Rome, de eeuwige stad, is de onbetwiste hoofdstad van Italië. Maar het was niet de eerste regeringszetel van het land. De pauselijke staat was in 1870 het laatste gebied dat werd ingelijfd bij het in 1861 uitgeroepen koninkrijk Italië. Een jaar later werd Rome de hoofdstad van datzelfde koninkrijk, waarmee de risorgimento – de vereniging van staten en staatjes tot één Italië – een feit was. In de tien jaar dat die vereniging duurde, waren twee andere historische plaatsen hoofdstad van de jonge staat in wording. Van 1865 tot 1871 was dat het Toscaanse Florence en in de eerste vier jaar Turijn, in de noordwestelijke provincie Piemonte.
Bij die status van hoofdstad pasten uiteraard indrukwekkende architectonische werken en de Joodse gemeenschap van Turijn was niet van plan zich daarbij onbetuigd te laten. Haar emancipatie had recent plaatsgevonden, in het revolutiejaar 1848, dus het was sowieso een goed moment een grote synagoge in het centrum van de stad te bouwen. Een die de status van een welvarende en zelfverzekerde gemeenschap van nu Italiaans-Joodse burgers kon uitdrukken. De kehila van Turijn en omstreken, een klein vijfduizendtal sterk, stelde een kwart miljoen lire ter beschikking voor de bouw van een synagoge die de status van de hoofdstad eer aan zou doen. De locatie voor de te verrijzen synagoge was prestigieus, halverwege tussen het Palazzo Madama, waar de eerste Italiaanse senaat was gehuisvest, en de rivier de Po waarlangs de stad gebouwd is.
Stijl en ambitie
De gemeenschap schreef een prijsvraag uit, maar geen van de ontwerpen viel in de smaak. Dus werd de ambitieuze bouwmeester en ingenieur Alessandro Antonelli aangetrokken, die recent een 121 meter hoge koepel en torenspits op de basiliek van San Gaudenzio in Novara had geplaatst. De in neoclassicistische stijl ontworpen synagoge was uniek voor een Europees-Joodse gemeenschap qua stijl en ambitie. Het gebouw moest plaats bieden aan vijftienhonderd gelovigen, een school, een mikwe, appartementen voor rabbijnen, conciërges en hun families, en zelfs aan een galerij waar niet-Joodse geïnteresseerden welkom zouden zijn tijdens synagogediensten, als we het boek The synagogue van Harold Meek mogen geloven.
Van het begin af aan werd duidelijk dat voor Antonelli de plannen van de Turijnse killeleiders niet ver genoeg gingen. Stapje voor stapje breidde hij de schaal van zijn nieuwe project uit. De zuilen werden steeds hoger, er kwamen steeds meer verdiepingen en de koepel werd steeds ambitieuzer van formaat. Uiteindelijk stelde Antonelli een hoogte van de torenspits voor van 167,5 meter. En dat terwijl het oorspronkelijke plan, bedacht voor zijn aanstelling, slechts 47 meter had voorzien. Met de schaal van het project rees ook de prijs waarvoor Antonelli had beloofd zijn synagoge af te leveren. Al snel bleek dat de door de architect beloofde 280 duizend lire slechts een fractie van de uiteindelijke kosten zou dekken. Tegelijkertijd verhuisde een niet onbelangrijk deel van de gemeenschap al direct na het begin van de bouw met de Italiaanse regering mee naar de nieuwe hoofdstad Florence. Boze tongen beweerden zelfs dat sommige Joden in die jaren uit Turijn vertrokken omdat zij niet wilden opdraaien voor de uit de pan rijzende kosten van ‘hun’ synagoge.
Gebogen piramide
In 1869 greep de gemeenschap in. Op dat moment werd de skyline van Turijn al gedomineerd door Antonelli’s koepel in de vorm van een gebogen piramide. Die was nog lang niet af, maar de leiders van de kille besloten het werk stop te zetten en een provisoir dak te plaatsen.
De kehila moest zilveren menorot verkopen om de bouw te kunnen betalen
Het geld was op, de gemeenschap moest zelfs zilveren menorot en rimoniem verkopen om de tijdelijke voltooiing te betalen. Iedereen was er ongelukkig mee: de gemeenschap was blut en Antonelli beklaagde zich erover dat hij zijn meesterwerk niet kon voltooien. Maar belangrijker nog: de Turijnse burgerij was ontevreden met het gebouw dat de stad domineerde, maar duidelijk niet af was.

Achtduizend trotse amici del monumento verzamelden genoeg geld om de Joodse gemeenschap haar investering terug te betalen en uit te kopen. Dat bedrag lag in 1876 al op 692 duizend lire. De kehila liet zich gemakkelijk overtuigen en verkocht de onvoltooide sjoel aan de stad. Van dit bedrag bouwde zij vanaf 1880 in vier jaar tijd een aanzienlijk minder ambitieus gebedshuis in neo-Moorse stijl onder leiding van Enrico Petiti, op zo’n vijfonderd meter van de nu bestemmingsloze kolos van Antonelli.
____________________
Door de eeuwen heen zijn maar weinig Joodse bouwwerken te bewonderen geweest op Europese valuta, maar toen voor de invoering van de euro (2001) het Italiaanse televisiepubliek mocht stemmen over de afbeeldingen op de nieuwe munt, koos het voor de Mole Antonelliana op het stuk van twee cent.

Een enorme eer. Op de koperen cent staat het Castel del Monte, inspiratie voor de labyrintachtige bibliotheek in Umberto Eco’s De naam van de roos. En op de stuiver is het beroemdste gebouw van Italië terug te vinden: het Colosseum in Rome. Helaas heeft Italië net als Nederland besloten zijn prijzen af te ronden, waardoor het muntstuk met de Mole Antonelliana niet meer in omloop is en nog uitsluitend bij verzamelaars is te bewonderen.
____________________
Bombardement
Van een Joods gebedshuis werd het gebouw een niet-Joods prestigeobject. Niemand wist precies wat ermee moest gebeuren. Antonelli bouwde ijverig verder met door de stad ter beschikking gestelde fondsen. De architect zou zijn geesteskind bijna voltooien. Toen hij op 18 oktober 1888 stierf, moest er alleen nog een standbeeld van een gevleugelde geest op de torenspits geplaatst worden. In de volksmond was het gebouw inmiddels al omgedoopt tot de Mole Antonelliana, vrij vertaald de Berg van Antonelli. De kolos werd in 1889 gewijd aan koning Victor Emanuel II. Van 1908 tot 1938 was het Museo del Risorgimento, gewijd aan de vereniging van Italië, in de Mole gevestigd. Toen was het standbeeld op de torenspits al tijdens een storm naar beneden gekomen en vervangen door een vijfpuntige ster, die in 1953 na een andere storm vervangen werd door een twaalfpuntige. Tegenwoordig huist het Italiaanse filmmuseum in de Mole, dat nog steeds het hoogste bakstenen gebouw zonder stalen skelet ter wereld is.
De gemeenschap is gelukkig in haar neo-Moorse synagoge aan het Piazzetta Primo Levi
En de Joodse gemeenschap van Turijn? Die was en is gelukkig in haar neo-Moorse synagoge aan het Piazzetta Primo Levi, een pleintje genoemd naar de Turijnse schrijver van het prachtige Se questo è un uomo (‘Is dit een mens’) over zijn ervaringen in Auschwitz.
Die synagoge overleefde overigens bijna de Tweede Wereldoorlog niet. Het waren niet de nazi’s die het Joodse gebedshuis opbliezen, zoals zij in zoveel door hen bezette gebieden deden. De Sinagoga della Comunità Ebraica di Torino werd op 20 november 1942 vrijwel volledig verwoest bij een geallieerd bombardement, maar na de oorlog herbouwd.
De Mole overleefde de bombardementen zonder noemenswaardige schade
In dat opzicht nam Antonelli wraak op de in zijn ogen ongetwijfeld ambitieloze en vrekkige Joodse gemeenschap van Turijn: zijn Mole overleefde alle bombardementen zonder noemenswaardige schade.
Het artikel verscheen eerder in het NIW34 van 3 juni 2022