De wereld op z’n kop
Dagboek

De wereld op z’n kop

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 16 januari 2024, 09:29
De wereld op z’n kop

Mijn korte wintervakantie in Engeland had ik met een dag verkort om donderdag aanwezig te kunnen zijn bij de pro-Israël demonstratie bij het Vredespaleis in Den Haag. Omdat ik nou eenmaal uitsluitend nuttig bezig wil zijn, heb ik een balans opgemaakt. Maar alvorens mijn nuttigheidsrendement met u te delen, hoor ik u vragen: moet alles dan nuttig zijn? Mijn antwoord: absoluut! Het antwoord  ‘als je maar gelukkig bent ‘ of ‘als je maar gezond bent’ is mijns inziens betrekkelijk. Het moge dan zo zijn dat gezondheid en geluk ontzettend belangrijk zijn en van de Joodse wet topprioriteit vereisen, toch zijn geluk en gezondheid geen doelen, maar middelen Het doel dat de Tora van ons verlangt,  is een goed en vroom mens te zijn. Middelen om dat hoge doel te bereiken zijn gezondheid, geluk en voorspoed.

Dus, terug naar de vraag: was het achteraf gezien de moeite waard mijn korte buitenlandse verblijf met een dag te verkorten om in Den Haag te demonstreren? Antwoord: ja! 

Christenen voor Israël had een paar duizend van hun mensen opgetrommeld om naar Den Haag te komen, bussen vanuit heel Nederland ingezet, een geweldige publiciteit verzorgd. Natuurlijk zouden ze mijn afwezigheid geaccepteerd hebben en een demonstrant meer of minder maakt op zichzelf ook niet uit, maar toch werd mijn aanwezigheid, juist omdat ik hiervoor uit mijn weg moest gaan (letterlijk dus), erg gewaardeerd. En die waardering komt hun toe. Maar ook voor de familieleden van de gijzelaars, die speciaal uit Israël waren gekomen, hadden mijn aanwezigheid, de handdruk, het bekijken van de foto van hun gegijzelde familie, mijn hoed en mijn baard een functie. En ook de Nederlands-Joodse gemeenschap waardeerde de aanwezigheid van hun rabbijnen. De talloze positieve reacties die ik mocht ontvangen, getuigen hiervan.

Overigens ontving ik ook een felle kritische e-mail over de aanwezigheid van drie zwaar bebaarde ‘collega’s’ die bij de NOS (uiteraard!) een uiterst zichtbare exposure kregen en mochten uitleggen in een videoboodschap dat de staat Israël niet deugt en schuldig is aan massamoord en vanuit Tora-oogpunt überhaupt geen bestaansrecht heeft. Beste lezer van mijn dagboek: weet dat deze drie malloten (de titel schurken wil ik ze niet eens toebedelen en rabbijnen zijn ze ook al niet!), nergens in de mondiale Joodse gemeenschap worden geaccepteerd. U moet het meer zien als drie dorpsgekken. Iedere plaats en iedere gemeenschap heeft, bijna per definitie, zo’n malloot. Wij, de Joodse gemeenschap, blijken er dus drie te hebben. Ik wens ze vanaf dit dagboek een spoedig en volledig herstel! En mochten ze onderdak zoeken, want ze wonen niet in Nederland, een Ander Joods Geluid zal blij met ze zijn en ze met open armen ontvangen, als ze dat al niet hebben gedaan.

U moet die drie neprabbijnen zien als drie dorpsgekken. Elke gemeenschap heeft wel zo’n malloot

Wat mij stoorde bij de demonstratie, was de wachttijd. Halverwege de langzame wandeling stonden we plotseling stil. Omdat ik vooraan liep in de stoet had ik de gelegenheid aan de politie te vragen waarom we om de haverklap moesten stoppen. Schuldig bleken pro-Palestijnse demonstranten die steeds weer in kleine groepjes vanuit zijstraatjes opdoken op plaatsen waar ze zich niet mochten bevinden. Respect voor het bevoegd gezag dat hen verzocht te verdwijnen, hadden ze niet. En dus wilde de politie, omwille van onze veiligheid, dat we stopten totdat het sein veilig was binnengekomen. Een kort overleg tussen Ronnie Naftaniel , de voormalige CIDI-directeur, en mijn persoon leidde ertoe dat we ons even losmaakten van de stilstaande stoet en ons wendden tot de politie met de klacht dat het van de zotte is dat ons tempo niet door onszelf en niet door de politie wordt bepaald, maar door anti-Israëlfiguren die weigeren gezag te accepteren. Wij hadden vergunning om te demonstreren en volgden braaf de juiste weg, we hielden ons aan de voorgeschreven tijd. We maakten de politie duidelijk dat het nu genoeg was, dat we lang genoeg in de ijzige kou hadden stilgestaan. Wij riepen de stoet op verder te lopen en lieten de politie weten dat als ze het daarmee oneens waren, ze de oproerpolitie mochten sturen om ons in bedwang te houden. Qua publiciteit, aandacht voor de Israëlzaak, zou wat oproerpolitie geen kwaad kunnen. Onze duidelijke boodschap kwam over en de stoet trok verder. 

Met Ronny Naftaniel (r) in discussie met de politie

Wat hier gebeurde, is symbolisch voor de Nederlandse aanpak. Omdat de anti-Israëldemonstranten dreigen, brullen en openlijk weigeren gezag te aanvaarden, krijgen ze de aandacht waarop ze menen recht te hebben en omdat wij Joden qua volume maar een piepklein groepje zijn, moeten wij te pas en vooral ook te onpas het onderspit delven. 

Tal van e-mails, kaarten met steunbetuigingen en bemoedigende woorden bereiken mij persoonlijk, de synagogen en de Joodse gemeenten. Maar dat zijn de uitzonderingen die zich losrukken van de grote kudde. De kudde die, naar ik vrees, meer en meer de verkeerde weg inslaat. Uiteindelijk zal het kwaad vernietigd worden, Israël heeft geen andere keus, maar tot dat moment … ik houd mijn Joodse adem in! Piraterij, die ik uit spannende verhalenboekjes kende, wordt normaal. Roversbenden bepalen het wereldbeeld. Wie tegen wie strijdt, is niet meer te vatten. De wereld staat op z’n kop en Israël zal wel van alles de schuld krijgen, waarom ook niet!

Plaats opmerking