Deel 4: ‘Ik heb u een prachtig huis gebouwd’

Bestaat er zoiets als Joodse architectuur? Er zijn boeken over volgeschreven, maar de conclusie moet zijn: nee. Joodse architecten zijn er wel. In deze serie belichten we er vijf. Deze week deel 4: Harry Elte (1880–1944)
De entree van de Rav Aron Schustersynagoge in de Obrechtstraat, Amsterdam-Zuid    Esther Voet
De entree van de Rav Aron Schustersynagoge in de Obrechtstraat, Amsterdam-Zuid Esther Voet

Prachtig is hij, de Rav Aron Schustersynagoge in Amsterdam-Zuid. Maar de sjoel is niet het enige moois dat Harry Elte ontwierp. Het stadsdeel staat vol ‘Eltes’, en ook daarbuiten vinden we hem terug. De architect van Joods Nederland was wijd en zijd vermaard en geliefd.

Rijd je in Amsterdam-Zuid vanuit de Diepenbrockstraat de Stadionweg op, dan valt meteen een bijzonder woonhuis op dat afwijkt van de aaneengesloten gevelrij: nummer 44. Het heeft een plat dak en een wat streng aandoende, vierkante, asymmetrische voorgevel. Harry Elte bouwde het voor zichzelf en zijn tweede vrouw Lies Speijer. Het pand is inmiddels sinds 2004 een rijks monument en je kunt er op Monumentendag binnen een kijkje nemen. Dan zie je meteen wat gesamtkunst inhoudt. De grote lamp in de hal is een ontwerp van Elte, want hij tekende niet alleen gebouwen, maar ook hele interieurs.

Rijd je verder door de Stadionbuurt, dan kom je bij het Olympisch Stadion uit. Maar wie denkt dat de weg en de buurt naar dat stadion is vernoemd, heeft het mis. Eerder al stond op wat nu het Stadionplein is, in het verlengde van de Amstelveenseweg, een ander exemplaar: het eerste stenen stadion van het land. Ook dat was een geesteskind van Harry Elte. Het was onderdeel van het Nederlandsch Sportpark, en werd al snel een begrip in het land. Voor de bouw werd 300 duizend gulden ingezameld en we herkennen onder de filantropen bekende namen als gulle gevers, onder wie A. May Lippman en G. baron Rosenthal van de bekende bank. Elte mocht het latere Olympisch Stadion echter niet ontwerpen. Die eer ging naar zijn collega Jan Wils.

Gesloopt

Dat verlies kwam hem op de nodige spot te staan. Elte was op dat moment een landelijke bekendheid. Dat hij voor die eervolle taak werd gepasseerd, was voor velen aanleiding hem in de geschreven pers te vernederen. Lang heeft zijn stadion niet gestaan. Geopend in 1912, werd het een jaar na de Olympische Spelen van Amsterdam in 1928 gesloopt om plaats te maken voor woningbouw. Het Plan Zuid van Hendrik Berlage moest worden uitgevoerd. De twee kenden elkaar, Elte had als junior van 1899 tot 1909 bij de meester gewerkt.

Dat de vakgenoten daarna op goede voet met elkaar bleven staan, blijkt wel uit de groene, glazen bouwstenen die de gevel van Eltes woonhuis sieren: een ontwerp van Berlage. Dat was toch zo’n twintig jaar nadat Elte zijn eigen praktijk vestigde, van 1914 tot 1920 samen met Gerard Mastenbroek, daarna solo. Glas-in-loodkunstenaar Willem Bogtman droeg eveneens een steentje bij aan Eltes woonhuis. Dat zou hij doen voor veel van Eltes projecten, onder meer voor de Obrechtsjoel.

Niet in een hokje

Al in 1907 werd Eltes uitzonderlijke talent erkend. Terwijl hij nog werkte voor Berlage, mocht hij deelnemen aan de ‘Stedelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’, waarop hij zijn ontwerp voor een pakhuis aan de Zandstraat 4 toonde. Hoewel de architectuur tegenwoordig een heel eigen vakgebied kent dat niet zo snel als kunst zal worden erkend, was dat in het belle époque en de jaren daarna wel anders. Zo was het mogelijk dat Elte enige tijd voorzitter was van de zogenaamde Onafhankelijken. Dat was een vereniging van beeldende kunstenaars, opgericht in 1912. Architecten werden als zodanig beschouwd.

De Onafhankelijken hielden zich verre van jury’s en eisten vrijheid van werken. Ze wilden niet in een keurslijf worden geduwd, daar was Elte een goed voorbeeld van.

Elte was niet in een hokje te plaatsen, ook qua stijl niet

Hij was niet in een hokje te plaatsen, ook qua stijl niet. Aan zijn ontwerpen was te zien dat hij werd beïnvloed door enerzijds de Amsterdamse School en de school van Berlage, anderzijds door het internationale expressionisme, waarvan Frank Lloyd Wright de voorloper was. Ieder halfjaar hielden de Onafhankelijken een expositie waarin veel vernieuwend werk te zien was van onder anderen Marc Chagall en Wassily Kandinsky.

Ambachtsschool

Joods leven was voor Elte nooit ver weg. Al in 1904 trad hij toe tot het Joods Literair Genootschap. Hij voelde zich thuis onder de intellectuelen in zijn gemeenschap. Harry was in die gemeenschap niet de enige bekende Elte. Zijn vader Philip was maar liefst 34 jaar, vanaf 1875 tot aan zijn dood in 1918, hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Voor hele generaties stond het NIW bekend als ‘het blaadje van Elte’.

Vader Elte hechtte veel waarde aan onderwijs. Als geen ander maakte hij de Joodse emancipatiegolf mee. Daar kon hij als hoofdredacteur van het behoudende NIW maar tot op zekere hoogte waardering voor opbrengen. Zo had hij weinig op met het socialisme en zionisme. Toch moesten al zijn zeven kinderen een degelijk vak leren. Oudste zoon Emanuel Hijman werd handelsreiziger, twee dochters werden pianolerares, twee kostuumnaaister, dochter Keetje werd harpiste en Harry, het vijfde en jongste kind, ging naar de ambachtsschool. Later bezocht hij de Avondteekenschool voor Handwerksgezellen en hij liep stages bij gerenommeerde architecten.

Trots kondigde vader in 1893 het bar-mitswafeest van zijn zoon Hartog in het NIW aan. Hartog, inderdaad. Zoals veel Joden in die tijd veranderde zoon Elte later zijn voornaam in het algemeen geaccepteerdere Harry. Officieel deed hij dat na het overlijden van zijn ouders. Maar al in de aankondiging in 1911 van zijn huwelijk Sara van Beever, noemde Hartog zichzelf Harry.

Elte met zijn eerste vrouw Sara van Beever en zoon Philip rond 1916

________________________________________

Villa wordt vakantieoord

Villa Russenduin in Bergen aan Zee, ook wel ‘het kasteel aan zee’, verrees in 1917. Het werd ontworpen door Amsterdamse Schoolarchitect Dolf van Gendt. Toen de eigenaar al het jaar daarop overleed, stond het vanwege de enorme omvang jarenlang te koop. In 1930 verkochten de erfgenamen het aan Stichting Bio Vacantieoord, een stichting voor ‘het zwakke en arme Nederlandse kind’. Dat was een initiatief van Abraham Tuschinski en zijn compagnon Gerschtanowitz.

De theaterexploitanten gaven Harry Elte de opdracht het gigantische pand grondig te verbouwen. Zo kwamen er gymnastiekzalen en een zwembad. Het Polygoonjournaal filmde de opening, met een rede van voorzitter Hamburger van de Nederlandse Bioscoopbond. Die opening biedt een prachtig tijdsbeeld: vrouwen met vos, heren met hoge zijden, een compleet orkest. Inmiddels is de villa sinds 2000 een hotel. Binnen zijn veel oorspronkelijke details bewaard gebleven: tegelpartijen en houtsnijwerk zijn verrijkt met glas-in-loodramen van Willem Bogtman. Ook het Bio Vakantieoord, inmiddels met een k, bestaat nog, maar op een andere locatie.

________________________________________

Grote, Joodse stad

Terwijl Harry’s ster hoger en hoger rees, hield het huwelijk met Sara geen stand. Ze kregen een zoon, maar scheidden toch in 1924. Nog in datzelfde jaar trad Harry in het huwelijk met Elisabeth (Lies) Speijer, met wie hij zijn intrek nam in Stadionweg 44. Dat huwelijk bleef kinderloos.

In Westerbork hoopte hij op een groots project, een stad voor Joden

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, was Elte zestig jaar oud en een van degenen die dachten dat het allemaal niet zo ernstig zou zijn als later zou blijken. Uiteraard droogde zijn portefeuille op. Zijn architectenbureau moest sluiten. Maar toen hij samen met zijn vrouw in 1942 naar Westerbork werd getransporteerd, wachtte hem daar, zo hoopte hij, een nieuw bouwproject: een grote stad op de Drentse heide, speciaal voor Joden. Met die droom was hij twee jaar zoet. Totdat ook die mythe werd doorgeprikt. Op 25 februari 1944 werd Harry Elte gedeporteerd naar Theresienstadt. Zijn vrouw Lies ging op de trein naar Auschwitz. Harry’s oudste broer was al voor de oorlog een natuurlijke dood gestorven. Zijn vijf zussen werden al in 1942 in Auschwitz vermoord. Harry stierf op 1 april 1944 in Theresienstadt aan de ontberingen. Alleen zijn eerste vrouw Sara en zoon Philip overleefden de Shoa.

Art-decotempel

Wat blijft zijn talloze gebouwen en woonhuizen. Niet al zijn opdrachten verrezen in de hoofdstad; Elte kreeg vanuit heel Joods Nederland opdrachten. Zo ontwierp hij de in 1981 gesloopte synagoge aan de Nieuwe Molstraat in Den Haag en het hek van de grote synagoge in de Wagenstraat in de hofstad. In Amersfoort was hij verantwoordelijk voor de verbouwing van de sjoel, net als in Utrecht, waar hij het gebedshuis aan de Springweg veranderde in een ware art-decotempel. Tegenwoordig huist er een evangelische gemeente in.

Metaheerhuisjes waren er ook, zoals bij de Joodse begraafplaats in Diemen-Zuid en uiteraard Muiderberg. Er waren opdrachten van niet-Joodse bewonderaars. Ze verrezen in Aerdenhout, Blaricum, Huizen, Bilthoven en Hilversum. Terwijl dankzij opeenvolgende opleidingen en betrekkingen architectuur een steeds groter deel van zijn werkzaamheden werd, bleef hij zijn oorspronkelijke vak van meubelmaker trouw. Elte ontwierp een compleet interieur voor een villa in de Amsterdamse Honthorststraat. Toch bleef de Joodse gemeenschap zijn voornaamste opdrachtgever. Wethouder Monne de Miranda legde in 1924 de eerste steen voor De Joodse Invalide aan de Nieuwe Achtergracht, een creatie van Harry Elte.

Meesterwerk

Van de 88 ontwerpen waar Elte zijn handtekening onder zette, is nog precies de helft over. Veel van zijn schetsen en tekeningen zijn verloren gegaan. Er is nog het een en ander terug te vinden in het Stadsarchief van Amsterdam. De statige Rav Aron Schustersynagoge moet daarvan wel zijn meesterwerk zijn. Over smaak valt niet te twisten, maar deze sjoel staat ongetwijfeld met de Esnoga en de synagoge in Enschede van zijn tijdgenoot Karel de Bazel in de top drie van mooiste Joodse gebedshuizen in Nederland.

Het gebouw heeft een heel eigen karakter maar de invloeden van de Amsterdamse School, Hendrik Berlage en Willem Dudok, van het Hilversumse raadhuis, zijn zichtbaar. Het gebouw oogt wat streng, totdat je beter kijkt en de intelligent uitgedachte details naar voren komen. De sjoel is van een totaal ander karakter dan Eltes ontwerpen uit zijn begintijd. De overhangende bekapping is ongetwijfeld geïnspireerd door Frank Lloyd Wright. Toch is het gebouw ook behoudend, vergeleken met avant-gardistische stromingen in de Nederlandse architectuur. Het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht kwam slechts vier jaar na de Obrecht tot stand. Misschien was de wat behoudender koers van Elte juist waarom de Joodse gemeenschap met hem in zee ging.

Elte ontwierp alles, ook het meubilair, de lampen, het gietijzeren hekwerk

Wat opvalt is hoe het gebouw uitstekend opgaat in de rest van de omgeving. Elte hield daar bewust rekening mee. Dat is te zien aan de manier waarop het gebouw naadloos lijkt over te gaan in het aanpalende woonhuis.

Coromandel

Elte ontwierp niet alleen het gebouw, maar ook het meubilair, de lampen, het gietijzeren hekwerk en de natuurstenen details. Er werd voor de sjoel zelfs een uniek font ontworpen voor de Hebreeuwse opschriften. Alleen het glas in lood liet hij over aan de door hem zo gewaardeerde Bogtman. Voor de bouw was een ruim budget beschikbaar. Dat wordt zichtbaar in de bijzondere materialen die werden gebruikt. Voor de bima en de aron hakodesj werd de tropische houtsoort coromandel gebruikt, vergelijkbaar met het kostbare ebbenhout. Deze fraaie houtsoort mag tegenwoordig niet meer worden verhandeld. Onder een glaslaag van de mozaïekjes op de pilaren is bladgoud verwerkt.

Een van de ramen van Willem Bogtman in de Obrechtsjoel

Het oorspronkelijke ontwerp telde maar één vrouwenbalkon, met daarboven een galerij voor het koor. Maar de gemeenschap in Zuid, waar rijkere Joden vanuit de Jodenbuurt in groten getale naartoe trokken, groeide snel, zeker toen ook Duits-Joodse vluchtelingen zich er vestigden. Al snel werd het vrouwengedeelte te klein, dus kwam er een tweede balkon.

Kortgeleden werd de sjoel voor de derde keer gerestaureerd. De keer daarvoor was in 1997, toen het gebouw het predicaat rijksmonument kreeg. De zin uit I Koningen (Melachiem) op de luifel boven de ingang is dan ook beslist niet overdreven: “Ik heb u een prachtig huis gebouwd.” Op een ander deel van de gevel vinden we een tekst uit Psalmen (Tehilliem) terug: “Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten.”

Eerbetoon

In Amsterdam-Zuid is vrijwel geen straat zonder een van Eltes geesteskinderen. Ze vallen niet vaak op, omdat ze prachtig passen tussen de andere gebouwen die samen de gevellijn vormen. De architect is enigszins in de vergetelheid geraakt. Wellicht omdat hij niet voorop liep met de avant-gardisten die het stadsbeeld probeerden te veranderen. Maar van bewoners is bekend dat het in een creatie van Elte erg goed leven is.

Helemaal vergeten is hij overigens beslist niet. Toen de Israëlische architect Uri Gilad de opdracht kreeg de panden te verbouwen die dienst zouden gaan doen als het Nationaal Holocaustmuseum op de Plantage Middenlaan, maakte hij een studie van Eltes werk. Hij liet zich voor het aangezicht van het museum inspireren door Eltes voormalige metaheerhuisje aan de Nieuwe Kerkstraat 127, waarin Frank Lloyd Wrights invloed op de architect ook al duidelijk herkenbaar is. Daarmee werd Gilads in kennerskringen bejubelde ontwerp een eerbetoon aan de vermoorde Harry Elte.

Het voormalige metaheerhuis Nieuwe Kerkstraat 127 was inspiratie voor Uri Gilad, die het gebruikte in zijn ontwerp van het Holocaustmuseum   Esther Voet

Bronnen

• B. van der Lans, P. Blocq, C. Van Bereijk (red.), De Obrechtsjoel. Harry Elte en zijn meesterwerk voor Joods Amsterdam. LM 2023

• L. van Grieken, P.D. Meijer, A. Ringer, Harry Elte Phzn (1880-1944), architect van de Joodse gemeenschap tijdens het interbellum. Bonas 2002

• Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, amsterdamsebinnenstad.nl

• Marion Algra, Face to face Olympisch Kwartier. Blog, marionalgra.wordpress.com

Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Maror. Het artikel verscheen eerder in het NIW25 van 11 april 2025.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Architecten

Deel 3: De Hendrick de Keyser van de negentiende eeuw