Commentaar

Weerwoord

Esther Voet 30 april 2021, 07:45
Weerwoord

Vanaf januari zwelt jaarlijks de stroom boeken aan over de oorlog en de Shoa. Wij proberen die uitgaven altijd zoveel mogelijk te bundelen rond de herdenkingsdagen, omdat we weten dat er ook een Joods leven voor en na de oorlog was en is. Vaak tot frustratie van schrijvers, omdat zij denken recht te hebben op publicatie in uw Joodse weekblad: hun boek gaat immers over Joden? Ons standaardantwoord is dat als één groep weet wat er in die jaren ’40-’45, daarvoor en daarna is gebeurd, ons lezerspubliek dat wel is.

76 jaar na de bevrijding lijkt de fascinatie voor de oorlogsjaren groter dan ooit. In deze speciale herdenkingseditie vindt u naast de boekenselectie verhalen die nog niet eerder in het publieke domein te lezen waren. Zo vertelt journalist Paul Brill over de dubbelrol die Willem Mengelberg speelde. Na de oorlog werd de dirigent met pek en veren uit de culturele wereld verbannen, maar “zonder Mengelberg had ik niet geleefd,” verklaart Brill. Marijke en Frits Barend schreven over het gemak waarmee Joden werden uitgeleverd. Documenten die de familie Milhado kortgeleden ontdekte, tonen dat aan.

En dan nog even dit: Paul Damen schreef twee weken geleden een stevige column naar aanleiding van de opmerkelijke uitspraak van voormalig Denker des Vaderlands Hans Achterhuis in Trouw, die luidde: “Hoe vreselijk het verhaal van de Joden ook was, toch was het in zekere zin een zegen dat ze verspreid werden in de diaspora. Ze hadden geen macht, en daarmee ook geen mogelijkheid om religieus gemotiveerd geweld uit te oefenen. En je ziet ook hoe het mis kan gaan als die macht er wel is, in de staat Israël.”

Een bewering die om een duidelijke repliek vroeg, dat Paul Damen in zijn opiniestuk gaf. Achterhuis eiste daar een weerwoord op. Dat kon natuurlijk; in tegenstelling tot veel collega-media zijn wij de beroerdste niet om gepeperde kritiek op onze opinies te publiceren. Maar dan wel volgens onze regels: als ingezonden brief met een maximale lengte van 250 woorden. Achterhuis eiste meer, wel een hele pagina. Wij herhaalden onze regels, waarna het klaarblijkelijk wel in die 250 woorden kon. U leest zijn reactie hier. Hij zegt verbijsterd te zijn. Dat waren wij ook, opnieuw, toen wij zijn verdediging lazen. Ten eerste noemde de altijd goed geïnformeerde Damen hem geen antisemiet, ten tweede maakte Achterhuis geen woord vuil aan spijt over zijn uitspraak. Die heeft hij klaarblijkelijk niet.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *