Deel 5: Gigant van het modernisme

Bestaat er zoiets als Joodse architectuur? Er zijn boeken over volgeschreven, maar de conclusie moet zijn: nee. Joodse architecten zijn er wel. In deze serie belichten we er vijf. Deze week: Erich Mendelsohn (1887–1953)
Trappenhuis van 
het Weizmannhuis, 
ontworpen door 
Erich Mendelsohn, 
gerestaureerd door 
Tal Eyal architecten 
Foto: Dreamstime
Trappenhuis van het Weizmannhuis, ontworpen door Erich Mendelsohn, gerestaureerd door Tal Eyal architecten Foto: Dreamstime

Het leven van Erich Mendelsohn vormt niet alleen een architectonisch document, ook was hij getuige van de grote geopolitieke ontwikkelingen in de eerste helft van de vorige eeuw.

In de nacht van 14 op 15 juni van dit jaar moesten medewerkers van het Weizmann Instituut in Rehovot rennen voor hun leven. Om half 4 kreeg het wetenschappelijke centrum een voltreffer uit Iran te verduren. Twee gebouwen, waaronder een gloednieuw laboratorium, werden totaal verwoest. Resultaten van jaren onderzoek werden in luttele seconden gereduceerd tot een grote puinhoop. Even was er de angst dat er ook architectonische hoogstandjes waren geraakt, gebouwen die nog op uitnodiging van de eerste president van Israël, Chaim Weizmann, waren ontworpen. Gelukkig bleek dat niet het geval. Het Weizmannhuis, dat in de eerste jaren dienst deed als presidentiële residentie van de jonge Joodse staat, en enkele andere gebouwen ontworpen door de wereldvermaarde Erich Mendelsohn, overleefden vrijwel allemaal onbeschadigd de raketaanval.

1200 brieven

Mendelsohns Weizmannhuis is een van de bouwkundige parels die tot stand werden gebracht in opmars naar de uitroeping van de staat Israël. Mendelsohn en zijn vrouw Luise woonden zelf enige jaren in het Britse mandaatgebied.

Erichs wieg stond in Allenstein – nu Olsztyn in Polen – waar een plaquette op zijn geboortehuis aan de architect herinnert. Hij was in 1887 het vijfde kind, er zou er nog een volgen. De Mendelsohns vormden een gezin zoals zovele in de lagere Joodse middenstand: moeder was hoedenmaakster, vader had een winkel, maar educatie stond hoog in het vaandel. Nadat de jonge Erich het gymnasium afgerond had, had hij een duidelijk doel voor ogen. Hij wilde architect worden. Vader en moeder zagen dat in eerste instantie helemaal niet zitten: waarom zou hij zijn vader niet opvolgen in de zaak? Uiteindelijk gaven ze toe.

In 1912 studeerde Mendelsohn cum laude af aan de Technische Hogeschool in München. Hij was vijfentwintig en liet zich vooral inspireren door het expressionisme. Hij had toen al een relatie met zijn toekomstige vrouw, Luise Maas, met wie hij vanaf 1910 correspondeerde. Dat zou hij jarenlang blijven doen: hij schreef haar in totaal zo’n 1200 brieven. De briefwisseling begon toen Luise nog maar zestien jaar oud was. Geboren in Mannheim, kwam ze uit een Joods bourgeois gezin dat rijk was geworden met de handel in tabak en thee.

Luise had haar eigen talenten. Niet alleen was ze beeldschoon, ook stond ze bekend als veelbelovende celliste en was daarom al jong voor een intensieve opleiding naar Londen gestuurd. Ze was een graag geziene gaste in avant-gardistische kringen. Luise schreef over die eerste jaren van haar relatie met Mendelsohn: “Ik heb moeilijke tijden gekend. Mijn moeders vooroordelen stonden haar blik in de weg: ze zag de genialiteit van de man van wie ik hield niet. Dat hij niet knap was, arm was opgevoed en geen geld had, dat alles was voor haar onacceptabel. Maar wat mij betrof was er geen twijfel mogelijk. Na de oorlog zou ik met deze man trouwen. Het lot had echter andere ideeën: ik raakte zwanger en we trouwden.” Luise beviel van een dochter, Esther.

Dat was in 1915. Luise besloot zoals zoveel vrouwen in die tijd haar carrière ondergeschikt te maken aan die van haar man.

Snel succes

De eerste jaren van het huwelijk bracht het paar grotendeels gescheiden door. De Eerste Wereldoorlog woedde in Europa en Erich werd opgeroepen voor Duitse militaire dienst. Hij vocht zowel aan het westelijke als aan het oostelijke front.

In de loopgraven tekende Erich op kleine vellen papier het ene na het andere gebouw

In de loopgraven tekende hij op kleine vellen papier het ene na het andere gebouw, die hij vergezeld van weer een brief naar Luise stuurde. Zijn vrouw was diep onder de indruk van die kleine schetsjes en verzekerde hem dat ze hem ‘het eeuwige leven’ zouden garanderen.

Eenmaal terug uit de oorlog waren het de connecties van Luise die zouden zorgen voor Erichs magnum opus. Zij stond in contact met Herbert Freundlich, wiens broer geen onverdienstelijk cellist was. Freundlich was een chemicus met een droom: een sterrenwacht bouwen om te speuren naar bewijzen voor Einsteins relativiteitstheorie. Mendelsohn kreeg de opdracht, die resulteerde in de zeer originele Einsteintoren in Potsdam, die onder de avant-garde niets dan lof oogstte. Niet veel later ontwierp de jonge architect in Luckenwalde een hoedenfabriek met een totaal andere uitstraling, waarmee hij een andere kant van zijn kunnen liet zien. Het gebouw tekende hij in de vorm van een hoed, en hij voorzag het van een vooruitstrevend ventilatiesysteem in de ver­ al, zodat werknemers niet in aanraking kwamen met de giftige dampen. Gegrepen door het socialisme had Mendelsohn oog voor de arbeider. Binnen een paar jaar was zijn naam definitief gevestigd.

Gulden middenweg

Mendelsohn zocht naar een eigen signatuur en werd daarbij geïnspireerd door grote eigentijdse namen als Ludwig Mies van der Rohe en Walter Gropius. Samen vormden zij de progressieve groep De Ring. De jonge architect verschoof van een organisch-expressionistische stijl naar een modernistische, zonder zich te laten verleiden door dogma’s. Toen in Nederland in 1923 het verhitte debat losbrak tussen de aanhangers van de Amsterdamse School en fans van De Stijl, werd hem als beroemde collega om een oordeel gevraagd. Mendelsohn antwoordde, zoekend naar de gulden middenweg: “Zeker, het primaire element is de functie, maar functie zonder een zinnelijke component is niets meer dan constructie. Meer dan ooit sta ik achter mijn concept van verzoening. Beide [eigenschappen] zijn nodig, beide moeten er zijn.”

In veel van zijn ontwerpen herkennen we de Bauhausstroming. Een van zijn belangrijkste wapenfeiten in de jaren twintig is het Mossehaus, dat nog altijd te bewonderen is in Berlijn op de hoek van de Jerusalemerstraße en de Schützenstraße. Nadat het ernstig beschadigd was geraakt in de Tweede Wereldoorlog en daarna vanwege de locatie vlak naast de Muur was verwaarloosd, werd het in 1990 in oude glorie hersteld.

Op de vlucht

De zaken gingen zo goed, dat Mendelsohn het zich kon veroorloven in een voorname wijk in Berlijn aan de Rupenhorn een gigantisch woonhuis te bouwen van maar liefst vierduizend vierkante meter, dat al snel bewonderend werd gerecenseerd in vooraanstaande architectuurbladen. Het leverde onder vakgenoten de nodige jaloerse blikken op.

Mendelsohn had voor zijn Luise alle registers opengetrokken in een poging zijn huwelijk te redden. Zijn echtgenote, die zichzelf verwaarloosd voelde, was een intense affaire met de Duitse dichter en toneelschrijver Ernst Toller begonnen. Haar huwelijk liep bijna op de klippen.

Mendelsohn ontwierp alles in en om het huis: meubels, tuin, servies, juwelen

Mendelsohn hield het niet bij het ontwerpen van het gigantische woonhuis alleen: ook het meubilair, de tuin, het servies, zelfs Louises juwelen waren van zijn hand.

Intussen was het nationaalsocialisme in opkomst, waar de Mendelsohns gelukkig niet de ogen voor sloten. Al snel kwamen ze tot de conclusie dat hun vaderland essentieel aan het veranderen was en Joden er niet meer veilig waren. De architect schreef: “De wereld rommelt weer, vol domheid, middelmatigheid en haat. Miljoenen schreeuwen om een oorlog, die ze uiteindelijk zal verslinden.” Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, vluchtten Erich en Luise met Esther naar Engeland, waar Erich zijn voornaam veranderde in Eric. In Duitsland werd het lid Mendelsohn onmiddellijk geschrapt uit de boeken van de Duitse Architectuurunie.

Lokale bouwstijl

Het De La Warrpaviljoen in Bexhill, VK
Dreamstime

In Engeland opende de architect al snel een nieuw kantoor dat ook in zijn nieuwe vaderland meteen furore maakte, onder meer met het De La Warrpaviljoen in het badplaatsje Bexhill, ten westen van Dover. Nog altijd is het paviljoen dé bezienswaardigheid van het stadje. Belangrijker waren de nieuwe contacten die hij in Londen opdeed. In 1934 kreeg Mendelsohn een belangrijke opdracht van wetenschapper en zionist Chaim Weizmann, die op dat moment ook in de Britse hoofdstad woonde. Weizmann vroeg Mendelsohn een woonhuis voor hem te ontwerpen dat zou moeten verrijzen in zijn nieuwe woonplaats Rehovot, waarnaar hij wilde emigreren. Het moest op een heuvel worden gebouwd, met prachtig uitzicht over het omringende landschap. En dat niet alleen: het was Weizmanns droom daar ook een groot wetenschappelijk instituut te openen.

Mendelsohn presenteerde zijn ontwerp, de Weizmanns vonden het prachtig, maar veel en veel te duur. De kosten voor het woonhuis werden op zo’n 20 duizend pond geraamd. Na veel gesteggel werd het uiteindelijk voor een kleine 15 duizend pond gerealiseerd en in 1937 betrok het echtpaar Weizmann de woning waar ze veel internationale grootheden zouden ontvangen. Vooral de symmetrische stijl van het huis was opvallend. Mendelsohn was zich bewust van de locatie, die een geheel andere was dan de West-Europese.

‘Volgens mij zal deze stijl na tweeduizend jaar weer populair worden’

Hij schreef: “Dit is een volledig eigentijdse woning, maar het heeft karaktereigenschappen van een residentie voor een subtropisch klimaat. Volgens mij zal deze stijl na tweeduizend jaar weer populair worden, net zoals het geaccepteerd was dat Judea ooit een Romeinse provincie was.”

En een residentie zou het worden. De eerste van een Israëlische president. Na het overlijden van Weizmann verhuisde de residentie naar Jeruzalem. Het huis werd gedoneerd aan de Joodse staat om het te behouden voor toekomstige generaties. Maar er was meer te doen in toekomstig Israël. De Mendelsohns hadden al in 1935 ook een kantoor in Jeruzalem geopend en in 1938 besloten ze het Britse kantoor te sluiten en naar het Brits Mandaatgebied te verkassen.

San Francisco

In het toekomstige Israël moest alles worden opgebouwd, en voor de belangrijkste opdrachten werd naar Mendelsohn gewezen. Niet alleen het Weizmannhuis was van zijn hand, maar ook drie laboratoria die op de campus zouden verrijzen. Overal in het land verschenen ‘Mendelsohns’, waaronder het Hadassah-ziekenhuis op de berg Scopus, waar Marc Chagall werd aangetrokken voor de gebrandschilderde ramen in de synagoge, en het Rambam-ziekenhuis in Haifa.

Toch bleef de inmiddels befaamde architect niet in het mandaatgebied. In 1941 emigreerden de Mendelsohns voor de laatste keer: naar de Verenigde Staten. Hoewel het lang duurde om tot Amerikaan genaturaliseerd te worden, was de architect als adviseur wel verbonden aan het Amerikaanse ministerie van Defensie. Zo zou hij zich onder meer bezig hebben gehouden met de ontwikkeling van brandbommen die in de laatste jaren van de oorlog werden gebruikt voor aanvallen op Duitsland en Japan. Het echtpaar Mendelsohn vestigde zich in 1945 definitief in San Francisco. Tot aan zijn dood doceerde Eric architectuur aan Berkeley, de elite-universiteit van Californië. Hij nam nog diverse opdrachten aan, maar groots en meeslepend waren die niet meer. Wel ontwierp hij nog diverse synagogen voor de Joodse gemeenschappen in het land, hoewel hij zichzelf verre van religie hield. Dat blijkt onder meer uit het feit dat noch hijzelf, noch zijn vrouw en dochter zich Joods lieten begraven. Alle drie kozen voor crematie.

Eric Mendelsohn overleed in 1953 op 66-jarige leeftijd. Hij liet de wereld 95 bijzondere gebouwen na, die vooral worden omschreven als voorbeelden van de internationale stijl. Luise overleefde haar echtgenoot ruimschoots. Zij blies pas in 1980 op 86-jarige leeftijd haar laatste adem uit. Ondanks haar eigen uitzonderlijke capaciteiten had haar leven in het teken van haar man gestaan.

Het Weizmannhuis werd in 1978 onderworpen aan een eerste renovatie en in 2017 nog eens, ditmaal onder leiding van de vooraanstaande Israëlische architect Tal Eyal. Het huis is open voor het publiek.

De architect Tal Eyal had in 2017 de supervisie over de volledige restauratie van het Weizmannhuis
Mikaela Burstow

Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Maror. Het artikel verscheen eerder in het NIW36 van 11 juli 2025.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Architecten

Deel 3: De Hendrick de Keyser van de negentiende eeuw