Dossiers

De trieste destructie van Beth Haim

De oeroude Joodse begraafplaats Beth Haim op Curaçao lijkt door milieuverontreiniging definitief verloren te gaan voor het nageslacht. Of gloort er hoop aan de horizon?

Esther Voet 24 januari 2021, 10:00
De trieste destructie van Beth Haim

Je moet goed opletten als je vanuit het bruisende hart van het Curaçaose Willemstad, Punda, in westelijke richting over de hoge Koningin Julianabrug naar de andere kant van het binnenmeer het Schottegat rijdt. De bescheiden afslag naar de Dr. Isaac S. Emmanuelstraat is gemakkelijk te missen. Het is een klein weggetje met wat bosschages, hekken en prikkeldraad. De enorme petrochemische industrie bepaalt hier het landschap: horizontale en verticale pijpen, torens, vlammen en rookpluimen. Een benauwde, dikke lucht, de stank van asfalt en rotte eieren, geen zuchtje wind, een beklemmende wolkendeken, en dat in 35 graden celsius. Eenmaal uit de auto met airconditioning valt de vochtige hitte over je heen. Het gekwetter van vogels wordt overstemd door een onheilspellend sonoor geluid, afkomstig van de industriële bedrijvigheid. Dit is zo’n plek waarbij je na een bezoek drie kwartier onder de douche wilt staan, met veel desinfecterende zeep en scrub. Letterlijk onder de rook van deze raffinaderij ligt Beth Haim, de oude Sefardisch-Joodse begraafplaats van het eiland. Het hek van het ommuurde terrein staat open, je kunt er zonder gestoord te worden uren rondwaren. Er lopen twee mannen rond die op hun dooie akkertje gras wegmaaien tussen het grit dat bestaat uit stukjes verbleekt koraal.

Eenmaal uit de auto met airconditioning valt de vochtige hitte over je heen

Dag in, dag uit
Hier liggen zo’n 2500 Joodse graven, maar de namen zijn uit het hardsteen weggesleten. Elk graf ligt bezaaid met grauwe zwartgrijze of geoxideerde, gele en rode vlekken, het gevolg van de enorme uitstoot van asfalt en zwaveldioxide, die zelfs als het niet zuur regent de grafzerken aantast. Dag in, dag uit. De spetters, uitstoot van de schoorstenen van de buurman, zijn overal terug te vinden, ook op de vierkante zwart-witte tegels bij de officiële ingang. En ook de zilte en vochtige lucht doen het reliëf op de stenen geen deugd. Lopend tussen de grafstenen zijn hier en daar nog wat afbeeldingen zichtbaar, zoals een schip met daaronder een doodshoofd met gekruiste beenderen. Het doet denken aan de laatste rustplaats van een pirate of the Caribbean. Een marmeren reliëf van een zittende figuur baadt in zwartbruine smurrie. Ook een paar marmeren zuilen vertonen de erosie, gebloemde guirlandes lijken voor je ogen weg te druipen. Verreweg de meeste dekstenen zijn onherkenbaar vervaagd.

De reliëfs worden zienderogen door de verontreiniging aangetast

Moedergemeenschap
De begraafplaats aan de Dr. Isaac S. Emmanuelstraat staat op de Unesco Werelderfgoedlijst en is een van de oudste Joodse begraafplaatsen – zo niet de oudste – van de Nieuwe Wereld. Hij werd geopend in 1659 – de oudste grafsteen is van Judith Lopes da Fonseca en dateert van 1668 – en hoort toe aan de Mikvé Israel-Emanuel synagoge in Willemstad, de oudste nog in dienst zijnde synagoge van Noord- en Zuid-Amerika. Er liggen beroemde namen met opschriften in zeven talen: Hebreeuws, Spaans, Portugees, Engels, Nederlands, Frans en zelfs een van de nieuwste dekstenen in het Jiddisj. Hier liggen Joden die geld stuurden naar andere beginnende Joodse gemeenschappen in de Nieuwe Wereld. Tot op de dag van vandaag wordt iedere Jom Kipoer in de Sefardische synagogen van Newport, Rhode Island en New York een dankgebed gezegd voor de Joodse gemeenschap van Curaçao die twee eeuwen geleden hulp bood bij de oprichting van deze gemeenschappen in de Verenigde Staten. Niet voor niets draagt Curaçao de eretitel ‘de moedergemeenschap van de Amerika’s’.

Afgietsels van dekstenen

Halfzus Spinoza
Zo ligt hier J.A. Jesurun begraven, die in deze contreien ooit honderd schepen had varen waarmee hij handel dreef tussen de Cariben en Amerikaanse steden als Savanah en New Orleans. Er is zelfs een aantal postzegels aan hem gewijd. Hier ligt ook de halfzus van de filosoof Baruch Spinoza, Ribca (Rebecca). Nadat haar zus in 1651 in Amsterdam was overleden, trouwde Ribca met diens man, Samuel de Casseres. Samuel overleed in 1660 op 32-jarige leeftijd. Ribca regelde met broer Daniël in 1677 nog de verdeling van de erfenis van haar in de Haagse Nieuwe Kerk begraven halfbroer Baruch, waarna ze met haar twee jongste zonen naar Curaçao vertrok. Ze stierf in 1695 aan gele koorts, niet lang nadat haar zoon Michael ook aan die ziekte was bezweken. Veel Curaçaose Joden die op deze begraafplaats liggen zijn een boek waard. De gemeenschap in Curaçao beleefde in de 18e eeuw haar hoogtepunt, toen de helft van de blanke bevolking op het eiland uit Joden bestond. Daarna vertrokken veel families naar andere bestemmingen, waaronder vooral de Verenigde Staten en Panama.

Voor één dollar
Beth Haim is niet het enige slachtoffer van de vervuilende petrochemische industrie. Activisten en milieuorganisaties hameren al jaren op de vele negatieve gevolgen van deze ontsierende industriële puist aan het Schottegat. Meer dan de helft van de kust van dit natuurlijke binnenmeer, en dus natuurlijke haven, wordt gevuld door de raffinaderij, inclusief een vervuild asfaltmeer. Als de wind verkeerd staat (bij een noordoostpassaat) slaat er kankerverwekkend nikkel en vanadium in de omgeving neer, zodat scholen moeten sluiten. 

Het industrieterrein werd precies honderd jaar geleden, in 1918, in gebruik genomen door Shell. De oliemaatschappij zag brood in een raffinaderij omdat het op een steenworp afstand van buurland Venezuela lag, het land met de grootste olievoorraad ter wereld. De multinational bouwde er een raffinaderij, in de volksmond Isla genoemd, maar de gebruikte techniek was al snel gedateerd. Shell vreesde voor een niet onaanzienlijke claim vanwege de enorme milieuvervuiling en weigerde te investeren in modernisering. Veel is gezegd over de verontreiniging van het bedrijf in het Afrikaanse Nigeria, maar op een of andere manier blijft de verontreiniging door Shell in Curaçao bij veel media buiten schot. Het hele terrein werd door Shell in 1985 voor één dollar van de hand gedaan en ging naar het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA (Petróleos de Venezuela).

Veel is gezegd over de verontreiniging van Shell in Nigeria, maar de verontreiniging in Curaçao blijft buiten schot

Barrelbak
PDVSA ging hiermee pas akkoord nadat het was gevrijwaard van alle eventuele claims die verband zouden houden met sanering of milieuverontreiniging. De Venezolanen speelden het hard: ze wilden ‘die barrelbak’ wel overnemen, maar zonder negatieve consequenties. De Curaçaose regering ging akkoord, want de raffinaderij zorgde in de jaren tachtig voor 10.000 Curaçaose banen. Anno 2018 draait de fabriek nog wel, maar op slechts een derde van de capaciteit. Er zijn nog maar duizend Curaçaose werknemers. De overeenkomst met Venezuela loopt in 2019 af en Curaçao noch Venezuela maakt aanstalten om het contract te verlengen. Met de opgelopen politieke spanningen tussen Venezuela en Curaçao lijkt het ook onwaarschijnlijk dat de partijen opnieuw met elkaar in zee gaan. Venezuela blokkeerde een paar maanden geleden de scheepsroute naar de ABC-eilanden waardoor zowel Aruba, Bonaire als Curaçao zonder goedkope geïmporteerde groente en fruit van hun zuiderbuur kwamen te zitten. Venezuela beschuldigde Curaçao ervan mee te werken aan goudsmokkel vanuit het volledig aan lager wal geraakte land. Later trok Venezuela die beschuldiging in, maar nog altijd is de blokkade niet geheel opgeheven. Vluchtelingen vanuit de failliete zuiderbuur proberen Curaçao te bereiken, maar zolang er geen sprake is van een burgeroorlog worden die door de marine subiet teruggestuurd. In januari nog kwamen vier Venezolaanse vluchtelingen om toen hun boot vlak voor de kust van het Koninkrijk der Nederlanden verging.

Door een blokkade mochten Venezolaanse boten lang geen groente en fruit vervoeren naar Curaçao

CO2 -uitstoot
Inmiddels heeft zich een nieuwe speler aan het firmament gemeld: China. Zouden zij iets kunnen doen aan de enorme verontreiniging? Want de cijfers liegen er niet om. Jaarlijks stoot Isla ruim 40 miljoen kilo zwaveldioxide uit. Dat is drie keer zoveel als alle vijf Nederlandse raffinaderijen tezamen. Volgens Sandra in ’t Veld, een advocate die zich inzet voor de gezondheid van de omwonenden van het industrieterrein, staat het eiland dankzij Isla in de top drie van landen die per hoofd van de bevolking de meeste CO2 uitstoten. Even was de hoop op de Chinezen gevestigd, maar die blijken net zulke harde onderhandelaars als de Venezolanen: ze willen gebruikmaken van de raffinaderij, maar gevrijwaard worden van enige milieuclaims gemaakt in het verleden of de toekomst. Uiteraard zal de raffinaderij nooit, niet in de tijd van Shell, niet in de tijd van PDVSA en niet in een eventuele Chinese toekomst, enige verantwoordelijkheid hoeven nemen voor de algehele verontreiniging, laat staan voor de destructie van Beth Haim.

Vooruitstrevend plan
Is er dan geen enkele hoop voor de noordwestkust van het Schottegat en dus de Joodse begraafplaats? Wel, er ligt een initiatief van de actieve milieubeweging Green Town Curaçao, die al in 2011 een vooruitstrevend plan presenteerde voor dit in potentie zeer toeristische gebied. Met duurzame energieopwekking, recycling, toerisme en een nieuwe jachthaven. Toerisme is al lang verreweg de belangrijkste bron van inkomsten van Curaçao. De raffinaderij doet daar afbreuk aan, terwijl het gebied vanwege de strategische ligging, mits goed aangepakt, een enorme opwaardering zou kunnen betekenen voor de toeristische aantrekkelijkheid van het eiland. De begraafplaats Beth Haim zou dan ook eindelijk blijvend kunnen worden gerestaureerd, zonder dat iedere goedbedoelde poging – waarvan er vele waren – strandt omdat de echte boosdoener gewoon boos blijft doen. Dat plan vereist echter niet alleen moed van de regering op Curaçao, maar ook een miljardeninvestering en hulp vanuit Den Haag. En voor Den Haag ligt Curaçao, geteisterd door corruptie, heel ver weg.

Het plan vereist niet alleen moed van de regering in Curaçao, maar ook een miljardeninvestering vanuit Den Haag

Digitalisering
Er moet dus gevreesd worden dat Beth Haim zal verbrokkelen, eroderen en uiteindelijk tot een verontreinigde puinhoop zal vergaan. Dat terwijl het de potentie heeft om een vergelijkbare educatieve trekpleister te worden als bijvoorbeeld de Joodse begraafplaats in Praag. De vrees is dat geïnteresseerden het in de toekomst moeten blijven doen met de paar afgietsels in het Joods Cultuur-Historisch Museum. Dat museum grenst aan de ‘Snoa’, de grote Sefardische, inmiddels liberale synagoge in hartje Willemstad, die op seideravond 1732 werd ingewijd. De afmetingen zijn op twee derde schaal van de Amsterdamse Esnoga. In het museum hangen elf afgietsels van de mooiste dekstenen van Beth Haim, mede dankzij dr. Isaac Emmanuel, die al vroeg inzag hoe de grafstenen onder de industrie te lijden hadden. Hij inventariseerde van 1939 tot 1941 alle dekstenen en publiceerde er in 1957 een boek over, waardoor belangrijke historische informatie bewaard bleef. De afgietsels in het museum dateren van de jaren zestig. Er zijn plannen om de overgebleven informatie te digitaliseren, zodat de historische informatie die de graven bieden, in ieder geval niet verloren gaat. 

Het interieur van de Snoa in Willemstad

En hoe zit het met de gemeenschap zelf? Inmiddels is er een Chabad-gemeenschap die vooral wordt bezocht door Asjkenazische Joden. De Snoa kan nog steeds bogen op een paar oudgedienden, wat jonge gezinnen die hun geschiedenis belangrijk vinden, Amerikaanse toeristen die geen moeite hebben met de liberale diensten (inclusief negentiende-eeuws orgel) en een verdwaalde Nederlander die zich bewust is van de unieke geschiedenis van dit gebedshuis. Joden zullen nooit meer de helft van de blanke bevolking van Curaçao vormen, maar er is hier en daar nieuwe import. In een van de belangrijkste winkelstraten van Willemstad bevindt zich een rijk gesorteerde, high end sieradenwinkel. De eigenaar verraadt met zijn accent in één zin waar hij vandaan komt: Israël.

Meer weten?
Landhuis Rooi Catootje was ooit het thuis van de beroemde Curaçaose familie Maduro. Nu is het een museum waar je tot in de slaapkamer een blik kunt werpen op het leven in dit oude plantagehuis. Naast het historische gebouw is een hypermoderne bibliotheek verrezen die zich concentreert op de geschiedenis van de Maduro’s en het Joodse verleden van het eiland. De collectie bevat werken over de Antilliaanse geschiedenis – in het bijzonder de Joodse – en judaïca en is uniek voor het Caribisch gebied. Hier ook meer informatie over beroemde Curaçaose Joden zoals jurist Abraham Mendez Chumaceiro, oprichter van de Antilliaanse afdeling van het Internationale Rode Kruis en persoonlijke vriend, mentor en adviseur van Simón Bolívar, in de tijd dat die vrijheidsstrijder een veilig onderkomen zocht in Curaçao. De dekstenen van de bewoners uit vervlogen tijden mogen dan vergaan, de Joodse geschiedenis van Curaçao is mede dankzij deze unieke bibliotheek uitstekend gedocumenteerd.

Dit artikel verscheen eerder in NIW 18, 5778. Foto’s: Esther Voet.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *