Abonneer op het NIW

Het opinietijdschrift en cultureel magazine in één, voor iedereen geïnteresseerd in de Joodse wereld. Abonneer nu »

Nieuws

Schokkende onwetendheid over Holocaust

Deze week staat Nederland stil bij de bevrijding van Auschwitz, in het kader van de internationale Holocaust Memorial Week. Hoe staat het met de kennis van de Holocaust, in het bijzonder onder jongeren? En hoe zit het met de meningen over Jodenhaat? Een groot onderzoek noemt verontrustende cijfers.

Redactie 25 januari 2023, 12:30
Schokkende onwetendheid over Holocaust

Steeds vaker gaan stemmen op om geschiedenisonderwijs op de middelbare school weer verplicht te stellen. Dat dat geen overbodige luxe is, blijkt uit een studie die werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Schoen Cooperman Research in opdracht van de Amerikaanse Conference on Jewish Material Claims Against Germany, beter bekend als de Claims Conference. Aan het uitgebreide onderzoek werkten tweeduizend Nederlandse respondenten mee. Achthonderd van hen zijn ingedeeld in de groep ‘jongeren’, dat wil zeggen deelnemers die na 1980 geboren zijn.

De uitslagen kunnen op z’n minst schokkend genoemd worden. Zo blijkt dat nog niet de helft van de jongeren weet dat de Duitse bezetting van Nederland in 1940 begon. De meerderheid van hen weet het dus niet. Van alle ondervraagden weet 65 procent het goede jaartal te geven. Een van de verontrustendste uitkomsten is dat bijna een kwart van de jongere generatie gelooft dat de Holocaust een mythe is of zwaar overdreven. Nog eens 12 procent twijfelt. Dat is een hoog percentage, ook vergeleken met andere landen waarin hetzelfde onderzoek is gehouden (Tabel 1). Van alle respondenten is 12 procent die mening toegedaan, 9 procent weet het niet zeker.

Van alle ondervraagden weet meer dan de helft niet dat er zes miljoen Joden zijn vermoord. 29 procent gelooft dat het om twee miljoen of minder individuen gaat. Bij jongeren is dat nog meer: respectievelijk 59 en 37 procent. Een derde van alle deelnemers weet geen enkel concentratiekamp of getto te noemen. 60 procent kent de naam Auschwitz wel, onder jongeren is dat 52 procent. Daarnaast kent slechts een vijfde kamp Westerbork, het grootste Nederlandse doorvoerkamp. Onder jongeren is dat 15 procent (Tabel 3a en 3b). De kennis over Anne Frank is groter. Van de jongeren heeft bijna iedereen voor de enquête al van haar gehoord en meer dan twee derde weet dat ze in een concentratiekamp is vermoord. 30 procent van hen zegt zelf het Anne Frank Huis te hebben bezocht


Op de vraag welke groepen behalve de Joden slachtoffer zijn geweest van vervolging, antwoordt van het totale aantal respondenten bijna de helft Sinti en Roma en een kwart homoseksuelen. Bij jongeren is dat 21 procent en 22 procent. Hoe deze vraag precies is gesteld, is echter onduidelijk, onbekend is of er wordt gevraagd naar vervolging in Nederland of ook in het buitenland. Daarnaast is geïnformeerd naar de rol van niet-Joodse Nederlanders in de oorlog. De antwoorden daarop ziet u in Tabel 4. Meer dan 70 procent weet dat de Joodse bevolking in de Holocaust vrijwel verdween, maar de helft van alle respondenten en 60 procent van de jongeren ziet Nederland niet als een land waar de Shoa plaatshad.

Bagatellisering
Holocaustontkenning of de bagatellisering ervan vindt bijna een vijfde van de ondervraagden geen probleem. Onder jongeren is dat maar liefst een op de vier (Tabel 5). Overigens vindt 62 procent van alle respondenten Holocaustontkenning enigszins tot zeer problematisch. Maar onder de jongere deelnemers aan het onderzoek vindt zelfs 22 procent het acceptabel dat een persoon er neonazidenkbeelden op nahoudt, nog eens 13 procent zegt daarop geen antwoord te kunnen geven. Onder alle respondenten is dat respectievelijk 12 en 11 procent (Tabel 6).

Gevraagd of de ondervraagden minstens enkele mensen in hun omgeving kennen die geloven dat de Holocaust een verzinsel is, antwoordt een kwart van hen bevestigend en een op de drie jongeren antwoordt ‘ja’. Komen de deelnemers aan de enquête weleens Holocaustontkenning of -bagatellisering online tegen? 38 procent zegt soms tot vaak, 47 procent van de jongeren zien dat gebeuren. De helft ziet het nooit, tegen 40 procent van de jongeren (Tabel 7).

Op de vraag hoeveel neonazi’s er vandaag de dag in Nederland zouden wonen, antwoordt een vijfde ‘veel’, ruim de helft ‘weinig’ en 5 procent denkt dat ze er helemaal niet zijn. 21 procent zegt niet zeker te zijn.

Jodenhaat
In totaal denkt twee derde van de respondenten dat er in Nederland antisemitisme heerst. 16 procent is er niet zeker van. Een vijfde ontkent dat er antisemitisme heerst in ons land. Onder de jongeren liggen die percentages op respectievelijk op 53, 26 en 21 procent. Op de vraag of er in Nederland Jodenhaters zijn, antwoordt 35 procent van alle respondenten ‘ja, veel’ bij de jongeren is dat 32 procent. 45, respectievelijk 43 procent antwoordt met ‘weinig’ en 4 respectievelijk 7 procent meent dat er helemaal geen Jodenhaters in Nederland wonen.

Heerst er meer antisemitisme onder de bevolking dan tien jaar geleden? De meerderheid denkt dat het is toegenomen of gelijk gebleven. Een kwart meent dat er minder Jodenhaat onder de bevolking leeft, van de jongeren denkt maar liefst 38 procent dat (Tabel 8). Dat Joden een nieuwe genocide zouden kunnen verwachten, vreest bijna een derde van alle respondenten, van de jongeren zelfs een kwart (Tabel 9).

Educatie
Precies twee derde van de ondervraagden is voorstander van verplicht Holocaustonderwijs op scholen. Onder jongeren is dat minder: 57 procent. Dat is het laagste cijfer van alle andere landen waarin het onderzoek werd afgenomen (Tabel 10). Leraren zouden volgens 64 procent van de respondenten professionele handreikingen moeten krijgen om Holocaust te onderwijzen. Ook dit cijfer is het laagste in vergelijking met alle andere onderzochte landen.

Verdoner: ‘Het probleem wordt groter’
Ook de national coördinator antisemitismebestrijding Eddo Verdoner heeft het rapport bestudeerd. Hij zegt daarover: “Allereerst is duidelijk dat het gedegen onderzoek is, met vertegenwoordiging van alle leeftijden, alle opleidingsniveaus en door heel Nederland. Wat dan bijzonder steekt, is dat een op de vijf jongeren twijfels heeft over de Holocaust als historisch feit of dat wordt gedacht dat ‘het niet zo erg was’. Dat is heel zorgwekkend, vooral omdat de cijfers een duidelijke ontwikkeling laten zien: hoe verder we van de Holocaust af komen te staan, hoe minder kennis erover en dus een grotere vatbaarheid voor desinformatie.”

Het probleem wordt dus groter in plaats van kleiner. Kijk ook naar de cijfers over tolerantie voor personen met nazisympathieën. Wie had dat 25 jaar geleden kunnen denken? Verdoner: “Ik begrijp dat jongeren denken dat dat in het kader van vrijheid van meningsuiting moet kunnen, maar dat houdt op wanneer er dreiging ontstaat. Voor neonazi’s hoor je geen tolerantie te hebben. Die horen te worden bestraft.”

Volgens de NCAB liggen aan deze uitslagen diverse oorzaken ten grondslag: “Allereerst is de Holocaust steeds verder weg, maar er is ook steeds meer polarisatie. Daardoor worden we niet meer afgeremd door gemeenschappelijke normen en waarden. Het gebrek aan wat we voorheen gemeen hadden, het heldere onderscheid tussen goed en fout, biedt ruimte aan fenomenen als neonazisme en complottheorieën. Uit deze cijfers blijkt maar weer dat er veel werk aan de winkel is. Niet alleen op scholen, maar ook op de werkplek en bij sportclubs.”

Curriculum
Rond de Auschwitzherdenking zullen Nederlandse politici beginnen met de internationaal zeer succesvolle campagne We remember. “En volgens mij kunnen het Namenmonument en het binnenkort te openen Holocaust Museum een grote rol spelen als scholen daar ook daadwerkelijk naartoe gaan, wanneer een bezoek onderdeel wordt van het curriculum.” In dat kader noemt Verdoner de beperkte kennis over Westerbork: “Het is bijna niet te bevatten dat zo’n bepalende plek zo onbekend is. Je ziet dat de kennis wegebt en dat er een gevoel ontstaat van: dat gebeurde ver weg, niet bij ons.” Maar Verdoner benadrukt dat de Holocaust zich wel degelijk ook in Nederland heeft afgespeeld: “Geholpen door volgzaamheid en bureaucratie. Het wegvoeren van percentueel de meeste Joden uit een West-Europees land had niet kunnen plaatsvinden zonder die hulp.”

“Iedereen weet dat als je je iets niet herinnert, het gedoemd is zich te herhalen. Hitler zei niet voor niets dat hij best met de Joden kon doen wat hij voor ogen had, omdat iedereen was vergeten wat er bij de Ottomanen in 1915 met de Armeniërs was gebeurd.”

De uitslagen van dit onderzoek zijn een luide alarmklok voor velen die dachten dat het met kennis over de Shoa en Jodenhaat wel meeviel. De cijfers onderbouwen wat velen al langer ervaren.

Het hele onderzoek is vanaf vrijdag 27 januari terug te lezen op Claimscon.org/study/

Abonneer op het NIW

Abonneer nu!
Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (2)
Ingrid Osephius 25 januari 2023, 18:54
Wat vreselijk. Ik ben geschokt. Hoe krijgen we dit ooit weer goed. Ik wist niet dat geschiedenis geen verplicht vak meer is, maar ja, toen ik op school ging (ik ben 74 jaar) hadden we gewoon 13 vakken en niks kiezen of laten vallen. Er moet veel meer aandacht aan besteed worden. Geen wonder dat het antisemitisme groeit.
Mattie Tugendhaft 25 januari 2023, 21:35
Hoe belangrijk is het dat de oude generatie die het geluk mochten hebben de Holocaust te overleven hun verhalen blijven vertellen. Door te vertellen zullen we het nooit vergeten.
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *