Wederom was ik aanwezig bij de viering van een bar-mitswa, deze keer niet in Berlijn bij een collega en ver familielid, maar gewoon vlakbij in Almere bij onze kleinzoon. En het toeval, dat dus niet bestaat, wil dat hij voor het eerst werd opgeroepen voor de Tora op sjabbat 28 februari, mijn niet-Joodse en bij ons dus niet gevierde verjaardag. Nou ben ik überhaupt niet zo’n verjaardagvierder, maar de maatschappelijke datum komt al helemaal niet voor op mijn prioriteitenlijst. En toch vermeld ik nu dus 28 februari. De reden ligt voor de hand: als ik ergens mijn geboortedatum moet opgeven, mondeling en niet per computer, krijg ik tot vervelens toe te horen dat ik een gelukkig en dankbaar mens moet zijn. Als ik een dag later zou zijn geboren, zou ik maar een keer in de vier jaar jarig zijn. Onzin, want na 28 februari volgt drie keer in de vier jaar gewoon de eerste van de maand maart.
De reden dat ik dit vermeld, is dat de gemiddelde mens oppervlakkig denkt, berichten worden verdraaid en meningen makkelijk vanuit de oppervlakkigheid gevormd. En van die gemakkelijke beïnvloeding wordt dankbaar gebruikgemaakt door kwaadwillende criminelen of gewoon door influencers. Het hele fenomeen ‘influencer’ is voor mijn gevoel niet iets nieuws. Het is van alle tijden, alleen door de moderne media kan het sneller en zichtbaarder zijn vaak manipulerende werk verrichten. Of het goed of slecht is, hangt af van de boodschap of van de opdracht die de influencer heeft of meent te hebben, maar duidelijk is het dat er altijd influencers bestonden, bestaan en zullen blijven. Overigens zijn de grootste, meest verbreide en verderfelijkste influencers geen personen, maar de sociale media en het is dan ook daarom dat ik mijn kleinzoon op zijn bar mitswa wenste dat hij zal opgroeien tot een geleerde (talmid chacham), tot een godvrezend persoon en tot een chassied. Een chassied behoort een persoon te zijn die zelf kiest door wie of wat hij zich laat leiden. Onze geleerde Maimonides schrijft hierover het volgende:
“Voor mensen die lichamelijk ziek zijn, smaakt het bittere zoet en het zoete bitter. Sommige zieken verlangen zelfs naar dingen die niet geschikt zijn om te eten en haten gezonde voedingsmiddelen. Op dezelfde manier verlangen en houden mensen met een slechte moraal van minder goede eigenschappen, haten ze het goede pad en zijn ze te lui om het te volgen. Afhankelijk van hoe ziek ze zijn, vinden ze het buitengewoon zwaar om de juiste keuze te maken en zich niet door kwaadwillende stromingen te laten beïnvloeden. Wee degenen die het slechte goed noemen en het goede slecht, die de duisternis voor licht aanzien en het licht voor duisternis, die het bittere voor zoet aanzien en het zoete voor bitter. Hoe moeten deze dwalenden genezen worden? De man die vol hoogmoed is, moet zich diep vernederen. Hij moet op de meest vernederende plek zitten, gekleed gaan in gescheurde vodden die hem te schande maken totdat de hoogmoed uit zijn hart is uitgeroeid en hij terugkeert naar de middenweg, die de juiste weg is. Men zou met elk van de andere karaktereigenschappen een vergelijkbare aanpak moeten volgen. Iemand die naar een van de extremen neigt, zou zich in de richting van het tegenovergestelde extreme moeten bewegen en zich daar lange tijd aan moeten aanpassen, totdat hij is teruggekeerd naar het juiste pad, hetwelk voor iedere gevoelseigenschap de gulden middenweg is.”
Na deze les Joodse filosofie voor beginners, geschreven in de auto op weg naar Groningen, zit ik nu in diezelfde auto, maar nu terug huiswaarts. Reden van mijn belerende en filosofische lesje is het gevolg van Iran. Een leider van 93 miljoen onderdanen die vanuit een persoonlijke, criminele, egoïstische hoogmoed een heel volk naar zijn hand heeft gezet, duizenden en duizenden mensen de dood ingestuurd. En omdat hij dit aardse bestaan heeft verlaten en martelaar is geworden, moet ik nu hier in mijn Nederland extra alert zijn vanwege malloten die mij medeschuldig verklaren aan zijn dood, waarmee ik dus totaal niets van doen heb.
Groningen was voor mij een warme douche. De sjoel bestond 120 jaar. Na de oorlog waren slechts driehonderd van de drieduizend gemeenteleden ‘teruggekeerd’. En dus liet de burgerlijke gemeente Groningen de sjoel een wasserij worden en gedeeltelijk een kerk. Vijftig jaar geleden kwam de sjoel weer min of meer terug daar waar een sjoel hoort te zijn: bij de Joodse gemeenschap. Half van de veel te grote sjoelruimte werd een educatief centrum en half werd gewoon de sjoel van de Joodse Gemeente Groningen. Deze verheffing van de wasserij-sjoel tot sjoel en educatief Joods Centrum vond vijftig jaar geleden plaats. En ook dat werd vanmiddag gevierd in het volle educatieve-sjoel-centrum met klezmermuziek en drie waardige en leerzame voordrachten over de sjoel toen, na de oorlog en nu. Ik mocht de bijeenkomst openen met een jizkor ter nagedachtenis aan de 2700 leden van de Joodse Gemeente, met een kaddiesj en, hoewel het niet was afgestemd, met een gebed voor de IDF-soldaten die nu bezig zijn Israël te verdedigen. Men kwam na afloop naar me toe, het gebed had hen aangegrepen, tot tranen toe …
Geweldig te zien hoe niet-Joodse vrijwilligers met heel veel energie zich inzetten, belangrijk dat de sjoel zo behouden kan blijven, triest dat van de Joodse glorie van weleer zo weinigen zijn overgebleven, maar indrukwekkend hoe die weinigen zich niet uit het Joodse veld laten slaan en met man en macht aan de niet-Joodse samenleving tonen: we zijn er nog, Am Jisraël chai-het Joodse volk leeft en overleeft, ook in Groningen de geboortestad van mijn opa Jacobs, en we peinzen er niet over om onze sjoeldeuren te sluiten. Angst? No way. Alertheid? Dat wel, maar laten we bidden dat die alertheid spoedig overbodig zal zijn, omdat met de komst van de Masjiach de gehele wereld de Eeuwige zal erkennen en dan voor duisternis en zelfs voor antizionisme geen plaats meer zal zijn en het educatieve deel van de sjoel gewoon weer sjoel zal worden.