Commentaar

Keutel

Commentaar hoofdredacteur Esther Voet

Esther Voet 23 april 2020, 08:57
Keutel

Een seider zonder gezamenlijke tafel. Dramatisch veel doden in Beth Shalom. Lewajes in stilte. Een lege Hollandsche Schouwburg tijdens Jom Hashoa. Ouders en grootouders die met een hoogwerker, door glas heen, moed in worden ingesproken. Overlevenden van de Shoa die in de opmars naar 75 jaar bevrijding flashbacks krijgen naar hun onderduiktijd. Gerenommeerde Joodse bladen die wereldwijd dreigen om te vallen. Drie maanden geleden hadden we nog nooit gehoord van ‘aanrakingsverlangen’. Nu is het voor velen realiteit, inclusief de bijbehorende emotie.

Natuurlijk, het is volledig voorstelbaar en noodzakelijk dat het kabinet zich toelegt op de aanpak van de onzichtbare vijand die corona heet. Logisch dat Ferd Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, nu iets anders aan zijn hoofd heeft dan een ‘simpele’ steekpartij op de Albert Cuyp. Maar toch moeten we het erover hebben, want op 4 maart stelden Gert-Jan Segers (CU) en Dilan Yesilgöz (VVD) vragen aan Grapperhaus naar aanleiding van zijn antwoorden tijdens het vragenuurtje op 18 februari, toen corona nog ver weg leek. De minister zei precies wat ieder weldenkend mens wist. Hij noemde de aanval op de familie Colmans toen – terecht – antisemitisch, ‘het incident’ bij Joods restaurant HaCarmel – terecht – een aanslag. Naast terecht waren de woorden van de minister opzienbarend. De Colmanszaak is nog onder de rechter en het is geen usance om je daar als bewindsvoerder over uit te laten. Het sierde de minister juist dat hij dat wél deed. Hulde voor Grapperhaus.

Maar afgelopen week trok hij tijdens de beantwoording van de schriftelijke vragen met omfloerste woorden zijn keutel in, ongetwijfeld onder druk van zijn eigen ambtenaren of beledigde vertegenwoordigers van de rechterlijke macht. Diep teleurstellend, want de wereld heeft aspirant-helden als Grapperhaus nodig, die gewoon zeggen waarop het staat.

In tijden van crisis wordt historisch het eerst naar Joden gekeken. Het ontstaan van het coronavirus, waaraan zoveel Joden in Beth Shalom zijn gestorven, wordt nu al door complotfanatici aan ons toegerekend. Hoe kan daar in de toekomst adequaat tegen worden opgetreden als bijvoorbeeld een minister nu al geen voet bij stuk meer houdt?

‘We zijn diep teleurgesteld’, vertelde CJO-voorzitter Eddo Verdoner me. ‘Het is treurig dat een minister anno 2020 het beest niet eens bij zijn naam kan noemen. Als dit kwaad niet genoemd mag worden, hoe moeten we het dan bestrijden?’ Precies. Dat.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (1)
Michael Jacobs 23 april 2020, 14:00
"Als dit kwaad niet genoemd mag worden, hoe moeten we het dan bestrijden?" Het oude kwaad dat - nog steeds en telkens opnieuw - aan het licht komt heet ontkenning. Dan moeten we dát benoemen.
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *