Muren die herinneren

Er is weinig over van het roemrijke Joodse verleden van Vilnius. Wil de Litouwse hoofdstad die geschiedenis nog wel kennen? Op zoek naar de sporen van het ‘Jeruzalem van het noorden’.
Muurschildering van 
Lina Šlipavičiūtė-Černiauskienė in 
de Joodse wijk van 
Vilnius 
Foto: Esther Voet
Muurschildering van Lina Šlipavičiūtė-Černiauskienė in de Joodse wijk van Vilnius Foto: Esther Voet

TEKST EN FOTO’S: BART SCHUT EN ESTHER VOET

Soms is het aan de vlaggen niet te zien in welk land wij ons bevinden. Voor elke Litouwse driekleur (geel-groen-rood) wapperen vier of vijf dundoeken met het blauw-geel van Oekraïne. In de restaurants en cafés draagt het personeel buttons met diezelfde kleuren. De huidige oorlog leeft in Vilnius, hoofdstad van Litouwen, als nergens anders buiten Oekraïne zelf. Het dreigement van Vladimir Poetin de oude Sovjet-Unie in ere te herstellen raakt de Baltische staten in het bijzonder. Het leidt tot veel nervositeit aan de landsgrenzen, maar daarover later meer.

Op de luchthaven van Vilnius is daar weinig van te merken. Na de hectiek, de eindeloze rijen en het totale gebrek aan service op Schiphol voelt de compacte, bijna gezellige en vlekkeloos beheerde luchthaven van de Litouwse hoofdstad als een zucht van verlichting. Zoals de hele stad dat eigenlijk doet. Weinig Europese hoofdsteden hebben zo’n kalme sfeer en zijn zo weinig aangetast door massatoerisme als Vilnius.

En dat terwijl er voldoende te zien is in de zevenhonderd jaar oude metropool met zijn driekwart miljoen inwoners. De stad is mooi, schoon en staat vol historische monumenten, terwijl het omringende platteland een grotendeels ongerept natuurgebied van heuvels, bossen en meren is. Op nauwelijks twee uur vliegen van Amsterdam zou je toeristische taferelen kunnen verwachten zoals in Praag of Boedapest. Dat geldt al helemaal voor bezoekers van Joodse afkomst. Er is weinig fantasie voor nodig om busladingen vol West-Europese, Israëlische en vooral Amerikaanse toeristen in Vilnius voor te stellen. Zulke erfgoedvakanties zouden een gat in de markt zijn in de stad die als het ‘Jeruzalem van het noorden’ werd beschouwd.

Honderdvijftien synagogen telde de stad ooit en aan het begin van de twintigste eeuw was bijna de helft van de bevolking Joods. Het aantal afstammelingen van geëmigreerde Litouwse Joden is nauwelijks te schatten en hun nakomelingen zijn niet de eerste de besten: Leonard Cohen, Bob Dylan en Benjamin Netanyahu, om er maar enkelen te noemen. Redenen genoeg dus om van Vilnius een van de toeristische trekpleisters voor Joden uit de hele wereld te maken.

Geen scheldwoord

En toch … het groepje aanwezigen bij een stadwandeling door ‘Joods Vilnius’ blijkt voor minder dan de helft te bestaan uit toeristen van Joodse afkomst. Ook de gids kan zich daar niet op beroepen. Dat is weinig verwonderlijk, de Joodse gemeenschap in het hele land – anderhalf keer zo groot als Nederland met ongeveer 2,8 miljoen inwoners – telt nog geen drieduizend zielen, misschien het dubbele als je zo ruim mogelijk rekent. Waarom reizen de miljoenen afstammelingen van Litvaks, zoals de Joden in Litouwen worden genoemd – geen scheldwoord, verzekert de gids – niet massaal naar Vilnius, Kaunas of de talloze sjtetls op het platteland voor een bezoek aan de geboorteplaatsen van hun voorvaderen?

De overblijfselen van Joods Vilnius moet je met een vergrootglas zoeken

Misschien omdat je de overblijfselen van Joods Vilnius met een vergrootglas moet zoeken. Terwijl de Litouwse overheid uitgebreid campagne zou kunnen voeren ter wille van het toerisme vanuit de VS en Israël, lijkt het roemruchte Joodse verleden grondig onder het tapijt van de geschiedenis te zijn geveegd. Nergens merk je dat beter dan tijdens de stadswandeling. De Joodse bibliotheek was in de Tweede Wereldoorlog een toevluchtsoord in het ‘grote getto’ – Vilnius had er twee – om een paar uur lang de monotonie en uitzichtloosheid te ontvluchten. Maar diezelfde locatie, de Meficei Haskala, was ook een haard van gewapend verzet tegen de bezetter.

Hofje in de oude Joodse wijk waarin ooit een van de meer dan honderd synagogen van Vilnius lag

Nu ligt het monumentale gebouw in de Zemaitijos gatve (dat laatste woord betekent ‘straat’ in het Litouws) verscholen achter een groen steigergordijn. Dat lijkt niet, zoals in andere Europese steden, bedoeld om de restauratiewerkzaamheden te verhullen. Die zijn er niet. Plannen zijn er wel, zoals voor meer plekken in de stad, maar ze worden niet ten uitvoer gebracht. Het gebouw verkeert in dezelfde slechte staat als veel Joodse monumenten in Vilnius. Oude Hebreeuwse en Jiddisje teksten zijn vervaagd en nauwelijks leesbaar, de verf op de gevels van historische Joodse gebouwen bladdert af. Er zijn nauwelijks plaquettes die uitleg geven en de schaarse informatie die beschikbaar is, wordt vrijwel alleen in het Litouws gegeven. Kortom, het roemruchte Joodse verleden van Vilnius wordt op zijn best als achterafgedachte gepresenteerd.

Vitautas de Grote

Roemrucht is dat verleden zonder meer, al moeten we onthouden dat Litouwen in Joods-historisch opzicht niet precies overeenkomt met de grenzen van de moderne staat. Delen van Polen, Wit-Rusland en de rest van het Baltische gebied maakten lange tijd deel uit van het historische Litouwen. Een voorbeeld: Eliëzer Ben-Jehoeda, de grondlegger van het moderne Hebreeuws, kwam uit Luzhki. Dat lag halverwege de negentiende eeuw in het Russische gouvernementsdistrict Vilnius, maar tegenwoordig net over de grens in Wit-Rusland. Desondanks en logischerwijs wordt Ben-Jehoeda beschouwd als een Litvak.

Het is moeilijk een exact moment aan te geven waarop de geschiedenis van de Joden in Litouwen begon. Vanaf de twaalfde eeuw vestigden zich Duitse Joden in het gebied, op de vlucht voor de pogroms die de kruistochten teweeg hadden gebracht. Misschien is het jaar 1388 een goed beginpunt. De plaats: Trakai. Een stadje op het schiereiland in het Galvemeer, even ten westen van Vilnius. Nu is het de belangrijkste toeristische trekpleister van Litouwen. Dat komt vooral door het kasteel dat groothertog Vitautas de Grote er in de middeleeuwen liet bouwen, een van de mooiste in Europa. Het was diezelfde Vitautas die in 1388 een handvest opstelde met rechten voor de Joodse gemeenschap van de stad.

Voor de huidige toerist is het niet gemakkelijk de resten van Joods Trakai te vinden, maar wie de dagjesmensen ontvlucht – massatoerisme op zijn Litouws betekent nog steeds rust voor Nederlandse begrippen – en het steile talud tegenover het kasteel beklimt, vindt een van de laatste houten synagogen van het land. Ook hier wordt nauwelijks vermeld wat het geelgeverfde gebouw precies is, er is alleen een korte tekst in het Litouws. Duidelijk is dat het niet gaat om een gebedshuis uit de tijd van Vitautas. De Karaim kenesa is een karaïtische (niet-rabbijnse) sjoel uit de achttiende eeuw die nog gebruikt zou worden, al mag de vraag gesteld worden door wie.

Verbanning

In de veertiende eeuw kende Litouwen geen gildes. Joden waren vrij elk handwerk te verrichten, iets wat in het grootste deel van West-Europa streng verboden was. In Polen nam de invloed van de katholieke kerk steeds verder toe, reden voor veel daar wonende Joden verder naar het oosten uit te wijken. Groothertog Vitautas heette hen welkom met een serie handvesten zoals dat van Trakai. In Litouwen kregen Joden dezelfde rechten als hun vrijgeboren medeburgers, in juridische geschillen waarin Joden betrokken waren, werd rechtgesproken door een judex judaeorum, een rechter voor Joodse zaken, en geloofsvrijheid werd gegarandeerd.

Niet alle heersers waren even verlicht als Vitautas. In 1495 werden alle Joden uit Litouwen verbannen door groothertog Alexander, die later koning van Polen werd. Het paste nauwelijks in het beeld van milde heersers en tolerante medeburgers; pogroms kwamen nauwelijks voor in het middeleeuwse Litouwen. Aangenomen wordt dat Alexander zich had laten opstoken door edelen die in de verbanning kans zagen om van hun schulden bij Joodse geldschieters af te raken. Al in 1503 mochten de Joden terugkeren en ontvingen zij zelfs een uitbreiding van hun rechten en autonomie. Zij kregen hun land, huizen en synagogen terug en vorderingen van voor 1495 werden in ere hersteld.

In het midden van de zestiende eeuw vormden Polen en Litouwen een unie die tot 1793 stand zou houden. Die unie ging echter gepaard met een aantal anti-Joodse wetten. Het werd Joden verboden goud, zilver of juwelen te dragen. Mannen moesten – zoals in zoveel Europese landen – een gele hoed en vrouwen een gele zakdoek dragen om zich te onderscheiden van de niet-Joodse bevolking. Toch was de situatie in Litouwen beter voor hen dan in de rest van Europa. In 1630 werd de grote synagoge van Vilnius geopend op een plek waar al twee eeuwen daarvoor Joden bijeenkwamen om te bidden.

—————————————-

Glasblazers en goudsmeden

Er ligt een vriendelijk pleintje in het oude getto van Vilnius, op de kruising van de Zydustraat en de Gaonstraat, genoemd naar de beroemde rabbijn. Ooit bruiste het hier van Joods leven, met een markt en geluiden uit de werkplaatsen van ambachtslieden. Nu is het een aangename plek met restaurantjes, galeries en het Stikliuhotel, een voornaam etablissement, een van de oudste van de stad. Boven de ingang is een fresco te zien met glasblazers die aan het werk zijn. Boven een andere deur is een gevelsteen aangebracht waarop eveneens zo’n ambachtsman te zien is.

Stiklių is dan ook het Litouwse woord voor glasblazer en deze straatjes waren zeshonderd jaar lang het hart van Joods Vilnius. In 2018 doopte de gemeenteraad het om tot het Glaskwartier. De Joden die zich hier vanaf eind vijftiende eeuw vestigden stonden bekend als ambachtslieden, vooral glasblazers. Het eerste grote glasatelier opende in 1547 de deuren. De goudsmeden waren hen al voorgegaan, in 1495 werd in dezelfde wijk het goudsmedengilde opgericht. Nu huist in dat onherkenbaar gerenoveerde gebouw de Roemeense ambassade.

—————————————-

Opgravingen

Als wij op een snikhete zomerdag de locatie midden in de oude Joodse wijk van de Litouwse hoofdstad bezoeken, herinnert niets eraan dat zich hier ooit het kloppend hart van het Joodse leven bevond. De nazi’s zetten de grote synagoge, die ooit ruimte bood aan vijfduizend gelovigen, in de oorlog in brand. Wat er daarna van restte, werd in de jaren vijftig door de Sovjets gesloopt om er een school – een van de lelijkste gebouwen van Vilnius – op te bouwen. Dat was een bewuste actie: de communisten hadden nauwelijks minder afkeer van de Joodse gemeenschap dan de nazi’s en hoopten dat met de resten van de historische synagoge ook de zichtbare kehila zou verdwijnen.

De Zydu gatve (‘Jodenstraat’) is het hart van Joods Vilnius

Wie nu door de vuile ramen van het afzichtelijke schoolcomplex kijkt, kan met moeite ontwaren dat archeologen daarbinnen aan het werk zijn. Al in 2011 kondigden premier Andrius Kubilius en burgemeester Arturas Zuokas aan de grote synagoge in oorspronkelijke staat te herstellen. Amerikaanse en Israëlische teams werden binnengehaald, maar elf jaar later lijkt het project weinig opgeschoten. Dat de eerste plannen al begin jaren negentig, net na de Litouwse onafhankelijkheid, waren goedgekeurd en architect Libeskind werd aangesteld als manager, doet weinig goeds vermoeden voor de tijdlijn van het project. Bij opgravingen zijn het oorspronkelijke mikwe en de bima gevonden, maar niets wijst erop dat het project in 2023 afgerond zal worden, zoals was aangekondigd. Er is nog niet eens begonnen met de sloop van de school.

Dit past in het beeld dat de Litouwse autoriteiten zich weinig lijken te bekommeren om het herstel van het Joodse erfgoed. In juli van dit jaar werd een plan goedgekeurd om dan maar de contouren van de synagoge op de plek aan te gaan geven, maar de gids van de stadswandeling is sceptisch: “Ik geloof het pas als ik het zie.”

De kozakkenopstand die van 1648 tot 1657 het Pools-Litouwse gemenebest teisterde, had een verwoestend effect op de Joodse gemeenschappen in de regio die tegenwoordig Litouwen, Polen, Wit-Rusland en Oekraïne omvat. Minstens honderdduizend, volgens sommige schattingen een half miljoen Joden werden vermoord tijdens de tien jaar durende oorlog. Het noordelijke Litouwen werd wat meer gespaard dan de zuidelijke gebieden, maar de verschrikkingen daar drongen wel degelijk tot in Vilnius door. De verhalen over slachtoffers die levend werden begraven of in stukken gesneden en over Joden die door hun beulen gedwongen werden elkaar te doden, deden de Joodse notabelen in Vilnius besluiten alle openbare vormen van plezier te beperken. Bruiloften moesten ingetogen gevierd worden, drankgebruik in het openbaar was uit den boze, feesten en varieté werden aan banden gelegd.

Tot op de dag van vandaag staan de Litvaks bekend om hun ernstige, sobere gedrag

Nog altijd staan de Litvaks bekend om hun serieuze, sobere gedrag, maar die karaktertrek kan probleemloos op het gehele Litouwse volk worden toegepast. De nieuwkomer in Vilnius zal zijn best moeten doen burgers van de stad op een glimlach, laat staan een schaterlach te betrappen.

Emancipatie

De kozakkenopstand werd door het Europese jodendom beschouwd als verwoestender dan de kruistochten of de pest. Na afloop probeerden de Pools-Litouwse heersers de situatie voor hun Joodse gemeenschappen te verbeteren met privileges, waardoor de Joodse bevolking snel groeide en de economische macht naar zich toetrok. De christelijke wereld was in essentie nog feodaal, de edelen leefden van de opbrengst van hun land dat door arme boeren werd bewerkt. De handel en ambachten in de steden waren grotendeels in Joodse handen, bij gebrek aan gilden. De adel besteedde zelfs vaak het beheer van de landerijen uit aan de beter geschoolde Joden.

In 1795 kwam een abrupt einde aan deze relatief goede positie van de Litvaks. De Pools-Litouwse unie viel uiteen en het land werd opgeslokt door tsaristisch Rusland. Preciezer gezegd: dat van Catharina de Grote, die heel anders tegen het Joodse volk aankeek dan de veertiende-eeuwse groothertog met dezelfde bijnaam. Terwijl na de Franse revolutie en Napoleons veroveringen de Joodse emancipatie aanving, riep Catharina een speciaal vestigingsgebied in haar rijk in het leven. Dat liep van de Litouws-Baltische kust tot aan de Krim in het zuiden van Oekraïne. Joden mochten niet buiten dit gebied wonen en het alleen met speciale toestemming verlaten.

In 1827 werd de situatie nog slechter. De Joodse kehilot moesten voldoen aan quota’s van kinderen die 25 jaar in het leger van de tsaren moesten dienen. Terwijl de tweede helft van de negentiende eeuw vaak als een bloeitijd voor de West-Europese Joden wordt beschouwd, zuchtten hun Russische geloofsgenoten onder het juk van de rabiaat antisemitische tsaar Alexander III. Een golf van pogroms overspoelde het tsarenrijk, waarin Litouwen nog een van de veiligste gebieden was. Dat bleek in 1881 toen rellende militairen Joodse winkels in Vilnius aanvielen, maar door een collectief van koosjere slagers werden opgepakt en aan de autoriteiten overgedragen.

De Joodse straat

De Litouwse hoofdstad was van oudsher een centrum van religieuze studie, maar in de negentiende eeuw probeerde de centrale overheid in Moskou dat te veranderen in een seculier onderwijssysteem, in het kader van de russificatie van de Joodse bevolking. Het leidde ertoe dat Vilnius een centrum werd van de haskala, de Joodse intellectuele verlichting. Dat had voor Moskou ongewenste bijverschijnselen. Nieuwe politieke stromingen als het socialisme en het zionisme raakten populair onder de Litvaks. Uit de volkstelling van 1897 bleek dat meer dan veertig procent van de bevolking van de Litouwse hoofdstad Joods was.

Het kleine getto is een van de meest fotogenieke delen van de stad

Aan die periode herinnert het kleine Joodse hart van Vilnius nog het meest. Dat komt vooral door het project Muren die herinneren van de Litouwse kunstenares Lina Šlipavičiūtė-Černiauskienė, die foto’s van rond die eeuwwisseling in het straatbeeld rond de Zydu gadve, de Joodse straat, als muurschilderingen heeft aangebracht. Het wijkje, het ‘kleine getto’ tijdens de oorlog, is een van de meest fotogenieke delen van de stad. Het wemelt er van de bruidsparen die deze relatief coronaloze periode gebruiken om snel in het huwelijksbootje te stappen. Zeker in het weekend lijken er meer bruiloftsgasten dan toeristen te vinden. Doordeweeks is het er zo rustig dat de enorme Joodse bevolkingsdichtheid in het hart van Vilnius van rond 1900 moeilijk voorstelbaar is.

Een van de afbeeldingen van Joods leven die kunstenares Lina Šlipavičiūtė-Černiauskienė aanbracht op de muren van de oude Joodse wijk

Mede door discriminerende wetten, zoals maximumquota’s voor Joodse studenten aan universiteiten, leidde deze overbevolking tot massale emigratie naar Noord- en Zuid-Amerika, West-Europa, Zuid-Afrika en – onder groeiende invloed van het zionisme – Palestina. Als gevolg hiervan groeide de Joodse bevolking van Litouwen niet: tussen 1800 en 1900 schommelde de populatie rond een kwart miljoen zielen. Het door Catharina II ingestelde vestigingsgebied voor de Joden met zijn pogroms en antisemitisme zou voortbestaan tot de val van de tsaren in 1917. Een jaar later werd Litouwen dankzij de nederlagen tegen de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog en de val van het huis Romanov onafhankelijk. Drieduizend Joden vochten in de eerste vijf jaar van die onafhankelijkheid tegen de bolsjewisten, tegen de Russische contrarevolutionairen en tegen de Polen. De jonge republiek schafte onmiddellijk alle discriminerende maatregelen tegen de Litvaks af, de Joodse emancipatie in Litouwen leek een feit.

—————————————-

Nog één functionerende synagoge

Ooit vond je in Vilnius zo’n beetje op iedere straathoek een synagoge. Die tijd is definitief voorbij. Het belangrijkste Joodse gebedshuis anno 2022 is de Koorsynagoge, de Vilniaus choraline sinagoga aan de rand van het voormalige grote getto. Het gebouw werd in 1903 ingewijd en is opgetrokken in de destijds in zwang zijnde Moorse stijl. In het Sovjettijdperk werd zij genationaliseerd en gebruikt als metaalfabriek, maar na de restauratie in 2010 is het gebedshuis opnieuw ingewijd.

De Koorsynagoge dient ook als gemeenschapscentrum en wordt vooral in stand gehouden door donaties vanuit het buitenland. De beveiliging is er minimaal, ondanks een gedwongen sluiting in 2019 vanwege dreiging uit extreemrechtse, nationalistische hoek. De voorzitter van de gemeenschap, Faina Kukliansky, was tevreden met de veiligheidsgaranties die president Gitanas Nauseda toen gaf en heropende het gebedshuis. Tegenover de synagoge zijn nog wat winkeltjes te vinden die in Joodse handen zijn. In het vrouwengedeelte staat nog een oude matsemachine van rond de vorige eeuwwisseling, die de oorlogen en het Sovjettijdperk heeft overleefd.

Karaïeten

Een andere synagoge die nog getuigt van Joods religieus leven in de stad is de kenesa aan de overkant van de rivier de Neris. Deze synagoge stamt uit 1908 en is in dezelfde stijl opgetrokken. De sjoel bood onderdak aan de karaïtisch Joodse gemeenschap, een stroming die alleen de Tenach accepteert en de Talmoed terzijde schuift. De karaïeten gebruiken geen mezoezot of gebedsriemen en bidden door diep naar voren te buigen.

In de elfde eeuw, de hoogtijdagen van deze stroming, was maar liefst tien procent van alle Joden karaïtisch. In Litouwen vormden ze een aparte groep die in de Holocaust vrijwel niet werd vervolgd. Er zijn nog altijd karaïeten in onder meer Egypte, Turkije en in Californië. In 2005 woonden er zo’n 25 duizend in Israël, waar ze wel als Joden worden erkend door de staat, maar niet door het orthodoxe opperrabbinaat.

—————————————-

Verraad

Maar de golf van nationalisme en antisemitisme die Europa in de jaren dertig overspoelde, trof ook de Baltische republieken. Vilnius was in 1922 door Polen ingelijfd, het honderd kilometer westelijk gelegen Kaunas was de tijdelijke hoofdstad van de Litouwse republiek. Het maakte weinig verschil voor de Joden: ook in Polen verslechterden de omstandigheden voor hen in de tweede helft van de jaren dertig. Eén voordeel: de Litvaks bleven de bloedige zuiveringen bespaard die Sovjetdictator Stalin uitvoerde en hun geloofsgenoten in bijvoorbeeld Wit-Rusland onevenredig hard troffen. In juni 1940 bezette de Sovjet-Unie Litouwen. Veel Joodse communisten werkten samen met het Stalinregime, wat hun niet-Joodse landgenoten als verraad beschouwden.

Toen het Duitse leger een jaar later Litouwen veroverde, haalden veel burgers – onder wie zelfs Joden, als de geruchten geloofd mogen worden – de nazi’s binnen als bevrijders. Anders dan in Nederland werd de vernietiging van de Joden in Litouwen niet stapsgewijs uitgevoerd. Ook kwamen er relatief weinig Litvaks in concentratiekampen terecht en speelden de getto’s een veel kleinere rol dan op andere plekken in Europa, al waren er wel twee in Vilnius: het kleine voor ouderen en zieken, en een groter getto voor Joden die door de Duitsers tewerkgesteld werden. Maar de overgrote meerderheid van de Litouws-Joodse bevolking werd in het eerste jaar van de bezetting vermoord door SS-Einsatzgruppen, bijgestaan door Litouwse vrijwilligers van de Ypatingasis burys (‘Speciale eenheid’).

De cijfers zijn ijzingwekkend. De schattingen van het aantal tussen 1941 en 1944 vermoorde Litouwse Joden lopen uiteen van 130 duizend tot meer dan een kwart miljoen. Yad Vashem houdt het op 141 duizend op een totaal van 168 duizend Litvaks, wat neerkomt op 84 procent. Die schatting is aan de lage kant, percentages tussen de 90 en 95 zijn gangbaar.

De Litouws-Joodse gemeenschap is relatief het zwaarst getroffen in de Shoa

Dat maakt de Litouwse gemeenschap het relatief zwaarst getroffen in Europa. Niet dat je daar als bezoeker van Vilnius veel van merkt. Ja, er is een expositie aan de Holocaust gewijd, in het ‘Tolerantiecentrum’ van het naar de Gaon van Vilna genoemde Museum voor Joodse Geschiedenis. Maar vergeleken met andere belangrijke Europees-Joodse centra als Praag of Amsterdam steken de monumenten voor de Shoa van het ‘Jeruzalem van het noorden’ opvallend mager af. Een ander voorbeeld: wij zwierven dagenlang door het centrum van Vilnius zonder één struikelsteen te zien, ook al zouden die er naar verluidt wel zijn.

Sluiproute

Misschien moet je voor het Joodse verleden van Litouwen de stad uit. Dus besluiten wij een auto te huren en een van de honderden voormalige sjtetls van het land te bezoeken. We kiezen voor Dieveniškes, gelegen in een bijna-exclave ten zuidoosten van Vilnius die vrijwel volledig door Wit-Rusland omringd wordt. Voor de Tweede Wereldoorlog was driekwart van de bevolking van het dorp Joods, daar moeten sporen van te vinden zijn. Op weg naar Dieveniškes stuiten wij op een kilometerslange file van vrachtwagens. We vermoeden dat het een sluiproute is om de economische sancties tegen Rusland te omzeilen. We rijden voorbij de file en stuiten op de officiële grensovergang met Wit-Rusland. Als wij uitstappen en een foto maken van de verder totaal onopvallende overgang – stelt u zich die op de snelweg tussen Nederland en Duitsland in de jaren tachtig voor – blijkt hoe gespannen de Litouwse grenswachten zijn sinds de Russische inval in Oekraïne.

Wij moeten onze camera en paspoorten inleveren. Er wordt moeilijk gekeken, lang gewacht en bestraffend gesproken. Na uitputtende excuses krijgen wij de camera terug op voorwaarde dat de bewuste foto wordt gewist. Vijf minuten later worden ook onze paspoorten teruggegeven en kunnen we onze reis voortzetten. Vlak voor Dieveniškes worden wij opnieuw aangehouden ter controle door een grenswacht met een machinepistool op de heup. Waarom? We hebben geen idee.

Het dorp zelf heeft het karakter van een negentiende-eeuwse sjtetl behouden, met zijn kleurige houten huizen die zo uit Anatevka lijken te komen. Maar behalve een bevlekt informatiebord – wel in het Engels! – vinden wij nergens sporen van het rijke Joodse verleden. Slechts na intens speurwerk met de satellietfunctie van Google Maps vinden wij net buiten het dorp, op een steenworp van de Wit-Russische grens, een oude maar opvallend goed onderhouden Joodse begraafplaats, hoewel van een gedenksteen in de vorm van een afgeknotte boomstam de herdenkingstekst is verwijderd.

De oude Joodse begraafplaats van Dieveniškes, aan de grens met Wit-Rusland

Het is een emotioneel moment. De graven liggen op een lichte verhoging in het prachtige landschap, met een weids uitzicht over de velden. ´

We leggen steentjes op de graven en gedenken in stilte

Op deze serene plek aan het einde van de wereld voelen wij voor het eerst een echte verbinding met het Joodse Litouwen van weleer en worden wij overvallen door een overweldigende melancholie voor wat ooit was en wat nog had kunnen, had moeten zijn. We leggen steentjes op de graven en gedenken in stilte. Op de weg terug worden wij opnieuw aangehouden door zwaarbewapende grenswachten. Onze auto wordt doorzocht, blijkbaar is juist de weg die langs deze voormalige sjtetl loopt een populaire route voor de sigarettensmokkel vanuit Wit-Rusland.

—————————————-

‘De vrije republiek’ Užupis

In het centrum van Vilnius scheidt de meanderende Vilniarivier de wijk Užupis van de rest van het centrum. Zelf spreken de bewoners van ‘De vrije republiek’ Užupis. Het is een wijkje vergelijkbaar met vrijstaat Christiania in Kopenhagen, inclusief de flowerpowersfeer. De buurt heeft een eigen munteenheid, waarmee op het centrale plein de lunch kan worden afgerekend die op schommels te nuttigen is. En er is een ludieke grondwet, weergegeven op spiegels in allerlei talen, waaronder het Nederlands, Ivriet en het Jiddisj.

Deze wijk was van oorsprong overwegend Joods, met een synagoge en een Joodse begraafplaats uit 1829. Het was een schilderachtige plek met familiegraven, obelisken en mausolea. In de Sovjetperiode werd de rustplaats waar 70 duizend Joden begraven lagen, met de grond gelijk gemaakt. De oude grafstenen werden elders in de stad gebruikt voor grote bouwprojecten. Toen Litouwen onafhankelijk werd, is een aantal stenen teruggebracht en verwerkt in een monument op de oorspronkelijke locatie aan de Olandaistraat.

Aan de Užupisstraat lag een tweede synagoge, die door de gemeenschap werd gekoesterd. Het gebouw had al in 1915 elektriciteit en was ook om een andere reden befaamd. De sjoel stond bekend als centrum van de Mussarstroming van Israel Salanter, die tot 1840 aan de synagoge verbonden was. Na de vernietiging door de nazi’s werden op de locatie appartementen gebouwd. Maar vanaf de onafhankelijkheid van Litouwen kwam er hernieuwde aandacht voor de Joodse geschiedenis van dit wijkje. De appartementen maakten in 2006 plaats voor een moderne, gereconstrueerde versie van de synagoge. Het gebouw heeft echter geen functie en staat al jaren leeg.

—————————————-

Geschiedvervalsing

In de Sovjet-Unie werd de Shoa vakkundig onder het tapijt geveegd. Niet Joden waren slachtoffers van de nazi’s, maar Sovjetburgers, ongeacht hun afkomst, luidde het officiële verhaal. De trieste waarheid is dat sinds de val van het communisme en de onafhankelijkheid van Litouwen in 1990 die situatie slechts marginaal is verbeterd. De autoriteiten in Vilnius zitten nog steeds met de Joden in hun maag en – zoals het bittere gezegde luidt – hebben moeite hen de Shoa te vergeven. Veel Litouwers beschouwen Joodse partizanen die tegen de nazi’s vochten als communistische collaborateurs. En als spiegelbeeld daarvan worden Duitsgezinde nationalisten vereerd als helden van de onafhankelijkheid en het verzet tegen het communisme.

Litouwen wordt niet graag geconfronteerd met de rol van zijn eigen bevolking in de Shoa

Dat laatste is des poedels kern: het moderne Litouwen wordt niet graag geconfronteerd met de rol van zijn eigen bevolking in de Holocaust. Wat tot twee ‘oplossingen’ van het vraagstuk leidt: geschiedvervalsing door ontkenning van de rol van de Litouwers – wat steeds lastiger wordt in een open, Europese democratie – of simpelweg de Shoa zoveel mogelijk negeren. Dat laatste gaat het gemakkelijkst door het Joodse verleden van het land maar zoveel mogelijk te vermijden. Gelukkig zijn er stemmen die hiertegen in opstand komen. Zoals die van Grant Gochin, kleinzoon van Litouwse Joden die naar Zuid-Afrika emigreerden.  Gochin heeft tientallen rechtszaken tegen de staat aangespannen om de geschiedvervalsers op de vingers te tikken die de schuld van de massamoord in hun land – ook op honderd van zijn familieleden – volledig op de Duitsers afschuiven.

De Litouwse strategie is belemmeren, ontkennen en vertragen

In een recent interview met Jewish Journal zegt Gochin: “Ik dacht dat de Litouwse regering de situatie zou rectificeren op basis van de feiten, maar ik heb duidelijk gefaald. Hun strategie is belemmeren, ontkennen en vertragen. Zodat mensen verveeld raken en zich met iets anders gaan bezighouden.”

Gochin staat niet helemaal alleen in Litouwen. Rachel Kostanian beheert een Holocaustmuseumpje in een bijna onvindbaar houten huis in een buitenwijk van Vilnius. Haar museum is omschreven als een ‘oase van waarheid’ waar de heldhaftigheid van Joodse partizanen wordt gevierd. Het jaar 2020 had het jaar van Joods Litouwen moeten worden, maar viel in het water door corona. Kortom: er zijn stappen in de goede richting. Net als de ambitie de bibliotheek in het getto te restaureren en te veranderen in een groot museum dat specifiek de Shoa in Litouwen onder de loep neemt. Maar het groene gaaswerk dat voor de gevel van die bibliotheek hangt, het eindeloze gerommel rond de grote synagoge en de woorden van Grant Gochin stemmen niet bepaald tot optimisme. Voorlopig lijken alleen de muren van Vilnius zich het Joodse verleden van de stad te herinneren.

Deze Litouwenspecial werd mede mogelijk gemaakt door Maror en verscheen eerder in het NIW42 van 12 augustus 2022

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Wilnius

Het genie van Vilnius