Een eenheidsgemeente onder druk

Het kloppende hart van de Joodse bevolkingsgroep in Zweden is gemeenschapscentrum Bajit, met daarin een synagoge, restaurant, winkel en een school. ‘Wij zijn veel seculierder dan elders in Europa.’
Overzicht van het oude gedeelte in het gemeenschapscentrum
Overzicht van het oude gedeelte in het gemeenschapscentrum

Het is een drukte van belang, deze vrijdagochtend in het Joods gemeenschapscentrum Bajit (‘huis’), waarin onder meer de Hillelschool is gevestigd. Het geel gesausde gebouw bevindt zich achter een hek aan een pleintje langs een van de chique winkelstraten in Stockholm. Alleen de grote davidster in het pleister op de buitengevel verraadt dat het om een Joods gebouw gaat. In de veiligheidssluis komen we een orthodoxe man tegen. Het is rabbijn Chaim Greisman, geestelijk leider van de kleine Chabadgemeenschap in de Zweedse hoofdstad. Gehaast excuseert hij zich: graag had hij met ons gesproken, maar hij is vannacht teruggekomen uit het buitenland, heeft net zijn kinderen naar school gebracht en er is voor sjabbat nog zoveel te doen. Niet verwonderlijk: de laatste werkdag is in dit noordelijk deel van de wereld kort, heel kort. Om drie minuten voor drie moeten de kaarsen al worden aangestoken.

De rabbijn blijkt een vrouw, de eerste in de historie van de gemeenschap

Greismans collega, de rabbijn van de Grote Synagoge, heeft wel tijd. Die rabbijn blijkt een vrouw, de eerste in de historie van de gemeenschap. Ute Steyer bekleedt de functie nu zo’n tien jaar. Ze is gekleed in een sportieve broek en draagt een grote keppel. Als de lessen zijn begonnen, gaat ze er even rustig voor zitten in de gemeenschappelijke ruimte, waar het koosjere restaurant helaas nog niet open is. Steyer is geboren in Londen en volgde haar Massorti-opleiding in Israël en New York, waar zij tevens aan de orthodoxe Yeshiva University werkte. Ze promoveert nu aan de Universiteit van Uppsala aan de faculteit Ethiek, theologie en filosofie.

Natuurlijk ontmoet Steyer daar medestudenten die anders denken over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Lachend vertelt ze: “Kijk wat ik van de week in de gemeenschappelijke ijskast vond!” Ze toont een foto van een blikje Palestine Cola, geproduceerd in Malmö. Hoewel de raad van bestuur van de universiteit niet toegeeft aan de eisen van de kleine groep activisten binnen de universiteitsmuren, vertelt Steyer: “Er zijn wel degelijk controverses. Een voorbeeld: het aan de universiteit verbonden centrum waar de Holocaust en de positie van nationale minderheden in dit land wordt bestudeerd, stond tot voor kort bekend als het Hugo Valentincentrum. Valentin was een Joodse wetenschapper die veel onderzoek verrichtte naar minderheden. En hij was overtuigd zionist. Vandaag is besloten dat het centrum wordt hernoemd. De naam is geschrapt, het heet nu het Uppsala centrum voor Holocaust- en genocidestudies. Onbegrijpelijk. Maar het centrum heeft een eigen, onafhankelijk bestuur, de leiding van de universiteit had daar geen zeggenschap over.”

Vaderjoden welkom

Terug naar de gemeente waar Steyer nu zo’n tien jaar aan verbonden is:

‘Onze gemeente is veel seculierder dan in veel andere landen’

“Onze gemeenschap is historisch seculierder dan in veel andere landen,” vertelt ze over de kehille die in Stockholm 4500 leden kent, verreweg de grootste in de Scandinavische landen: “De oprichter ervan, Aaron Isaac, behoorde al niet tot de meest orthodoxe leden van ons volk. Hij kwam met negen andere Joodse mannen en hun gezinnen het land in om minjan te kunnen vormen, maar de meest orthodoxe Joden zullen niet met hem mee zijn gegaan. Het waren eerder personen die het avontuur aandurfden.” De Joodse school is toegankelijk voor leerlingen met alleen een Joodse vader. Gemengde huwelijken zijn gemeengoed. “Leerlingen met ouders die allebei Joods zijn, vormen inmiddels de minderheid.”

Steyer geeft ouders van wie alleen de vader Joods is een optie: “Als beide ouders akkoord zijn dat hun kind een Joodse opvoeding krijgt, doen we een zogeheten gioer lekatin, de ‘kleine gioer’. Dat was voorheen in Europa een gangbare halachische traditie, die helaas steeds minder wordt gepraktiseerd. Een gioer lekatin kan meteen bij de geboorte of de briet mila, maar in ieder geval voor de bat of bar mitswa worden uitgevoerd. Zij zijn dan volwaardig lid van de gemeenschap. Kinderen van alleen een Joodse vader zijn hier op school en op zomerkamp gewoon welkom. Overigens is het wettelijk ook mogelijk dat niet-Joodse ouders hun kinderen aanmelden voor onze school.”

Momenteel zitten er zo’n driehonderd leerlingen op Hillel, waar lessen gegeven worden tot en met de onderbouw van de middelbare school. De leerlingen moeten dus na de derde klas de school verlaten en hun opleiding vervolgen op openbare scholen. “Niet ideaal,” vindt Steyer, die zegt jaloers te zijn op Nederland, waar leerlingen de middelbare school wel in een Joodse omgeving kunnen afmaken.

________________________________________

De gemeenschap in cijfers

De Zweedse kerngemeenschap telt een kleine 15 duizend leden. Er zijn een kleine 23 duizend Zweden met twee Joodse ouders. De bredere gemeenschap bestaat uit 31 duizend personen en een kleine 40 duizend hebben recht op de Wet op Terugkeer. Daarmee staat de Zweedse kehila op nummer 22 op de lijst van grootste gemeenschappen ter wereld.

________________________________________

Niet origineel

Er loopt nog een orthodox geklede man de ruimte door. Steyer begroet hem hartelijk. Hij blijkt de orthodoxe rabbijn van deze eenheidsgemeente, Mattias Amster. Met enige trots mag hij zich de eerste in Zweden geboren en getogen rabbijn noemen. Na een verblijf van een aantal jaren in het buitenland kwam hij met vrouw en kinderen terug naar Stockholm, waar hij nu het orthodoxere deel van de kehille bedient. “Want naast de grote synagoge is er hier in Bajit nog een, willen jullie die zien?” vraagt Steyer. Ze gaat ons voor naar een mooi, zichtbaar ouder deel van het gebouw, opgetrokken uit gietijzer. De inrichting van deze sjoel lijkt uit ongeveer dezelfde periode te komen als het gebouw uit het fin de siècle. De banken zijn verfraaid met jugendstilmotieven. “De inrichting is niet origineel Zweeds,” vertelt Steyer. “Die is vlak voor de vervolgingen in Duitsland net op tijd overgebracht vanuit een sjoel in Hamburg.”

In de orthodoxe synagoge in het gemeenschapscentrum

Eenmaal terug in de gemeenschappelijke ruimte met grote bibliotheek, loopt Steyer naar de enige koosjere winkel in Stockholm, die ook in dit centrum is gevestigd. Ze toont ons het enorme vriesvak met vlees: “Allemaal geïmporteerd uit Frankrijk en vooral Italië. De sjechita is hier al sinds 1938 verboden.” Over de besnijdenis is vooral in de jaren 90 van de vorige eeuw discussie geweest, nadat een paar islamitische jongetjes bij de rite ernstig gewond waren geraakt. In 2001 werd een wet ingevoerd die voorwaarden stelde: zo mag het jongetje niet ouder zijn dan twee maanden. Daar kunnen de Zweedse Joden goed mee leven, vertelde de president van de gemeenschap Aron Verständig ons eerder. Rond het onderwerp is het de laatste jaren stil.

Veiligheid

In Bajit is meer te koop. Journaliste Nathalie Rothschild, die nieuwspodcasts produceert, wijst ons op het werk van de zilversmid Aviva Scheiman, die onder meer prachtige objecten creëerde voor koningin Silvia’s zeventigste verjaardag. Zij vertelt hoe criminele bendes actiever worden en onder meer aanslagen hebben gepleegd op de Israëlische ambassade. Het gevoel van veiligheid in de gemeenschap neemt af. Rothschild: “Het is in Zweden bijvoorbeeld usance dat schoolkinderen bij buitenschoolse activiteiten felgekleurde vestjes dragen met de naam van de school en het telefoonnummer erop. Mochten ze verdwalen, dan weten passanten met wie ze contact moeten opnemen. Dat is een goede veiligheidsmaatregel, maar voor de leerlingen van Hillel is juist het tegenovergestelde het geval.” Nog een voorbeeld: een linksgeoriënteerde krant publiceerde kortgeleden in het kader van de Transparantiewet – een soort Woo – een artikel over de veiligheidsmaatregelen in Joodse gebouwen. “Daarin werden veel zaken onthuld die onze veiligheid in gevaar brachten. We waren echt geschokt. En het beroerde is: juist vanwege die veiligheid kun je geen weerwoord geven, niets weerleggen, want dan maak je alleen maar meer details openbaar.”

De mezoeza bij de voordeur is niet te zien. ‘Bij ons zit die altijd aan de binnenkant’

Zijn er Joodse inwoners die als voorzorgsmaatregel sinds 7 oktober hun mezoeza hebben verwijderd, vragen wij. Nathalie kijkt verbaasd. Ze legt uit dat het in Zweden niet de gewoonte is een mezoeza aan de buitenpost van de voordeur te bevestigen: “Bij ons zit die altijd aan de binnenkant.” Een vriend adviseerde haar dat ze vanwege haar nogal opvallende achternaam het naamplaatje op haar woning in een ‘neutraler’ exemplaar zou moeten veranderen. Maar hoewel men hier en daar wel spreekt over vertrek uit Zweden, kent zij geen leden die de daad al bij het woord hebben gevoegd.

Anoniem

Wie daar ook alles van weet, is Anneli Rådestad. Zij is de hoofdredactrice van Judisk Krönika, een glossy met een onafhankelijke redactie die gratis onder leden van de gemeenschap wordt verspreid. Nadat zij op haar Facebookpagina een special over 7 oktober aankondigde, stroomden de haatreacties binnen. Rådestad: “We hebben zelfs op een gegeven moment moeten beslissen ons blad anoniem te gaan verzenden.” Dat klinkt ons bekend in de oren. “Voor ons was dat een heel moeilijke beslissing. We zijn in 1932 juist opgericht om het opkomende antisemitisme in dit land tegen te gaan, om onze stem te laten horen. En nu moesten we toch deze maatregel nemen.”

Ook in haar privéleven staat ze voor nieuwe uitdagingen: “Mijn dochtertje zit hier op Hillel en ze zit op een algemene turnvereniging. Kortgeleden vroeg een moeder bij die turnclub naar welke school mijn dochter ging. Dan denk ik toch een fractie van een seconde: zal ik gewoon Hillel antwoorden, met het risico dat er allerlei vervolgvragen komen? Of zal ik maar om de brij heen draaien? Of noem ik zelfs gewoon een andere school? Ik heb gewoon de waarheid verteld, maar iedereen krijgt te maken met dergelijke persoonlijke afwegingen.”

Overdrijving

Rådestad beseft dat ze in een bubbel leeft: “Ik ben geprivilegieerd. Mijn kinderen gaan hier naar school en ik woon in het centrum. Anderen zijn niet zo bevoordeeld.” Dat horen we ook van Aron Verständig. Niet alle Zweedse Joden zijn rijk. Verständig: “Kijk, er zijn rijke Joodse Zweden en er is een grote groep die het goed heeft. Maar er zijn zeker leden van onze kehille die worstelen en bij ons aankloppen omdat ze zelfs geen geld hebben om een nieuwe bril te kopen.” Die Joden wonen niet in het keurige, uitermate schone centrum waar geen graffiti of Palestijns vlaggetje te bekennen is. Ze zijn wel degelijk kwetsbaarder.

Overigens, dat er geen enkel Palestijns vlaggetje in het centrum te bekennen is, is niet helemaal waar. Wekelijks marcheren ook in Stockholm pro-Palestijnse activisten door de chique straten, zelfs door de straat waaraan Bajit ligt. Rabbijn Steyer: “Hoewel mijn uiterlijk wellicht anders doet vermoeden, ben ik Sefardisch, mijn voorgeslacht komt uit het Griekse Saloniki. Recht tegenover ons centrum zit een Grieks restaurant en de eigenaar windt zich iedere zaterdag weer op over ‘die idioten’, zoals hij ze noemt. En niet alleen hij. Demonstreren is best, maar die activisten overdrijven vreselijk, met geschreeuw en theater met bebloede baby’s en zo. Zo prijzen ze zichzelf uit de markt. Daar moet je bij geen enkele Zweed mee aankomen.”

Deze Zwedenspecial werd mede mogelijk gemaakt door Maror en verscheen eerder in het NIW15 van 31 januari 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Stockholm

De nuchterheid van een groeiende gemeenschap