei 1940, gaat vlak voor de bovenstaande gewraakte passage op pagina 13 vooral over hoe bewonderenswaardig de Duitsers omgaan met hun WOII-verleden, waardoor de schoffering van zowel Yad Vashem als Israël nog wranger wordt. Micha Gelber, voorzitter van Stichting Loods 24 en vooraanstaand lid van de Joodse gemeenschap, heeft voor het werkje in ieder geval geen goed woord over. „De inhoud van deze pagina is niet alleen feitelijk onjuist, het is ook absoluut ongepast om dit op deze manier te publiceren. Dit boekje hoort te gaan over 14 mei. Het herdenken van de Shoa en het conflict met de Palestijnen hoort in dit boekje helemaal niet thuis. Je kunt het bombardement nu eenmaal niet linken met die discussie. Dat is verwerpelijk en de Rotary distantieert zich naar ik heb begrepen inmiddels ook van de publicatie.” Ronny Naftaniël van het CIDI heeft het boekje inmiddels ook kunnen beoordelen: „Dit gaat niet alleen over 14 mei, maar ook over persoonlijke wrok van de schrijver. Verder is het boekje waardeloos, zou eigenlijk zo min mogelijk aandacht moeten krijgen. Ik begrijp niet waarom er zoveel geld is uitgegeven aan de publicatie van de persoonlijke mening van deze man. Ik kan me voorstellen dat de Rotary het geld wel beter had kunnen besteden, bijvoorbeeld aan arme mensen in Rotterdam, die het echt nodig hebben.”

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *