Dossiers

Steengoeie vakbond

Dit najaar is het 125 jaar geleden dat Henri Polak en Jan van Zutphen de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB) oprichtten, de eerste professionele vakbond met een bezoldigd bestuur. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Nederlandse arbeidersbeweging.

Karen de Jager en Asjer Waterman 12 oktober 2020, 10:00
Steengoeie vakbond

De Bond bestaat niet meer, maar de winst die zij voor hun leden binnenhaalde wel: de achturige werkdag, doorbetaalde vakanties, uitkeringen bij ziekte, zwangerschap en staking, en de mogelijkheid tot pensioen. Allemaal arbeidsvoorwaarden die tot nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend leken, maar die onder druk van neoliberale politiek, marktwerking, technologische ontwikkelingen en de ontwikkelingen van nieuwe vormen van ondernemerschap aan verandering toe lijken te zijn. Denk bijvoorbeeld aan de gig-economie – vast werk wordt oproepwerk – en het groeiend aantal zzp’ers, vaak slecht betaald en onverzekerd. Staan we aan de vooravond van een vergelijkbare revolutie als de arbeidersbeweging eind negentiende eeuw, toen industrialisatie de organisatie van arbeid drastisch veranderde? Wat kan de vakbeweging van nu leren van Henri Polak en Jan van Zutphen? 

Moderne kenmerken
Als gevolg van de industriële revolutie rond 1850 ontstonden grote werkplaatsen en fabrieken. De werkomstandigheden waren slecht. Arbeiders maakten lange dagen tegen lage lonen. Vanuit het idee elkaar te steunen in moeilijke tijden – zoals bij ziekte of werkloosheid – kwamen verschillende plaatselijke verenigingen op. Ook in Nederland, zoals de vereniging voor drukkersknechten Door Eendragt t’ Zaam Verbonden in 1837. De eerste landelijke vakbond, de Algemene Nederlandse Typografen Bond, volgde in 1866. Naast steun in geval van nood stimuleerden deze ‘bonden’ een groeiende solidariteit onder arbeiders en geloof in de kracht van gezamenlijk optrekken. Verder hadden deze organisaties weinig weg van de vakbonden zoals we die nu kennen.

Staan we ook nu aan de vooravond van een revolutie? Wat kunnen we leren van de oude ANDB?

Tot in 1894 de ANDB, de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond, het licht zag. Het was de eerste vakbond met moderne kenmerken, zoals een bezoldigd bestuur, stakingskassen, contributies, scholing van leden en een eigen blad. Na lang lobbyen door Henri Polak volgde in 1906 het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), met Polak zelf als voorzitter. In 1909 ontstond de christelijke tegenhanger, het CNV. In 1925 richtten de katholieken het Rooms-Katholiek Werkliedenverbond (RKWV) op, dat in 1976 – als gevolg van ontzuiling – met de NVV fuseerde tot de huidige Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV).

Glorietijd
“Slagen wij, dan hebben wij niet alleen onzen levensstandaard verhoogd, doch ook de fundamenten gelegd voor een vakorganisatie, die sterk en machtig zal worden, als geen tweede in Nederland,” schrijft Henri Polak in het voorwoord van het blad De Diamantbewerker, een speciale editie die de ochtend na de wilde staking van 7 november 1894 aan duizenden verzamelde diamantbewerkers wordt uitgedeeld.

Op 5 november hebben twintig slijpers in De Drie Fontijne aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht het werk neergelegd als protest tegen de almaar dalende lonen. De stakers gaan de andere fabrieken langs en halen hun collega’s over mee te doen. Intussen trommelt ook het snel in het leven geroepen stakingscomité nog meer deelnemers op.

De staking duurt vier dagen. Dan gaan de onderling verdeelde werkgevers akkoord met de eisen voor minimumlonen van het stakingscomité. Na dit succes wordt op 18 november de ANDB opgericht. Zeventig procent van de diamantbewerkers sluit zich bij de bond aan. Het ledenbestand is hoofdzakelijk Joods, dertig procent bestaat uit niet-Joodse leden.

De in 1881 opgerichte Sociaal-Democratische Bond (SDB) van Domela Nieuwenhuis roept bij de 1 meiviering in 1892 al op tot een achturige werkdag.

Polaks voorspelling komt uit: de ANDB wordt de eerste professionele en grootste vakbond in Nederland en beleeft zijn glorietijd in de periode tot de Eerste Wereldoorlog, ook de bloeitijd van de diamantindustrie in Amsterdam. De ANDB is de blauwdruk voor de moderne vakbond. Henri Polak is de aanjager van de oprichting van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen, de voorloper van de FNV. 

Strakke organisatie
In 1898 is de ANBD met achtduizend leden de grootste bond in Nederland. Henri Polak is vanaf het begin voorzitter en in 1898 wordt Jan van Zutphen bondssecretaris. “Juist de combinatie van de wat afstandelijke en groot denkende Polak en de hartelijke en benaderbare ‘ome’ Jan van Zutphen is een van de sleutels van het succes van de ANDB,” zegt Karin Hofmeester, senior onderzoeker aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en projectleider van het jubileum van de ANDB. Want binnen ‘het vak’ heerst ook grote verdeeldheid: tussen de verschillende vakgroepen, tussen Joods en niet-Joods, tussen liberalen, socialisten en marxisten. Gezamenlijk optrekken was lang geen vanzelfsprekendheid. De strakke organisatie van de vakbond viel ook niet altijd in goede aarde. Een heikel punt was bijvoorbeeld de beperking van het aantal leerlingen in ‘het vak’. Leerlingen werden vaak door familie opgeleid en door hun aantal bedierven ze de arbeidsmarkt en drukten de lonen.

Contributie
“Geen enkele andere vakbond bezat zo’n efficiënte administratie als de ANDB,” schrijft historicus Salvador Bloemgarten in een artikel in NRC, honderd jaar na de oprichting van de ANDB. “Als eerste arbeidersorganisatie maakte de Bond bij het bepalen van haar koers gebruik van statistische gegevens.”

Joseph Swaap wordt in 1877 als leerling toegelaten tot de Diamantslijpers Vereeniging. Hij leert het vak onder supervisie van een volleerd slijper. Na twee jaar mag hij zelfstandig werken.

Er waren de zogenaamde bondsfabrieken waar je alleen kon werken als je lid was van de Bond. Contributie was verplicht (tien procent van het loon) en werd afgedwongen op straffe van uitsluiting van werk. Tegelijkertijd was juist die contributie een van de pijlers van de organisatie. Die zorgde voor een volle stakingskas, voor de middelen om diverse uitkeringen te bekostigen, voor de uitgave van het bondsblad Weekblad van de ANDB en voor de betaling van de zes bestuursleden. Het ging de bond voor de wind. In 1899 kon worden begonnen met de bouw van het bondsgebouw De Burcht, ontworpen door de toen nog redelijk onbekende architect Hendrik Berlage. Het gebouw in Amsterdam ligt aan wat nu de Henri Polaklaan heet, en herbergt het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging.

Het doel van de ANDB was tweeledig. Diamantbewerkers moesten welvarender worden. Maar Polak, die zelf alleen lagere school had en in zijn tijd in Londen kennis had gemaakt met de werken van Marx en Engels, wilde hen ook naar socialistisch ideaal verheffen tot klassen bewuste socialisten met belangstelling voor kunst en wetenschap. Zo werd in het weekblad ruimte gemaakt voor culturele artikelen en werden leden opgeroepen het Tingel Tangel-theater te verruilen voor het Concertgebouw. De Burcht had een eigen bibliotheek. Er werden lezingen, cursussen en excursies georganiseerd. Maar voor verheffing moest je wel tijd hebben. 

De Bond organiseerde cursussen en excursies. Maar voor verheffing moest je wel tijd hebben

Jaloezie
Andere bonden keken met jaloezie naar de successen van de Bond, die telkens overeind wist te blijven in de strijd met werkgevers. Die eerder, in 1904, zijn kerndoelen binnenhaalde en daarop voortborduurde: een negenurige werkdag, een goed minimumtarief, een fatsoenlijke lunchtijd, beperking van het aantal leerlingen. Karin Hofmeester: “Dankzij zijn professionaliteit, de kennis van het vak en de ruime financiële middelen, had de Bond een machtspositie verworven waar werkgevers niet omheen konden. Grote stakingen werden minder nodig, onderhandelingen waren genoeg om afspraken af te dwingen.” De kiem van het poldermodel was gelegd.

1911 volgens de nieuwe arbeidswet voor sommige arbeiders een werkdag van tien uur mogelijk werd, wist de ANDB in dat jaar de achturige werkdag uit te onderhandelen. Dat succes werd groots gevierd. De drie grootste concertzalen van Amsterdam – het Concertgebouw, Artis en het Paleis voor Volksvlijt – werden voor twee opeenvolgende avonden afgehuurd om de duizenden arbeiders de kans te geven de viering bij te wonen. De aanwezigen waren extatisch, de sprekers werden door hen met luid gejuich en applaus begeleid. Een jaar eerder (1910) wist de Bond een week vakantie te bedingen, toen nog onbetaald, maar toch. Negen uur was mooi, maar beter was: acht uur werken, acht uur rust en acht uur ontspanning, aldus het credo van de vakbeweging. Terwijl in 1911 volgens de nieuwe arbeidswet voor sommige arbeiders een werkdag van tien uur mogelijk werd, wist de ANDB in dat jaar de achturige werkdag uit te onderhandelen. Dat succes werd groots gevierd. De drie grootste concertzalen van Amsterdam – het Concertgebouw, Artis en het Paleis voor Volksvlijt – werden voor twee opeenvolgende avonden afgehuurd om de duizenden arbeiders de kans te geven de viering bij te wonen. De aanwezigen waren extatisch, de sprekers werden door hen met luid gejuich en applaus begeleid. Een jaar eerder (1910) wist de Bond een week vakantie te bedingen, toen nog onbetaald, maar toch. 

Henri Polak

Roosjessnijdsters
Kijkend naar 2019 kun je je afvragen wat Polak van het heden zou vinden. Wat is er terechtgekomen van zijn acties voor een goede balans tussen werk, rust en ontspanning? Als we de berichten moeten geloven, beleven we in Nederland een burnoutepidemie. Volgens het CBS zijn jongeren tussen de 25 en 35 jaar de grootste risicogroep: achttien procent vrouwen en zestien procent mannen heeft burn-outklachten. En dat terwijl de welvaart in de afgelopen jaren alleen maar toenam. Er gaan stemmen op die de achturige werkdag achterhaald noemen; we zouden naar een kortere werkdag toe moeten. Volgens Sam Groen, arbeidsdeskundige bij de FNV, is de praktijk weerbarstiger. In een RTLZ-artikel van juli 2018 schrijft Pepijn Nagtzaam: “We zien veel mensen, van taxichauffeurs tot supermarktmedewerkers, die veel meer uren per dag beschikbaar moeten zijn. Sommigen werken ’s ochtends een beetje en ’s avonds ook, zes dagen per week. Er zijn vrachtwagenchauffeurs die bijna zeventig uur per week maken.” 

Ook nu nog verdienen vrouwen gemiddeld minder dan mannen. In het bedrijfsleven acht procent minder en bij de overheid vijf procent minder, volgens de laatste cijfers van het CBS uit 2016. Aan het begin van de twintigste eeuw is tien procent van de arbeiders in de diamantindustrie vrouw. Zij verdienen drie tot vier keer minder dan hun mannelijke collega’s. Ze doen het laagstbetaalde werk. Eerst als aandrijvers van de slijpmolens en na de invoering van door stoom aangedreven molens als roosjessnijdsters. Een roosje is een diamant die in tegenstelling tot een briljant bijvoorbeeld, geen punt aan de onderkant heeft, maar platter, in de vorm van een roos, gesneden is. Niet alle mannen zijn even blij met hun vrouwelijke collega’s die ‘de plaats innemen van mannen. Hoe moet de man nu zijn brood verdienen?’ Zij zouden enkel werken ‘om aan de laatste mode te kunnen kopen.’

De werkplaats van de diamantbewerkers

In de meeste gevallen zijn vrouwen inderdaad geen kostwinner. Maar zelfs als ze dat wel zijn, zeggen sommige vrouwen dat gelijk loon niet nodig is. ‘Vrouwen kunnen met minder toe omdat ze voor henzelf minder nodig hebben dan mannen.’ aldus een uitspraak in een artikel in het Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond 13 december 1885.

Strijd voor gelijke beloning
Betje en Sophie Lazarus zijn bondsleden van het eerste uur en roosjessnijdsters. Betje baarde al opzien door tijdens een vergadering eind 1895 een vraag te stellen – een meisje en roosjessnijdster nota bene, de laagste in de hiërarchie van ‘het vak’! De zussen doen meer. Juni 1896 richten ze een eigen vakbond op, de Roosjes Snijdsters en Snijders Vereeniging (RSSV), met Betje als president en Sophie als secretaris. De leden zijn voornamelijk vrouw, maar er zijn ook mannen lid. Speerpunt: gelijk loon voor mannen en vrouwen. In 1900 krijgen ze hun zin. Dan wordt een minimumtarief afgesproken, hetzelfde voor mannen en vrouwen. De zussen vertegenwoordigen de RSSV tijdens het internationale congres voor Diamantbewerkers in 1897. En ze richten een ontwikkelingsclub op voor haar leden. Vrouwen die vaak alleen lagere school hebben, kunnen zo hun kennis vergroten.

Hedy d’Ancona: ‘Arbeidersvrouwen die opkomen voor gelijke rechten. Daar kijk ik echt van op’

“De oprichting van de RSSV door de zussen Lazarus is een voorbode van veranderingen in de jaren daarna, zoals het invoeren van het algemeen kiesrecht,” vindt Hedy d’Ancona, oud-minister met emancipatiezaken in haar portefeuille. En de RSSV staat voor veel meer. “Activistische, feministische arbeidersvrouwen die opkomen voor gelijke rechten voor vrouwen, een terrein waarop in die tijd vooral vrouwen uit betere kringen actief waren, zoals in de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Daar kijk ik echt van op. En ze wisten hun doelen te behalen! In Nederland kennen we sinds 1992 de algemene wet gelijke behandeling, een afdwingbaar recht. Toch lukt dat nog niet overal. Deze vrouwen moeten uit de vergetelheid gehaald worden. In mijn eerstvolgende optreden zal ik Sophie en Betje Lazarus memoreren.” 

Karin Hofmeester: “De strijd voor gelijke beloning door de ANDB was een oprechte, maar ook een die goed uitpakte voor mannen. Gelijk loon maakte een einde aan oneerlijke concurrentie. Al voor de oprichting van de ANDB zegt Polak tijdens een internationale conferentie over dit onderwerp: “Het eenige middel om de kwade zijde ervan te verhelpen, is met ons te eischen, niet dat men de vrouw uit ons vak verjage, maar wel dat haar voor een gelijke arbeid gelijk loon betaald worde.” 

Vaandel van de Roosjesslijpers Vereeniging

Concurrentie
De diamantindustrie was een internationale conjunctuurgevoelige industrie. In het begin was Amsterdam dominant als enige stad waar in de Kaapse Tijd (1870-1873) grote hoeveelheden diamant geslepen konden worden. Andere centra ontwikkelden zich snel: vooral Antwerpen, maar ook Parijs, de Jura, Idar-Oberstein in Duitsland en Londen. Om de concurrentie aan te kunnen, was het belangrijk om internationaal afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Vooral toen begin twintigste eeuw de huisindustrie in België opgang deed, waar tegen extreem lage kosten diamanten werden geslepen. Tegelijkertijd viel de toevoer van ruwe diamant terug door de Boerenoorlog (1899-1902). Vanaf 1889 waren er regelmatig internationale congressen en contacten met Amerika, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Engeland. 

Op 23 mei 1905 wordt het Wereldverbond van Diamantbewerkers opgericht. Dit verbond moet de tegenhanger worden van de juweliers en de handelaren in ruwe diamant, en een kartel realiseren dat de prijs van arbeid bepaalt. Henri Polak is voorzitter en zijn Belgische collega Jef Groesser secretaris. Er worden afspraken gemaakt. Als een van de leden van de aangesloten bonden emigreert en in een ander land gaat werken, kan hij bogen op dezelfde rechten als de leden van de bond in het nieuwe thuisland. Met in de achterzak statistische informatie over de wereldhandel, wordt het Wereldverbond inderdaad een serieuze onderhandelingspartner van de grote juweliers en handelaren. Maar lang zal het succes niet duren. Interne strijd en het verlies in de jaren twintig van de Amsterdamse diamantindustrie aan Antwerpen, maakt een einde aan de internationale solidariteit. In 1935 zijn er van de negenduizend diamantbewerkers nog vijfduizend over, de helft daarvan is permanent werkloos. Toch blijft de ANDB nog lang een belangrijke bond die zich voor haar leden inspant. Een voorbeeld is Sanatorium Zonnestraal (1931), waar diamantbewerkers met tbc terecht kunnen. 

Henri Polak. Foto: ISSG, collectie van Hoorenbeeck

Wat onmogelijk leek
De negentien procent van de Nederlandse werknemers die nu lid is van een van de Nederlandse bonden staat in schril contrast met de organisatiegraad van zeventig procent bij de ANDB in 1894. Kan de FNV nog wat leren van de ANDB? “De binding die de ANDB had met de achterban is iets om jaloers op te zijn,” zegt Han Busker, voorzitter van de FNV. “Tijdens de fusie van de verschillende FNV-bonden, uitmondend in een systeem waarin we werknemers organiseren op basis van vakgebieden, hadden we de ANDB voor ogen. We willen net als de ANDB kunnen inspelen op de issues binnen één vakgebied. Daarnaast is het vooral ook zaak om de verworvenheden die de ANDB heeft binnengehaald, te behouden. Zoals uitkering bij ziekte en vakantiegeld. Want die staan constant onder druk. En we moeten inspelen op een veranderende arbeidsmarkt. Wat is de invloed van technologie en digitalisering? Wat betekent dat voor werknemers? Moeten en kunnen we naar een zesurige of zelfs vierurige werkweek? Wat zijn de mogelijkheden van een basisinkomen? Henri Polak en Jan van Zutphen hebben laten zien dat iets wat onmogelijk leek, mogelijk werd. Ieder kaderlid kent hun namen en weet wat zij tot stand hebben gebracht. Zij inspireren ons tot op de dag van vandaag.” 

‘Joods vak’
Het diamantvak was een ‘Joods vak’, ook al kende het in het begin veel christelijke beoefenaars. Drie eeuwen voor de oprichting van de ANDB komt de diamanthandel naar Amsterdam, samen met handelaren die op de vlucht zijn voor de Spanjaarden. Onder hen veel Sefardische Joden, dan nog ‘nieuwe christenen’ genoemd. Omdat het diamantvak geen gilde kent, worden steeds meer Joodse jongeren tot diamantbewerker opgeleid. Eerst voornamelijk vanuit de Sefardische kring, later ook Asjkenazische. Begin negentiende eeuw zijn de Asjkenazische Joden dominant in ‘het vak’. 

Boek, storytelling en debatten
Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis viert de oprichting van de ANDB 125 jaar geleden met het lanceren van een website met alle lidmaatschapskaarten van de leden van de Bond, een serie debatten en storytelling in De Burcht. Op 4 oktober zal samensteller Karin Hofmeester het eerste exemplaar van haar boek Een schitterende erfenis, over de geschiedenis van de ANDB overhandigen aan de voorzitter van de FNV, Han Busker. Eerder al was een deel van het archief van de ANDB gedigitaliseerd en online beschikbaar gesteld.

Dit artikel verscheen eerder in NIW 1, 5780.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *