Op zoek naar de horens
Achtergrond

Op zoek naar de horens

Het is een goed bewaard geheim dat aan het einde van de twaalfde eeuw in Galilea een van de belangrijkste veldslagen uit de geschiedenis werd uitgevochten. Het NIW ging op zoek naar de ‘Horens van Hattin’, waar in 1187 de toekomst van het Midden-Oosten gevormd zou worden.

Redactie 14 augustus 2023, 06:00
Op zoek naar de horens

Toegegeven, sinds het bestaan van Google Maps is de term ‘zoektocht’ nogal relatief. Toch is het opvallend hoe lastig vindbaar de locatie van een van de beslissende veldslagen in de geschiedenis van het Midden-Oosten is. Vanuit Zefat rijden hoofdredacteur Esther Voet en ik zuidwaarts door Galilea, om bij de Golanikruising snelweg 65 te verlaten en naar Tiberias af te buigen. Volgens de gps moet de uitgedoofde vulkaan waarvan de kraterrand de ‘Horens van Hattin’ vormen ergens links van de weg liggen, maar er zijn nogal wat heuvels die aan de omschrijving voldoen: twee piekjes met een ‘zadel’ ertussen. 

We slaan af van de grote weg, de 77, en rijden de kibboets Lavi binnen. Wij zijn in Israël om een serie te maken over het kibboetsleven anno 2023, maar vandaag ligt Lavi slechts op ‘de weg naar’. Aan de noordkant rijden we het dorpje weer uit, langs de landbouwvoertuigen en opslagloodsen die de periferie van elke Israëlische kibboets sieren. Het asfalt houdt ermee op, dus sturen we de gehuurde Hyundai Accent over een onverharde weg door de velden net ten noorden van Lavi. Nou ja, velden … veel meer dan een glooiende rotsachtige woestenij biedt het landschap niet. Dan, na een bocht naar rechts, is er geen twijfel mogelijk. Daar liggen, blakend in de zon en veertig graden in de schaduw, de Horens van Hattin. 

Stevig robbertje

Het is 1187. In de kruisvaardersrijkjes van het Heilige Land woedt een hevige machtsstrijd sinds de dood van ‘leprozenkoning’ Boudewijn IV van Jeruzalem. De pragmatische factie wordt geleid door graaf Raymond van Tripoli, maar het zijn de haviken die de overhand hebben, geleid door Guy van Lusignan. Deze Frankische edelman is getrouwd met Boudewijns zuster Sibylla en kan rekenen op de steun van de ridderorde der Tempeliers. De ridders zijn altijd in voor een stevig robbertje knokken met de moslims, die zijn verenigd onder het bewind van de nieuwe, van oorsprong Koerdische sultan van Egypte en Syrië: Salah ad-Din Yoesoef bin Ayoeb, in de westerse wereld bekend als Saladin. 

Jeruzalem en Saladin hebben een wapenstilstand gesloten, maar een van Guys minder scrupuleuze vazallen, Reinoud van Châtillon, lapt deze aan zijn laars en valt een karavaan aan met pelgrims op weg naar de hadj in Mekka. Het is een casus belli voor Saladin, die zweert Reinoud hoogstpersoonlijk te zullen executeren. Als de sultan een enorm leger vergaart en de stad Tiberias belegert, komen de kruisvaarders in actie. Ondanks de tegenwerpingen van Raymond, wiens vrouw nota bene vastzit in Tiberias, verzamelt koning Guy twintigduizend ridders, onder meer uit de gevreesde Orde van de Tempeliers , voetvolk en boogschutters, en trekt naar het noorden voor een strafexpeditie tegen Saladin. De kruisvaarders dragen het belangrijkste relikwie uit de christelijke wereld, het ‘ware kruis’ waaraan Jezus opgehangen zou zijn, mee in de voorhoede. Wat kan er mis gaan?

Vergezicht over de velden van Galilea waar in 1187 de Slag bij Hattin plaatsvond. De rietpluimen verraden de aanwezigheid van water op de uitgedoofde vulkaan

Alles, want ondanks hun ontegenzeggelijke moed en gevechtskracht, blinken de kruisridders niet uit in tactisch benul. Opnieuw onder protest van Raymond verlaten de christenen in de eerste dagen van juli 1187 hun goed verdedigbare legerkamp net buiten Nazareth om de confrontatie met het bijna tweemaal zo grote moslimleger te zoeken. Maar één ding zijn de kruisvaarders vergeten: water. Als duidelijk wordt dat het leger niet in een dag Tiberias zal bereiken, gaan de christenen op zoek naar Hattin, waar de enige bronnen in de omgeving liggen. Maar er is een probleem: Saladin heeft zijn leger opgesteld tussen de kruisvaarders en de Horens met diezelfde naam.

Rietpluimen

Als wij aan de voet van de Horens uit de koelte van onze huurauto met airco stappen, begrijpen we onmiddellijk het belang van water. Na twintig, dertig stappen schreeuwen onze kelen naar vocht in 40 graden hitte. En wij dragen geen tientallen kilo’s zware wapenrusting, zwaarden en helmen. Als we de westelijke horen beklimmen, blijkt dat de heuvel inderdaad wordt gevormd door een krater in het midden. Het gesteente is gestolde lava. Maar het opvallendst is dat er op deze hoogte in de brandende zon rietpluimen groeien: het bewijs dat er inderdaad water moet zijn bovenop de horens. Bevredigd in de wetenschap dat de geschiedschrijving overeenkomt met de werkelijkheid, klimmen wij weer naar beneden.

Wij begrijpen onmiddellijk het belang van water

De ochtend van 4 juli 1187 worden de kruisvaarders letterlijk gek van de dorst. ’s Nachts heeft Saladin zijn troepen, die het christelijke bivak omsingeld hebben, opdracht gegeven grote vuren aan te steken en met hun paarden stofwolken op te drijven. Alles om de dorst van de kruisridders te verergeren. De ridders bestormen in ongeregelde groepen het moslimleger – alles om bij het water te komen, van een georganiseerde militaire operatie is allang geen sprake meer. Telkens als de islamitische linies terugwijken, is het Saladin zelf die zijn mannen tot moed en weerstand oproept, schrijft de bij de slag aanwezige historicus Ibn al-Athir. 

De Slag bij Hattin, illustratie uit het 13e-eeuwse manuscript Chronica Majora van de Engelse benedictijn Matthew Paris

Losgeld

Als de kruisvaarders geen krachten meer over hebben, gaan de moslims in de tegenaanval. De christenen vechten met de moed der wanhoop en geïnspireerd door het ‘ware kruis’, maar dat mag niet baten. Duizenden sneuvelen, de hoofdmacht wordt gevangengenomen, Saladin triomfeert. Koning Guy en Reinoud van Châtillon worden als gevangenen voor de sultan gebracht. Guy vreest voor zijn leven, maar Saladin zegt: “Een koning doodt geen koning.” Dan rijkt de sultan hem een beker water, in de Arabische cultuur een teken dat hij gespaard zal worden. Guy weet dit niet en geeft het water door aan zijn strijdmakker Reinoud. Woedend slaat Saladin de beker uit zijn handen en met één slag van zijn zwaard hakt hij het hoofd van de Frankische roverhoofdman af. 

‘Een koning doodt geen koning’, zegt Saladin

Althans, dat is de versie in Ridley Scotts film­epos Kingdom of heaven. Waarschijnlijker is dat de lijfwachten zich op Reinoud stortten en hem onthoofden. Hoe dan ook, het is het begin van het einde voor de christenen in het Heilige Land. Hoewel Guy al na een paar maanden en tegen betaling van een enorm losgeld wordt vrijgelaten, valt de ene na de andere christelijke stad. Op 2 oktober 1187 geeft Jeruzalem zich over aan de moslims. De stad zal tot eind 1917, wanneer het Britse leger de Ottomanen verdrijft, in islamitische handen blijven. 

Drie liter water

De consequenties van de slag bij de Horens van Hattin zijn enorm. Het ‘ware kruis’ werd ondersteboven op een paard gebonden en naar Damascus gestuurd, waar het niet veel later spoorloos verdween. Het nieuws van de christelijke nederlaag zou geleid hebben tot de dood van paus Urbanus III, die bezweek aan een hartaanval. Het eerste wat zijn opvolger Gregorius VIII doet, is oproepen tot een kruistocht, de derde. Hoewel deze behoorlijk succesvol is dankzij de deelname van de Britse koning Richard Leeuwenhart, de Duitse keizer Frederik Barbarossa en de Franse monarch Filip Augustus, worden met de val van Akko een eeuw later de laatste kruisvaarders uit het Heilige Land verjaagd. 

In onze koele Hyundai rijden wij naar Tiberias over de onverharde weg tussen de met stenen bezaaide velden, waar koeien wanhopig het beetje schaduw opzoeken van een enkele boom. Dan, aan de voet van de oostelijke horen vinden we eindelijk een verwijzing naar de slag die zo cruciaal zou blijken voor de geschiedenis van het Midden-Oosten. Op een bord wordt in het Hebreeuws, Arabisch en Engels een regeltje besteed aan de dramatische gebeurtenissen in de zomer van 1187. Verder worden er vooral ge- en verboden opgesomd. ‘Ga niet naar de rand van de klippen en beklim ze niet,’ daar hebben we ons alvast niet aan gehouden. Eén advies lijkt met terugwerkende kracht voor de kruisridders bedoeld: draag drie liter water per dag mee. En het laatste zou zelfs direct aan Guy de Lusignan, de laatste koning van Jeruzalem, gericht kunnen zijn: ‘Bezoeken strikt op eigen risico.’

Plaats opmerking