Den Haag kijkt weg bij kwestie-Rijswijk

De gemeente Rijswijk maakt zich schuldig aan uitsluiting van Joodse media. Wat gaat de politiek daaraan doen? Niets, vertelde minister Heerma na Kamervragen van de Groep-Markuszower.
Burgemeester van Rijswijk Huri Sahin met haar wethouders, voor de laatste verkiezingen. Foto: gemeente Rijswijk
Burgemeester van Rijswijk Huri Sahin met haar wethouders, voor de laatste verkiezingen. Foto: gemeente Rijswijk

De gemeente Rijswijk hield een rapport over Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog bewust weg van het NIW, het enige weekblad voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Ook Irgoen Olei Holland (IOH), de belangenbehartiger van Nederlanders in Israël, kreeg het rapport niet te zien. De reden van die uitsluiting? Het ‘standpunt inzake Gaza’ van beide organisaties, bevestigt de auteur van het rapport openlijk. Daarmee benadeelt de gemeente Joden die via deze media niet in kennis konden worden gesteld van dit belangrijke onderzoek. 

Eddo Verdoner, de nationaal coördinator anti-semitismebestrijding, noemt de uitsluiting ‘zeer kwalijk’: “Joodse Nederlanders werden in de Tweede Wereldoorlog beroofd van hun bezittingen. Onderzoek naar en herstel van dat onrecht is een morele verplichting, geen gunst die een overheid naar eigen inzicht kan verdelen op basis van politieke sympathieën. Wie restitutie koppelt aan een mening over Gaza, maakt van eerherstel een politiek instrument. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van het onderzoek en doet bovendien afbreuk aan de ernst van het historische onrecht dat het beoogt te herstellen.” 

Oud-CJO-voorzitter Ronny Naftaniel windt er geen doekjes om: “Dit is discriminatie.” De Nederlandse Vereniging van Journalisten spreekt bij monde van secretaris Thomas Bruning van een ‘zorgwekkende ontwikkeling wanneer een overheid media buitensluit op basis van hun politieke achtergrond of opvattingen’.

Geen oordeel

De ingreep van Rijswijk heeft inmiddels het parlement bereikt. De Groep-Markuszower stelde Kamervragen aan minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma (CDA). In zijn antwoorden hield de minister vast aan een formele lijn. Hij bevestigde dat uitsluiting op basis van afkomst, religie of politieke opvattingen onacceptabel is, maar over het incident in Rijswijk wilde hij niet oordelen. Volgens de minister is het niet aan het Rijk om het handelen van een gemeente te beoordelen. De vraag of er sprake is van ongelijke behandeling of discriminatie, blijft daarmee onbeantwoord. Op vragen over mogelijke strijd met het gelijkheidsbeginsel en de gevolgen voor het onderzoek volgt de minister dezelfde lijn: het kabinet kan en wil zich hier niet over uitspreken.

Een gesprek met de gemeente vindt de minister niet nodig

De kernvraag is bij welke instanties het NIW met zijn grieven terecht kan. Het antwoord van de minister blijft formeel. Hij wijst op bestaande routes. Zo kan de zaak aan de rechter worden voorgelegd bij een vermoeden van discriminatie. Ook noemt hij de Nationale Ombudsman en verwijst hij naar het College voor de Rechten van de Mens, maar hij zegt er gelijk bij dat deze routes in de praktijk beperkt zijn. Voor dit geschil biedt de Nationale Ombudsman geen oplossing. Het College voor de Rechten van de Mens zou in de toekomst mogelijk een rol kunnen spelen, maar daarvoor moet de wet veranderd worden. Nu kunnen daar alleen privépersonen terecht, voor instanties staat deze weg nog niet open.

Cirkel

De beantwoording toont een gesloten cirkel aan. De gemeente handelt, de gemeenteraad controleert en het Rijk blijft op afstand. In theorie is dat een duidelijke verdeling. In de praktijk betekent het dat een gemeente vooral door zichzelf wordt gecontroleerd. Voor het NIW en Irgoen Olei Holland biedt dat weinig houvast. Er is geen beoordeling door het Rijk en geen correctie van bovenaf. De minister houdt zich op de vlakte: hij erkent dat organisaties zich gepasseerd kunnen voelen, maar verbindt daar geen actie aan. Ook een gesprek met de gemeente acht hij niet nodig. 

Wat overblijft is de juridische route. De minister maakt duidelijk dat de rechter uiteindelijk kan oordelen over een mogelijke schending van het gelijkheidsbeginsel. Daarmee ligt de last bij de partij die zich buitengesloten voelt. Niet de overheid grijpt in, maar de benadeelde partij moet procederen. De Kamervragen leveren geen oplossing op. De gemeente blijft verantwoordelijk voor haar handelen en externe partijen moeten zelf stappen zetten. Voor het NIW is de uitkomst duidelijk: alleen de rechter kan uitsluitsel geven. Terwijl in de Kamer wordt gedebatteerd over antisemitisme, maakt de lokale overheid zich ongeïnformeerd en straffeloos schuldig aan discriminatie van twee Joodse media.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Binnenland

Den Haag kijkt weg bij kwestie-Rijswijk