Van herdenking naar herdenking
Dagboek

Van herdenking naar herdenking

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 20 april 2023, 13:50
Van herdenking naar herdenking
Amersfoort, 19-04-2023, Op woensdag 19 april 2023 vond de jaarlijkse herdenking plaats van Nationaal Monument Kamp Amersfoort, waarin de overdracht van het kamp aan het Rode Kruis op 19 april 1945 centraal stond. foto Bram Petraeus in opdracht van Kamp Amersfoort

Omdat 4 mei en 19 april, Jom Hasjoa, vlak na elkaar vallen, huppel ik van herdenking naar herdenking.  Dat klinkt ietwat moe (en zo voel ik ook), maar, de 4 mei-herdenkingen nog te gaan, weet ik mij juist door de moeheid gesterkt. 

Maandag kwam ik aangevlogen uit New York en dinsdag de eerste herdenkingsbijeenkomst in Warnsveld. In het psychiatrisch centrum GGNet werd ten tijde van corona een namenmonument onthuld zonder aanwezigen. Twintig namen van patiënten die vanwege hun Jood-zijn werden afgevoerd om in Sobibor te worden vergast. Moos, een van de patiënten, zei voor zijn vertrek aan een van de verpleegkundigen dat ze een uitstapje gingen maken … Misschien, zo dacht ik toen ik dit hoorde tijdens de herdenking, maar beter dat hij niet besefte wat er gebeurde. Vrolijk liep hij door de poort op weg naar de gaskamer, want hij was geestesziek en Jood, dubbel gehandicapt.

De inzet, de overgave, de motivatie waarmee deze bijeenkomst was georganiseerd was geweldig. Toen ik mijn toespraak hield, zag ik op de eerste rij van de Vredeskapel de geestelijk verzorgster van GGNet en hoofdorganisator van de geweldige bijeenkomst met tranen in haar ogen naar mij luisteren. Er werd gehuild om wat hun werd aangedaan … Ook mijn chauffeur, een jongeman uit Amersfoort die eind mei op alia gaat naar Israël, liep te huilen toen bij de poort de namen werden voorgelezen van de twintig patiënten en het Jizkor, het herdenkingsgebed werd uitgesproken. Dank organisatie, dank alle aanwezigen, dank directie en bestuur van GGNet, dank vooral ook burgemeester voor jullie aanwezigheid en betrokkenheid.

Moos liep vrolijk mee, want hij was geestesziek en Jood, dubbel gehandicapt

Toen snel naar Amsterdam gereden waar de poorten van de Snoge om 18:15 uur open zouden gaan voor de nationale Holocaustherdenking. Zoals alle jaren een grote opkomst, maar dit jaar had ik het gevoel dat er veel meer jongeren aanwezig waren. Een perfect met veel nesjomme-bezieling georganiseerde plechtigheid op de plaats waar na de oorlog Joden, de overlevenden, bijeenkwamen voor de eerste sjoeldienst na de bevrijding. Toen aan het eind van de plechtigheid het Wilhelmus werd gezongen, dacht ik aan mijn vader die toentertijd aanwezig was als een van de weinige overlevenden van zijn/onze familie. Een korte maar erg duidelijke toespraak van burgemeester Halsema: een en al waarschuwing (helaas, maar keihard nodig!).

En dan de toespraak van de overlevende die aan het eind van de oorlog vier jaar was en zichzelf daarom een combinatie noemde van eerste en van tweede generatie. Knap heeft ze heel subtiel aangegeven hoe onwelkom de overlevenden waren. Nu moest ik aan mijn moeder denken, die dankzij niet-Joodse medemensen de oorlog had kunnen overleven. Rechtvaardigen onder de Volkeren, die met gevaar voor eigen leven mijn moeder en vele, vele anderen hadden gered. Dankzij die helden besta ik nu. Maar aan mij werd nauwelijks iets verteld over de oorlogsjaren. Wel werd mij van kind wijs af aan op het hart gedrukt dat ik niet bang hoefde te zijn, want het zou nooit weer gebeuren. Maar wat dat ‘het’ was, bleef onbenoemd.

Nu moest ik aan mijn moeder denken, die dankzij niet-Joodse medemensen de oorlog had kunnen overleven

Wel heb ik vaak moeten horen dat mijn moeder na de oorlog al haar spaargeld kwijt was. Zo zuinig als mijn lieve moeder was, had ze alle spaarcentjes netjes op een spaarrekening gezet bij de lokale bank. Maar omdat ze er niet in was geslaagd haar spaarbankboekje ook te laten onderduiken, kon ze haar spaarcentjes van jaren sparen niet meer opnemen. Welkom terug in bevrijd Nederland, waar het welkom van geen kant door overlevenden werd gevoeld als een welkom, maar als een helaas overleefd. Mijn moeder kwam dus uit Steenwijk. Ik laat de houding van de burgemeester tijdens de oorlog even buiten beschouwing, maar denk aan de jaren na de oorlog, na de bevrijding. Geen opvang, uitsluitend rekeningen, confisqueren, diefstal. Toen, ik denk zo’n dertig jaar geleden, op de Joodse begraafplaats het metaheerhuisje was gerestaureerd en er rondom die restauratie een herdenkingsplechtigheid werd gehouden, liet de burgemeester verstek gaan, want hij moest die zondagmiddag tennissen: de schurk! Als ik nu anno 2023 de graven van mijn grootouders, overgrootouders en vele familieleden wil bezoeken, dan is de sleutel niet te verkrijgen op het stadhuis of op een andere nette plaats. Neen, de sleutel zit in een flesje verstopt onder de aarde ergens voor de poort. Het geeft mij het gevoel, als nazaat van vele generaties Joodse Steenwiekers, dat ik nog steeds niet welkom ben.

Vanmiddag, donderdag, een zeer bijzondere herdenking van de bevrijding op 19 april 1945 van Kamp Amersfoort. Waarom moest na de oorlog Kamp Amersfoort verzwegen worden? Waarom geen enkele aandacht voor dit kamp? Er wordt onderzoek naar gedaan en de nieuwe directeur, met volledige steun van het bestuur, is aan het onderzoeken wat hier na de oorlog speelde. Want dat er iets niet koosjer was met Kamp Amersfoort na de oorlog lijdt bij mij geen twijfel. De nieuwe directeur wil met mij hierover spreken. Ik ben benieuwd en voelde me bijzonder welkom geheten bij de plechtigheid. Een gereserveerde plaats vooraan. Ik voelde een erkenning van wat ik ben: een Jood. In dit afschuwelijke kamp werd afgrijselijk geleden door iedereen, maar de Joden kregen daarbovenop nog een extra behandeling. 

In dit afschuwelijke kamp werd afgrijselijk geleden door iedereen, maar de Joden kregen daarbovenop nog een extra behandeling

Omdat ik nog moet kunnen slapen, stop ik met de herdenkingen en de emotionele gevoelens die die herdenkingen bij mij teweegbrengen. Het grijpt me te veel aan. In het volgende dagboek ga ik wel verder. Maar het berichtje dat ik ontving van een Joodse vrouw die met een niet-Jood is getrouwd, wil ik u niet onthouden:

“Mijn man heeft een boek geschreven en vandaag was de presentatie. Mijn niet-Joodse man vermeldt terloops dat hij met mij, zijn Joodse echtgenote, gelukkig is getrouwd. Mooi. Komt na afloop van zijn speech een van de aanwezigen naar me toe met de vraag hoelang ik al (vanuit Israël), in Nederland woon … Huh? Er is nog een wereld te winnen.”

Foto: Bram Petraeus in opdracht van Kamp Amersfoort

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Plaats opmerking