Kiezen na 7 oktober
Achtergrond

Kiezen na 7 oktober

Voor wie zich op 22 november in het stemhokje (mede) laat leiden door de oorlog tussen Israël en Hamas of door het antisemitismespook dat sinds 7 oktober door de Europese staten waart, biedt het NIW een overzicht van de partijen. De hamvraag: hoe stemmen zij in de Kamer en uiten zij zich sinds de massamoord door Hamas en de militaire operatie tegen de daders?

Bart Schut 17 november 2023, 07:00
Kiezen na 7 oktober

 De oorlog tussen Israël en Hamas verdeelt de samenleving evenzeer als politiek Den Haag, dat idealiter daarvan een afspiegeling is. Als antisemitisme en de houding jegens Israël in deze donkere tijden voor u leidend zijn bij de keuze met het rode potlood, kunt u terecht bij deze inventarisatie door het NIW. Daarin kijken wij naar de afgelopen maand: wat daarvoor in de verkiezingsprogramma’s van de deelnemende partijen is opgenomen – als er al iets is opgenomen – lijkt ons een stuk minder belangrijk dan de reacties van de partijen en hun kandidaten op de waterscheiding van 7 oktober. 

Twee zaken zijn met name van belang. Ten eerste het stemgedrag van de partijen bij de ongeveer 25 moties die vooral op 12 en 24 oktober zijn ingediend en die de oorlog in Gaza of zaken die daarmee verband houden als onderwerp hebben. We kijken wie welke moties indiende en welke partijen voor of tegen stemden. Daarnaast werpen we een blik op de reacties van de partijen en hun kandidaten op het door Palestijnse terroristen aangerichte bloedbad in Zuid-Israël en de oorlog die Israël sindsdien voert tegen Hamas in Gaza. Veel van die reacties spreken boekdelen, waarbij ook opvalt hoe snel bij sommige partijen de aanvankelijke steun voor de slachtoffers en het recht op zelfverdediging van de Joodse staat sinds 7 oktober lijkt te zijn weggesmolten.

Het NIW geeft geen stemadvies, wij inventariseren slechts het stemgedrag en de retoriek van de partijen voor wie u op 22 november kunt kiezen. Uiteraard is de problematiek rond Gaza lang niet de enige reden die uw stem bepaalt. Voor wie wel (mede) daardoor zijn stem laat bepalen, lijkt 7 oktober het ijkpunt om te bepalen welke partijen zich pro-Israël tonen of juist tegen de Joodse staat keren. In breder opzicht bepaalt dit deels ook hoe partijen zich verhouden ten opzichte van het jodendom wereldwijd, de Joodse gemeenschap in Nederland en – steeds belangrijker – de strijd tegen het in de afgelopen maand geëxplodeerde antisemitisme in onze samenleving. 

De moties

Op 27 oktober ging de Kamer met verkiezingsreces. In de bijna drie weken daarvoor zijn er in de Tweede Kamer zo’n 25 moties ingediend die te maken hebben met Israël en/of antisemitisme. Een analyse van het stemgedrag van de Kamerfracties bij deze moties leert dat er zich ruwweg een vijftal coalities vormen wanneer deze moties in stemming worden gebracht. De eerste coalitie is die van de rabiate anti-Israëlpartijen Denk en Bij1. Deze twee brengen moties in stemming die zo radicaal zijn dat zij soms slechts vier stemmen vergaren: de drie Kamerleden van Denk – Stephan van Baarle, Tunahan Kuzu, Farid Azarkan – en Sylvana Simons van Bij1. 

7 oktober is hét ijkpunt om te bepalen welke partijen zich pro-Israël tonen of juist tegen de Joodse staat keren

Denkleider Van Baarle diende met Simons een motie in die ervoor pleitte een speciaal tribunaal op te richten ‘voor vervolging van oorlogsmisdaden gepleegd door het Israëlische regime’. Die motie ging zelfs de SP en de Partij voor de Dieren te ver. Opvallend, want wat betreft hun afkeer van de Joodse staat doen die twee partijen nauwelijks onder voor de islamisten van Denk en de ‘wat moet je ze eigenlijk noemen’-isten van Bij1. Deze vier partijen samen vormen de tweede coalitie: die is fel anti-Israëlisch en goed voor zo’n twintig stemmen in de Kamer. Deze coalitie wordt naast Van Baarle en Simons geleid door de buitenlandwoordvoerders van SP en PvdD, respectievelijk Jasper van Dijk en Christine Teunissen. Van Dijk kent u misschien nog van zijn vergelijking van de terroristen van Hamas met kwajongen Pietje Bell. Daar lijkt hij weinig van geleerd te hebben, ook niet na 7 oktober, want zijn houding is zo mogelijk nog feller anti-Israëlisch dan daarvoor. 

De vier linkse partijen stemden gezamenlijk voor een motie die opriep tot een wapenembargo tegen Israël en een andere (24 oktober) die pleitte voor opschorting van het EU-associatieverdrag met de Joodse staat. Twintig zetels is misschien niet veel, maar soms slagen Van Baarle van Denk en Van Dijk van de SP erin linkse Kamerleden mee te laten stemmen met hun anti-Israëlmoties. Een voorbeeld hiervan is de motie van 24 oktober van Jasper van Dijk, waarin wordt opgeroepen de druk op Israël te verhogen om te stoppen met militaire acties in Gaza. Deze werd mede ingediend door Laurens Dassen van Volt, dat daarmee D66 links heeft ingehaald en zich steeds feller als anti–Israëlpartij profileert. 

Frans Timmermans en Pieter Omtzigt in debat bij de RTL
Frans Timmermans (PvdA/GL) en Pieter Omtzigt (NSC) tegenover elkaar tijdens een van de verkiezingsdebatten bij de commerciële omroep

D66 stemde niet in met de motie, Volt uiteraard wel, maar het meest opvallend was toch wel de stem van PvdA/GL. De fusiepartij stemde mee met het voorstel, wat duidelijk in tegenspraak was met haar steun aan een eerdere motie op 12 oktober, ingediend door SGP’er Chris Stoffer en met ruime meerderheid aangenomen. Zo kort na 7 oktober wilden sociaaldemocraten en groenen blijkbaar nog niet tornen aan het Israëlische recht op zelfverdediging. 

Solidariteit

Dit zigzaggedrag van de PvdA/GL-fractie in de Kamer toont hoe partijleider Timmermans door de radicalere elementen in zijn partij is teruggefloten, na een aanvankelijk opvallend sterke veroordeling van het bloedbad van Hamas en steun voor de Joodse staat. Een nog opvallender voorbeeld van linkse steun aan extremistische Kamerleden is de motie van 12 oktober waarin wordt opgeroepen een Palestijnse staat te erkennen. Hiervoor stemden alle partijen links van het CDA. Dat zou op zich weinig opvallend zijn, de linkerhelft van de Kamer pleit al jaren voor zo’n erkenning, maar drie elementen maken de stemming opmerkelijk.

Ten eerste is daar de timing. Vijf dagen na het door Palestijnse terroristen aangerichte bloedbad in Zuid-Israël, wilden de 63 Kamerleden aan de linkerkant blijkbaar die aanslagen ‘belonen’ met erkenning van de Palestijnse staat. Ondanks de totale afwezigheid van een veroordeling van dat bloedbad door de leider van die protostaat, Mahmoud Abbas. Een opvallend gebaar dat in strijd lijkt met de met de mond beleden solidariteit met de Israëlische slachtoffers, die op dat moment nog te horen was.

De stemmingen onderstrepen hoe snel de steun voor de slachtoffers van het bloedbad is afgekalfd

Ten tweede is er de indiener van de motie: Stephan van Baarle van Denk. Die ontpopte zich onmiddellijk na de aanslag als een van de leiders van de pro-Hamasbeweging in ons land. Hij ageerde luidkeels tegen het voeren van de Israëlische vlag in Nederlandse steden en zijn retoriek overschreed de toch al zo vage lijn tussen antizionisme en Jodenhaat keer op keer. Blijkbaar was dat voor de progressieve partijen in ons parlement geen reden een cordon sanitaire om Van Baarle en Denk te leggen. Zij stemden vrolijk mee met de motie van een partij die op z’n minst naar antisemitisme riekt.

Etnische zuivering

Ten derde – en misschien wel het opmerkelijkst  – zijn er de bewoordingen van de motie. In de tekst wordt Israël zonder meer als ‘apartheidsstaat’ gekwalificeerd. Ook dit bleek geen reden voor 63 van de 150 Kamerleden terughoudendheid te betrachten. Deze beslissing voedde de kritiek op het CJO. Dat had minister van Financiën Sigrid Kaag van de meestemmende partij D66 uitgenodigd te spreken bij de Kristallnachtherdenking van 9 -november. De vraag hoe een ‘vriendin van de Joodse staat’ tegelijkertijd die staat van apartheid kan beschuldigen en met de erkenning van ‘Palestina’ inclusief heel Oost-Jeruzalem de facto kan oproepen tot de verdrijving van meer dan 600 duizend Israëlische burgers uit hun dorpen en steden op de Westelijke Jordaanoever, blijft onbeantwoord. 

Dit ging nog veel verder bij de stemming van een motie van JA21-leider Joost Eerdmans. Die stelde voor de dezer dagen zo vaak gehoorde slogan ‘From the river to the sea, Palestine will be free’ te veroordelen als een oproep tot geweld. Immers, zo redeneerde Eerdmans, we hebben op 7 oktober gezien hoe dit ‘vrije Palestina’ eruitziet: ‘Jodenvrij van de rivier tot de zee’. Waarmee het een oproep is tot op zijn minst etnische zuivering van de zeven miljoen in dat gebied levende Joden en in het ongunstigste geval een pleidooi voor een massamoord die qua schaal de Holocaust niet ontloopt. Gezien alle steunbetuigingen aan de slachtoffers van het racistische Hamas-geweld, mocht verwacht worden dat tenminste de centrumlinkse partijen Eerdmans zouden volgen in deze redenatie.

In de vergetelheid

Niets bleek minder waar. En weinig stemmingen onderstrepen duidelijker hoe snel de steun voor de slachtoffers van het bloedbad aan de grens met Gaza is afgekalfd. Wellicht had PvdA/GL ingestemd met Eerdmans’ motie als deze op 12 oktober in stemming was gebracht, op de 24e was daarvan geen sprake meer. Zo stemden alle partijen links van het CDA tegen de motie-Eerdmans. De enige partij rechts van de christendemocraten die zich bij hen voegde was het Forum voor Democratie van Thierry Baudet. Waarmee de derde coalitie in het stemgedrag is te ontwaren: D66, Volt, PvdA/GL, SP, PvdD, Denk en Bij1, soms aangevuld met het extreemrechtse FvD, vormen steeds vaker één blok bij stemmingen die Israël als onderwerp hebben. Het blok dat daartegenover staat: CDA, CU, SGP, VVD, JA21, BBB, PVV, de eenmansfractie van Pieter Omtzigt en soms FvD. 

Ruttes reactie zou in het kabinet tot spanningen tussen D66 en VVD hebben geleid

Wat we voor het gemak het ‘rechterblok’ kunnen noemen, heeft een meerderheid in de Kamer, zelfs als Baudet en de zijnen met links mee stemmen. Dat was bijvoorbeeld te zien bij de motie over ‘From the river tot he sea’, die met 80 stemmen voor werd aangenomen. Dankzij dit blok maakte de erkenning van Palestina – inclusief de verwijzing naar Israël als apartheidsstaat – geen kans. Hoewel D66, Volt en PvdA/GL lang niet altijd meestemmen met de steeds extremere moties van het viertal Van Baarle, Simons, Van Dijk en Teunissen, lijken zij dit naarmate de tijd verloopt en het bloedbad van 7 oktober meer in de vergetelheid dreigt te raken, wel steeds vaker te doen. Of dit overeenkomt met de retoriek die van de kopstukken van deze partijen is te vernemen, zullen wij hieronder in ogenschouw nemen. We doen dat ruwweg op volgorde van grootte in de peilingen en maken daarbij combinaties van partijen die ideologisch aan elkaar verwant zijn.

Tijdens een Kamerdebat over de oorlog tegen Hamas stak Sylvana Simons (Bij1) haar middelvinger op naar JA21-leider Joost Eerdmans

De reacties van de partijen

Nieuw Sociaal Contract

Het NSC van CDA-dissident Pieter Omtzigt lijkt als nieuwkomer en potentiële winnaar de grote onbekende als het gaat om de relatie met de Joodse gemeenschap en het beleid voor Israël. Partijleider Omtzigt zelf richt zich in de campagne vrijwel uitsluitend op binnenlandse onderwerpen, maar stemt in de Kamer bij moties over het conflict in Gaza vaak met het rechtse pro-Israëlische blok mee. Op sociale media zegt Omtzigt weinig over Gaza: op 7 oktober spreekt hij zijn afschuw uit over de terreurinvasie van Hamas en pleit hij voor het recht van de Joodse staat zich te verdedigen, later veroordeelt hij de ‘pogrom’ op de luchthaven van Machatsjkala in Dagestan. 

Omtzigts naaste adviseur Welmoed Vlieger is op X een stuk uitgesprokener, zowel over de Israëlische reactie – die zij verdedigt – als over het groeiende antisemitisme in Europa – dat zij fel aanvalt. Vlieger is niet verkiesbaar voor een Kamerzetel op 22 november. Wie dat wel is voor NSC, is Caspar Veldkamp. De voormalige ambassadeur in Tel Aviv staat op de vierde plaats voor Nieuw Sociaal Contract en lijkt al even pro-Israël in zijn sociale media-uitingen als Vlieger.

Ook verkiesbaar voor NSC, zij het op nummer 21 met iets minder zekerheid, is de voormalige CDA-fractievoorzitter in de Amsterdamse gemeenteraad Diederik Boomsma. Daar streed hij jarenlang tegen antisemitisme in de hoofdstad. Boomsma was aanwezig op de solidariteitsbijeenkomst in het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam-Buitenveldert op 8 oktober, de dag na het bloedbad in Zuid-Israël. 

VVD

De liberalen zijn sinds jaar en dag een betrouwbaar pro-Israëlische partij. Dat blijkt ook uit de ondubbelzinnige reacties van premier Mark Rutte direct na het bloedbad in Zuid-Israël. Die zouden zelfs binnen het demissionaire kabinet tot spanningen tussen D66- en VVD-bewindslieden hebben geleid, omdat met name vicepremier Kaag de stellingname voor Israël en tegen Hamas te zwart-wit zou vinden. 

Na het vertrek van specialist Han ten Broeke uit de VVD-fractie nam buitenlandwoordvoerder Ruben Brekelmans zijn rol over en sinds 7 oktober heeft hij zich ontpopt als hartstochtelijk verdediger van de Joodse staat. Datzelfde, maar dan op het gebied van de bestrijding van antisemitisme in onze eigen samenleving, kan gezegd worden van Ulysse Ellian, die de rol van Dilan Yesilgöz-Zegerius in de Tweede Kamer overnam toen zij minister van Justitie en Veiligheid werd. Daarmee is meteen de naam genoemd van de politica op wie de hoop is gevestigd van veel Joden en anderen die Israël een warm hart toedragen, na de verkiezingen. 

Yesilgöz verwarmde de harten van de Joodse gemeenschap bij de solidariteitsbijeenkomst in het JCC op 8 oktober met een fel en emotioneel betoog, waarbij zij zichtbaar tegen haar tranen vocht. Als minister van Justitie zet Yesilgöz haar strijd tegen antisemitisme voort met haar werk voor het strafbaar stellen van ontkenning of bagatellisering van de Holocaust. Op diezelfde bijeenkomst in het JCC was ook staatssecretaris Eric van der Burg aanwezig, vader van twee Joodse zoons. Als verantwoordelijke voor immigratie in het kabinet ligt Van der Burg vaak onder vuur van rechts, dat hem verwijt de asielstroom uit landen waar Jodenhaat de norm is, niet in te dammen. Dat zou een van de oorzaken van de explosieve groei van antisemitisme in ons land zijn. 

PvdA/GL

Als er een woord is dat de houding van de linkse fusiepartij omschrijft, is het ‘stuurloos’. Die begon nochtans met een ondubbelzinnige veroordeling van het bloedbad in de kibboetsen van Zuid-Israël door partijleider Frans Timmermans. “Afschuwelijk, deze terreur zaaiende verrassingsaanval van Hamas op Israël. Niets kan dit willekeurige geweld tegen Israël legitimeren …” De fractie stemde op 12 oktober mee met de motie van Chris Stoffer (SGP) die het recht op zelfverdediging van de Joodse staat bevestigt. Maar daar waren direct al de eerste ontevreden geluiden in de partij over te horen, vooral van GroenLinkse zijde. Ook was het moeilijk te begrijpen hoe een ‘voor’ bij Stoffers motie te rijmen was met een stem voor de ‘apartheidsstaat’-motie van Stephan van Baarle.

Timmermans leek de regie definitief kwijt toen de partij een week later liet weten spijt te hebben van de aanvankelijke steun aan Israël: “We hadden hier een andere keuze moeten maken,” liet de fractie weten. Daar was op 14 oktober al een tumultueus partijcongres aan voorafgegaan, waar Kamerlid en voormalig voorzitster van een aan de Moslimbroederschap gelieerde jeugdbeweging Kauthar Bouchallikht verklaarde niet langer kandidaat voor de partij te willen zijn. Op sociale media veroordeelde Timmermans de ‘volstrekt onaanvaardbare aanval’ op het Al Ahli-ziekenhuis in Gaza, die echter helemaal geen (Israëlische) aanval bleek te zijn. Toch staat zijn tweet hierover tot op de dag van vandaag op X. Helemaal onnavolgbaar werd het afgelopen weekeinde, toen Timmermans bij WNL op zondag ‘From te river to the sea’ volkomen ontoelaatbaar noemde, in tegenspraak met zijn fractie die op 12 oktober tegen de motie-Eerdmans hierover stemde. 

In de aanvallen op Israël is het nu vooral buitenlandwoordvoerster Kati Piri die het voortouw neemt, zoals bij haar kritiek op de Nederlandse stemonthouding bij een fel anti-Israëlische VN-resolutie. En Bouchallikht mag dan weg zijn, zij lijkt al een ideologische opvolgster te hebben in de verrassende nummer 2 van de PvdA/GL-lijst, de Tilburgse wethoudster Esmah Lahlah. Haar gedrag op X toont slechts anti-Israëlische boodschappen, gekoppeld aan een totale stilte over het bloedbad van 7 oktober. Nog opvallender is het gedrag van de twee PvdA-burgemeesters in de grote steden: Ahmed Aboutaleb (Rotterdam) en Sharon Dijksma (Utrecht), die steevast weigeren op te treden tegen antisemitische uitingen bij demonstraties – in Dijksma’s geval zelfs tegelijkertijd met de Kristallnachtherdenking waarbij zij aanwezig was. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de VVD-burgemeester van Den Haag, Jan van Zanen, het niet veel beter doet en dat de positieve uitzondering in de Randstad Femke Halsema (GroenLinks) is, die zich onomwonden blijft uitspreken tegen antisemitisme in haar stad. 

PVV en FvD

De Partij voor de Vrijheid is sinds jaar en dag een fel verdediger van de Joodse staat en het is weinig verrassend dat dit sinds 7 oktober niet anders is. Kamerleden Gidi Markuszower en Harm Beertema waren aanwezig in het JCC op 8 oktober en in de Tweede Kamer diende de PVV-fractie verschillende pro-Israëlische moties in op 12 oktober. Lijsttrekker Geert Wilders en buitenlandwoordvoerder Raymond de Roon vroegen de Kamer om steun bij het erkennen van Jeruzalem als hoofdstad van Israël en voor het uitwijzen van de diplomatieke vertegenwoordigster van de Palestijnse Autoriteit in ons land. 

Beide moties bleken kansloos en daar ligt het probleem met de PVV: men is er zo pro-Israël dat er in de praktijk weinig bereikt wordt. Toch lijkt het geëxplodeerde antisemitisme in de straten en de daaraan gepaarde angst voor islamisering de partij van Geert Wilders in de peilingen geen windeieren te leggen. Bij Maurice de Hond komt de PVV inmiddels op 21 zetels, nog maar drie minder dan de combinatie van PvdA en GroenLinks.

Hoezeer het Forum van Democratie inmiddels ideologisch van de PVV is verwijderd, bleek al uit de antisemitische retoriek van Thierry Baudet tijdens de coronacrisis. Daar is na 7 oktober weinig aan veranderd: fractielid Gideon van Meijeren opperde vorige week dat de Israëlische regering wist van de Hamasaanval op 7 oktober en deze bewust had laten plaatsvinden. Dat is misschien weinig verrassend voor een partij die enkel nog in complottheorieën denkt. 

Waar wel verandering te zien is, is in het stemgedrag van de fractie in de Tweede Kamer. De FvD heeft geen probleem met ‘From the river …’, veroordeelt ‘Israëlische misdaden tegen Palestijnse burgers’, stemde tegen de motie-Stoffer over het Israëlische recht op zelfverdediging (maar vreemd genoeg niet tegen Israëlische vergeldingsacties) en is samen met Bij1 de enige partij die geen onderzoek wil naar de rol van Iran in het Hamasbloedbad. Kortom, de lijn van FvD als het om Israël gaat is volkomen onvoorspelbaar. De rechts-extremisten rond Thierry Baudet en vooral de partijleider zelf lijken maar niet te kunnen beslissen aan welke bevolkingsgroep zij een grotere hekel hebben: moslims of Joden.

BBB en JA21

De twee rechtse partijen die in de peilingen het meest lijden onder de opkomst van Omtzigts NSC kunnen beide zonder meer als sterk pro-Israël omschreven worden. Dat blijkt uit hun stemgedrag: hierboven werd al de motie-Eerdmans genoemd en verder stemt JA21 in praktisch alle gevallen in het voordeel van Israël. Caroline van der Plas zit op vrijwel exact dezelfde lijn en beide partijen doen daarmee nauwelijks onder voor de Israëlliefde van de PVV. Wel is de retoriek van zowel JA21 als BBB wat minder anti-islamitisch dan die van de partij rond Geert Wilders. Daarom worden de partijen eerder als potentiële regeringsdeelnemers gezien dan de veel grotere PVV.

Caroline van der Plas was zondagavond 8 oktober aanwezig op de solidariteitsbijeenkomst voor Israël in Amsterdam-Buitenveldert. Dat niet alleen: ze had liefst vijf kandidaten voor het Kamerlidmaatschap bij zich, waarmee BBB verreweg de best vertegenwoordigde partij was. Een van hen was Nicki Pouw-Verweij, JA21-dissident die nu in de Kamer de fractie van BBB versterkt. Ook op sociale media staan de kopstukken van de twee partijen – Van der Plas en haar nummer twee Mona Keijzer voor BBB, Joost Eerdmans en Annabel Nanninga voor JA21 – vierkant achter Israël. Allen waarschuwen voortdurend voor de gevaren voor de Joodse gemeenschap in Nederland van de zich steeds antisemitischer uitende pro-Palestijnse demonstranten. Nanninga zette zich ook in de Amsterdamse gemeenteraad in tegen Jodenhaat.

D66 en Volt

Het stemgedrag van de twee sociaalliberale partijen is zeker niet in het voordeel van de Joodse staat. Tenzij dit in tegenspraak is met kabinetsbeleid, stemt D66 vrijwel altijd en Volt altijd mee met het linkse, Israël-kritische blok in de Kamer. Op sociale media behoort afscheidnemend buitenlandwoordvoerder Sjoerd Sjoerdsma (D66) tot een van de felle tegenstanders van de Joodse staat, waarbij aangemerkt moet worden dat hij zeker niet blind is voor de misdaden van Hamas. Sjoerdsma trekt vaak op met Kati Piri van de PvdA als het om het indienen van moties in de Kamer gaat. Deze moties zijn zelden in het belang van Israël, maar behoren ook weer niet tot de felste tegen de Joodse staat. Denk bijvoorbeeld aan het pleiten voor humanitaire of financiële hulp aan Gaza. Met het vertrek van Sjoerdsma en Sigrid Kaag, die zich in het kabinet vaak verzette tegen de in haar ogen te pro-Israëlische lijn van premier Rutte, is het moeilijk te voorspellen hoe de houding van D66 ten opzichte van de Joodse staat zich zal ontwikkelen. Fractievoorzitter Jan Paternotte was wel aanwezig bij de solidariteitsbijeenkomst op 8 oktober.

Volt lijkt als het om Israël gaat D66 links in te halen. Partijleider en lijsttrekker Laurens Dassen diende zelfs op 24 oktober een motie in samen met SP’er Jasper van Dijk – een van de felste anti-Israëlkamerleden – die Israël opriep ‘honger niet als wapen te gebruiken’ tegen de bevolking van Gaza. De motie maakte geen gewag van de misdaden van Hamas of het lot van de 240 gijzelaars in het gebied. Ook vond Dassen het ‘schandalig, schaamteloos, en triest’ dat Nederland zich van stemming onthield bij de anti-Israëlresolutie van de VN. Het Joodse Volt-gemeenteraadslid in Amsterdam, Itay Garmy, was als enige aanwezig op de bijeenkomst in het JCC, maar hij is geen landelijk politicus en komt niet voor op de kieslijst voor de Tweede Kamer. In dat opzicht was zijn positie vergelijkbaar met die van stadsdeelcommissielid in Amsterdam-Zuid Keren Hirsch, die als enige PvdA-politicus bij de solidariteitsbijeenkomst aanwezig was. 

SP en Partij van de Dieren

De twee linkse partijen zijn sinds jaar en dag na Denk en Bij1 de meest anti-Israëlische in de Tweede Kamer. Dat bleek ook al uit het NIW-onderzoek naar de verkiezingsprogramma’s bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2021. De twee linkse partijen stemden sinds 7 oktober steevast met het anti-Israëlblok mee en gingen daar vaak verder in dan PvdA/GL, D66 of Volt – zij het minder ver dan Denk en Bij1. Hierboven viel al enkele malen de naam van Jasper van Dijk (SP), berucht om zijn Pietje Bell-analogie met Hamas. Zijn X-tijdlijn leest als een gruwelroman over onophoudelijke Israëlische luchtaanvallen op burgers en de ‘Nederlandse medeplichtigheid’ daaraan. Die ‘oorlogsmisdaden’ lijken uit het niets te komen, want Hamas speelt nauwelijks een rol bij de strijd in Gaza als je Van Dijks tweets mag geloven. In dat opzicht past de SP-buitenlandwoordvoerder naadloos in het rijtje voorgangers op die post, van wie Sadet Karabulut en Harry van Bommel de bekendste zijn.

Het stemgedrag in de Kamer van de PvdD over het conflict in Gaza lijkt als twee druppels water op dat van de SP. Dat is weinig verwonderlijk wanneer wordt bedacht dat buitenlandwoordvoerster Christine Teunissen vaak hand in hand met Van Dijk optrekt. Ook zij besteedt op sociale media veel aandacht aan het lot van Palestijnen in de Gazaoorlog en nauwelijks aan de Israëlische slachtoffers van de Hamasterreur. Het is bijna vanzelfsprekend dat Van Dijk noch Teunissen (of andere vertegenwoordigers van hun partijen) op de solidariteitsavond in het JCC aanwezig waren.

CDA, CU en SGP

De christendemocraten hebben zich sinds 7 oktober opvallend vierkant achter de Joodse staat geschaard. Blijkbaar is de invloed van Dries van Agt en andere partijdinosauriërs die betrokken zijn bij BDS-lobbyclub The Rights Forum volledig verdwenen uit het CDA. De Kamerfractie stemde sinds 7 oktober in lijn met de traditioneel meer pro-Israëlische VVD. Woordvoerder Bart van de Brink zat op de tweede rij bij de solidariteitsbijeenkomst in Buitenveldert. Buitenlandspecialist Derk Boswijk toont zich op X een uitgesproken vriend van de Joodse staat. Opvallend is dat zijn partijgenoot in de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken Mustafa Amhaouch dat een stuk minder lijkt te zijn: hij spreekt over het ‘collectief straffen van de Palestijnse bevolking’ en het ‘frustreren van elke vorm van humanitaire hulp’, terwijl Israël die juist wel toelaat in Gaza. In dat licht is het opvallend dat Boswijk op plek 3 van de kieslijst zeker in de Kamer zal terugkeren, terwijl de naam van Amhaouch op die lijst niet voorkomt. Ook opvallend: op de 49e en laatste plaats bij het CDA komen we als lijstduwer rabbijn Lody van de Kamp tegen.

Naast CDA’er Van de Brink zat op 8 oktober in het JCC Don Ceder van de ChristenUnie, sinds jaar en dag voorvechter van het recht op zelfverdediging van de Joodse staat. De CU stemt in grote lijnen zoals het CDA en de VVD, maar voormalig partijleider en antisemitismebestrijder Gert-Jan Segers wordt node gemist in Den Haag. Hoewel, echt zorgen hoeft de Joodse gemeenschap zich in dat opzicht niet te maken, zijn opvolgster en lijsttrekster Mirjam Bikker toont zich op sociale media een uitgesproken tegenstandster van antisemitisme. Wel wordt de ChristenUnie vaak verweten in het huidige kabinet zo pro-immigratie te zijn geweest, dat de partij vooral in rechtse kringen medeverantwoordelijkheid voor het antisemitisme in de Nederlandse straten wordt aangerekend.

Dat laatste geldt natuurlijk niet voor de SGP. Naast de PVV mogen de staatkundig gereformeerden zich de meest pro-Israëlische partij van ons land noemen, al zullen sommige Joodse kiezers de religieuze motieven daarachter wantrouwen. De SGP was niet vertegenwoordigd bij de solidariteitsbijeenkomst. Het zij haar vergeven: 8 oktober viel op een zondag. 

Denk en Bij1

Ten slotte de twee meest rabiaat anti-Israëlische partijen: Denk en Bij1. Waarbij aangemerkt mag worden dat deze volgens elke gangbare definitie zonder meer als anti-Joods of antisemitisch beschreven mogen worden. Van Stephan van Baarles bezwaar tegen Israëlische vlaggen na het bloedbad van 7 oktober tot Sylvana Simons’ middelvinger in de Tweede Kamer tegen Joost Eerdmans toen die zich tegen ‘From the river tot the sea’ uitsprak. Die slogan is inmiddels de informele wapenspreuk van Bij1 geworden. Activisten van Bij1 projecteerden deze zelfs op het Mauritshuis in Den Haag, reden voor het CJO aangifte te doen.

Als u de overlap tussen antizionisme en Jodenhaat in actie wilt zien, hoeft u niet meer te doen dan op X de accounts van de leiders van Denk en Bij1 te volgen. Onder hun tweets is het vaak één grote antisemitische uitbarsting. We hebben hierboven al genoeg aandacht gegeven aan de moties van het duo Van Baarle-Simons en het is geen gewaagde voorspelling dat weinig lezers van het NIW hun stem aan een van deze twee partijen zal geven. 

Helaas, de rabiate retoriek van Denk en Bij1 leidt in de peilingen tot forse winst. Sinds 7 oktober is Denk gegroeid naar vier potentiële zetels in de Kamer (dat zijn er nu drie en waren er in eerdere peilingen slechts twee of zelfs maar één), terwijl Bij1 de ene zetel die het volgens diezelfde peilingen dreigde te verliezen, inmiddels weer toebedeeld krijgt. Wie durft nog te zeggen dat Jodenhaat electoraal windeieren legt?

Plaats opmerking