Toevlucht voor het kind

Het journalistieke verslag ‘Een pot piccalilly voor Westerbork’ is onlangs heruitgegeven. Het reconstrueert hoe de Leidse politie op 17 maart 1943 het Joodse weeshuis Machseh Lajesoumim meedogenloos leeghaalde.
Een oudere foto van Machseh Lajesoumim. Foto: Gemeentearchief Leiden
Een oudere foto van Machseh Lajesoumim. Foto: Gemeentearchief Leiden

Elk jaar vindt op 17 maart bij het voormalige weeshuis aan de Roodenburgerstraat in Leiden een herdenking plaats. De ijzeren voordeur heeft een raam in de vorm van een davidster. Weinig voorbijgangers weten wat die ster betekent. Het Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis opende in 1890 zijn deuren, aanvankelijk onder de naam Machseh-La-Jethomien (‘Toevlucht voor wezen’), later omgedoopt tot Machseh Lajesoumim (‘Toevlucht voor het kind’). Op 7 juli 1891 opende het nieuwe onderkomen aan de Stille Rijn feestelijk zijn deuren. Opperrabbijn Tal van Gelderland profeteerde bij die gelegenheid onbedoeld wat vijftig jaar later zou komen: hij sprak over de ‘oude zwarte geest’, de Jodenhaat die elders in Europa al rondwaarde en Nederland niet zou sparen.

Decennialang was Machseh Lajesoumim een warm thuis. Directeur Nathan Italie leidde het huis met vaste hand, maar zonder hardheid. De kinderen aten strikt koosjer, gingen op zaterdag drie keer naar de synagoge, maar hadden ook een grammofoon, een piano en een radio en op zolder boksten de jongens. ’s  Zomers gingen ze met de boot naar Katwijk. Ook niet-Joodse kinderen uit Leiden kwamen graag langs.

Rugzakjes

Oud-bewoner Daniël de Vries herinnerde zich jaren later die sfeer levendig. De jonge bewoners werden tot aan de fatale nacht bewust onwetend gehouden. “Men wilde je zo onwetend en gelukkig mogelijk houden. Je wist gewoon niet wat er stond te gebeuren. Italie heeft van tevoren geweten wat er zou gaan komen, maar hij wilde zijn kinderen beschermen.” In de weken voor 17 maart naaide het personeel rood-wit gestreepte rugzakjes van markiezendoek voor alle kinderen, met warme kleding en een paar extra schoenen erin.

Buurman Hyme Stoffels probeerde maandenlang directeur Italie te bewegen de kinderen te laten onderduiken. Italie weigerde: “Die kinderen zijn aan mij toevertrouwd. Ik laat ze niet gaan. Als het lot moet komen dat wij niet kunnen blijven, dan aanvaard ik dat.” Op de avond van 16 maart deed Stoffels nog een laatste poging. Italie hield voet bij stuk: “Zolang ik mijn weeshuis bij elkaar kan houden, zal ik dat doen. Dan moet er maar komen wat er komen moet.”

Piccalilly

Rond half zeven ’s ochtends op 17 maart omsingelden tien à twaalf man het gebouw. Stoffels, die afscheid was komen nemen, werd als eerste naar buiten geleid. De kinderen kregen nauwelijks tijd hun spullen te pakken; het meeste speelgoed en de boeken bleven achter. Italie behield zijn kalmte, bracht de kinderen tot bedaren en liet ze nog een keer het Hatikva zingen. Daarna liep hij naar de kast, pakte een blik rijst en gaf dat aan Stoffels mee: “Daar houdt je vrouw wel van.”

‘De directeur wist wat er zou komen, maar hij wilde zijn kinderen beschermen’ 

In de trein klampten Daniël de Vries en zijn vriendinnetje Fanny Günsberg zich aan elkaar vast en beurden de kinderen op: “We komen er wel doorheen.” Vanuit Westerbork schreven de kinderen brieven aan de familie Stoffels, om kleding, zeep en nieuws. Harry Spier sloot zijn laatste brief vrolijk af: “PS. Betsy, stuur een pot piccalilly op. Bedankt!” Een dag later vertrok Harry naar Sobibor. Op 7 mei was hij dood.

Sobibor

Op 23 maart gingen vanuit Westerbork naar Sobibor: Nathan Italie (52), zijn vrouw Elisabeth (41), hun kinderen Hanna (7) en Elchanan (6), leidster Jetje de Leeuw (54) en tientallen kinderen en begeleiders. Drie dagen later vermoordden de nazi’s hen zonder uitzondering. Henny en Lotte Adler, Fanny en Lothar Günsberg, de vierjarige Izak Emsel, de gezusters Vega: allemaal.

Een klein aantal kinderen overleefde, onder wie Daniël de Vries, die dankzij de inspanningen van de familie Stoffels met een G1-verklaring vrijkwam. Het pand werd in 1951 voor 122.500 gulden aan de gemeente Leiden verkocht. Tot op de dag van vandaag huist er de GG&GD. Er zijn weinig bezoekers die beseffen waarom in de ijzeren voordeur een raam in de vorm van een ster zit. Dat zal wel iets met Joden te maken hebben.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Geschiedenis

Toevlucht voor het kind