Dossiers

Wereldster uit Amstelveen

Toparts Marcel Levi maakte de overstap van het AMC naar de University College London Hospitals in Londen. De gezondheidszorg in Nederland vindt hij goed, maar moet beter georganiseerd worden. En we kunnen wat leren van de voorkomendheid van de Britten.

Achsa Vissel 20 december 2020, 13:45
Wereldster uit Amstelveen

Eind 2016 kwam het verrassende nieuws naar buiten dat Marcel Levi, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, een nier had afgestaan aan een onbekende. Een kennis van hem had datzelfde een paar jaar eerder gedaan. Dat zette Levi aan het denken en hij volgde zijn voorbeeld. “De gevaren zijn heel beperkt, je wordt secuur gescreend en kunt uitstekend leven met één nier. Na de donatie hield ik dezelfde conditie als daarvoor.” Levi handelde in alle stilte. Vanwege de storm aan negativiteit die losbrak rond de discussie over orgaandonatie vroeg de Nierstichting hem de donatie toch openbaar te maken. Opvallend: anoniem goede daden doen is een kabbalistisch idee. Levi: “Daar is zeker een link. Ik ben opgevoed met Joodse principes als goed doen en dingen weggeven die je kunt missen. Daar kun je dit ook onder rekenen.”

Die Joodse opvoeding voltrok zich in Amstelveen, waar Levi een prettige, harmonieuze jeugd beleefde. Het huisartsenwerk van zijn vader stond er centraal, zijn moeder assisteerde in de praktijk en zelfs de kinderen deden klusjes als schoonmaken en rekeningen rondbrengen. Naast het werk waren er binnen het gezin leuke activiteiten als speurtochten, sport en vakanties. Oorspronkelijk ging hij naar een Joodse kleuterschool, maar vanwege hun oorlogservaringen wilden zijn ouders niet dat hun kinderen te veel aan ‘gettovorming’ deden, en opgingen in de maatschappij. Niet alleen Joodse sportclubs en partijtjes dus, maar naar openbare scholen, inclusief feestjes op vrijdagavond. Daar werden compromissen over gesloten: eerst samen de vrijdagavond thuis doorbrengen, later op de avond uit. “We hadden onze eigen mix van Joodse en niet-Joodse activiteiten en contacten.” Ook de religieuze kant van het jodendom vulde het gezin op zijn manier in, de regels werden niet tot in de kleine lettertjes gevolgd.

Vijf ziekenhuizen, zeven locaties
Het afstaan van een nier was niet het enige waarmee Levi de aandacht trok. Eind 2016 riep weekblad Elsevier hem uit tot Nederlander van het jaar en zette zijn portret op de cover. “Een grote verrassing, maar leuk natuurlijk. Al kan ik zo tien anderen opnoemen die ik er geschikter voor vond.” De belangrijkste reden om hem die eer te geven was het feit dat hij na zes jaar aan het roer van het AMC vanaf december 2016 was aangesteld om in Londen leiding te geven aan de University College London Hospitals. Een conglomeraat van vijf academische ziekenhuizen (inclusief een kinderziekenhuis) op zeven locaties, geaffilieerd met het University College London. De internationale competitie om de positie was pittig, maar Levi kreeg de voorkeur en hij verkaste van Amsterdam naar een appartement in de Londense wijk Bloomsbury. Het British Medical Journal gaf hem als welkom de eretitel world class star.

En dat moet je ook wel zijn om zo’n groot, toonaangevend instituut te leiden. Levi is chief executive, eerste verantwoordelijke. “Al bestuur ik de hele boel niet in mijn eentje. Er zit een board achter, waarin elk lid verantwoordelijk is voor zijn eigen deel.” Inhoudelijk vindt hij het niet zo anders dan zijn vorige functie, wel groter. Zichtbaarheid is belangrijk, daarom gaat hij graag zelf naar zijn afspraken toe. “Mijn secretaresse zou het handig vinden als ik iedereen naar mijn kantoor liet komen, maar het praat voor mij beter bij een ander dan in mijn eigen setting.” Naast bestuurder is hij nog steeds met plezier actief als internist, zijn specialisatie. Bonusfactor daarbij is dat hij ziet wat er in het ziekenhuis gaande is,
zoals een haperend computersysteem of een afdeling die traag reageert.

Besturen op hoog niveau of als arts in persoonlijk contact staan met patiënten zijn heel verschillende rollen. Hij schakelt ertussen: bij een patiënt is hij niet de baas van het ziekenhuis maar internist. Als hij op zo’n moment iets ziet dat niet deugt of beter kan houdt hij zich in, slaat het op en pakt het later aan. “Als bestuurder kan ik me permitteren ongeduldig te zijn, als arts niet. Ik zet alles opzij om me op een patiënt te richten en leg een procedure desnoods twee keer uit.” Ook zijn taalgebruik wisselt. Als bestuurder gebruikt hij veel technische termen, bij patiëntencontact spreekt hij de taal van de patiënt, met een beperkt aantal medische uitdrukkingen. “In medisch jargon betekent een negatieve uitslag dat er geen ziekte is, goed nieuws dus. Maar als een arts die uitdrukking gebruikt denkt de patiënt door het woord ‘negatief’ vaak eerst dat het slecht nieuws is. Artsen moet leren die misverstanden te voor – komen door voor de patiënt begrijpelijke taal te spreken.”

‘Als bestuurder kan ik me permitteren ongeduldig te zijn, als arts niet’

Britse hartelijkheid
a anderhalf jaar op Engelse bodem kan hij een verschil aanwijzen tussen de gang van zaken in de Engelse en Nederlandse gezondheidszorg: Britten zijn hartelijker. “In een groot Nederlands ziekenhuis wordt een patiënt die ondanks de fantastische bewegwijzering de gewenste afdeling niet kan vinden zelden geholpen. In Engeland is het de normaalste zaak van de wereld dat een baliemedewerker persoonlijk een oudere patiënt of iemand die slecht ter been is naar de juiste plek brengt.” Dat verschil ziet hij ook terug in de rest van de samenleving. Tijdens een recent weekend – je in Nederland zag hij hoe een meisje met haar fiets een vrouw in een scootmobiel bijna omver reed en haar vervolgens uitschold. “Botheid lijkt wel de norm geworden.” In zijn nieuwe thuisland is het anders. Tijdens de voorbereiding voor het theorie-examen voor zijn scooterrijbewijs vond Levi nergens terug wie in het linksrijdende land voorrang heeft. Bij navraag kreeg hij stomverbaasde reacties. Je neemt geen voorrang, die gééf je. Een mentaliteit die hem goed bevalt. “Ik wacht nu ook rustig voor het zebrapad en hoef niet per se ergens vooraan te staan.” Maar, benadrukt hij: “Nederland is een geweldig land. We hebben het goed voor elkaar met onze wegen, ziekenhuizen en vangnet bij werkeloosheid. We mogen minder klagen, want daar is echt geen reden toe.”

Generalistische inslag
Behalve als arts en bestuurder verdiende Levi ook zijn sporen als onderzoeker. Aanvankelijk zonder Italiaans te spreken (dat pikte hij ter plekke gaandeweg op) deed hij in Perugia als vierdejaarsstudent onderzoek naar longembolie, stolling in bloedvaten. Terug in Nederland rondde hij de studie af, gevolgd door co-schappen en assistentschap. Met een beurs in de hand van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zocht hij de juiste omgeving om onderzoek te doen. Hij dacht aan Stanford University in Boston maar het werd dichterbij: een instituut in Leuven (België) waar hij ‘onder twee geweldige hoogleraren’ onderzoek deed naar bloedstolling en veel leerde over de achtergronden van het toen opkomende DNA-onderzoek. Zijn – oneerbiedig gezegd – favoriete ziekten noemt hij ‘alles dat met bloedstolling en vaatziekten te maken heeft.’ Al vindt hij dat artsen zich niet moeten beperken tot één ding. Als een patiënt met stollingsproblemen diabetes krijgt, behandelt hij dat er gewoon bij, een generalistische inslag is belangrijk. “Zo word je als arts ook opgeleid, je hoeft niet te vergeten wat je de eerste zestien jaar hebt geleerd.”

Levi pleit voor een splitsing van de gezondheidszorg in hoogcomplexe zorg aan de ene kant en laagcomplexe, algemene zorg aan de andere. Het klinkt revolutionair: een scheiding, ook wat locatie betreft, tussen ingewikkelde ziekten die intensieve behandeling nodig hebben en minder ingrijpende zaken als last van je knie. De voordelen zijn groot. “De kwaliteit van zorg gaat met sprongen vooruit gaat als je die concentreert. In Engeland gaat het die kant al op. In Nederland nog niet, daar is er hoogcomplexe zorg op veel verschillende plaatsen. In academische zie worden gegeven voor moeilijke ziektes, is het niet handig ook kleine ingrepen als staaroperaties te doen.” Om de splitsing voor elkaar te krijgen zou de Nederlandse tarievenstructuur aangepakt moeten worden. Ziekenhuizen met hoogcomplexe zorg houden vast aan kleine ingrepen waar veel geld mee verdiend wordt. Die kunnen ze beter aan kleinere ziekenhuizen doorgeven. “Het is ook een prestigekwestie. Bijvoorbeeld: ‘wij in Den Helder willen ook moeilijke slokdarmoperaties doen’.” Maar die operatie hoeft zich niet in dat specifieke ziekenhuis af te spelen om een arts de kans te geven hem uit te voeren. De zorg moet geconcentreerd worden, de arts kan zich verplaatsen. “Die kan prima drie dagen in het ene soort ziekenhuis werken en twee dagen in het andere. Zo kun je toch op verschillende gebieden bijblijven.” In Londen is het al zover. “Daar zijn rigoureuze afspraken over gemaakt. Eén ziekenhuis behandelt een bepaald soort moeilijke kanker, een ander doet snelle, eenvoudig uit te voeren staaroperaties. Dan werk je goed samen, en het leidt tot aantoonbaar betere uitkomsten.”

Overal een mening over
Volgens hardnekkige geruchten heeft Levi, die lid is van de Partij van de Arbeid, politieke ambities – zelf noemt hij het interesse. Het Parool tipte hem zelfs als mogelijke toekomstige burgemeester van Amsterdam. De Britse politiek boeit hem echter meer dan de Nederlandse, waar hij weinig verschil meer ziet tussen de verschillende partijen en ‘alleen de uitspraken van Wilders of Baudet nog de aandacht trekken’. Dat van de Nederlandse parlementsleden de helft nooit een gewone baan heeft gehad heeft er volgens Levi toe geleid dat de politiek is afgedreven van de burgers. “Het is een incrowd die een eigen taal spreekt. De ambitie is grotendeels weggeëbd, er wordt op de man gespeeld en de debatten zijn weinig interessant.” De polarisatie tussen het Britse Labour en de Conservatieven spreekt hem wel aan. “De politiek hier is spannend, ik volg het dagelijks. Politici hebben vóór hun politieke carrière ook een fatsoenlijke baan gehad en dus meer voeling met de maatschappij. Maar zelf deelnemen? Tja… ik heb overal een mening over. Misschien moet ik op een dag de verantwoordelijkheid nemen daar

‘De Nederlandse politiek is een incrowd die een eigen taal spreekt. De ambitie is grotendeels weggeëbd’

Hard werken, snel lezen
Levi’s grote productiviteit heeft verschillende oorzaken. Er is de mentaliteit die hij van huis uit meekreeg: hard werken was vanzelfsprekend. Hij heeft snelheid ontwikkeld door veel te doen in weinig tijd. Hij leest en begrijpt vlot, ziet gauw problemen en mogelijke oplossingen. Ook heeft hij een talent voor plannen: “Ik ben neurotisch bezig met to-do-lijstjes en heb graag zaken vóór de deadline af. Afspraken kunnen in principe binnen een half uur afgerond worden. Lukt dat niet, dan gaat het in een uur ook niet.” Zijn jaloersmakend lage behoefte aan slaap (‘waarschijnlijk genetisch, mijn vader en broer hebben hetzelfde’), levert hem veel extra tijd op. “Ik stap na vier uur vrolijk mijn bed uit.” De mythe gaat dat hij maaltijden overslaat om door te kunnen werken. Lachend: “Ik ontbijt met koffie en werk inderdaad liever door dan ’s middags een half uur op een salade te kauwen. ‘s Avonds haal ik dat wel in. Op vakantie, in een andere setting, geniet ik volop van een gezellige lunch.”

Die vakanties brengt hij vaak door in zijn huis in Italië, op de grens van Umbrië en Toscane, niet ver van Perugia. “Toen ik er onderzoek deed werd ik verliefd op het land. Ik wilde hier wonen en droomde van een huis met zwembad en een grote tuin. Samen met mijn broer kon ik die droom realiseren.” Hij leeft er ook zijn hobby uit: fanatiek fietsen. “Om een uur of vijf in de ochtend rij ik weg. Als ik tegen tienen terugkom zijn de andere aanwezigen net wakker. De rest van de dag doe ik sociale dingen en ben ik aan het genieten. Als ik weer aan het werk ga moet ik dat ontspannen tempo wel even opschroeven.”

CV Marcel Levi, Amsterdam, 1964
1982–1987
Studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA)
1988–1989 Onderzoek Università degli Studi di Perugia
1991 Promotie Activation and Inhibition of the Fibrinolytic System (cum laude)
1991–1997 Specialisatie interne geneeskunde
1998–1999 Onderzoek Center for Transgene Technology and Gene Therapy, Leuven
1997 Sanofi Young Researcher Award (eerste prijs), International Society for Thrombosis and Haemostasis
1997–2016 Internist, AMC
2000–2010 Hoogleraar Interne Geneeskunde, AMC
2010–2017 voorzitter Raad van Bestuur, AMC
2017– Professor of Medicine, University College London (UCL) Hospitals, Londen
2017– Chief executive UCL Hospitals NHS Foundation Trust

Foto’s: Jamie Lau

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *