Voor het laatste deel van onze serie over de kibboetsen van Israël, 75 jaar na de stichting van de Joodse staat, trekken wij naar het zuidelijkste puntje van het land: naar de Negev en Eilat, waar een heel andere sfeer heerst dan in kibboetsen elders in het land.
Voor liefhebbers van Israël is de rit van Beër Sjeva naar Eilat een absolute must. Om die eerste stad kunt u beter met een grote boog heen rijden, tenzij u de noodzaak voelt nog voor de woestijn benzine te tanken. Good luck with that, het kost ons uren een pompstation te vinden waar we met plastic kunnen betalen of een pinautomaat te lokaliseren. Dat lukt uiteindelijk in het busstation. Met onvoorzien oponthoud, maar wel met een volle tank, beginnen wij aan de trip door de woestijn, die ongeveer bij de Ikea in het zuiden van Beër Sjeva begint.
Ooit lag de stad zelf diep in de Negev, maar zoals bekend hebben de Israëli’s die regio tot bloei gebracht en zo wordt de rand van de wildernis steeds verder naar het zuiden geduwd. Niet getreurd, voor woestijnliefhebbers zoals wij er is nog voldoende woestijn over. Ga dicht bij de kachel zitten als u dit chanoekanummer leest, want de Negev zindert in de zomerhitte als wij langs Sde Boker rijden. Dat is de kibboets waar David Ben-Goerion na zijn vertrek uit de politiek een teruggetrokken bestaan leidde, stierf en begraven ligt.
Wij kiezen in Beër Sjeva voor Highway 40 en niet voor de 90 die je via Dimona en de Jordaanse grens naar onze eindbestemming Eilat brengt. Dan zijn we al ‘het Oog van Sauron’, de energietoren van Ashalim en de vlakte met zonnepanelen gepasseerd, waarover u eerder in het NIW kon lezen. Onze volgende stop is de reusachtige krater van Mitspe Ramon. Als wij die doorkruist hebben, wordt de weg echt stil. Is er iets heerlijkers dan door een lege woestijn te rijden? Zolang de airconditioning het maar volhoudt, het kwik tikt regelmatig 40 graden in de schaduw aan.
Het is een rit van adembenemende schoonheid, met constant wisselende kleuren
Hemelsbreed zo’n 50 kilometer ten noorden van Eilat besluiten wij de kunstenaarskibboets Neot Samadar letterlijk links te laten liggen – die bewaren we voor de terugweg – en de westelijke route over weg 12 te nemen, langs de Egyptische grens en de Sinaï. Het is een rit van adembenemende schoonheid, met constant wisselende kleurschakeringen: oranje, zalm, oker. Rechts liggen om de paar kilometer Egyptische grensforten net achter het hek. Even ten noorden van de kust slingert de weg door de rotsen, totdat beneden opeens Eilat te zien is. Het is het laatste stukje Israël dat in maart 1949 werd ingenomen door de IDF, toen niet meer dan een Britse politiepost en een paar hutten. We zijn ongeveer de enigen op deze weg, velen kiezen liever voor de oostelijker gelegen route.
Trekpleisters
Anno 2023 is Eilat een vakantieparadijs met meer dan vijftigduizend inwoners en er zijn plannen dat aantal te verdrievoudigen. Toerisme is cruciaal voor de economie, net als de haven. Die twee zaken lijken elkaar te bijten, want wie de luxe strandhotels westelijk van de stad wil bereiken, moet eerst voorbij eindeloze rijen Japanse en Koreaanse personenauto’s, die in Eilat met duizenden tegelijk worden uitgeladen. Nee, een erg pittoreske stad is het niet, wel een walhalla voor duikers en in toenemende mate ook de plek om een bezoek aan de cultuur- en natuurschatten net over de Jordaanse grens te bezoeken.
Daar liggen Wadi Rum en Petra, twee van de bijzonderste toeristische trekpleisters in dit deel van de wereld. Jordanië zelf heeft het toerisme nog nauwelijks ontwikkeld en is dus voor een groot deel van zijn bezoekersaantallen afhankelijk van reizigers die eerst de Joodse staat aandoen en daarna een tocht willen maken van een of meerdere dagen naar de spectaculaire woestijnvallei en de uit de rotsen gehakte stad. Daarom zijn ondanks de vaak gespannen verhoudingen tussen Jordanië en Israël de grensformaliteiten minimaal voor de passant die van Eilat naar Akaba wil gaan. Harde valuta verdienen is blijkbaar voor de Jordaniërs toch belangrijker dan de vooral met de mond beleden strijd tegen de ‘zionistische entiteit’.
Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten voor de kibboets
Zwemparadijs
Toerisme is ook een belangrijke inkomstenbron voor kibboets Eilot, een kilometer of drie van het strand en de meest zuidelijk gelegen kibboets van Israël – en daarmee uiteraard ook ter wereld. Onder andere door verhuur van vakantiehuisjes wordt de kibboetskas gespekt. Bij aankomst vallen als eerste de enorme glijbanen op van het direct naast de ingang gelegen zwemparadijs. De kibboets werd in 1955 gesticht en was op dat moment veruit de meest afgelegen in het land. Maar Yitzhak Tabenkin, een van de oprichters van de kibboetsbeweging, vond dat de collectieve nederzettingen in het hele land moesten verrijzen. En dus trokken vijftien jongeren naar het uiterste zuiden, waar zij drie hutten bouwden.

Het moet een eenzaam en hard bestaan zijn geweest in die eerste jaren, maar in 1962 werd de kibboets officieel ingewijd. De inmiddels zestig leden kozen de naam Eilot, naar de Bijbelse stad waar koning Salomon een vloot gebouwd zou hebben. Inmiddels telt de kibboets meer dan 350 inwoners, van wie 120 echt lid zijn. Eenmaal door de poort worden wij opgewacht door bewoonster Sarleen Hazan, die al klaarstaat met haar karretje om ons mee te nemen. Dat heeft letterlijk wat voeten in de aarde, want er wordt een nieuwe weg aangelegd en we ontsporen niet alleen, maar kapseizen bijna in het rulle woestijnzand.
Hazan, nu in de zestig, was achttien toen ze als Nederlandse vrijwilligster naar Israël kwam en ze is er nooit meer weggegaan. Ruim twintig jaar geleden werd ze verliefd op Moshon, die met zijn familie vanuit Casablanca naar Israël was geëmigreerd in 1954. Hij kwam als jongen van 17 in Eilot terecht, in de regio waar hij ook zijn diensttijd doorbracht. Nu is hij een van de veteranen in de kibboets. “Voor mij is dit de mooiste plek op aarde,” vertelt hij. En hij was duidelijk tegen Sarleen: “Daar wil ik wonen.” Ook toen ze verliefd werden, ging daar geen tittel of jota van af.
Sjemitajaar
Hun huisje wordt versierd met kunstwerken die Moshon in zijn vrije tijd van overtollig metaal maakt. In het dagelijks leven werkte hij tot zijn pensioen op de ontwikkelingsafdeling van de transformatorfabriek, een van de inkomstbronnen van de kibboets. Daarnaast wordt er veel fruit verbouwd: knoflook en watermeloen, vijgen, tomaten en mango’s. En eens in de zeven jaar is er het jubeljaar, het sjemitajaar, vertelt Sarleen Hazan. “Dan horen de Israëlische akkers een jaar braak te liggen, maar omdat Eilat door religieus Israël niet als het Bijbelse Israël wordt beschouwd, kunnen wij onze producten blijven verbouwen en verkopen. Wij hoeven ons dus niet aan dat sjemitajaar te houden.”
Aan de kibboets grenst een enorm waterpark met hotel. Hazan: “Tot vijf jaar geleden was dat in privébezit en waren wij een rijke kibboets. Maar met het oog op de toekomst hebben we in dat waterpark geïnvesteerd en nu bezit onze gemeenschap 51 procent van de aandelen. Een aantal bewoners werkt daar nu ook.” En er is een nieuw initiatief. Hazan leidt ons naar een terrein achter de kibboets. Daar moet een openluchttheatercampus gaan verrijzen, inclusief overnachtingsmogelijkheden. Theaterstudenten uit de hele wereld zullen daar opleidingen kunnen volgen. “Vrijwilligers hebben we hier vrijwel niet. Sommige blijven voor één semester en mogen dan gratis nog een maand blijven, maar het is geen speerpunt van de kibboets.”
Stortregens
De blonde, Nederlandse Sarleen Hazan is terechtgekomen in een bloedheet klimaat. Hoe bevalt dat haar? “Moshon is er volledig aan gewend, maar ik zal dat waarschijnlijk nooit helemaal doen,” geeft zij toe. “Soms regent het een jaar lang helemaal niet, en dan opeens één hele dag. En dan spreek ik over stortregens. De volgende dag schijnt de zon weer. Maar het is hier, met de Rode Zee aan je voeten, wel fantastisch. Veel van onze kibboetsleden werken in het onderwaterobservatorium, op de weg naar de Egyptische grens. Mijn Nederlandse familie vindt het hier ook top. Ik bezoek ze zelf twee keer per jaar, en even vaak komen ze hiernaartoe. Ik heb een broer en een zus met kinderen en die vinden het fantastisch om hier te zijn.”

De familie vliegt niet via Tel Aviv naar het hart van Eilat, want de verfoeilijke landingsbaan die de stad in tweeën kliefde en verschrikkelijk ontsierde, is opgedoekt. Dat terrein wordt nu ontwikkeld om nog meer toeristen te ontvangen. Maar, vertelt Hazan, “vloog je vroeger met bijvoorbeeld Transavia op Ovda, eigenlijk een militair vliegveld, nu is Ramon geopend, een vliegveld waar Transavia waarschijnlijk ook op gaat vliegen. En dat ligt op een kwartiertje rijden afstand, dus Eilat wordt voor iedereen veel beter bereikbaar.”
Terwijl we terugrijden van de plek waar het theaterpark moet gaan verrijzen, komen we langs de begraafplaats van de kibboets. Iedere inwoner ligt hier begraven. Hazan wil dat we het graf bezoeken van de zoon van haar kibboetsvriendin Danielle, die we eerder tijdens ons bezoek tegenkwamen. Danielle komt oorspronkelijk uit het Zwitserse Genève en zij streek in 1972 neer in de kibboets. Haar zoon Elad, geboren en getogen in de kibboets, sneuvelde tijdens de Tweede Libanonoorlog in 2006. Een herinnering aan het feit dat Israël altijd al voor zijn veiligheid, vrijheid en vrede heeft moeten vechten. En zijn zonen en dochters daarvoor heeft moeten offeren. In de oorlogen van 1948, 1956, 1967, 1973, 1982, 2006, 2014 … en nu weer.
Persoonlijke ontwikkeling
Zo’n zestig kilometer ten noorden van Eilat, bekend om de hippiementaliteit die er nog altijd op plekken als het Dolfijnenrif te vinden is, ligt een kibboets die zich richt op creativiteit en persoonlijke ontwikkeling. Als we de auto op de vroege ochtend parkeren in Neot Semadar, is het er doodstil. Wij lopen ongehinderd het terrein op, dat wordt gedomineerd door een opvallend bouwwerk. Het is een toren die je qua stijl eerder in het modernistische Park Güell in Barcelona zou verwachten. Oké, laten we er niet omheen draaien: het lijkt een enorme fallus van Gaudí, gehuld in snoezige pastelkleurtjes.

In deze oase in het zuiden van de Negev, gestoeld op biologisch-dynamische landbouw, wonen negentig volwassen leden, zestig kinderen en vijftig vrijwilligers. De kibboets werd opgericht door een aantal vrienden uit Jeruzalem die vanaf 1989 wilden onderzoeken of er ook een andere manier van leven was. Door samen te werken wilden zij tot zelfinzicht komen.
Ze zochten daarvoor deze plek uit, diep in de Negev, op restanten van een kibboets die twee jaar daarvoor was verlaten omdat de omstandigheden draconisch waren. Het werd een experiment waarbij de leden zich committeerden aan het leven in het hier en nu, en vanuit dat uitgangspunt wilden ze kijken wat ze tot stand konden brengen. Het werd puur pionieren en het ging niet zonder slag of stoot. Sommige kibboetsleden vertrokken, anderen voelden zich door deze andere levenswijze aangetrokken en kwamen erbij.
De idealistische bewoners van Neot Semadar voelen zich verwant aan de eerste pioniers
De bewoners voelden zich verwant aan de eerste pioniers, die het land klaarmaakten voor bewerking en moerassen drooglegden. Dit, zo vonden de grondleggers, moest een kibboets worden die pionierde op het gebied van persoonlijke ontwikkeling en psychologie. Ze vonden de levenswijze van de kibboets uitstekend geschikt voor dit leerproces.
Ateliers
Die fallische toren staat er niet zomaar. Oké, de bouwers, geen van allen architect, besloten hun fantasie de vrije loop te laten. Het moest een bouwwerk worden van beweging en verrassing, waarvan de passant zou denken: wat is hier in vredesnaam aan de hand? Daarin zijn ze geslaagd. Maar de toren heeft wel degelijk een functie. In 1993 werd er een begin mee gemaakt en het systeem is gebaseerd op een techniek die al door de oude Perzen werd gebruikt. De hete lucht die op de top van de toren belandt, wordt gekoeld met waterverstuivers. Daardoor wordt de lucht koeler dus zwaarder. Onderaan de toren lopen diverse leidingen naar diverse ateliers die eromheen zijn gebouwd. Door de druk stroomt de koele lucht die werkplaatsen binnen.

In een ervan treffen we Dahlia, die al decennialang hout bewerkt. Eerst is ze wat wantrouwig, maar gevraagd naar haar werk tovert zij een brede glimlach tevoorschijn en vertelt zij honderduit. Natuurlijk is het eindresultaat van haar handarbeid te verkrijgen in de kibboetswinkel, een van de andere ruimtes om de toren, waar we meteen naartoe worden meegetroond. Daar zien we niet alleen haar artefacten, maar ook glas in lood, geweven stoffen, keramiek, schilderijen en sieraden. Allemaal producten van deze ateliers. Als toerist kun je een soort retraite houden in de kibboets, inclusief een workshop in de verschillende disciplines.
Woestijnwijn
Maar dat is lang niet het enige wat hier wordt geproduceerd. Neot Semadar betekent ‘oase van bloeiende wijnranken’. En hier, in het hart van de woestijn, wordt inderdaad wijn geproduceerd. Van oeroude druivensoorten die bestand zijn tegen het droge klimaat. De muskaatachtige wijn wordt na de vroege pluk waar de hele kibboets aan meewerkt, niet in vaten gestopt, maar in grote glazen kruiken. Die worden vervolgens een halfjaar in de zinderende zon gezet om te fermenteren. Het resultaat is een zoete dessertwijn die ‘zonmuskaat’ wordt genoemd. De methode is al eeuwenoud.
En dan zijn er de geiten, die niet alleen yoghurt leveren maar ook zachte en harde kazen produceren. Er worden bloemen en kruiden verbouwd, olijven, perziken en zelfs appels, peren en pruimen, allemaal geïrrigeerd met brak water. Het water voor de kibboets komt uit de grond, van een diepte van ruim 800 meter. En dat allemaal op 400 meter boven zeeniveau.
De kibboets beschikt over een vegetarisch restaurant, waar alle gerechten gecertificeerd biologisch-dynamisch én koosjer zijn. Alle lokale producten hebben kunnen gedijen in schone lucht, want in geen velden of wegen is industrie te bekennen. Overnachten kan er ook. Er zijn twaalf gastenverblijven, door de bewoners zelf gebouwd. Daarbij is gebruikgemaakt van leem en we vinden er ook kleinere versies van de grote toren voor de koeling terug.
De kibboets is een surrealistische, kleurrijke en groene oase in de snoeihete Negev
Neot Semadar verschilt totaal van welke andere kibboets in Israël dan ook. Het is een surrealistische, kleurrijke en groene plek in de hete Negevwoestijn.
Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Maror. Het artikel verscheen eerder in het NIW11 van 8 december 2023
