Dossiers

De ene Moszkowicz is de andere niet

In zijn artikel over Marcel Haenens boek De bokser (NIW 3), schreef Hans Knoop over ‘de teloorgang van de Moszkowicz-dynastie’. Maar Max Moszkowicz jr., de derde zoon van Max sr., gaat helemaal niet ‘teloor’. Max jr. over vader Max, broer Bram en over zichzelf.

Esther Voet 18 juli 2021, 10:00
De ene Moszkowicz  is de andere niet

Dit artikel verscheen eerder in NIW 10, 5779/ 2018. Foto’s: Esther Voet.

Kortgeleden waren broers Bram en Max Moszkowicz te gast bij De wereld
draait door,
naar aanleiding van Marcel Haenens biografie De bokser, over
hun vader Max. Tijdens dat optreden kwam het verschil in karakter tussen
Max en Bram goed naar voren. Max is de derde zoon, Bram de vierde en jongste. De broer die jaren geleden al in opspraak kwam was Robert (Baruch). Hij raakte verslaafd en kwam in de gevangenis terecht. Ook rond broer Bram ontstonden schandalen. De oudste zoon, David, werd door de Orde van Advocaten op de vingers getikt. Vader Max kreeg een beroerte en is niet meer in staat te communiceren. Max jr. is het grootste deel van de week in Amsterdam en houdt ook kantoor in Maastricht. Hij woont in Limburg.

Max jr.: “Bram en ik waren vroeger twee handen op één buik, maar dat is minder geworden door de trammelant. Bram heeft toch het nodige aan zichzelf te wijten. Kijk, je moet, zeker als het om familie gaat, ervoor zorgen dat je anderen niet meetrekt. David en ik hebben Bram vele tonnen geleend toen hij problemen met de belasting kreeg. Ons opgebouwde pensioen is helemaal naar Bram gegaan. Daar heeft hij ‘dank je wel’ voor gezegd, maar daar is het bij gebleven. Als je nu vraagt of er nog iets terugkomt, antwoordt hij dat hij het niet heeft. Dat is nog tot daaraan toe. Maar Bram heeft op televisie gezegd dat hij vond dat de familie hem onvoldoende heeft geholpen in de tijd dat het slecht met hem ging. Toen ik dat zag, dacht ik: dit kan niet. We hebben hem helemaal niet in de steek gelaten. Ik ben altijd wat terughoudend geweest om interviews te geven, ik blijf liever op de achtergrond. Ik doe mijn werk en als het belangrijk is voor cliënten treed ik in de publiciteit, anders niet. Maar toen heb ik wel mijn kant van de zaak uitgelegd.

U zult ongetwijfeld voortdurend vragen krijgen over uw broers.
Ik zou bijna zeggen: ik ben eraan gewend. Ik zoek het niet op, maar als er naar gevraagd wordt, antwoord ik. Ik raak niet snel uit mijn evenwicht. Ik weet zaken meestal wel een plaats te geven. De enige remedie is, daar was vader ook heel erg goed in, relativeren. Maar de zaak met Robert is al heel lang gaande en ik zag hoe dat vader aangreep, dat was een ramp. Ik weet nog dat we samen naar de gevangenis gingen waar Robert zat als verslaafde jongen. Eén keer zat hij onder het bloed, toen was hij in het huis van bewaring in Roermond helemaal in elkaar geslagen. Wat hij ook geflikt heeft, als je dat ziet…

Daar is het mee begonnen, en daarna was het Bram. Ik zag het met Bram misgaan. Hij was meer met RTL Boulevard bezig dan met zijn werk. Kijk, vader was ook vaak in de publiciteit, maar die wist dat te doseren. Dat is de kunst. Zeker in strafzaken heb je publiciteit nodig, maar Bram verloor zichzelf. Hij vindt vooral zichzelf heel belangrijk. Ik heb Bram nu weer meegemaakt bij De wereld draait door. We hebben nog maar weinig contact maar ik vond dat we dat optreden voor onze vader moesten doen. Daarom heb ik me eroverheen gezet, anders had ik het niet gedaan. Maar ik merkte toen wel dat Bram niet veel veranderd is.

En David?
David moest heel veel strafzaken erbij nemen toen Bram met zijn praktijk moest stoppen. Op een gegeven moment groeide hem dat boven het hoofd. Ik heb hem toen wel geholpen maar ik doe geen strafzaken, ik doe alleen civiel recht. Een heleboel cliënten waren al ontevreden over Bram, en dat kreeg David ook op zijn bordje. David deed zijn werk altijd heel goed. Maar dit werd te veel. En toen heeft hij één fout gemaakt die hem ook kwalijk is genomen door de Orde van Advocaten: hij heeft een zaak aangenomen voor een slachtoffer, maar heeft toen niet gecheckt dat de dader ook al cliënt was van zijn kantoor. Daar is hij op aangesproken.

Bent u de enige van de familie die civiel recht doet?
Ja, en dat zijn over het algemeen advocaten met een heel andere mentaliteit dan strafrechtadvocaten. Ik heb het strafrecht ook nooit geambieerd.

Wat is er precies met uw vader gebeurd?
Hij kreeg een beroerte. Hij zat in een restaurant in Maastricht, met iemand van cateringbedrijf Maison de Boer. Toen gebeurde het. Toen mijn vader was weggevallen, verloor Bram alle houvast. Toen was er geen sturing meer. We werkten in maatschapsverband en ik heb veel vervelende klussen moeten opknappen. Als er een klacht was over Bram, als cliënten geld terugeisten, moest ik aan de bak want ik was de enige civilist.

Heeft u de documentaire van uw neef, die ook Max heet, gezien, over Robert en uw vader?
Nee, dat heb ik niet. Er zijn ook boeken van familieleden verschenen waar de vreselijkste dingen in zijn geschreven, maar ik heb mijn portie wel even gehad, ik kan het gewoon niet meer hebben. Dat komt wel weer, maar nu even niet. Ik hoor het wel van mijn vrouw, die dat wel volgt. Ik heb wel gehoord dat de documentaire van neef Max heel integer is. Daar heb ik alleen maar goede berichten over vernomen.

Is de naam Moszkowicz een lust of een last?
Het is beide. Vroeger had het vooral voordelen, nu heeft het voor- en nadelen. En de laatste tijd overheersen de nadelen. Want er wordt geen onderscheid gemaakt: een Moszkowicz is een Moszkowicz, of dat nu Bram is of David of Max. De buitenwereld ziet het verschil niet.

Hoe vaak komt u in contact met mensen die u van alles voor de voeten gooien?
Ik wil niet arrogant klinken, maar mensen zijn heel tevreden over mijn werk, daar klagen ze niet over. Maar er zijn sommige cliënten die het moeilijk vinden ervoor uit te komen dat ze een Moszkowicz als advocaat hebben, omdat de naam toch besmeurd is. Ik hoor van andere relaties dat ze niet naar mij toekomen vanwege mijn naam. Dat gaat nu wel de betere kant op, maar het is nog niet over en ik weet ook niet of dat ooit over zal gaan. De naam trekt aan en stoot af. De naamsbekendheid is misschien wat groter dan me lief is, maar aan de andere kant hebben we daar ook heel veel aan gehad.

Voelt u zich alleen?
Voel ik me alleen… Ik had al niet veel familie maar nu is die wel erg beperkt. Het grootste gemis is dat vader er nog wel is maar er eigenlijk ook niet is. Hij leeft nog, af en toe denk ik dat hij een helder moment heeft, dan kijkt hij naar me zoals hij vroeger naar me keek, lijkt hij me te herkennen, maar het is een ramp hem zo te zien. Hij vegeteert. Soms roept hij: ‘Ik wil niet dood, ik wil niet dood,’ want hij blijft een vechter, hè? Dat is ongelooflijk.

Heeft u niet het idee dat u alleen nog op uzelf kunt vertrouwen?
Ja, ik heb altijd op mezelf vertrouwd. Ik ben van nature argwanend. Het heeft misschien ook met mijn beroep te maken, maar ik heb niet zulke goede ervaringen met de mensheid. Als ik zie waar mensen toe in staat zijn, is dat niet zo best. Daar komt bij: als ik in Amsterdam ben, voel ik me veel meer op mijn gemak dan in Maastricht. Als je ziet wie ik daar vroeger allemaal om me heen had, en dan nu? Je kunt je natuurlijk afvragen: waarom zit je er dan nog? Dat hebben ze vader ook vaak gevraagd. Maar die vond Maastricht een geweldige stad, en de omgeving, het ligt geografisch geweldig, vlakbij Düsseldorf, Brussel, Parijs. Dat is ook de voornaamste reden waarom we daar zijn gebleven. Maar je wordt nooit echt als Maastrichtenaar gezien. Je blijft een vreemdeling. Dat was al op de lagere school zo. Als je ook ziet wat vader heeft meegemaakt, hoe de zogenaamde elite, het establishment op vader reageerde, dat roomse. Daar moet je niet bij willen horen, ik tenminste niet. Daardoor trek je je terug, je omgeving wordt heel beperkt. Maar ik heb daar niet zoveel last van. Als je goed met jezelf en je directe omgeving door één deur kunt, heb je niet veel meer nodig.

Heeft u steun ervaren uit de Joodse gemeenschap?
Nee. Daar heb ik ook weinig contact mee. Ik voel me als vader-Jood ook gediscrimineerd. We kregen als kind Joodse les, maar ik merkte op school al dat de Joodse gemeenschap ons niet voor vol aanzag. Dat grijpt je veel sterker aan dan je op het eerste gezicht zou denken. Ik heb me daar wel overheen gezet, niemand bepaalt voor mij of ik me wel of niet-Joods voel, maar dan hoeft het voor mij verder ook niet. Ik voel me verder geen slachtoffer, ik laat me daar niet door ontmoedigen. In mijn onderbewustzijn werkt dat misschien meer door, maar ik heb niet het gevoel dat ik eronder lijd.

Bent u van plan op een gegeven moment te stoppen?
Ik ben 63, en nee, aan stoppen denk ik niet. Daar heb ik geen behoefte aan. Ik ken mensen die hun hele leven lang gewerkt hebben, altijd energiek zijn geweest, die dan opeens stoppen en terechtkomen in dat zwarte gat en dan zie je ze wegzakken. Dat is triest om te zien. En het werk bevredigt mij ook. Ik leer nog iedere dag. Ik ben ook niet zo goed in vakantie vieren. Dat heb ik vrees ik ook van vader geërfd. Weekendjes weg vond hij leuk, maar we gingen bijna nooit op vakantie. Na een week vond hij het wel weer welletjes. En als ik dan eens zei: ‘Ik ga ook maar eens op vakantie,’ antwoordde hij: ‘Moet je niet doen. Ik ben overal geweest, maar in Nederland is het toch het best.’ Dat waren rare redeneringen, maar hij had het liefst gewoon zijn zoons om zich heen.

Welke boodschap wilt u met dit interview overbrengen?
Ik hoop dat mensen onderscheid kunnen maken, niet alleen de mensen maar vooral ook de media. De boodschap is dat mensen en de media niet alles en iedereen over één kam moeten scheren. Als er een of twee van de familie een scheve schaats rijden, blijf dan naar de persoon zelf kijken. Dat geldt niet alleen voor mij. Als het bij mensen met een grote naam mis gaat, gaat het ook goed mis. En de goeden lijden dan onder de kwaden.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *