Wij zijn aan zet
Opinie

Wij zijn aan zet

Irans fixatie op Rushdie is een voorbeeld van cynisch opportunisme.

Bart Schut 20 augustus 2022, 08:00
Wij zijn aan zet

De aanslag op schrijver Salman Rushdie en de raketbeschietingen op Israëlische burgers door de Palestijnse Islamitische Jihad hebben iets gemeen. En dat is gemakkelijk in één woord uit te drukken: Iran.

De Islamitische Republiek is zich steeds meer aan het ontwikkelen als de spin in een web van dictaturen en terreurbewegingen. Wie hitst de Palestijnse jihadi’s op Israël te bestoken? Iran. Wie betaalt voor het rakettenarsenaal van Hamas en Hezbollah? Iran. Wie gebruikt zijn lange arm om de vrijheid van meningsuiting in het Westen te ondermijnen? Iran. Maar ook: wie ondersteunt de bloedige Syrische tiran Bashar al-Assad? Iran. En zijn collega in Venezuela, Nicolás Maduro? Iran. En: wie verkoopt drones waarmee Vladimir Poetin zijn genocidale oorlog tegen staat en volk van Oekraïne kan voortzetten? Iran.

De theocratie van de ayatollahs lijkt op een virus dat zich over een steeds groter deel van de wereld verspreidt. Dood en verderf zaaiend waar het maar de kop opsteekt. Politieke moorden in Nederland, aanslagen in Argentinië, ondermijning van de staat in Libanon, piraterij in de Perzische Golf … de lijst misdaden van het regime van de ayatollahs groeit gestaag.

Bliksemafleider

Binnenlands staan de zaken er niet beter voor. Demonstraties tegen het regime van ‘hoogste leider’ Ali Khamenei, ook na de aanslag op Rushdie nog van harte welkom op sociale media, worden met extreem geweld neergeslagen. Politie, leger en geheime diensten martelen, verkrachten en moorden er lustig op los. Op van alles staat de doodstraf: overspel, homoseksualiteit, religieuze of politieke afvalligheid, om maar een paar zaken te noemen. Niet dat de VN of mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch zich daar net zo druk over maken als over Israël.

Dat laatste natuurlijk omdat de Islamitische Republiek zich als de nemesis van de Joodse staat heeft opgeworpen: de vijand van mijn vijand is misschien niet mijn vriend, maar ook zeker niet mijn tegenstander. Iran gebruikt handig de internationale haat jegens Israël, maar vooral die in de soennitisch-islamitische wereld als bliksemafleider. Dat is de achtergrond van de fatwa tegen Salman Rushdie na publicatie van zijn De duivelsverzen – een boek zo onschuldig dat geen enkele niet-moslim (of zelfs vrijwel geen moslim) er ooit enige blasfemie in zou ontdekken.

Ook in die zaak wierpen en werpen de sjiitische ayatollahs zich op als de verdedigers van de islam om te verhullen dat veel soennitische moslims hen als ketters en afvalligen beschouwen. Daarom sprak ayatollah Khomeini in 1989 zijn fatwa uit over Salman Rushdie en riep hij moslims over de hele wereld op de schrijver te vermoorden. Daarom zetten de Iraniërs miljoenen op het hoofd van Rushdie. Daarom weigeren zij al meer dan dertig jaar te praten over het intrekken van de fatwa. En ook daarom weigerden zij deze week de aanslag op de schrijver te veroordelen. De Iraanse fixatie op Rushdie is een voorbeeld van cynisch politiek en religieus opportunisme.

Hert in de koplampen

Datzelfde Iran probeert intussen met man en macht atoomwapens te produceren, want de wurggreep waarin de Islamitische Republiek het Midden-Oosten houdt, moet verder verstevigd en geografisch uitgebreid worden. Liefst over de hele wereld. Wie denkt dat de ayatollahs nu hun tentakels van het kwaad over de wereld uitspreiden, moet zich maar even voorstellen hoe zij zich zullen opstellen met een atoombom in de achterzak. Wie doet hen dan nog wat?

Het wordt tijd te handelen. Israël en het vrije Westen kunnen zich geen nucleair bewapende terreurtheocratie veroorloven. De Joodse staat heeft een rekening openstaan met de ayatollahs, want de raketten die neerregenen op zijn burgers worden door Teheran betaald. De regering in Jeruzalem heeft het recht, nee, de plicht haar bevolking te beschermen tegen het gevaar van een nieuwe – en ditmaal nucleaire – Holocaust. Tegelijkertijd moeten de Amerikanen reageren op een aanslag op hun belangrijkste vrijheid (die van meningsuiting is niet voor niets het Eerste Amendement op de Amerikaanse grondwet). Salman Rushdie is bovendien een Brit, en de lange arm van Iran probeerde hem te vermoorden.

Deze daden van terreur, deze daden van oorlog zouden de drie militaire grootmachten wakker moeten schudden om niet langer als een hert in de koplampen van de naderbij razende vrachtwagen te blijven staren. Israël doet dat al niet, maar heeft bondgenoten nodig om te handelen. Om de nucleaire, militaire en terroristische infrastructuur in Iran te vernietigen. Misschien leidt dat daar tot een volksopstand en een wisseling van de macht, misschien ook niet. Hoe dan ook, het is de hoogste tijd de Islamitische Republiek de tanden uit te trekken. Precies zoals de geallieerden Saddam Hoessein in 1991 onschadelijk maakten. Het zal vroeg of laat ook met de ayatollahs moeten gebeuren. De belangen zijn te groot, de tijd van eindeloos onderhandelen is voorbij. Nu zijn wij aan zet.

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking