In De Telegraaf werd ik als volgt geciteerd na de aanslag op de sjoel van Rotterdam: “Opperrabbijn Binyomin Jacobs roept naar aanleiding van de brandstichting op om alert te zijn, maar te waken voor paniek. „We moeten vertrouwen op onze overheid en politie, die echt niet van antisemitisme beticht kunnen worden. En we moeten ons niet laten opjutten door allerlei online-berichten.” Maar toen was de aanslag op het Cheider nog niet geschied en vraag ik me nu dus af of mijnerzijds nog steeds dezelfde reactie van kracht is of moet ik toch oproepen om … Maar na uitgaande sjabbat de zeer vele e-mails en whatsapps te hebben gelezen, allen uitsluitend vol bemoediging, op sjabbat de volle sjoel en, na afloop, de prachtige kiddoesj ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van een van onze meest fanatieke antisemitismebestrijdsters te hebben bezocht, is mijn conclusie duidelijk: mijn inzicht is niet veranderd. Wat er hopelijk wel veranderd is, is de opstelling van de overheid ten opzichte van de piepkleine resten van wat eens een Joodse gemeenschap was van 140 duizend zielen.
Maar pas op, een overbelichting van dat piepkleine groepje Joden, kan ook averechts werken! Zo volgde ik een uitzending van Nieuws van de Dag over de vraag of handhavers, boa’s, wel of geen hoofddoekjes mogen dragen tijdens het uitoefenen van hun functie. Claire Martens (lid van de Tweede Kamer voor de VVD) is de stellige mening toegedaan dat ook de 25 duizend boa’s neutraliteit dienen uit te stralen, zoals de politie. Omdat de link naar deze uitzending mij was toegezonden met het nadrukkelijke verzoek mijn persoonlijke mening kenbaar te maken, heb ik goed en aandachtig gekeken en geluisterd. Maar in plaats van mezelf een mening gevormd te hebben over wel of geen hoofddoekje, trof mij iets anders. Verschillende keren wordt er gesproken over het dragen van een hoofddoek of een keppel. Keppel? Hoeveel boa’s zijn er in Nederland die een keppel dragen? Ik durf te beweren dat als ik het getal één noem, het al zwaar overdreven is. Waarom sleept mevrouw Martens de Joden erbij? We hebben al genoeg problemen zonder keppeltje! Ik ben ervan overtuigd dat ze er geen kwade bedoelingen mee had, maar toch.
En dan trof me nog iets. De politica geeft aan dat er een scheiding moet zijn tussen kerk en staat en tussen moskee en staat! Mevrouw Martens: als we spreken in Standaardnederlands, vroeger ABN genoemd, over de scheiding tussen kerk en staat bedoelen we met het woord kerk niet een bepaalde kerk, maar de betekenis ervan is in dit verband ieder ‘gebedshuis’: protestants, katholiek of welke godsdienst dan ook. Ik ben dan ook werkzaam als Joodse opperrabbijn bij het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, terwijl ik van geen kant christelijk ben en nooit naar de kerk ga! Door aan de scheiding tussen kerk en staat een nieuwe betekenis te geven door ook te gaan spreken over moskee, verkleint ze de kerk tot een specifieke religie en verheft ze, onbedoeld, de moskee tot een soort vertegenwoordiger van alle religies. Onbewust werkt ze mee met haar verkeerde taalgebruik aan de islamisering van onze Nederlandse samenleving, terwijl ze juist met een hoofddoekjesverbod dat probeert tegen te gaan. Jammer! Maar, als we dan toch ons aan het afvragen zijn wel of geen hoofddoekje bij boa’s en politie, wat gebeurt er in de wereld van geneeskunde? Als zo duidelijk oom of tante politie neutraliteit moet uitstralen omwille van de handhaving, waarom dan geen neutraliteit in ziekenhuizen omwille van de gezondheid? Pas op, want ik probeer mijn Nederlandse taal zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk te beheren.
Ik schrijf en benadruk hierbij het woord als, want ik heb mezelf nog geen mening gevormd over wel of geen hoofddoekje bij een functionaris in functie. Maar los van het hoofddoekje, hoort een vriendelijke, begripvolle en professionele opstelling bij boa’s, politie en ziekenhuis zelfs een keppeltje te overstijgen!
Ondertussen is mijn redelijk lege agenda voor morgen zich in (on?)verwacht tempo aan het vullen met overleggen, optreden, een interview en een begrafenis en ben ik aan het regelen om me zo snel en veilig mogelijk te verplaatsen. U ziet, aan afwisseling geen gebrek.
Ik ga snel dit dagboek eindigen, maar niet na een Toragedachte met u te delen naar aanleiding van de Tora-voorlezing van de afgelopen sjabbat en vanwege de actualiteit. Gisteren eindigden we het tweede boek van de Tora, Exodus. Dit tweede boek van de vijf boeken van Mozes wordt in de Joodse filosofie (Midrasj) genoemd als het boek dat de uittocht uit Egypte (exodus) beschrijft, ‘van duisternis naar licht’. Maar als we goed kijken wordt er voornamelijk gesproken over de slavernij, de duisternis, en niet over de uittocht, het licht. En dat tweede boek eindigt met de woorden: dat de Eeuwige met hen was ‘op al hun reizen’. Maar met ‘al hun reizen’ wordt niet zozeer bedoeld dat ze onderweg waren, vertrokken, maar juist dat in alle plaatsen waar ze verbleven G’ds aanwezigheid zichtbaar en voelbaar was. En dan als ze ergens lang genoeg waren geweest, hun opdracht, vaak niet eens zichtbaar, hadden volbracht, dan trokken ze weer op naar de volgende rustplaats, om ook daar weer hun door boven bepaalde opdracht uit te voeren.
We bevinden ons vandaag in een nare en gevaarlijke periode van hatelijk antisemitisme. Waarom? Wat is onze opdracht? Wat wil G’d van ons? Wat is Zijn bedoeling? Geen idee! Maar één ding is wel duidelijk: uiteindelijk komt alles van boven, dienen we onze vijanden te bestrijden of, bij voorkeur, op andere gedachten te brengen door bruggen te bouwen en wederzijds respect te kweken. En dus moeten we ons hierop concentreren totdat er Boven is beslist dat we verder kunnen trekken, van duisternis naar licht.
En terwijl ik het woord ‘licht’ nog nauwelijks heb neergeschreven ontving ik de volgende whatsapp van onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert:
“Beste Opperrabbijn, beste Binyomin. Heel veel sterkte, ik ben in gedachten bij jullie. Warme groet Rianne.”