Opinie

Nationaal Loterijcomité

Frits Barend 18 mei 2021, 12:15
Nationaal Loterijcomité

Net als vorig jaar moest de Nationale Herdenking op de Dam dit jaar plaatsvinden zonder publiek. Als gevolg van corona was er ook beperkt toegang tot de bijeenkomst in de Nieuwe Kerk. Daar verving Roxane van Iperen de schrijver Abdelkader Benali, die begin dit jaar door voorzitter Gerdi Verbeet van het Nationale Comité 4 en 5 mei vol trots als spreker was aangekondigd. Die keuze leidde na onthullingen van Joods-onvriendelijke uitspraken van de beoogde spreker tot veel onrust in Joods Nederland en daarbuiten. Daardoor ontstond een kort doch heftig dispuut over een gebeurtenis die juist moet uitblinken in sereniteit en rust en nooit aanleiding zou mogen geven tot discussie.

Na haar blunder zei Verbeet dat ze graag van tevoren had geweten van de uitspraken van Benali, waarmee zij aangaf dat een voormalig voorzitter van de Tweede Kamer geen huiswerk doet voor het nemen van een publieke beslissing. Onlangs concludeerde zij in de NRC nog: “Ik besef nog meer hoe belangrijk zorgvuldigheid is,” alsof zorgvuldigheid niet een eerste vereiste is bij elke publieke beslissing. Het verbaast de lezer dan ook niet dat Verbeet in dat artikel ‘de kwestie niet als een dieptepunt beschouwt’.

Uitsluiting
Dus begon ze rond 4 mei – alsof er niet heel veel pijn was geleden – aan een heuse triomftocht langs alle talkshows en in kranten, waarin ze zeer tevreden vooruitblikte en terugkeek op het verloop van de herdenking. En ach, dat zij weer vooraan naast de koning de Dam op liep en directbetrokkenen zoals de enkele Joodse overlevenden dit jaar geen uitnodiging ontvingen voor 4 en 5 mei, was een geval van jammer maar helaas, een soort bedrijfsongeval. Ik stuur ze wel een brief, moet Verbeet hebben gedacht.

Vele vaste genodigden van de dodenherdenking ontvingen begin maart een brief waarin hun werd meegedeeld dat ze dit jaar konden worden uitgeloot voor het bijwonen van de plechtigheid, gevolgd door de definitieve uitsluiting in een brief van 20 april, zoals aan de ‘Geachte heer/mevrouw drs. Musaph-Andriesse’: “In maart informeerden we u over de Nationale Herdenking die op 4 mei in verband met de coronamaatregelen alleen in gewijzigde vorm doorgang kan vinden. Inmiddels is bekend geworden dat het is toegestaan een beperkt aantal personen een plaats te geven. Naast de kransleggers, sprekers en muzikanten kunnen we daarmee alleen een plek aanbieden aan één vertegenwoordiger per organisatie van de verschillende groepen oorlogsgetroffenen, en nabestaanden. Dit betekent dat u dit jaar helaas geen uitnodiging ontvangt voor de Nationale Herdenking. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei betreurt dit zeer en hoopt dat het volgend jaar weer mogelijk is iedereen in de gelegenheid te stellen de Nationale Herdenking bij te wonen. Het 4 en 5 mei-lezingenboekje willen we graag naar u toesturen. We wensen u een waardige 4 en 5 mei. Met vriendelijke groet, Gerdi A. Verbeet, voorzitter Nationaal Comité 4 en 5 mei.”

Doorgedreven
De afgewezen Rosetta Musaph-Andriesse was dertien toen de oorlog uitbrak. Ze overleefde Bergen Belsen, keerde op haar achttiende berooid terug in Nederland en groeide na de oorlog uit tot een van de Joodse overlevenden die het als haar plicht zag en ziet het verhaal van de Holocaust door te vertellen. Ze nam meer dan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid, was jarenlang voorzitter van het Joods Historisch Museum, bestuurslid van de Stichting Anne Frank en nota bene jarenlang bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

De inmiddels 93-jarige ‘Ted’ schreef in een brief aan haar vriendin en jarenlang voorzitter van het Nationaal Comité Pauline Kruseman ‘dat het nationaal comité de nationale loterij is geworden en toch echt een beetje de weg kwijt is’. Ze zag al voor zich ‘hoe die anderhalve overlevende die er nog bij wil zijn, wordt uitgeloot omdat iemand die nauwelijks iets betekent toevallig inloot. De gekkigheid bij het Comité is wel heel ver doorgedreven.’ Vervolgens richtte ze zich tot voorzitter Verbeet van het Nationale Comité persoonlijk in haar antwoord op 20 april: “Beste Gerdi, ik was al ingeloot voor twee jaar Bergen-Belsen, dus ik vind het alleszins redelijk dat ik nu uitgeloot ben. Ik betreur de gang van zaken bij het Nationaal Comité waar ik zeven jaar in het bestuur heb gezeten ten zeerste. Vriendelijke groet, Rosetta Musaph Andriesse.”

Musaph schreef ook nog dat het bestuur van ons aller 4 en 5 mei Comité zich diep moet schamen. Het zal de lezers van het NIW duidelijk zijn dat Gerdi Verbeet zo druk was met de festiviteiten rond 4 en 5 mei dat ze Ted Musaph nog niet heeft kunnen antwoorden.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (1)
Antoine Berben 14 juni 2021, 21:00
Lees deze column nu pas, maar vind wat u hier beschrijft zonder meer bij de beesten af en niet alleen getuigen van een meer dan verschrikkelijk gebrek aan kennis maar ook van het inmiddels geheel ontstegen zijn aan de realiteit van ons bestaan hier, die - nu eenmaal - ook zeer door het verleden pleegt te worden bepaald. Weg met Gerrie Verbeet van dit pluche!
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *