Dossiers

Sporen van een onverwacht verleden

Op slechts een paar uur van de Nederlandse grens, in het Westfaalse Blomberg, trof NIW-redacteur Bart Schut sporen van een Joods verleden, die hij in de jaren dat hij er woonde nooit had gezien.

Bart Schut 24 maart 2021, 10:00
Sporen van een onverwacht verleden

Dit artikel verscheen eerder in NIW 01, 5779/ 2018. Foto hierboven: Bart Schut.

Blomberg. Groene glooiende heuvels afgewisseld met goudkleurige korenvelden. Kastelen, versterkte boerderijen, idyllische straatjes met vakwerkhuizen… als het in Nederland lag zou het een soort Disneyland zijn. Maar een paar uur over de grens heerst totale rust. Het Duitse golvende platteland kent geen toeristen, geen idee waarom niet. Hier ben ik geboren en deels getogen. Tienduizenden Nederlanders woonden in de decennia van de Koude Oorlog in Blomberg toen de Koninklijke Luchtmacht er haar basis van de 3e Groep Geleide Wapens had. In de eerste linie achter het IJzeren Gordijn, klaar voor de Russen die nooit kwamen. Het voordeel van in het buitenland geboren zijn is dat elke sentimental journey ook meteen een vakantie wordt. 

Iets waar je als kind niet bij stilstaat: het stadje Blomberg, in het gebied Lippe, Noordrijn-Westfalen, is niet geraakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik heb het opgezocht, de Amerikanen namen Blomberg zonder slag of stoot in op 5 april 1945; de lokale SS’ers waren gevlucht voor de 83. Infanteriedivisie van de US Army, en de Wehrmacht had allang geen vechtlust meer. Maar wie SS zegt, zegt natuurlijk automatisch ook iets anders. De laatste keer dat ik in mijn geboortestad was, schreef ik nog niet voor het NIW, ik kon een matse nog niet van een mezoeza onderscheiden en had geen idee van het verschil tussen de PC en de CC van het NIK. (Eerlijk gezegd, dat heb ik nog steeds niet.) Dat laatste bezoek was tijdens de koudste winter van deze eeuw, nu ben ik er in de heetste zomer.

Sprookje
In die hitte daal ik van het op het hoogste stukje Blomberg gelegen Burghotel, in het kasteel uit de dertiende eeuw, af in de richting van de vijftiende-eeuwse Niederntor-poort. Als ik op de bonnefooi een straatje, genaamd Im Siebenbürgen in sla, zie ik een bordje op de gevel van een huis geschroefd. Half geïnteresseerd lees ik wat er op geschreven staat. Mijn verrassing had niet groter kunnen zijn. De afgelopen jaren heb ik meer synagogen gezien dan ik mij kan herinneren, maar nog nooit eentje als deze: het vakwerkhuisje waarvoor ik sta lijkt zo uit een sprookje van de gebroeders Grimm te komen. 

De voormalige synagoge Im Siebenbürgen. Foto: Bart Schut

“Voormalige synagoge van de Joodse gemeente, gebouwd in 1808. In 1994 verbouwd tot stadsarchief.” Het huis zit potdicht, zoals zo’n beetje alles in het slaperige stadje in augustus. Maar mijn interesse is gewekt en terug in het hotel kruip ik achter de laptop. De synagoge werd al sinds 1917 niet meer als zodanig gebruikt, leer ik, was daarom in de vergetelheid geraakt en zo gespaard tijdens de vernielzucht van de Reichskristallnacht. In 1983 werd zij ‘herontdekt’ en gerestaureerd, voordat het stadarchief erin werd gevestigd. Een regionale journalist, ene Rouven Theiss, heeft het allemaal uitgezocht: de misschien onopvallende maar uiteindelijk zo tragische geschiedenis van de Joden in mijn geboorteplaats. 

Patriot
In de zestiende eeuw kwamen de eerste Joden naar Lippe, maar zoals overal in Europa begon al gauw het wrede spel van vestiging, verdrijving en uitnodiging terug te keren. Afhankelijk van wie de regionale heer was. En van zijn financiële omstandigheden. Pas in 1871, het jaar van de Duitse eenwording, kregen de Joden ook in Blomberg gelijke rechten. Dik een decennium daarvoor was de eerste Synagogengemeinschaft in het stadje gesticht. In 1864 kreeg een zekere Moses Abraham Weinberg als eerste Jood in Blomberg burgerrechten. De kille groeide tot vijftig leden (op 2500 inwoners) aan het einde van de negentiende eeuw. Vanaf die tijd hoorden de Königheims tot de bovenlaag in de stad. Die familie verdiende haar fortuin met een slachthuis en in de veehandel. Gustav Königheim was lid van de vrijwillige brandweer en van het Schützenbattaillon, een soort paramilitaire burgerwacht. 

Gustav Königheim. Foto: Stadtarchiv Blomberg

Gustav was een Duitse patriot en trok enthousiast de Eerste Wereldoorlog in. Daar onderscheidde hij zich door zijn moed en verdiende het IJzeren Kruis en het erekruis voor frontsoldaten. Zijn broer Julius sneuvelde in Frankrijk in 1918, kan het Duitser? Maar toen Gustav naar huis terugkeerde aan het einde van de oorlog, veranderde Duitsland snel en Blomberg was geen uitzondering. De houding van de bewoners tegenover hun Joodse buren sloeg om. In 1933 namen de nazi’s de macht over en de consequenties voor de Joden waren ook in Blomberg onmiddellijk te voelen. Op dat moment woonden er alleen nog de familie Königheim en de bejaarde Emma Lipper. De anderen hadden de bui zien aankomen en waren lang en breed vertrokken.

In juli 1933 doken op een nacht leden van de SA op bij het huis van Gustav Königheim. We weten niet wat zij riepen of waarmee zij dreigden; zal het iets anders zijn geweest dan in honderden andere Duitse steden en dorpen? Maar Gustav was een burger van stand en een oorlogsheld, dus riep hij de politiewachtmeester te hulp. Helaas, deze koos eieren voor zijn geld of misschien kwam zijn ware aard wel boven toen hij niet de nazi’s maar Gustav zelf arresteerde. Vanaf dat moment werd de familie steeds meer gemeden door de Blombergers, schrijft Rouven Theiss, in augustus 1935 liet de burgemeester een bord met Joden zijn hier niet gewenst aan de historische Niederntor-poort ophangen.

Gedeporteerd
De Königsheims begrepen op tijd in welke richting de Duitse samenleving zich bewoog en gelukkig emigreerde de familie in 1937 naar Argentinië, de oude Emma Lipper als laatste Jood in Blomberg achterlatend. Wie kan zich voorstellen hoe zij, moederziel alleen nadat haar vrienden waren vertrokken en haar buren haar de rug toe hadden gekeerd, haar laatste jaren sleet? In 1940 werd zij verplicht opgenomen in een Joods bejaardentehuis in Unna, zo’n honderd kilometer ten westen van Blomberg. Ook daar was Emma geen rust gegund, in 1942 werd zijn naar concentratiekamp Theresienstadt in het bezette Tsjechoslowakije gedeporteerd en vandaar op doodstransport naar Minsk gezet.

De burgemeester reageerde verheugd op dit nieuws: “Daarmee zijn er geen Blombergse Joden meer,” zou hij gezegd hebben. Het lot van Königheims en Emma Lipper voltrok zich in duizenden dorpen en steden op het Duitse platteland. Bij beelden van de Kristallnacht denken we aan de grote steden – Keulen, Hamburg, München, Berlijn – maar vaak worden de Joden in de dorpen en kleine steden van Duitsland vergeten. Terwijl hun isolement waarschijnlijk groter was dan in de kehillot van de grote steden. 

Villawijk
Het is niet gemakkelijk de sporen van Joods Blomberg nu, 75 jaar na de Shoa, terug te vinden. Maar mijn geboortestad heeft ze niet helemaal uitgewist. In de voormalige synagoge hangen plaquettes voor de familie Königheim en voor Emma Lipper, de enige Blombergse Jodin die werd vermoord door de nazi’s. Op de Hamburger Berg, een groene villawijk waar tot begin jaren negentig Nederlandse luchtmachtofficieren en hun families woonden, vind ik na enig navragen bij de bezoekers van een christelijk kerkhof de piepkleine Joodse begraafplaats. In een klein plantsoen, onder hoge beukenbomen en door struikgewas aan het gezicht onttrokken, maar keurig onderhouden.

Rieke en Markus Königheim. Foto: Stadtarchiv Blomberg

De Hebreeuwse opschriften kan ik niet lezen, maar mijn Duits is nog goed genoeg om te ontcijferen dat in het grootste, meest opvallende graf Rieke en Markus Königheim, de ouders van Gustav liggen. En staat daar niet ook ‘Lipper’ op een van de stenen? Was het Emma’s man, haar vader of haar moeder, een ander familielid? Voor de zekerheid leg ik er een kiezel op, want al is het niet haar graf, Emma Lipper verdient het herinnerd te worden. Damit wir nicht vergessen.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *