Tel Aviv, 1990. Natuurlijk is een wandelingetje langs het Dizengoffplein een must, maar ook iedere keer weer ontluisterend. De gebouwen eromheen, die de oorspronkelijke ronding van het plein moesten benadrukken, doen vervallen aan. Het plein zelf heeft weinig meer weg van de cirkelvorm zoals die oorspronkelijk was bedoeld en lijkt losgeweekt van de stad. Het is een enorme kale, betonnen vlek geworden, waar het verkeer onderdoor raast. Moet dit het trotse hart van Tel Aviv zijn? Deze plek die oorspronkelijk Tel Avivs Etoile (ster) werd genoemd, naar de beroemde – echt ronde – rotonde in Parijs, omdat hier zes straten samenkomen, of, anders gezegd, zes straten zich uitspreiden over de rest van de witte stad? Het plein heeft er niets meer van weg. Het oorspronkelijke ontwerp lag niet verhoogd, had geen verkeerswegen eronderdoor lopen en toonde veel meer groen.
Die originele versie was een ontwerp van Genia Averbuch, een van de vier vrouwen die hun architectonische stempel op de stad drukten, maar in tegenstelling tot hun mannelijke collega’s niet half de erkenning kregen die ze verdienden. Een jaar na Averbuchs dood, ze overleed in 1977, besloot burgemeester Shlomo Lahat haar oorspronkelijke ontwerp – bij gebrek aan een beter woord – te verkrachten, felle protesten ten spijt. Om een eind te maken aan de verkeersopstoppingen op de rotonde, ging het hele plein op de schop. Het werd verhoogd waardoor de zichtlijnen op straatniveau teniet werden gedaan en het harmonieuze cirkelontwerp werd verlaten. Van Averbuchs plan bleef vrijwel niets over. Gevolg: het plein verloederde.
‘Mij treft blaam,’ zei de burgemeester, maar toen was het plein al verloederd
Later zou Lahat toegeven dat het een verkeerde beslissing was geweest. “Ik ben verantwoordelijk, mij treft blaam,” zei hij daarover, maar toen was het kwaad al geschied. Niet alleen het plein verpieterde, de prachtige Bauhausontwerpen die de vloeiende lijn van de cirkel hadden gevolgd, deden dat ook.
Gelukkig is deze architectonische en stedenbouwkundige doodzonde vanaf 2017 voor een groot deel hersteld. Het hele verhoogde plateau van gewapend beton ging tegen de vlakte en in 2019 herrees het Dizengoffplein. Vrijwel gelijk aan het oorspronkelijke ontwerp, ook de completerende gebouwen eromheen, waarvan Averbuch de grote lijnen bepaalde, werden in oude luister hersteld. Nu trekt het plein opnieuw wandelaars aan, en herneemt het zijn functie als plek van samenkomst.

Avant-garde werd mainstream
Wie was de vrouw die met Lotte Cohn (1893–1983), Elsa Gidoni-Mandelstamm (1899-1978) en Judith Segal-Stolzer (1904-1990) de kern vormde van de groep vrouwelijke architecten die de modernistische stijl in Tel Aviv groot maakten? Genia Averbuch werd geboren in 1909 in Smila, een stad die nu in Oekraïne ligt, in hetzelfde jaar waarin een aantal Joden een strook duinen ten noorden van Jaffa aankocht waarop een nieuw te bouwen stad moest verrijzen. Even was er sprake van dat die stad Herzlia zou gaan heten, naar Theodor Herzl. Het werd Tel Aviv, lenteheuvel – een directe verwijzing naar Herzls baanbrekende boek Altneuland. Tel verwijst naar een oude heuvel in het landschap, Aviv staat voor de lente, een nieuw begin. Later zou Herzl overigens alsnog een naar hem vernoemde stad ten noorden van Tel Aviv krijgen.
Toen Genia twee jaar oud was, emigreerden haar ouders tijdens de tweede alia naar wat later Israël zou gaan heten. Vader Zeev werd de eerste apotheker van de stad in aanbouw, Genia’s moeder Zviya was beeldhouwster. Nog even weken ze tijdens de Eerste Wereldoorlog uit naar Egypte, maar daar was het gezin na de vrede van Versailles niet meer welkom, en vestigde zich definitief in Tel Aviv. Al op haar zeventiende werd Genia door haar ouders naar de Regia Scuola di Architettura in Rome gestuurd, een broedplaats voor jong Joods talent uit het mandaatgebied en in 1930 studeerde zij af aan de Kunstacademie in Brussel. Ze was 21. In dat jaar kwam ze in contact met de vooraanstaande Duits-Joodse architect Richard Kauffmann die in 1920 op alia was gegaan. Hij was sterk beïnvloed door Ludwig Mies van der Rohe en de Nederlandse Stijlgroep, en zou later onder meer Beit Aghion ontwerpen, de residentie van de premier in Jeruzalem. Kauffmann zag haar talent, ontpopte zich als een belangrijke mentor en had een stevige stem in het kapittel toen Averbuch in 1934 de competitie won voor het ontwerp dat het hart van de stad moest gaan vormen.
Transparant
Genia had kort daarvoor haar sporen al verdiend. Samen met architecte Elsa Gidoni had ze Café Galina getekend voor de Levant Fair, die essentieel zou worden voor de richting waarin de stad zich verder zou ontwikkelen. Café Galina was een etablissement aan het strand dat werd gekenmerkt door een transparante combinatie van vierkante en ronde volumes. Gidoni behoorde tot de grote groep Duits-Joodse architecten die begin jaren dertig naar het Brits Mandaatgebied emigreerde. Later zou zij zich vestigen in de Verenigde Staten, waar ze een succesvolle carrière opbouwde, maar Averbuch bleef in Tel Aviv.
Wat in Europa nog als avantgardistisch werd beschouwd, was in Tel Aviv al mainstream
Deze eerste generatie Joodse architecten zorgde ervoor dat de internationale stijl, die in Europa nog als avant-gardistisch werd beschouwd, in Tel Aviv mainstream werd. In dat proces was Averbuch een van de leidsters van de groep ontwikkelde, hoogopgeleide en financieel onafhankelijke vrouwen die aan het succes van de stroming bijdroegen.

Ze was een opvallende verschijning, haar gevoel voor stijl kwam ook tot uiting in de manier waarop ze zich presenteerde. Ze stond bekend als een bruisende persoonlijkheid met gevoel voor mode en was legendarisch om haar telkens veranderende kapsels. Daardoor werd ze een van de eerste stijliconen van het land. In 1933 was ze kort getrouwd met architect Shlomo Ginsburg, maar dat huwelijk liep al heel snel op de klippen. Een jaar nadat haar ontwerp voor het Dizengoffplein werd geaccepteerd, trouwde ze met Chaim Alperin, het eerste hoofd van politie in Tel Aviv en een van de grondleggers van Magen David Adom, het Israëlische Rode Kruis. Een jaar later, in 1936, kreeg het echtpaar een zoon, Daniel.
Internationale stijl
Averbuchs stijl paste perfect in het stadsplan van de Schotse bioloog en planner Sir Patrick Geddes. Hij ontwierp in 1925 de hoofdlijnen van de stad die letterlijk uit de grond werd gestampt: er verrezen zo’n vijfduizend gebouwen in tien jaar. Geddes’ visie was een tuinstad naar Engels model, met brede boulevards en veel groen tussen de huizen, zo opgezet dat de bewoners probleemloos lopend de winkels en het openbaar vervoer konden bereiken. Met oog voor de menselijke maat, in de zogenoemde internationale stijl. Kenners zijn het erover eens dat Tel Aviv de enige modernistische stad is waarin dat echt is gelukt.
In Geddes’ plan nam het hart van de stad, later het Dizengoffplein, een beeldbepalende plaats in. De plek is niet vernoemd naar de eerste burgemeester van Tel Aviv zoals algemeen wordt aangenomen, maar naar diens vrouw Zina. Averbuchs ontwerp omvatte een rotonde met in het midden een fontein, en een uniforme façade daarlangs: gebouwen van drie verdiepingen hoog, die er ondanks hun verschillende functies identiek uitzagen. De voor Bauhaus typische verticale belijning was essentieel. Zij versterkten het ronde, ruimtelijke ontwerp.
Averbuch was de eerste die de balkons in vloeiende bochten liet lopen
Balkons waren daarvoor uitermate geschikt. Averbuch was de eerste die de balkons in vloeiende bochten liet lopen, om zo de belijning kracht bij te zetten. Dat idee werd later door diverse architecten gekopieerd. Gebouwen met scherpe hoeken deden door de ronde balkons denken aan scheepsboegen, een mooie karakteristiek voor een stad aan zee.

Averbuch ontwierp niet alleen het Dizengoffplein. Zij tekende voor vele gebouwen, zoals in 1939 in het Beet Hahalutsot, het pioniershuis in Jeruzalem, samen met Zalman Baron. De samenwerking met Baron zou tot ver in haar carrière voortduren. Had ze zich in de jaren dertig nog vooral toegelegd op particuliere ontwerpen, daarna concentreerde ze zich vooral op opdrachten voor maatschappelijke instellingen. Ze ontwierp voor vrouwenorganisaties, zoals voor de WIZO, Leni, en de vrouwenafdeling van B’nai B’rith. Ook tekende zij huizen voor alleenstaande vrouwen in Jeruzalem (1942) en Netanya (1950). Opvallend was dat ze als vrouw twee synagogen ontwierp: voor de eerste jesjiva in Pardes Hanna en die in de religieuze kibboets Ein Hanatsiv.
Herwaardering
Averbuch is wellicht de beroemdste vrouwelijke architect van die beginjaren, maar ondanks haar grote oeuvre blijft ze vergeleken bij haar mannelijke collega’s relatief onbekend. Haar werk is – in tegenstelling tot dat van haar mannelijke tegenhangers – nooit grondig onderzocht. Datzelfde geldt voor haar vrouwelijke collega’s. Ja, het is waar dat Averbuch in 2013 een rotonde in Tel Aviv naar zich vernoemd kreeg, maar er valt nog een grote inhaalslag te maken. Zo was zij de enige vrouwelijke architect die genoemd werd in het standaardwerk van Nitza Metzger, Houses from the sand: international style architecture in Tel Aviv (1993). Wellicht dat een recent uitgekomen boek daar verandering in kan brengen, maar Het bouwen van een nieuw land, vrouwelijke architecten en organisaties in het mandaat Palestina is vooralsnog alleen in Ivriet beschikbaar.
Het nieuwe museum Liebling House in Tel Aviv, dat op dit moment wordt gerestaureerd, kan misschien bijdragen aan meer aandacht. Voor de make-over van dat gebouw zijn Duitse vaklieden ingevlogen die de speciale verftechnieken die in de Bauhausperiode werden ontwikkeld, leren aan de restaurateurs in Israël.
De geschiedenis van de waardering voor de architectuur van Tel Aviv is kort. Lang werd de stad gezien als gezellig en bruisend, maar lelijk. De herwaardering voor de architectuur van Bauhaus en de internationale stijl in het centrum heeft de stad nieuw elan gegeven. En we mogen de bijdrage aan die elegantie van de vrouwelijke architecten, Averbuch in het bijzonder, niet vergeten.
Het artikel verscheen eerder in het NIW24 van 26 maart 2021